Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

     

     

    Gran Torino

    Vrijdag 20 januari, 20:30 - 22:45 uur en Vrijdag 27 januari, 20:30 - 22:45 uur

    Veronica

     

     

    Shame

    Vrijdag 20 januari, 22:15 - 23:50 uur

    NPO 3

     

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Martin Koolhoven (1969) heeft in zijn filmcarrière een gevarieerd oeuvre opgebouwd. De televisiefilm "Suzy Q" (1999) leverde hem de nodige waardering op, maar plaatste hem wel in het alternatieve circuit. Tevens was deze film het begin van een samenwerking met actrice Carice van Houten, in feite was het haar doorbraakfilm. Ook in latere films van Koolhoven (waaronder "Brimstone" (2016)), zou Carice van Houten een rol vervullen. 

    Al snel maakte Koolhoven duidelijk dat hij zich niet wenste te beperken tot het alternatieve circuit. In 2005 had hij als Nederlandse regisseur de primeur dat hij twee mainstreamfilms binnen een jaar in de bioscoop had draaien ("Knetter" en "Het schnitzelparadijs"). In 2008 kwam "Oorlogswinter" naar het boek van Jan Terlouw uit. Daarna werd het een tijd stil rondom Martin Koolhoven. Hij was bezig met een internationale film met een internationale cast. Ruim 7 jaar zou hij aan dit project werken. Met "Brimstone" verbrak hij in 2016 het stilzwijgen.

    HET VERHAAL

    Een vrouw (afbeelding 1) komt in opstand tegen haar vader. Deze vader is de tirannieke predikant van een Nederlandse kolonistengemeenschap (afbeelding 2). Zijn interpretatie van het woord van de Heer betekent voor vrouwen absolute gehoorzaamheid en loopt opvallend vaak parallel aan zijn eigen sexuele behoeften.

    COMMENTAAR

    Het idee van een Nederlandse Western alleen al was voor mij spectaculair genoeg om zo snel mogelijk naar de bioscoop te gaan (ik zag de film tijdens een voorpremière). Bovendien een Western die zich niet afspeelt in het typische John Ford achtige landschap van het Zuidwesten van de Verenigde Staten (Monument valley), maar meer Noorderlijk (noot 1). Dit laatste lijkt een beetje een trend te worden. Was situering van het verhaal in het Noordwesten in "McCabe & Mrs Miller" (1971, Robert Altman) nog een uitzondering, de laatste tijd komt dit steeds vaker voor ("The revenant" (2015, Alejandro Inarritu)). 

    Hoewel dus alle lof voor de durf van regisseur Martin Koolhoven, kan ik er toch niet omheen dat de film mij tegenviel. Ik denk dat dit vooral komt doordat de regisseur teveel in één film heeft willen proppen. De combinatie van de genres Western en Horror is op zich al ambiteus, als je daar dan ook nog een maatschappelijke boodschap in wilt stoppen wordt het wel erg veel van het goede.

    Om te beginnen met de combinatie van Western en Horror. Deze combinatie ligt besloten in de rol van de tirannieke priester (Guy Pierce). Ook in de naam van de film komt dit al tot uitdrukking. Brimstone is namelijk niet alleen een ouderwetse naam voor sulfur, het is tevens (in "Fire and Brimstone") een aanduiding voor een stijl van preken waarin hel en verdoemenis centraal staan. Er zijn eerder films gemaakt gemaakt rond tirannieke priesters. Denk aan "Fanny en Alexander" (1982, Ingmar Bergmen), maar vooral aan "The night of the hunter" (1955, Charles Laughton) (noot 2). In "Fanny en Alexander" is de priester vooral fundamentalistisch. In "The night of the hunter" is hij gewoon slecht. Aan zijn hoogdravende preken ligt immers puur eigenbelang ten grondslag. Een eigenbelang waarvoor hij desnoods over lijken gaat. "Brimstone" biedt als het ware de overtreffende trap van "The night of the hunter". Deze priester is niet slecht, hij is duivels. Niet alleen kan hij voor een priester opvallend goed overweg met geweer en mes, ook pleegt hij moorden waarbij het in eerste instantie onduidelijk is hoe hij in hemelsnaam op de plaats van het misdrijf aanwezig heeft kunnen zijn (de vorige scene was hij immers ergens anders). Voeg hierbij een flink litteken in het gezicht, en het duivelse beeld is compleet.

    Door de duivelse trekken die de priester aanneemt, verschuift het karakter van de film richting horror. Dit bemoeilijkt in mijn ogen het (op een geloofwaardige manier) aansnijden van maatschappelijke thema's. Bij dit aansnijden van maatschappelijke thema's wordt de emancipatie van de vrouw het meest genoemd in andere recensies. Op zich logisch want hoofdpersoon Liz (Dakota Flanning) is inderdaad een onafhankelijke vrouw, die in opstand komt tegen de onderdrukking door (de geloofsinterpretatie van) haar vader. Een onderdrukking die haar moeder (Carice van Houten) zich nog liet welgevallen. Ook de strijd voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in het deel van de film dat Liz als prostitué in een saloon werkt (denk ook aan "Unforgiven" (1992, Clint Eastwood)) wijst in die richting. Een ander thema, nauw gerelateerd aan de positie van de vrouw, is naar mijn mening minstens zo interessant. Het gaat om de geloofsbeleving van een gemeenschap die bestaat uit mensen die geëmigreerd zijn. De film speelt zich nadrukkelijk af in een Nederlandse kolonie, zelfs de Engelstalige acteurs deden hun uiterste best om steenkolenengels te praten. In zo'n gemeenschap bestaat de neiging om op een regide manier vast te houden aan het geloof van het moederland (de uitdrukking Roomser dan de Paus klinkt een beetje vreemd in deze streng protestantse context). Wat dat betreft is er geen verschil of dit geloof uit het moederland nu Christelijk of Islamitisch is. En zo raakt de film dus aan een zeer actueel thema. Door de overheersing van de horror-elemten echter naar mijn mening niet op een zeer overtuigende manier. 

    Noot 1: In werkelijkheid is de film op diverse locaties in Europa opgenomen.

    Noot 2: In een interview met de Filmkrant geeft Martin Koolhoven aan dat het enige echte filmcitaat dat naar deze film verwijst de scene is waarin Liz (Dakota Fanning) met een geweer in de aanslag op wacht zit op de veranda, om haar dochter te beschermen tegen de priester / haar vader. Deze scene vertoont grote gelijkenis met een scene uit "The night of the hunter" waarin Lillian Gish met een geweer in de aanslag zit (zie afbeelding rechtsonder bij de recensie van "The night of the hunter"). Zelf ervoer ik de scene waarin Liz aan het eind van de film zelfmoord pleegt door in het meer te springen ook als een filmcitaat naar "The night of the hunter". Met name de in het water uitwaaierende lange haren (zie ook afbeelding rechtsboven bij de recensie van "The night of the hunter") veroorzaakte bij mij dit gevoel.

