Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

     

     

    Ida

    Vrijdag 26 augustus, 23:45 - 01:05

    NPO 2

     

     

    Now voyager

    Maandag 29 augustus, 10:15 - 12:10 uur

    BBC 2

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Philippe (Bouli) Lanners (1965) begon als klusjesman, maar kwam via cabaretgroep "Les Snuis" in het acteerwerk terecht. Eén van zijn eerste rollen was in "Toto le heros" (1991, Jaco van Dormael). Inmiddels heeft hij met "Ultranova" (2005), "Eldorado" (2008), "Les géants" (2011) en "Les premiers, les derniers" (2016) ook als regisseur vier speelfilms op zijn naam staan.

    HET VERHAAL

    Twee premie-jagers zijn op zoek naar de gestolen mobiel van een gangsterbaas. Deze mobiel bevat gevoelige informatie. Op hun zoektocht kruisen zij het pad van een kruimeldief en zijn geliefde.

    COMMENTAAR

     "Les premiers, les derniers" heeft alle stijlkenmerken van een Western. Daar komt nog bij dat het verhaal wel enige verwantschap vertoont met "No country for old men" (2007, Joel & Ethan Coen). Een gelegenheidsdief komt toevallig in het bezit van de verkeerde buit (in dit geval het mobieltje van de gangsterbaas) en krijgt als gevolg daarvan iemand achter zich aan. In beide gevallen wordt de achtervolging vergemakkelijkt doordat de buit signalen uitzendt (bij "No country for old man" zat er een zendertje verborgen tussen het geld).

    Gilou (Bouli Lanners) en Cochise (Albert Dupontel), de premiejagers op leeftijd in "Les premiers, les derniers",  zijn echter in geen enkel opzicht te vergelijken met de meedogenloze en gestoorde hitman Anton Chigurh (Javier Bardem) uit "No country for old men". Bovendien, en dit verschil is net zo wezenlijk, "this is not America". Dit is Noord Frankrijk, een regio die ergens in de overgang van industriële - naar diensteneconomie de boot gemist heeft.

    Over de troosteloosheid van Noord Frankrijk zijn meer films gemaakt. Eén van de beste vind ik nog altijd "Ca commence aujourd'hui" (1999, Bertrand Tavenier), waarin dorpsonderwijzer Philippe Torreton (Daniel Lefebvre) zich zorgen maakt over de thuissituatie van veel van zijn leerlingen. "Les premiers, les derniers" is veel metafysischer (vager, zweveriger zo men wil) dan "Ca commence ...". Eigenlijk zijn alle personages in de film zoekende. Dat geldt niet alleen voor de kruimeldief en zijn verwarde geliefde, maar ook voor de premiejagers (wiens effectiviteit hier niet echt door bevorderd wordt).

    Het leidt tot een aantal prachtige beelden. Zo zien we in het begin van de film het eindeloze vlakke landschap doorsneden worden door een viaduct (afbeelding 1). Waar dit viaduct ooit dienst voor deed is onduidelijk (het lijkt wel een soort monorail), dat het viaduct reeds lang geleden in onbruik is geraakt is echter des te duidelijker. Als de camera inzoomed op dit viaduct zien we dat het door de kruimeldief en zijn vriendin wordt gebruikt als een (nogal ongemakkelijk) voetpad. Een ander beeld dat mij bijbleef tot lang na de film was het bezoek dat de premiejagers brachten aan een verlaten loods. Plotseling verschijnt er een edelhert met een majestueus gewei midden in de loods. Een symbool van de natuur die langzaam de verlaten industrieterreinen herovert, maar ook een symbool van kracht en vitaliteit, kenmerken die de premiejagers van middelbare leeftijd langzaam door hun vingers voelen glippen. Zo zijn er meer mooie beelden aan te wijzen, maar kijkend naar de film bekruipt je langzaamaan toch ook wel het gevoel dat de fragiele kapstok van het verhaaltje wel erg doorbuigt onder de overdaad aan symboliek die er aan wordt opgehangen.