    DATUM: 21 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 5

    Brimstone (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Hal Ashby (1929 - 1988) was een representant van de "New Hollywood" stroming. Dit waren regisseurs die zich onafhankelijk opstelden van het Hollywood studio systeem en, in navolging van de Franse nouvelle vague, auteur films gingen maken. De periode van de "New Hollywood" regisseurs loopt ongeveer vanaf "Bonny and Clyde" (1967, Arthur Penn) tot "Heaven's gate" (1980, Michael Cimino). Na de financiële flop van laatstgenoemde film kregen de boekhouders weer meer in de melk te brokkelen en werden de Amerikaanse films in de jaren '80 minder gewaagd en meer voorspelbaar.

    Geheel in lijn met de "New Hollywood" stroming waren de jaren '70 de gouden jaren in de carrière van Ashby. Met maatschappijkritische films als "Harold and Maude" (1971, psychologische problemen), "Shampoo" (1975, sexuele revolutie eind jaren '60), "Coming home" (1978, gehandicapte Vietnam veteraan) en "Being there" (1979) maakte Ashby naam.

    Hal Ashby kon zijn succes in de jaren '80 niet continueren. Zijn extreme perfectionisme bracht hem steeds meer in conflict met producers. Wel produceerde hij nog een aantal popclips / popdocumentaires. Zo maakte Ashby de clip voor het Police nummer "Message in a bottle" en kwam in 1983 de documentaire "Let's spend the night together" uit over een tournee van de Rolling Stones in 1981.

    Om zijn orderportefeuille weer wat meer gevuld te krijgen nam Ashby afscheid van zijn hippie uiterlijk, en stak zich zelfs in het nette pak. Het was echter al te laat. Niet lang daarna openbaarden zich de eerste symptomen van de ziekte waaraan hij nog voor zijn 60e zou overlijden.

    HET VERHAAL

    Chance (Peter Sellers) is een man van middelbare leeftijd die leeft in het huis van een vermogende man. De relatie tussen Chance en deze man wordt niet duidelijk (is de man zijn vader?). Wel duidelijk wordt dat Chance in zijn geestelijke ontwikkeling is achtergebleven, en weinig anders doet dan televisiekijken. Aangezien hij nooit buiten de muren van het huis komt, ontleent hij al zijn kennis over de buitenwereld aan de televisie.

    Als de man overlijdt, wordt zijn huishouden ontbonden. Chance komt (letterlijk voor het eerst van zijn leven) op straat te staan. Het hoeft geen betoog dat hij daar slecht op is voorbereid. Hij loopt dan ook wat verloren rond als hij wordt aangereden door de vrouw van een miljonair (Shirley MacLaine). De verwondingen vallen mee, maar bang voor claims neemt de vrouw hem mee naar de privé kliniek die zij aan huis hebben (de man is ernstig ziek). 

    Eenmaal in huis valt Chance erg in de smaak van de miljonair met zijn tegeltjeswijsheden. De miljonair zoekt er allerlei diepere filosofische gedachten achter. Aangezien de miljonair een groot netwerk heeft, is Chance binnen een mum van tijd een belangrijke adviseur van de Amerikaanse president.

    COMMENTAAR

    Ik heb "Being there" opnieuw bekeken in relatie met "Mr Smith goes to Washington" (1939, Frank Capra). In deze film (maar ook bijvoorbeeld in "The Hudsucker proxy" (1994, Joel & Ethan Coen)) wordt een simpele ziel bewust als een soort katvanger op een leidinggevende positie gezet. In "Being there" daarentegen zet de elite niet een simpele ziel op het verkeerde been, maar is het eerder omgekeerd (zonder dat er bij de simpele ziel overigens sprake is van moedwil). 

    Chance is in dit verhaal de simpele ziel, en alles wat hij van de wereld weet heeft hij opgestoken van de televisie. De vraag is nu of deze komedie gaat over de media, de oppervlakkigheid of misschien wel de oppervlakkigheid waar de media aanleiding toe geven (de wereld wordt gereduceerd tot one liners)? Terugkijkend met de kennis achteraf van Facebook, Twitter en de overige sociale media zijn we misschien geneigd in "Being there" een film over (de gevolgen van) mediaverslaving te zien. Ongetwijfeld waren er eind jaren '70 mensen televisieverslaafd, maar we zouden dan toch over het hoofd zien dat de simpelheid van Chance niet voortspruit uit zijn vele televisie-uren. Ook zonder televisie zou Chance geestelijk beperkt zijn.

    De film gaat in mijn ogen vooral over oppervlakkigheid. De hele film door loopt Chance gemeenplaatsen te debiteren in de sfeer van "Oost - West, thuis best". Vaak beweert hij zelfs in het geheel niets, maar spiegelt zich alleen maar aan zijn gesprekspartners. Hij glimlacht vriendelijk en zegt vervolgens "Inderdaad, Ben", gevolgd door een herhaling van wat net gezegd is. Daar komt hij vervolgens heel ver mee. Door al zijn nagepraat voelen zijn gesprekspartners zich gesteund in hun eigen gelijk. Als Chance één van zijn algemeenheden debiteert, vullen ze die naar eigen behoeften in. Zo vertelt Chance tegen de Amerikaanse president dat na de winter de lente komt, daarna de zomer en de herfst waarna het vervolgens weer winter wordt (Chance was in het huis van de vermogende man belast met het tuinonderhoud). De president maakt daarvan dat, net als in de natuur, de economie zijn seizoenen heeft. In de natuur accepteren we dat. Misschien moeten we de op- en neergaande bewegingen in de economie ook maar accepteren, en daar niet met begrotingsbeleid krampachtig tegen in gaan. Zie de clip voor deze gehele conversatie. Wat is die Chance toch een goede adviseur! Is dit alles vergezocht? Wie zijn oor goed te luisteren legt bij management-goeroes ("Geloof in jezelf!") en adviseurs ("Wat vindt je er zelf van?") weet wel beter.

    De film zet de "terreur van de gemeenplaats" prachtig te kijk. Toch vallen er ook wel een paar minpuntjes te noteren. Zo kunnen we niet anders dan de figuur van Chance als geestelijk achtergebleven beschouwen. Waar was dat voor nodig? De meeste dooddoeners komen immers van mensen die ze allemaal op een rijtje hebben, dat is juist het ergste. Ook de zogenaamd komische side plots over veiligheidsfunctionarissen die op zoek gaan naar dossiers over Chance (die er natuurlijk niet zijn) en over dames van middelbare leeftijd die op cocktailparty's vallen voor Chance (waar hij niets van begrijpt) komen op zijn best niet over.

    Wel leuk vond ik de scene waarin Chance net zijn vertrouwde woning heeft verlaten. Door de (in de loop van de tijd verkrotte) buurt lopend stuit hij op een jeugdbende. Wanneer die te opdringerig worden pakt Chance zijn afstandsbediening en probeert ze weg te zappen. Hè wat vervelend nou, thuis lukte dat altijd wel. Bij het verlaten van het vertrouwde huis wordt trouwens een jazzy uitvoering van "Also sprach Zarathustra" van Wagner gespeeld. Iedere filmliefhebber denkt dan natuurlijk onmiddelijk aan "2001, a space odyssey" (1968, Stanley Kubrick). Inderdaad staat ook Chance op dat moment op het punt een voor hem geheel nieuwe wereld te ontdekken. 