    Er is nog iets dat aan de ene kant de film tot ere strekt, maar aan de andere kant een teken aan de wand is. De premiejagers mogen zelf dan van middelbare leeftijd zijn, in de film krijgen ze te maken met een bejaarde hoteleigenaar en een zo mogelijk nog meer bejaarde begrafenisondernemer (afbeelding 2). Noord Frankrijk lijkt wat dat betreft "a country for old men only" te zijn. De bejaarde hoteleigenaar is een mooie rol van Micheal Lonsdale (85), de begrafenisondernemer is een zo mogelijk nog  mooiere rol van Max von Sydow (87). Max van Sydow, de Bergman acteur die al schitterde in "Het zevende zegel" (1957).

    Op zich is het mooi als de bijrollen zo goed bezet zijn. Als de bijrol-acteurs echter de sterren van de film worden is dat een teken aan de wand.

    DATUM: 27 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 6

    Les premiers les derniers (2016) on IMDb

    Reacties

    Jagten (2012, Thomas Vinterberg)

    Jour de fête (1949, Jacques Tati)

    Ju Dou (1990, Zhang Yimou)

    Julius Ceasar (1953, Joseph Mankiewicz)

    Jungfrukällan (1960, Ingmar Bergman)

    Ida (2013, Pawel Pawlowski)

    Imitation of life (1959, Douglas Sirk)

    Im labyrinth des schweigens (2014, Giulio Ricciarelli)

    In bloom (2013, Nana Ekvtimishvili)

    In cold blood (1967, Richard Brooks)

    Indiscreet (1931, Leo McCarey)

    Innocence (2004, Lucile Hadzhihalilovic)

    The innocents (1961, Jack Clayton)

    Inside Llewyn Davis (2013, Joel & Ethan Coen)

    The insider (1999, Michael Mann)

    Insomnia (1997, Erik Skjoldbjærg)

    Insomnia (2002, Christopher Nolan)

    In the fog (2012, Sergei Loznitsa)

    In the mood for love (2000, Wong Kar Wei)

    Intolerance (1916, D. W. Griffith)

    Into the wild (2007, Sean Penn)

    Intouchable (2011, Nakache & Toledano)

    The invansion of the body snatchers (1956, Don Siegel)

    Ivan de Verschrikkelijke (1944 & 1958, Sergeij Eisenstein)

    DE REGISSEUR

    Voor een inleiding op het werk van Masaki Kobayashi, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    De film bestaat uit vier verhalen. In al deze verhalen spelen geesten een vooraanstaande rol.

    In het 1e verhaal (Black hair) verlaat een man zijn vrouw om in de grote stad carrière te gaan maken. Als dat jaren later gelukt is, merkt hij echter dat geld niet gelukkig maakt. Hij heeft spijt en keert terug naar huis. Het huis is totaal vervallen, maar gelukkig zit zijn vrouw daar nog op haar vaste plek achter het weefgetouw. En ze is geen dag ouder geworden!

    In het 2e verhaal (Woman of the snow) raken een houthakker en zijn leerling verdwaald in een sneeuwstorm. Uiteindelijk vinden ze beschutting in een verlaten hut en vallen in slaap. Halverwege de nacht wordt de leerling wakker. Hij ziet een mysterieuze dame, die met haar ijzige adem het leven uit zijn leermeester wegblaast. Uit mededogen spaart ze echter de nog jonge leerling. Zou ze een oogje op hem hebben?

    In het 3e verhaal (Hoichi, the earless) reciteert een nog jonge monnik elke nacht het verhaal van een lang vervlogen zeeslag. Hij doet dit op het kerkhof waar de gevallenen van deze zeeslag begraven liggen. Geroerd door zijn gezang komen de geesten tevoorschijn uit hun graf. Hoe vaker Hoichi zijn gezang ten besten geeft, hoe meer hij onder invloed van deze geesten komt. Uiteindeljk ziet de abt maar één mogelijkheid om deze invloed te doorbreken. Het lichaam van Hoichi wordt van top tot teen volgekaligrafeerd met heilige teksten.

    In het 4e verhaal (In a cup of tea) verschijnt de geestverschijning aan een schrijver in de vorm van een weerspiegeling in zijn theewater. Als de verschijning niet weg wil gaan (de schrijver heeft de inhoud van zijn kopje herhaaldelijk weggegooid en daarna nieuwe thee ingeschonken), klokt hij hem uiteindelijk geërgerd naar binnen. Dat had hij beter niet kunnen doen.

    COMMENTAAR

    "Kwaidan" is zo in en in Japans, dat je er bijna automatisch van uit gaat dat het is gebaseerd op oude Japanse volksverhalen. Toch is dat niet het geval. De film is gebaseerd op de verhalen van Lafcadio Hearn, geboren in Griekenland uit een Griekse moeder en een Ierse vader. Wel is het zo dat deze Lafcadio zich op latere leeftijd in Japan heeft gevestigd, en zich de Japanse cultuur volkomen eigen heeft gemaakt. Hij nam zelfs een Japanse naam aan, Yakumo Koizumi.

    Opvallend is het verschil tussen Japanse en Westerse geestenfilms. Vanaf Jacques Tourneur ("Cat people", 1942) is het in (de betere) Westerse film steeds gebruikelijker geworden geestverschijningen niet meer in beeld te brengen, maar uitsluitend te suggereren. Vaak (bijv. in "The haunting" (1963, Robert Wise)) wordt daarbij in het midden gelaten of de geest echt bestaat dan wel uitsluitend tussen de oren van de hoofdpersoon zit. In Japanse films wordt de geestverschijning echter uitgebreid in beeld gebracht en is het realiteitsgehalte van deze verschijning niet aan twijfel onderhevig. We zien dat in "Kwaidan", maar we zien het ook in "Kuroneko" (1968, Kaneto Shindo) of (meer recent) in "Ringu" (1998, Hideo Nakata).

    "Kwaidan" is een voor Kobayashi a-typische film. De ethiek is naar de achtergrond gedrongen, de esthetiek treedt daarentegen duidelijk op de voorgrond. De filosoof houdt zijn mond en heeft het woord gegeven aan de student van de schone kunsten. Alles aan deze film is mooi en sprookjeschtig. Dat begint al met het dromerige intro, waarin inkt in sierlijke patronen oplost in water (zie poster). In de rest van de film wordt dit sprookjesachtige karakter herhaaldelijk benadrukt door de lucht, die de meest onnatuurlijke kleuren aanneemt of van waaruit ogen de karakters in de gaten houden (afbeelding 1). Zelfs de geestverschijningen zijn in wezen mooi, of op zijn minst sereen. Als er in een (meestal wat slechtere) Westerse film al een geestverschijning in beeld komt, is dat meestal gericht op maximalisatie van het schokeffect. Zo niet in "Kwaidan". Als deze film al horror genoemd mag worden, dan is het toch zeker "soft horror".

    Het a-typische "Kwaidan" deed het ondertussen heel goed bij het publiek. De film kreeg een jury prijs in Cannes en werd genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Voor mij was het lang geleden de eerste kennismaking met Kobayashi, en die beviel goed. Toen filmhuis Cavia een enquete hield onder haar bezoekers om uit de reacties een klassieker-programma samen te stellen, was "Kwaidan" mijn inzending (en deze kwam in het programma).

    Het openingsverhaal, black hair, lijkt als twee druppels water op "Ugetsu Monogatari" (1953, Kenji Mizoguchi), met als verschil dat in laatstgenoemde film de man tenminste nog rijk wilde worden om zjn vrouw een plezier te doen (een plezier waarop ze overigens helemaal niet zat te wachten). Dit motief ontbreekt ten ene male in "black hair".

    Hoofdmoot van de film is het derde verhaal, "Hoichi, the earless", met een lengte van bijna een uur. Ook hier is weer een overeenkomst met "Ugetsu Monogatari" te bespeuren. Het betreft hier het kaligraferen van heilige teksten op een lichaam om de invloed van geesten af te wenden. Vergelijk wat dit betreft afbeelding 2 van "Kwaidan" met afbeelding 2 van "Ugetsu Monogatari".

    In het 3e en 4e verhaal is de invloed die de geesten op de "natuurlijke wereld" uitoefenen verbonden met middelen van massacomunicatie. Immers Hoichi is een soort van minstreel, en in de middeleeuwen vervulde zo iemand een rol in de massacommunicatie. In het vierde verhaal (speelt in de 19e eeuw) is het een schrijver die geplaagd wordt door geesten, en ook boeken zijn een vorm van massacommunicatie. Het is misschien vergezocht maar het deed mij denken aan "Ringu". Deze film komt weliswaar uit een veel latere periode, maar ook hier verloopt de invloed van de geestenwereld op de natuurlijke wereld via een medium van massacommunicatie, namelijk de televisie.