    Bij het opnieuw bekijken van "Being there" viel mij één element op dat me de eerste keer totaal ontgaan was, en dat was de hint naar racisme. Deze hint werd gegeven door de voormalige (zwarte) kokkin van het huis van de welgestelde man. Deze is zeer verbaasd als ze (de inmiddels tot adviseur van de president opgeklommen) Chance op een gegeven moment terugziet in een talkshow op TV. Volledig op de hoogte van de beperkte mogelijkheden van Chance leidt dit bij haar tot de uitroep: "Look at him now! Yes, sir, all you've gotta be is white in America, to get whatever you want. Gobbledy-gook!". Ze heeft zonder meer een punt. Chance is blank en ziet er bovendien tot in de puntjes verzorgd uit, dit laatste ten gevolge van de garderobe van zijn weldoener. Iemand die er zo respectabel uitziet kan toch geen onzin uitkramen? (afbeelding 2)

    DATUM: 7 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    Being There (1979) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Damien Chazelle (1985) staat nog aan het begin van zijn carrière. Hij heeft tot nog toe drie films gemaakt ("Guy and Madeline on a park bench" (2009), "Whiplash" (2014) en "La La Land" (2016)). In al deze films speelt de muziekwereld een belangrijke rol. Steeds wordt benadrukt hoe moeilijk het is om als muzikant door te breken. Met name "Whiplash", waarin iemand die op het conservatorium voor jazz-drummer studeert een strenge (om niet te zeggen tirannieke) leraar heeft, heeft een sterk autobiografische inslag.

    HET VERHAAL

    De carrières van Sebastiaan (Ryan Gosling) en Mia (Emma Stone) zitten in het slop, als ze achter alkaar in de file staan richting LA. Sebastiaan is een jazz pianist die in een restaurant jingle bells speelt. Mia is een would be actrice wiens audities zelden langer duren dan twee zinnen, en die in de tussentijd koffie serveert aan actrices die wel doorgeboken zijn in een koffieshop op het MGM terrein.

    Als er weer beweging komt in de file, zit Mia nog de teksten van haar volgende auditie te repeteren. Het komt haar op een claxon van Sebastiaan te staan, een toeter die ze beantwoord met een opgeheven middelvinger. De eerste slag is een daalder waard, zullen we maar zeggen. Als geroutineerde filmkijker weet je dan dat het ongewtijfeld wat wordt tussen die twee, en halverwege de film is dat ook zo. Is hun relatie er echter tegen bestand als de twee carrières plotseling van de grond komen?

    COMMENTAAR

    In een interview met de regisseur las ik dat hij zijn inspiratie voor "La La Land" deels had gehaald uit de stadsdocumentaires uit de jaren '20 en '30. We moeten dan denken aan films als "Berlin, die sinfonie der Grosstadt" (1927, Walther Ruttmann), "Menschen am Sonntag" (1930, diverse regisseurs), maar ook het Russische "Man with a movie camera" (1929, Dziga Vertov). Hoewel de film diverse locaties in LA gebruikt die nauw verbonden zijn met de (film)historie van de stad (volgens Mia hebben in het huis tegenover haar koffiebar opnames van "Casablanca" (1942, Michael Curtiz) plaatsgevonden), doet de stijl van deze film toch veel meer aan een Musical denken dan aan een documentaire.

    De musical lijkt in deze cynische tijd een gewaagd genre, maar aan de andere kant: was de musical niet altijd al een populaire uitvlucht uit de dagelijkse problemen in moelijke tijden? De openingsscene wordt niet alleen gebruikt om de hoofdpersonen te introduceren (hun auto's staan letterlijk stil, hun carrières staan figuurlijk stil), maar ook om het wezen van de musical te illustreren. Tijdens zo iets vervelends als een file komt iedereen uit zijn auto en ontstaat een geweldig dansfestijn.

    De vraag is nog wel of de film teruggrijpt op de musical van de jaren '30 (met het duo Fred Astaire en Ginger Rogers als de grote sterren en "Top hat" (1935, Mark Sandrich) als misschien wel meest bekende film) of op de musical uit de jaren '50 (met Gene Kelly en Cyd Charisse als danssterren en "Singin' in the rain" (1952, Stanley Donen) als bekende film)? Deze vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Het felle kleurgebruik doet sterk denken aan "Singin' in the rain" (zie afbeelding 1 en vergelijk deze met de videoclip bij "Singin' in the rain"). Het onderling gekibbel tussen Sebastiaan en Mia (in her eerste gedeelte van de film) doet aan de andere kant weer denken aan de standaard verhaallijn in de "Fred en Ginger" films (die ook altijd pas tegen het eind doorhadden dat ze bij elkaar pasten). 

    Eenzelfde ambiguïteit met betrekking tot de periode waar de film op teruggrijpt is ook terug te vinden in "The artist" (2011, Michel Hazanavicius), een andere moderne musical van enkele jaren geleden. "The artist" grijpt terug op de periode van de opkomst van de geluidsfilm, maar doet dat door middel van een verhaal dat toch wel heel sterk lijkt op dat van "Singin' in the rain". In "The artist" hebben we te maken met een koppel waarvan de carrière van de één bergaf en de carrière van de ander juist bergop gaat. In "La La Land" gaan beide carrières de goede kant op. Hierbij dient echter wel een onderscheid te worden gemaakt tussen het financiële aspect en het artistieke aspect. Zo is Sebastiaan erg begaan met het dreigende uitsterven van de Jazz, en wil hij deze trend keren door zijn eigen Jazzclub te openen (afbeelding 2). Overigens is ook dit een overeenkomst met "The artist", waarin de mannelijke hoofdpersoon zich zorgen maakt over de ondergang van een andere kunstvorm, namelijk de stomme film. [SPOILER !] Uiteindelijk weet Sebstiaan zijn artistieke droom te verwezenlijken (hij opent zijn eigen club), terwijl Mia financieel gesproken het best boert. Aan de kijker om uit te maken wat het meest belangrijk is.

     

     

    DATUM: 30 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 8 

    La La Land (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    George A. Romero (1940) heeft zich overduidelijk gespecialiseerd in het horror genre. Hij is het meest bekend geworden door zijn "zombie trilogie": "Night of the living dead" (1968), "Dawn of the dead" (1978) en "Day of the dead" (1985).

    HET VERHAAL

    Barbra en Johnny Blair rijden door een verlaten landschap in Pennsylvania. Ze gaan bloemen leggen op het graf van hun vader. Op het kerkhof worden ze lastig gevallen door een vreemde man, die Johnny dood. Barbra vlucht in paniek naar een nabijgelegen boerderij. Al snel blijkt dat meer mensen hun toevlucht tot deze boerderij genomen hebben. Ze zijn allemaal op de vlucht voor doden die weer tot leven zijn gekomen, Eenmaal weer tot leven gekomen hebben ze het voorzien op het vlees van nog niet overleden mensen.