    DATUM: 20 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 10

    Kaidan (1964) on IMDb

    Reacties

    Van alle regisseurs die volgden op het tijdperk van "de grote drie" (zie de inleiding op de Japanse cinema) was Masaki Kobayashi (1916 - 1996) naar mijn mening de belangrijkste. Hij studeerde filosofie, maar werd al snel na zijn studententijd opgeroepen voor het Japanse leger en in Mantsoerije gestationeerd. Kobayashi moest niets hebben van de oorlog en het leger, en weigerde elke promotie naar een hogere rang dan soldaat. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog zat hij nog enige tijd vast als krijgsgevangene.

    Gegeven zijn principiële instelling mag het geen verrassing zijn dat de meeste films van Kobayashi sociaal geëngageerd zijn. Ik denk  hierbij aan "The human condition (een serie van 3 films, 1959 - 1961) en aan "Harakiri" (1962). Overigens richt Kobayshi zijn kritiek hierbij niet alleen op de Japanse maatschappij. Ook de Amerikaanse overwinnaar wordt niet gespaard. Zo gaat "Black river" (1957) over de corruptie rondom een Amerikaanse legerbases.

    Naast filosofie had Kobayashi ook klassieke kunsten gestudeerd. De esthetiek wordt in zijn films dan ook nooit vergeten en heeft in "Kwaidan" (1964) zelfs de overhand.

    La Habanera (1937, Douglas Sirk)

    The haunting (1963, Robert Wise)

    Häxan (1922, Benjamin Christensen)

    De helleveeg (2016, André van Duren)

    Her (2013, Spike Jonze)

    Des Hommes et des Dieux (2010, Xavier Beauvois)

    Horror of Dracula (1958, Terence Fischer)

    The hound of the Baskervilles (1939, Sidney Lanfield)

    House of the flying daggers (2004, Zhang Yimou)

    The hunchback of the Notre Dame (1939, William Dieterle)

    The hunt for Red October (1990, John Mc Tiernan)

    The hustler (1961, Robert Rossen)

    DE REGISSEUR

    Robert Z. Leonard (1889 - 1968) heeft een lange carrière als regisseur die begint in 1914 en eindigt in 1957. Tegenwoordig is hij een beetje in de vergetelheid geraakt. Wanneer zijn carrière precies op haar hoogtepunt was, is moeilijk te zeggen. Zijn meest bekende film is waarschijnlijk "The great Ziegfield" (1936), waar hij ook een Oscar voor kreeg. De waardering van deze film op IMDB is echter flink gezakt. Tegenwoordig wordt zijn werk  uit de jaren '20 (althans op IMDB) hoger gewaardeerd.

    HET VERHAAL

    Wanneer twee rijke vrijgezelle heren zich ongeveer tegelijkertijd vestigen in een slaperig stadje in Amerika, leidt dit tot grote beroering. Vooral in gezinnen met huwbare dochters. De famillie Bennet, waarin vijf huwbare dochters rondlopen (zie poster, drie zijn zichtbaar in afbeelding 1), vormt hierop zeker geen uitzondering.

    COMMENTAAR

    Films waarin "de problematiek" van de huwbare dochters centraal staan, spelen een grote rol in het oeuvre van Yasujiro Ozu. Ook in het werk van de schrijfster Jane Austen staat deze problematiek centraal. De op haar boeken gebaseerde films lijken op het eerste gezicht in alle opzichten verschillend ten opzichte van het werk van de Japanse meester. Hoogoplopende passie en doldwaze verwikkelingen staan hier tegenover de monotonie van het dagelijkse bestaan en de subtiliteit van het kleine gebaar bij Ozu. Toch zijn de verschillen kleiner dan ze op het eerste gezicht wellicht lijken. In beide gevallen beteft het vaak een botsing tussen het klassebewustzijn van de ouders, en de wens van  de dochter om zelfstandig haar partnerkeuze te kunnen maken. Waar het in de films van Ozu vaak gaat om gezinnen in de lagere middenklase die moeite hebben zich te handhaven, spelen de verhalen van Austen zich meestal af in de hogere kringen. De gezinnen met de dochters verkeren vaak in moeilijkheden, en trachten kost wat kost de schijn hoog te houden. Een goed huwelijk kan dan uitkomst bieden.

    De boeken van Jane Austen zijn onverminderd populair. Zeker haar eerste twee werken. Eerder besprak ik reeds een verfilming van "Sense and sensibility" (1995, Ang Lee). Ook "Pride and prejudice" mag zich in een grote belangstelling verheugen vanuit de film- / televisiewereld. In 1995 was er een televisieserie met Colin Firth in de hoofdrol, in 2003 was er een (slecht ontvangen) film van Andrew Black, in 2005 was er een (beter ontvangen) film van Joe Wright en in 2014 was er tenslotte weer een televisieserie. Temmidden van al deze hedendaagse Austen-adaptaties leek het mij leuk om eens terug te keren naar de eerste Austen verfilming, de 1940 versie van "Pride and prejudice" van Robert Leonard.

    De jaren '40 waren onder andere de jaren van de "screwball comedys". Howard Hawks was een erkend meester in dit genre. In een screwball comedy draait alles om de "battle of the sexes", een battle die wordt uitgevochten middels scherpe dialogen. Uiteindelijk loopt de haat-liefde verhouding die centraal staat in een dergelijke film natuurlijk altijd goed af. Ook in "Pride and prejudice" gaat het om een haat - liefde verhouding (en ook deze loopt uiteindelijk goed af), maar echt scherpe dialogen zal men vergeefs in deze film zoeken. De strijd wordt veel meer uitgevochten met lichaamstaal en (zich verschuilen achter) etiquettes. Vergelijk "Pride and prejudice" met het een jaar eerder verschenen "The women" (1939, George Cukor) (noot 1) en het verschil tussen een screwball ("The women") en een romcom (romantische comedy, "Pride and prejudice") zal duidelijk zijn.

    Met Laurence Olivier (als Mr Darcy, geen nadere introductie nodig) en Greer Carson (als Elizabeth Bennet, Greer Carson speelde ook de hoofdrol in "Mrs Miniver"  (1942, William Wyler)) is de bezetting van de rollen van het strijdende koppel natuurlijk uitstekend. Ook de ouders van de (aanstaande) bruid mogen wat mij betreft in het zonnetje gezet worden. Mary Boland zet als Mrs Bennet een fanatiek koppelende,  wat chaotische drama queen van een moeder neer. Edmund Gwenn zet als Mr Bennet uitstekend een wat flegmatieke maar meer pragmatische tegenpool neer.

    In het begin van de film lijkt de comedy de overhand te krijgen. Als het nieuws van de twee rijke vrijgezelle heren bekend wordt ontstaat er een ware race tussen de koetsen van twee moeders die met hun dochters aan het winkelen waren. Beiden willen als eerste thuis zijn om deze begeerde vrijgezellen onmiddellijk te kunnen inviteren. Daarna wordt een dochter met opzet door het noodweer gestuurd om bij één van beide heren op visitie te gaan. De voorzienbare verkoudheid zal immers leiden tot een gedwongen logeerpartij. Later in de film herstelt zich de verhouding tussen rom(antiek) en com(edy) en wordt het alsnog een echte romcom.

    Noot 1: Ook in "The women" hebben we te maken met de relaties tussen een groep vrouwen onderling, al zijn dat in dit geval niet allemaal zussen.

    DATUM: 12 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 7

    Tweestrijd der gevoelens (1940) on IMDb

    Reacties

    Gabbeh (1996, Mohsen Makhmalbaf)

    Gaslight (1944, George Cukor)

    Il Gattopardo (1963, Luchino Visconti)

    The General (1926, Buster Keaton)

    Una giornata particolare (1977, Ettora Scola)

    Till glädje (1950, Ingmar Bergman)

    Glengarry glen ross (1992, James Foley)

    The gold rush (1925, Charlie Chaplin)

    Der Golem, wie er in die Welt kam (1920, Paul Wegener)

    Gone with the wind (1939, Victor Fleming)

    Goodbye Lenin (2003, Wolfgang Becker)