    De samenwerking binnen het huis verloopt stroef, en bij een mislukte uitbraakpoging laten twee mensen het leven. Uiteindelijk overleeft Ben als enige in het huis. Hij wordt echter toch doodgeschoten als een eskadron van de burgerwacht (die op zombiejacht is, de epidemie van "undead" heeft zich namelijk niet beperkt tot de begraafplaats in de buurt van het huis) het huis nadert en hem aanziet voor een zombie.

    COMMENTAAR

    George Romero wordt wel gezien als de vader van de zombie film. In strikte zin is dit niet juist, want eerder waren er ook al zombiefilms. Wat te denken van "I walked with a zombie" (1943, Jacques Tourneur) waarin het woord zelfs in de titel voorkwam. Of van "Das cabinet des Dr Caligari" (1920, Robert Wiene), waarin weliswaar sprake is van een "somnabulist", maar wordt hier niet gewoon hetzelfde mee bedoeld? De twist die Romero aan het geheel heeft gegeven is dat, waar voorheen een zombie iemand in een trance achtige toestand was, zombie's bij Romero mensen zijn die uit de dood zijn opgestaan (de zogenaamde "undead").

    In feite is "Night of the living dead" een hele recht toe recht aan griezelfilm (het was ook een low budget productie). Er is een afgelegen huis (zodat hulp niet snel te verwachten is), de telefoon is uitgevallen en het kerkhof in de buurt is hofleverancier van een steeds in omvang toenemend aantal zombie's. Meer ingrediënten heb je niet nodig om een horror cocktail te maken. Toch smaakte deze horror cocktail mij niet bijzonder goed. Ik noem twee redenen. In de eerste plaats zet de film teveel in op het schokeffect en brengt de meest gore details expliciet in beeld. Eerder in deze recensie viel reeds de naam van Jacques Tourneur. Onder andere in de beroemde "zwembadscene" van "Cat people" (1942) toont deze meester van het weglaten niets en laat alles aan de verbeelding van de kijker over. Romero daarentegen toont alles, tot aan het verorberen door de zombie's van de ingewanden van hun slachtoffers, en laat niets aan de verbeelding over.

    In de tweede plaats is er een soort "noch vlees, noch vis" benadering als het gaat om de oorzaak van de zombie plaag. Veel horror films uit de jaren '50 spelen in op maatschappelijke angsten voor communisme, koude oorlog en kernwapens. Vaak staan buitenaardse wezens daarbij symbool voor het "rode gevaar". Denk aan films als "The invasion of the body snatchers" (1956, Don Siegel) of "Forbidden planet" (1956, Fred M. Wilcox). De symboliek is in dat geval een essentieel element van de film. Zo niet bij Romero. De suggestie wordt gewekt dat de epidemie van zombie's is toe te schrijven aan radioactieve straling veroorzaakt door een ongeluk met een satelliet. Deze suggestie voelt echter niet als het aanhaken bij een maatschappelijke angst. Hij is er een beetje met de haren bijgesleept. "Ik kan die doden toch niet spontaan uit hun graf laten kruipen", lijkt de regisseur te hebben gedacht. Misschien was dat echter wel beter geweest. In bijvoorbeeld "The birds" (1963, Alfred Hitchcock) wordt immers ook geen verklaring gegeven voor het vreemde gedrag van de vogels. Men kan er bijv. een ecologisch thema (de natuur slaat terug) in zien, maar de regisseur laat dat geheel over aan de kijker.

    Het zijn niet zozeer de zombie's als wel de levenden die de film interessant maken. Hierbij verdient dan de verhouding tussen blanken en zwarten bijzondere aandacht (de film werd gemaakt in het jaar dat Martin Luther King werd vermoord). Zoals ik al zei verliep de samenwerking in het huis stroef. De grootste tegenstelling bestaat tussen Ben (een zwarte man die plannen maakt en hierbij moed toont) en Harry Cooper (een blanke lafaard die overal tegen is).  Voor een 1968 film is het op zijn minst opvallend dat een zwarte man de held is die uitgroeit tot leider. Ironisch is dan weer wel dat, als het je lukt de antipathie die is opgewekt door het laffe gedrag van Harry even opzij te zetten, zijn adviezen achteraf gesproken helemaal zo gek nog niet waren. Uiteindelijk weet Ben als enige te overleven door zich te verschansen in de schuilkelder, iets dat Harry vanaf het eerste moment had voorgesteld.

    Aan het eind van de film wordt Ben toch nog neergeschoten door een burgermilitie, die denkt dat alles wat beweegt een zombie is. Deze burgermilitie heeft een verdacht witte samenstelling. Na het doodschieten van Ben bevriest het beeld. In zeer grofkorrelige stills (wat mij betreft het meest geslaagde deel van de film) zien we hoe de militie vleeshaken gebruikt om haar slachtoffers op een vuurstapel te leggen. Wie zijn eigenlijk de echter "creeps"?

    DATUM: 13 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 5

    Night of the Living Dead (1968) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Vincente Minnelli (1903 - 1986) is vooral bekend vanwege musicals als: "Meet me in St Louis" (1944), "An American in Paris" (1951) en "The bandwagon" (1953). Naast musicals heeft hij ook andere films gemaakt, zoals bijvoorbeeld "The bad and the beautiful" (1952). Laatstgenoemde film draait om de manipulaties die achter de schermen van de showbusiness plaatsvinden, een thema dat trouwens ook in sommige van zijn musicals (bijvoorbeeld "The bandwagon") wel wordt aangeroerd.

    Vincente Minnelli was van 1945 tot 1951 getrouwd met Judy Garland. Uit dit huwelijk werd Liza Minnelli geboren.

    HET VERHAAL

    De film volgt het leven van Van Gogh vanaf zijn aanstelling als lekenprediker in het mijngebied van de Borinage (1879) tot aan zijn zelfmoord in 1890.

    COMMENTAAR

    De titel "Lust for life" doet iemand van mijn generatie in eerste instantie denken aan een popsong van Iggy Pop en David Bowie uit 1977. We hebben het hier echter over een film uit 1956 gebaseerd op het gelijkname boek van Irving Stone uit 1934. Dit boek haalt op haar beurt weer veel informatie uit de briefwisseling van Vincent van Gogh met zijn broer Theo.

    Vincent van Gogh is niet de enige Nederlandse meester waar een film aan is gewijd. Reeds in 1936 maakte Alexander Korda een film over Rembrandt en in 2003 maakte Peter Webber met "Girl with a pearl earring" een film over Johannes Vermeer (of eigenlijk meer over één van zijn modellen). 