    Good morning (1959, Yasujiro Ozu)

    The Gosta Berling saga (1924, Mauritz Stiller)

    La grande illusion (1937, Jean Renoir)

    Gran Torino (2008, Clint Eastwood)

    Great expectations (1946, David Lean)

    De grote stilte (1963, Ingmar Bergman)

    Groundhog day (1993, Harold Ramis)

    Guess who's coming to dinner (1967, Stanley Kramer)

    Gun crazy (1950, Joseph H. Lewis)

    DE REGISSEURS

    Voor een inleiding op het werk van de gebroeders Taviani, zie het openingsartikel van de aan hen gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    De film "Kaos" vertelt 4 korte verhalen van nobelprijswinnaar Luigi Pirandello. Hierna sluit de film af met een epiloog waarin  Pirandello de hoofdpersoon is.

    In "De andere zoon" blijft een moeder hopen op een teken van leven van haar naar Amerika geëmigreerde zoons. De op Sicilië achtergebleven zoon keurt ze, ondanks zijn pogingen tot toenadering, geen blik waardig. Aan het eind van het verhaal blijkt dat deze zoon verwekt is tijdens een verkrachting.

    In "Maanziekte" blijkt de man van een pas getrouwd paar tijdens volle maan aan een soort toevallen te leiden. Zijn jonge vrouw schrikt daar de eerste keer geweldig van. Als ze haar moeder om raad vraagt, komt deze met een snood plan. Tijdens volle maan zal de man de nacht in de buitenlucht doorbrengen. De vrouw zal een mannelijke bewaker krijgen. Laat dat nou precies de jeugdliefde van de vrouw zijn, aan wie de ouders wegens zijn geringe vermogen geen toestemming hebben gegeven om hun dochter te huwen. De dochter ziet deze mogelijkheid om haar liefde alsnog te consumeren wel zitten (afbeelding 1), maar de minaar krijgt op het laatste moment medelijden met de wettige echtgenoot.

    In "De kruik" snuivelt een gigantische aardewerken kruik, juist op het moment dat de olijvenoogst in volle gang is. Er is maar één vakman die de kruik zodanig kan lijmen dat er alsnog olijfolie in opgeslagen kan worden. Deze man repareert de kruik van binnenuit, maar denkt daarbij niet aan zijn bochel. Na afloop van de reparatie zit hij muurvast gevangen in de kruik.

    In "Requiem" heeft een groep landarbeiders zich jaren geleden illegaal gevestigd in de buitengewesten van het grondbezit van de baron. Deze is er niet in geslaagd ze van zijn landgoed af te zetten, maar betwist ze wel het recht op een eigen begraafplaats. Als de padre familias van de groep zijn einde voelt nadere lopen de spanningen op.

    In "Epiloog" keert de schrijver terug naar zijn geboortedorp op Sicilië (afbeelding 2), om een gesprek te hebben met de geest van zijn overleden moeder.

    COMMENTAAR

    "KAOS" wordt gerekend tot de betere (zo niet de beste) films van de gebroeders Taviani. Het Siciliaanse landschap is in deze film even schitterend als in "Il gattopardo" (1963, Luchino Visconti). Met name het bergdorp waarvan we tussen de verhalen door steeds een helicopterview krijgen te zien, is werkelijk betoverend. Tegelijkertijd is het landschap echter droger, stoffiger en harder dan in de genoemde film van Visconti. De hardheid van het landschap past daarbij naadloos in de hardheid van het bestaan. "KAOS" gaat niet, zoals "Il gattopardo" over de ene elite die de anders afwisselt. In "KAOS" speelt op de achtergrond van diverse verhalen steeds de strijd van de arme boer / pachter met de grootgrondbezitter een rol. In 1998 hebben de gebroeders Taviani met "Tu ridi" nogmaals een film gemaakt rondom een aantal korte verhalen van Luigi Pirandello. Zoals bij de meeste vervolgfilms kon ook deze nieuwe poging het origineel niet evenaren.

    Alle verhalen in de film (behalve, zoals gezegd, de epiloog) zijn gebaseerd op het werk van Pirandello. Is de schrijver de enige rode draad tussen deze verhalen, of is er ook inhoudelijk een thema te ontwaren? Laten we kijken of de titel een hint geeft. De titel "KAOS" verwijst in de eerste plaats naar Cavusu, het Siciliaans geboortedorp van Pirandello. Ook hier komen we dus weer uit bij de schrijver als enig verbindend element.