    De film heeft op alle gebieden een sterke bezetting, is ook vakkundig gemaakt, maar slaagt er op de één of andere manier niet in boven dit "vakkundige" uit te stijgen. Misschien was de sterbezetting wel niet optimaal op het onderwerp afgestemd. Een voetbalelftal met alleen maar vedetten haalt immers ook niet altijd goede resultaten. Zo werd bij de regisseur reeds vermeld dat zijn "specialiteit" toch vooral gelegen was in de musicals en niet zozeer in de biopics. George Cukor, die Minnelli bij enkele scenes ondersteunde, is vooral bekend vanwege zijn screwballs waarin vrouwen een belangrijke rol spelen. Denk aan "The women" (1939) maar ook aan "The Philadelphia story" (1940). Ook de acteurs zijn vooral bekend uit andersoortige rollen. Zo is Kirk Douglas (die de rol van Vincent van Gogh speelt) vooral bekend als actieheld, bijvoorbeeld in "Paths of glory" (1957) en "Spartacus" (1960). Anthony Qiunn (die de rol van collega schilder en vriend Paul Gauguin speelt) kennen we als de mysterieuze buitenlander in "Lawrence of Arabia" (1962, David Lean) en "Zorba de Griek" (1964. Mihalis Kakogiannis). Russel Harlan en Freddie Young, die gezamenlijk het camerawerk voor hun rekening nemen, zijn daarentegen "all round cinematographers". Het is dan ook vooral vanwege het camerawerk dat ik me de film zal herinneren. De kleuren zijn precies goed (niet onbelangrijk in een film die gaat over een schilder). Warm, tegen technicolor aan maar met vermijding van het "zuurstok-effect".

    Vergelijk ik "Lust for life" met "A quit passion" (2016, Terence Davies), dan gaan beide films over een kunstenaar die in de loop van de  tijd getroubleerd raakt. Zoals de beide titels ook al aangegeven zijn er  voor de rest echter weinig overeenkomsten. Waar Emily Dickinson haar hele leven in hetzelfde huis blijft wonen (en zich op het laatst zelfs terugtrekt in één kamer), trekt van Gogh de wijde wereld in. Als ik op Wikipedia de biografie van Van Gogh opzoek, heeft hij de laatste 10 jaar van zijn leven het op weinig plaatsen meer dan een jaar uitgehouden. Ondanks al dit trekken kan hij echter niet vluchten voor de waanzin die in hem zit, en aan deze waanzin is weinig "quiets" te ontdekken. Het ingehouden spel van Cynthia Nixon (als Emily Dickinson) en de "overacting" van Kirk Douglas als Vincent van Gogh (zie afbeelding 1) staan in schril contrast met elkaar. Hierbij blijft natuurlijk de vraag: ligt het aan de rol, aan de acteur of aan de opvattingen over acteren op het moment van filmen (tussen de twee films zit 60 jaar tijdsverschil)?

    Wat het antwoord op bovenstaande vraag ook is, de verbittering die er bij Emily Dickinson inkruipt is voor mij beter invoelbaar dan de gekte die toeslaat bij Vincent van Gogh. Waar ik de indruk heb dat ik de persoon van Emily beter leer kennen dan de persoon van Vincent, geldt het omgekeerde voor hun werk. "Lust for life" besteedt uitgebreid aandacht aan het werk van Vincent van Gogh. Diverse schilderijen worden in close up getoond en de diverse stijlperioden in zijn werk worden uitgelegd. Aan het eind van de film speelt het schilderij "Korenveld met kraaien" (afbeelding 2) een prominente rol. Pas in 2012 is ontdekt dat niet dit schilderij, maar "Boomwortels" het laatste werk van Van Gogh is geweest.

    DATUM: 11 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 7

    Lust for Life (1956) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Terence Davies (1945) ging na school werken op de administratie van een rederij. Hij kwam pas op latere leeftijd in de filmindustrie terecht met "Distant voices, still lives" (1988) en "The long day closes" (1992). Aangezien Davies weinig concessies doet met betrekking tot de onderwerpen en de vormgeving van zijn films, is het rondkrijgen van de financiering vaak niet makkelijk. Zijn oeuvre is dan ook vrij klein.

    HET VERHAAL

    "A quiet passion" (2016) gaat over het leven van Emily Dickinson (1830 - 1886), een Amerikaanse dichteres die zich op latere leeftijd steeds meer terugtrok uit het openbare leven. Op het laatst verbleef zij het grootste deel van haar tijd in haar slaapkamer, en converseerde van boven aan de trap met haar gasten. Zij overleed op jonge leeftijd aan een nierziekte.

    COMMENTAAR

    Zelf kwam ik de naam van Terence Davies voor het eerst tegen in "The story of film", het mooie boek en de begeleidende DVD set die Mark Cousins maakte over de geschiedenis van de film. "Distant voices, still lives" (1988) kwam langs in het hoofdstuk dat over de jaren '80 ging, en ik was zo onder de indruk dat deze film meteen op mijn verlanglijstje kwam te staan. Daar staat de film overigens nog steeds op, want zo vaak worden de (oudere) films van Terence Davies niet vertoond. Ik was dan ook aangenaam verrast toe bleek dat Davies nog steeds films maakte.

    Rondom de feestdagen ben ik van plan naar "La la land" (2016, Damien Chazelle) te gaan. Het eerste wat ik dacht toen ik de trailer van deze film zag was: "hoe durft iemand het aan om in een zo cynische tijd als de onze een zo naïef genre als de musical van stal te halen?".  Het eerste deel van deze gedachte ("Hoe durft iemand het aan") bekroop mij ook bij "A quiet passion". In dit geval betreft het echter de moed om in een hectische tijd, waarin politici zijn gedwongen om in "one liners" te praten daar anders de aandacht afdwaalt, een zo trage film te maken. Ik moet terug naar Carl Theodor Dreyer, en dan met name naar "Gertrud" (1964), om een vergelijkbaar bezadigd tempo te vinden.

    "This is my letter to the world, that never wrote to me"

    Op het eerste gezicht gaat "A quiet passion" over de teleurstelling van een kunstenares, die pas na haar dood echt erkenning voor haar werk krijgt. Belangrijker is echter dat we te maken hebben met een vrouw, die leeft in een tijd dat ze haar onafhankelijkheid alleen kan bewaren door niet te trouwen. Langzamerhand zien we de verbittering toeslaan en wordt ze een echte "oude vrijster". Dat ze aan het eind van haar leven bezoek alleen van bovenaf de trap te woord staat, omdat ze zich geneert voor haar uiterlijk, is dan weer niet helemaal logisch. Is dit immers niet een impliciete erkenning van het feit dat bij vrouwen het uiterlijk belangrijker is dan het innerlijk, of althans dat bij vrouwen het uiterlijk bekangrijker is dan bij mannen?

    De rol van Emily Dickinson wordt gespeeld door Cynthia Nixon, en dat is een casting waar gevoel voor ironie uit spreekt. Cynthia Nixon is immers vooral bekend van de serie "Sex and the City". Een serie die speelt in een tijd waarin het vrouwen wel is toegestaan om relaties (althans "sex") te combineren met een carrière ( "the city"). 

    Zoals eerder opgemerkt kenmerkt "A quiet passion" zich door een traag tempo. De film is bovendien niet erg "naturel", en dit geldt zowel voor de beelden als voor de dialoog. De beelden zijn oogstrelend en er is duidelijk gezocht naar mooie composities. Het deed mij een beetje aan Vermeer denken. Een associatie die ik eerder had bij "Sense and sensibility" (1995, Ang Lee, zie afbeelding 2 bij die recensie). Ook de dialoog is allesbehalve dagelijks taalgebruik, en gezien het feit dat deze film over een dichteres gaat is het hoog poëtische gehalte van de dialogen een niet onlogische keuze. Het komt de kracht van de film ten goede, en dat had zelfs nog sterker kunnen zijn als de Nederlandse ondertiteling soms wat meer to the point was geweest. Toen Emily al ernstig ziek was, heette ze in een gedicht de dood welkom. Wel jammer dat in de ondertitelling het woord "kindly" vertaald wordt met "helaas".

    "Because I could not stop for death, he kindly stopped for me".  

    DATUM: 11 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 8

    A Quiet Passion (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Ken Loach, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Daniel Blake (Dave Johns) heeft net een zwaar hartinfarct gehad. Volgens zijn cardioloog gaat hij langzaam vooruit, maar volgens de ambtenaar bij de sociale dient kan hij morgen weer aan het werk. Hij kan immers 50 meter lopen en een kop koffie inschenken. Het is het begin van een lange strijd met de bureaucratie die ontstaan is rondom de sociale verzekeringen. Tijdens een bezoek aan de sociale dienst ontmoet Daniel Katie (Hayley Squires), een alleenstaande bijstandsmoeder die in hetzelfde schuitje zit. Daniel en Katie proberen elkaar zo goed mogelijk te ondersteunen om de eindjes aan elkaar te knopen .... en OM het veelkoppige monster van de bureaucratie op een afstand te houden.

    COMMENTAAR

    Enige tijd geleden vroeg iemand me of ik "La fille inconnue" (2016), de laatste film van de gebroeders Dardenne al gezien had? "De gebroeders Dardenne, die hebben hun beste tijd toch gehad" was mijn antwoord. Wat een verschil met de meer dan 15 jaar oudere Ken Loach. Na het wat tegenvcallende "Jimmy's Hall" (2014) leek het er even op dat deze inmiddels tachtigjarige regisseur dan toch eindelijk met pensioen zou gaan, maar uit pure verontwaardiging over de afbraak van de verzorgingsstaat kwam hij toch weer in actie. En met succes want "I, Daniel Blake" viel in Cannes flink in de prijzen.

    Wat is het centrale thema van deze film?

    - De hoge werkeloosheid door de financiële crisis? Nee.
    - De versobering van de verzorgingsstaat sinds Thatcher in de jaren '80 aan de macht kwam? Misschien een beetje in tegenspraak met wat ik in de vorige alinea schreef, nee.
    - Meer aandacht voor het bestrijden van uitkeringsfraude? Nee.
    - De toenemende bureaucratie bij de sociale dienst? Komt in de richting.
    - Het feit dat bureaucratie bewust wordt ingezet om mensen te kleineren en van hun rechten af te houden? Vol in de roos!

    Van Ken Loach hoef je geen objectieve documentaire achtige film te verwachten. Hij kiest partij voor de  zwakkeren, en geeft dat ook grif toe. Als kijker laat je je maar al te makkelijk meeslepen. Wie denk't zo'n medewerkster van de sociale dienst wel dat ze is, om zo'n toon aan te slaan tegen iemand die z'n hele leven gewerkt heeft? Vijftig meter lopen en een kop koffie inschenken, dat is misschien al wat er nodig is voor haar eigen baan maar er zijn ook mensen die zinvoller werk doen! Toch schuilt hierin wel een beetje het gevaar van de film. Het wordt soms wel heel zwart /wit neergezet, en dan denk ik geeneens aan het (zowel voor Katie als Daniel) dramatische slotstuk van de film (ik hou van regisseurs die de verleiding van een happy end kunnen weerstaan). Maar is het tegenwoordig nog zo waarschijnlijk dat een man van achter in de vijftig echt zo digibeet is dat hij met de muis letterlijk over het scherm gaat bewegen? Zullen de ambtenaren in Engeland echt zo infantiel zijn dat je soms niet kan uitmaken of er een pratende computer of een ambtenaar aan de andere kant van de lijn zit? Wat dat bertreft vond voor mij het toppunt van cynisme plaats in de private sector en niet bij de sociale dienst. Wat te denken van een winkelrechercheur die bijklust als reqruiter voor een escort service ("Meisje, als je krap bij kas zit heb ik misschien wel een leukde bijverdienste voor je.")?

    Heeft Ken Loach zich laten meeslepen door zijn verontwaardiging? Toch niet helemaal. Hij werd geadviseerd door ex medewerkers van sociale diensten in Engeland, die zich niet langer kunnen vinden in het gevoerde beleid. Ook in Nederland wordt het "bureaucratisch pesten" al in de praktijk gebracht. Wat te denken van bestuurlijke boetes, niet omdat iemand illegaal bijbeunt maar omdat het zoveelste formulier een dag te laat is ingeleverd? En helpt de verplichte tegenprestatie bij een bijstanduitkering nou altijd echt bij het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, of is het doel soms ook om iemand te laten voelen dat hij een grote nul is? Maar een sociaal werker die het beter denkt te weten dan de dokter, dat kennen we in Nederland toch niet? Fout, de gemeente Utrecht stelt sinds kort verplicht dat bij de intake in het kader van de jeugdzorg een lid van het wijkteam aanwezig is.

    DATUM: 2 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 7

    I, Daniel Blake (2016) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Sidney Pollack (1934 - 2008) was zowel acteur als regisseur. Met betrekking tot de door hem geregisseerde films valt op dat de films die hij maakte in het begin van zijn loopbaan (2e helft jaren '60 - eerste helft jaren '70) nu het best gewaardeerd worden (op IMDB), terwijl zijn latere films (vanaf de jaren '80) het meest bekend zijn. Wat betreft het begin van zijn carrière kunnen we dan denken aan films als "They shoot horses, don't they?" (1969) en "Three days of the Condor" (1975). Het tweede deel van zijn regisseursloopbaan wordt dan vertegenwoordigd door films als "Tootsie" (1982), "Out of Africa" (1985) en "The firm" (1992).

    HET VERHAAL

    Begin jaren '30, de grote depressie is op zijn hoogtepunt. Op de Santa Monica pier wordt een dansmarathon georganiseerd. De deelnemers krijgen elke 2 uur 10 minuten rust en de winnaar is het paar dat overblijft nadat alle andere paren zijn ingestort.

    COMMENTAAR

    Ik bekeek "They shoot horses, don't they?" in de tijd dat "I, Daniel Blake" (2016, Ken Loach) in de Nederlandse bioscopen in première ging. Beide films leveren kritiek op het kapitalistische systeem. "I, Daniel Blake" vanuit het gezichtspunt van de mensen die uit de boot zijn gevallen, "They shoot horses, don't they?" vanuit het gezichtspunt van de mensen die wanhopig proberen aan te klampen. "I Daniel Blake" probeert een zo realistisch mogelijk beeld te schetsen, "They shoot horses" gebruikt nadrukkelijk een metafoor. 

    Mij spreekt de beeldtaal van de metafoor wel aan. Terwijl dansen in eerste instantie de associatie van elegantie oproept ontaart deze dansmarathon al snel in een afzichtelijke uitputtingsslag, waarbij de dansparen zich als zombies over de vloer bewegen. Hun bewegingen doen sterk denken aan "The night of the living dead" (1968, George Romero). Ook de locatie van de "dancehall" op een pier verdient de aandacht. Ook in veel andere films is de zee het symbool van vrijheid voor mensen die zitten opgesloten in een kunstmatige wereld. Denk aan (het einde van) "Dark city" (1998, Alex Proyas) en "The Truman show" (1998, Peter Weir). 