    "KAOS" verwijst echter tevens naar het Griekse "chaos" (Cavusu is een verbastering van dit Griekse woord). "Chaos" staat  voor de toestand die heerste voordat de Goden de wereld geschapen hadden. Ons woord chaos (een ongeordende en ongecontroleerde toestand) is daar later van afgeleid. Hoe interessant deze woordgeschiedenis ook moge zijn, heel veel dichter bij de thematiek van de film bracht zij mij niet. Toch is de film naar mijn mening meer dan vijf losse verhalen.

    De eerste twee verhalen ("De andere zoon" en "Maanziekte") gaan over liefde en trouw, en vooral over het feit dat deze zich niet laten dwingen. Zowel de andere zoon als de wettige echtgenoot hebben zowat alles over voor hun moeder resp. hun vrouw. Afwijzing resp. overspel is hun loon. Ondanks dat is er niet echt sprake van een good guy / bad girl verhaal. Zowel de moeder als de vrouw hebben hun reden om de liefde niet te beantwoorden. Misschien niet 100% rationeel (wat kan iemand er nu aan doen dat hij door een verkrachting verwekt is, hij is de dader toch niet), maar wel begrijpelijk.

    De laatste twee verhalen ("Requiem" en "Epiloog") staan duidelijk in het teken van de vergankelijkheid van het leven. In "Requiem" staat de padre familias nog net aan de ene kant van de scheidslijn, de moeder in "Epiloog" heeft deze grens enige tijd geleden overschreden ("mijn lichaam was in verval, de dood moest wel op bezoek komen"). Echter ook de schrijver zelf heeft in de epiloog een leeftijd bereikt waarbij hij steeds vaker terugkijkt naar het verleden. Wat dat betreft deed de sfeer van deze epiloog erg denken aan "Wilde aardbeien" (1957, Ingmar Bergman).

    "De kruik" is het komisch intermezzo tussen deze twee "blokken" in. Dit intermezzo helt wat mij betreft een beetje over naar het laatste blok. Grootgrondbezitter Don Lollo is zich er van bewust dat het grootste deel van zijn leven achter hem ligt en deze gedachte maakt hem soms wat obstinaat. Als een jongste bediende langsloopt kan hij het niet nalaten om op te merken: "Bezit geen rooie cent, maar toch zal hij mij dik overleven" (alsof geld recht geeft op een lang leven). Hij wordt helemaal met zijn neus op de feiten gedrukt als er aan het einde van het verhaal een nachtelijk feest ontstaat rondom de ambachtsman die gevangen zit in de kruik (Don Lollo kan het niet over zijn hart verkrijgen de kruik opnieuw te breken). Als Don Lollo wakker wordt merkt hij dat zijn jonge minnares het bed verlaten heeft om mee te doen aan het feest. Eenzaam ligt hij daar in zijn bed, buitengesloten op zijn eigen landgoed. Een mooie scene.

    De gebroeders Taviani waren van oudsher links georienteerd. Hun debuutfilm "Un uomo da bruciare (a man for burning)" uit 1962 gaat over een man die terugkeert naar Sicilië en daar de boeren probeert te bewegen in opstand te komen tegen hun onderdrukkers. Aan het begin van deze recensie vergeleek ik "KAOS" met "Il gattopardo" en had het ook over de tegenstelling kleine boeren versus grootgrondbezitters die een rol zou spelen. Deze rol is echter verschoven van de centrale verhaallijn (in "Un uomo da bruciare") naar de achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt. Het meest duidelijk is dat in "De kruik" en "Requiem" (in deze verhalen spelen de grootgrondbezitters een essentiële rol), maar ook in "De andere zoon" (waarom emigreert iedereen en masse?) en "Maanziekte" (je dochter uithuwelijken aan de man die haar kan onderhouden, niet aan de man waarvan ze houdt) is de armoede van de kleine boeren op de achtergrond voelbaar. In de verhalen zelf ligt echter veel meer de nadruk op de immateriële, niet economische zaken van het leven. Een gruwel voor de rechtgeaarde comunist, maar een zegen voor de filmliefhebber.