    Voor Jane Fonda was "They shoot horses" een overgang naar het serieuzere werk, na de Science fiction soft porno van "Barbarella" (1968, Roger Vadim). Het leverde haar, ondanks een nominatie, echter geen Oscar op. De enige Oscar van de film ging naar Gig Young voor zijn rol als de presentator van het hele festijn ("Yowser, yowser, yowser"). Ook vandaag de dag doet de film niet gedateerd aan. De interpretatie is in de loop van de tijd wel veranderd. In eerste instantie bedoeld als metafoor voor de "survival of the fittest" op de arbeidsmarkt (de danspartners zijn totaal niet loyaal aan elkaar, en wisselen zonder pardon van partner als hun oorspronkelijke partner instort) werd de film later gezien als een "voorbode" voor "reality TV". De ontboezeming van Gig Young dat dit geen "contest" maar een "show" is, geeft ook wel voeding aan deze laatste interpretatie. Misschien dat met het verhogen van de pensioenleeftijd de oorspronkelijke interpretatie eerdaags zijn come back maakt?

    DATUM: 2 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 8

    They Shoot Horses, Don't They? (1969) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Frank Capra (1897 - 1991) werd geboren in Sicilië, maar emigreerde al op zijn 6e jaar naar Amerika. In de jaren 30 had hij veel succes met films over de gemiddelde goedbedoelende Amerikaan die het opneemt tegen de gevestigde orde. Titels die in dit verband kunnen worden genoemd zijn: "Mr Deeds goes to town" (1936), Mr Smith goes te Washington" (1939) en "Meet John Doe" (1941). John Doe wil in het Amerikaans zoiets zeggen als Jan Modaal in Nederland. Tijdens WO II maakte hij in opdracht van de Amerikaanse regering diverse oorlogsdocumentaires onder de titel "Why we fight". Hij kreeg hier na de oorlog een medaille voor.

    Het lukte Frank Capra niet om na de oorlog zijn succes te continueren. Het simpele optimistische wereldbeeld, waar zijn films een uitdrukking van waren, was door de oorlog teveel geschokt. Weliswaar werden zijn films, te beginnen met "Arsenic and old lace" (1944) ook wel wat donkerder van toon, maar dit was niet genoeg.

    HET VERHAAL

    Als een senator plotseling overlijdt, moet er in alle haast een opvolger worden gezocht. De keuze valt hierbij op Mr Smith (James Stewart), die zich verdienstelijk heeft gemaakt in de padvinderij. Mr Smith is niet echt een man van de wereld, en is in Washington onmiddelijk zoek als hij de verleiding niet kan weerstaan om met een touristische tour mee te gaan. Eenmaal in de senaat dient hij een plan in voor een nationaal padvinderskamp, ter verbroedering van alle jongens en meisjes van Amerika. Laat hij als locatie nou net hebben gekozen voor een stuk grond dat onderwerp is van speculatie en corruptie. Zijn plan leidt dan ook tot grote beroering in de senaat.

    Mr Smith komt in conflict met zijn mentor senator Paine (Claude Rains), die zijn vader nog goed heeft gekend maar gedurende zijn jarenlang verblijf in Washington steeds meer is gecorrumpeerd. Ook wordt Mr Smith het slachtffer van een moddercampagne. Op aanraden van zijn secretaresse Clarissa (Jean Arthur), die het klappen van de zweep in Washington beter kent dan Mr Smth, neemt deze laatste zijn toevlucht tot een filibuster (oneindig aan het woord blijven, afbeelding 1). Tegen de tijd dat Mr Smith de uitputting nadert, krijgt senator Paine opeens berouw en doet een publieke bekentenis in  de senaat.

    COMMENTAAR

    Bij het overzicht van het oeuvre van Frank Capra werd reeds opgemerkt dat "de gewone man" c.q. "the boy next door" een belangrijke rol speelt in zijn films. De "carrière" die deze gewone man maakt, kan echter per film verschillen.

    - In "It's a wonderful life" (1946) blijft de gewone man in zijn geboortedorp, en loopt daar tegen de meer donkere kanten van de gemeentepolitiek aan. 
    - In "Mr Deeds goes to town" (1936) gaat de gewone man naar de grote stad.
    - In "Mr Smith goes te Washington" gaat de gewone man zelfs naar de hoofdstad.

    In twee van deze films ("Mr Smith" en "It's a wonderful life") wordt de gewone man gestalte gegeven door James Stewart, en dat is toch een meer gelukkige keus dan Gary Cooper in "Mr Deeds".

    Van de twee films met James Stewart blijft "Mr Smith" toch duidelijk achter bij "It's a wonderful life". Hier zijn een aantal redenen voor.

    - Dat de gewone man in de plaatselijke politiek verzeild raakt is toch wat waarschijnlijker dan dat de gewone man opeens senator wordt. De padvindersachtergrond van Mr Smith versterkt het karikaturale karakter nog eens.
    - De goede afloop in "It's a wonderful life" werd mede vormgegeven door een te hulp gesnelde beschermengel. De aanwezigheid van deze engel benadrukt dat het hier gaat om een licht moralistisch sprookje. In "Mrs Smith" is een dergelijk bovennatuurlijk element afwezig (of we moeten secretaresse Clarissa als een beschernengel zien) en daardoor komt het plotselinge berouw van senator Paine des te ongeloofwaardiger over.
    -  Tijdens zijn touristische tour door de stad bezoekt Mr Smith ook het Lincoln memorial, en wordt daar min of meer idolaat van deze founding father van de Amerikaanse democratie die in de hoogte streng op zijn troon zetelt. Dit gedeelte van de film is behoorlijk nationalistisch. Grappig is overigens dat Mr Smith in de senaat op de plek zit waar vroeger Daniël Webster zat. Dit is nu de tweede keer dat ik via de film in aanraking kom met deze voor mij onbekende politicus ( twee maal Minister van Buitenlandse zaken) van voor de Amerikaanse burgeroorlog. De eerste keer was in "The devil and Daniel Webster" (1941, William Dieterle).

    Mrs Smith mag dan wat karikaturaal zijn, de corruptie die hij aantreft is dat zeker niet. Tot vandaag de dag aan toe (of misschien zelfs wel, juist vandaag de dag) is er een sentiment dat we van de beroepspolitici weinig te verwachten hebben en dat de oplossing moet komen van een buitenstaander. Na de verkiezing van Donald Trump doet de NRC verslag over het samenstellen van zijn ploeg onder de titel "Mr Trump goes to Washington", een duidelijke verwijzing naar de hier besproken film. Mr Trump mag dan misschien een buitenstaander zijn, een gewone man kan deze miljonair toch moeilijk worden genoemd. En of we van hem een vermindering van de corruptie in Washington kunnen verwachten?