    DATUM: 6 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 9 

    Kaos (1984) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Georg Wilhelm Pabst, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    De film vertelt het overbekende verhaal van Don Quichotte, een lage edelman die (enigszins in de war) zichzelf aanziet voor een nobele ridder. Dingend naar de gunsten van de door hem aanbeden edelvrouw Dulcinea (in werkelijkheid een boerenmeid), trekt hij de wereld in om het onrecht te bestrijden. Helaas ziet hij schapen aan voor een leger en windmolens voor reuzen. Zijn pragmatische assistent Sancho Panza weet meestal al te grote ongelukken te voorkomen.

    COMMENTAAR

    In de eerste helft van de jaren '30, de tweede helft van zijn glorietijd, richtte Pabst zich met name op de verfilming van bekende werken uit de wereldliteratuur. Na "Die dreigroschen oper" (1931) pakte hij in 1933 het overbekende verhaal van Cervantes op. Er valt wel een beetje een parallel te trekken met Orson Welles, die in de tweede helft van zijn carrière ook veel aan literatuurverfilming deed, al richte deze zich met name op Shakespeare ("MacBeth" (1948), "Othello" (1952) en "Fallstaf" (1965)). De parallel wordt nog sterker wanneer men bedenkt dat ook Welles tussen 1957 en 1969 tevergeefs heeft geprobeerd Don Quichotte te verfilmen.

    Don Quichotte is een tijdloze figuur die zich middels spreekwoorden in de cultuur van diverse landen heeft genesteld. Denk aan het Nederlandse spreekwoord "Vechten tegen windmolens", als wordt bedoeld dat iemand strijd tegen een imaginaire vijand, die alleen in zijn eigen hoofd bestaat. Net zo belangrijk als Don Quichotte is echter zijn assistent Sancho Panza. Ondanks de overdosis idealisme van zijn baas slaagt deze er in zijn benen stevig op de grond te houden, en op deze manier de grootste ongelukken te vermijden. De combinatie van idealistische anti held en pragmatische sidekick is een klassiker geworden in literatuur en film. Het meest letterlijk gebaseerd op Don Quichotte en Sancho Panza zijn misschien wel de kruisvaardridder Anthonius Block en zijn hulpje Jöns in "Het zevende zegel" (1957, Ingmar Bergman).  Tal van variaties op dit thema zijn echter denkbaar. Wat te denken van Lambik en Suske&Wiske, heer Bommel en Tom Poes en (ontdaan van alle discussies over discriminatie) Sinterklaas en Zwarte Piet.

    Ik noemde twee alinea's geleden reeds het spreekwoord waarmee Don Quichotte voorleeft in het Nederlands taalgebied. Pabst heeft deze bekende passage uit het verhaal naar achteren verplaatst (tegen het einde van de film) en er de techisch misschien wel meest geavanceerde scene van de film van gemaakt. Het point of view perspectief als Don Quichotte op de molen afstormt, verwikkelt raakt in de wieken en vervolgens met deze wieken meedraait is ingenieus, zeker voor 1933. Ik vond een andere afwijking van het oorspronkelijke verhaal echter belangrijker. Hier gaat het namelijk niet alleen om techniek, maar om een inhoudelijke interpretatie van de regisseur. In de laatste scene worden de geliefde boeken van Don Quichotte verbrand. Het zijn deze boeken die de waandenkbeelden in zijn hoofd hebben veroorzaakt, maar Don Quichotte is er zo aan gehecht dat hij bij het zien van de brandstapel instort en overlijdt. Boekverbrandingen doen ons natuurlijk meteen denken aan dictaturen in het algemeen en het Nazi-regime in het bijzonder. In 1933 was het echter zeker nog te vroeg voor deze laatste associatie. Bovendien waren de denkbeelden van Don Quichotte niet gevaarlijk voor de werkelijke wereld. De werkelijkheid van deze wereld was echter wel ontluisterend voor Don Quichotte. Soms is het gevaarlijk om iemand uit zijn waan te halen.

    DATUM: 30 juli 2016

    EIGEN WAARDERING: 7

    Don Quichotte (1933) on IMDb

    Reacties
    Filmposters