    DATUM: 7 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 6

    Mr. Smith Goes to Washington (1939) on IMDb



    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Stanley Kubrick, zie het openingaartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    2001, op de maan is een teken van buitenaardse beschaving gevonden. In het geheim wordt een missie voorbereid, die 18 maanden later vertrekt. Supercomputer HAL 9000 heeft de regie over de missie, en is de enige die op de hoogte is van de eindbestemming. De bemanning weet van niets.

    COMMENTAAR

    Jaren had Kubrick aan "2001, a space odyssey" gewerkt. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen tijdens de première. Wat het publiek te zien kreeg was een film die opent met een beeld dat minutenlang zwart blijft. Als er dan al wat te zien is, ontrolt het verhaal zich in een tergend langzaam tempo en is nog eens onbegrijpelijk ook. Geen wonder dat een deel van de gasten het tijdens de voorstelling voor gezien hield. Kubrick was duidelijk van het padje af. Bijna 50 jaar later heeft de film de klassieker-status die Kubrick vanaf de eerste dag dat hij aan het project begon voor ogen moet hebben gehad. De film heeft het science fiction genre voor altijd veranderd (waarover later meer). Nog altijd is het echter een film die meer besproken dan gezien wordt.

    Binnen de kaders van het verhaal rondom de tekenen van een buitenaardse beschaving wordt, in het midden van de film, het verhaal van de supercomputer HAL 9000 verteld. Het is een briljant verhaal, en ik kan mij dan ook goed voorstellen waarom Kubrick aan het einde van zijn carrière zo liep te worstelen met zijn "AI, Artificial Intelligence" project. In "2001, a space odyssey" had hij namellijk al alles gezegd wat er te zeggen was over AI! Het project "AI, Artificial Intelligence" werd dan ook na zijn dood posthuum volrooid door zijn vriend Steven Spielberg in .... 2001.

    Wat opvalt in het HAL subplot (HAL is overigens een verwijzing naar IBM, verschuif alle letters maar 1 positie in het alfabet) is de rolverwisseling tussen computer en mensen. De astronauten zijn totaal emotieloos, terwijl HAL op diverse momenten emoties vertoont. Eerst klinkt er een zekere mate van trots door als hij zit op te scheppen over zijn prestaties, vervolgens raakt hij in paniek als de astronauten hem (nadat er een fout is ontdekt) willen uitschakelen. Die paniek gaat zelfs zo ver dat HAL, via de regie die hij heeft over alle systemen aan boord, de astronauten begint uit te schakekelen (lees: doden). De missie moet immers doorgaan. Uiteindelijk weet één astronaut levend de controlekamer te bereiken en schakelt één voor één de diverse modules van HAL uit (afbeelding 1). Het leidt tot iets wat ik niet anders kan omschrijven als een dementerende computer, die op het laatst een kinderliedje gaat zingen dat hij van zijn programmeur geleerd heeft. Als kijker kan je op dat moment alleen maar meeleven met de onfortuinlijke computer.

    De raamverteling over de tekenen van een buitenaardse beschaving is zeer ambitieus. De verteling start "at the dawn of men", als een groep apen wordt geconfronteerd met een mysterieuze monoliet (afbeelding 2). De apen ontdekken het gebruik van gereedschap in de vorm van een bot, waarmee zu hun vijanden de hersens kunnen inslaan. Of er een verband bestaat tussen deze ontdekking en de monoliet, laat de film in het midden. Via een wereldberoemde montage maakt de film nu een sprong in de tijd van een paar miljoen jaar. Eén van de apen gooit zijn bot de lucht in, het om zijn as wentelende bot verandert in deze montage plotseling in een ruimteschip. Met dit ruimteschip reist Dr Floyd naar de maan, om het daar ontdekte teken van buitenaardse beschaving (dezelfde monoliet die wij reeds kennen uit de voorgaande scene, zie afbeelding 3) te bekijken. Naar aanleiding van de ontdekking van de monoliet komt er een missie die onder regie staat van HAL 9000. Deze verhaallijn is bovenstaand reeds besproken. Tegen het eind van de film maakt de enige overlevende astronaut een trip door de ruimte (de Stargate scene, beroemd vanwege zijn special effects). De mysterieuze monoliet is uiteraard wederom van de partij. Over de betekenis van deze trip zijn wel 100 interpretaties in omloop, maar hij eindigt in elk geval in een slaapkamer waar de astronaut zichzelf als een oude stervende man terugvindt. De film eindigt met de beelden van een foetus, die in een soort luchtbel door de ruimte zweeft. Ik heb niet de ambitie om mijn eigen 101e interpretatie toe te voegen aan alle interpretaties die reeds in omloop zijn. Het laatste halfuur van de film is en blijft voor mij onbegrijpelijk en verreweg het zwakste onderdeel van de film.

    Waarom ben ik dan toch van mening dat de status van klassieker terecht is, en "2001, a space odyssey" een keerpunt was in het science fiction genre?  Daarvoor moeten we terug naar de science fiction films uit de jaren '50. Deze films werden zwaar beïnvloed door de Koude Oorlog, waarbij de angst voor het "rode gevaar" werd geprojecteerd op vijandige aliens. In "2001, a space odyssey" is de buitenaardse beschaving niet vijandg. Sterker nog, wij krijgen haar nooit te zien. Ze wordt gesymboliseerd door een abstracte monoliet, als ze al bestaat. Waar het in deze film om gaat zijn niet de aliens, het gaat om de mens zelf. De mens die de ruimte intrekt, zoals ze in de tijd van de ontdekkingstochten eens de Wereldzeeën bevoer. Vandaar ook het woord "odyssey" in de titel. 

    Samen met "Solaris" (1972, Andrei Tarkovski) tilde "2001, a space odyssey" de science finction film naar een meer filosofisch en metafysisch niveau. Waar "Solaris" zich afspeelt op het niveau van het individu, richt "A space odyssey" zich op de gehele mensheid. Eerlijk gezegd vind ik het verhaal van "Solaris" overtuigender, maar dat wordt goed gemaakt door de visuele vormgeving van "2001" (waarbij we moeten bedenken dat de film werd opgenomen voor de eerste landing op de maan, veel was nog niet precies bekend). Kubrick heeft altijd een gelukkige hand gehad van het combineren van beelden met muziek, maar in "2001, a space odyssey" levert hij wat dit betreft zijn magnus opus af. Iedereen kent de ruimteschepen die op de muziek van Johann Strauss ("Die schöne blaue Donau") door de ruimte lijken te walzen. Nog beter getroffen was wat mij betreft de openingsmuziek van "Also sprach Zarathustra" (Richard Strauss), die zijn hoogtepunt bereikt wanneer de zon (of een willekeurige andere ster) vanachter een planeet vandaan komt. Het gecombineerde effect van beeld en muziek is dat je begint te snappen waarom duizenden jaren geleden mensen zo gefacineerd waren door een zonsopgang dat ze er heilige plaatsen als bijvoorbeeld Stonehenge aan wijden.

    DATUM: 27 november 2016

    EIGEN WAARDERING: 8

    2001: A Space Odyssey (1968) on IMDb

    Reacties
    Filmposters