Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

    Films  in de nacht volgend op de aangegeven datum worden, ook als ze na  24:00 uur starten, aan deze datum toegerekend.

     

     

    Far from heaven

    Vrijdag 24 maart, 22:05 - 23:50 uur

    Canvas

     

     

    The remains of the day

    Vrijdag 31 maart, 22:05 - 00:15 uur

    Canvas

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Oliver Stone (1946) was vooral succesvol in de jaren 1985 - 1995. In die tijd maakte hij een trilogie over de Vietnam-oorlog bestaande uit: "Platoon" (1986), "Born on the fourth of july" (1989) en "Heaven & Earth" (1993). Daarnaast maakte hij enkele biopics, waarvan het merendeel politiek getint was. Genoemd kunnen worden: "JFK" (1991), "The Doors" (1991) en "Nixon" (1995).

    HET VERHAAL

    De film geeft een overzicht van de jeugd en de politieke carrière van president Nixon.

    COMMENTAAR

    Op het eerste gezicht is John F. Kennedy een veel dankbaarder onderwerp voor een politieke biopic dan Richard Nixon. Zowel zijn regeringsperiode (symbool van jeugdig elan en nieuwe hoop) als zijn einde (een moord die tot op de dag van vandaag met geheimzinnigheid is omgeven) spreekt in hat algemeen meer tot de verbeelding. In het algemeen, maar dus niet bij mij. Tijdens het kijken naar de film heb ik mij afgevraagd hoe dat komt? Ik vermoed dat het iets te maken heeft met de verklaring die in het boek "Fout in de koude oorlog" (2016, Martin Bossenbroek) wordt gegeven over het verschijnsel dat we in Nederland fascistische dictaturen (Hitler) over het algemeen slechter vinden dat communistische dictaturen (Stalin, Mao). De schrijver zoekt de verklaring in het feit dat Nederland daadwerkelijk door de Duitsers bezet is geweest, terwijl de wandaden van Stalin en Mao toch altijd een beetje een ver van mijn bed show zijn gebleven. In diezelfde sfeer mag het stelen van paparassen van de rivaliserende politieke partij (Watergate) dan minder spectaculair klinken dan een politieke moord, het gebeurde wel in "mijn tijd". Ik kan mij nog herinneren (zonder toen overigens de leeftijd te hebben om er iets van te snappen) dat een groot deel van het avondnieuws aan het Watergate schandaal gewijd was. Tot slot is het van belang te bedenken dat waar Kennedy een ster was die slechts kort schitterde aan het politieke firnament, Nixon een constante factor was in de Amerikaanse politiek van de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Vice president van 1953 - 1961 onder Eisenhower, verliezend kandidaat in 1960 (tegen Kennedy) en president van 1968 - 1974. Dit wordt weleens vergeten, omdat bij Nixon toch al snel uitsluitend aan de Watergate periode (1972 - 1974) wordt gedacht. Denk hierbij ook aan de film "All the presidents men" (1976, Alan J. Pakula), die overigens meer over de journalisten Carl Bernstein (Dustin Hoffman) en Bob Woodward (Robert Redford) gaat dan over Nixon zelf. Het is goed dat Oliver Stone een overzicht heeft gegeven van het hele leven van Richard Nixon.

    Met het aantreden van Donald Trump en de schandalen waarmee dit gepaard ging, dook ook de naam van Richard Nixon weer op in de kranten. Zou Donald Trump de tweede Amerikaanse president worden die via een impeachment procedure het Witte Huis zou moeten verlaten? Naar mijn mening is deze vraag redelijk voorbarig, maar het is wel interessant om de overeenkomsten en verschillen op andere gebieden in kaart te brengen. Zo speelde in de campagnes van Nixon de "silent majority" een grote rol, de voorloper van "the forgotten Americans" van Trump en "Henk en Ingrid" van Wilders.

    Een andere overeenkomt met Trump is de verongelijktheid en het gevoel met de rest van de wereld op voet van oorlog te leven. Veelbetekenend in dit opzicht is een conversatie van Nixon met zijn vrouw waarin hij stelt dat het de Vietnam-demonstranten eigenlijk helemaal niet om de oorlog gaat, maar dat ze eigenlijk alleen hem pootje willen lichten.

    Richard M. Nixon: I'm not scared, buddy... You don't understand. They're playing for keeps, buddy. The press, the kids, the liberals - they're out there, trying to figure out how to tear me down.
    Pat Nixon: They're all your enemies?
    Richard M. Nixon: Yes!
    Pat Nixon: You personally?
    Richard M. Nixon: Yes! This is about me. Why can't you understand that, you of all people? It's not the war - It's Nixon! They want to destroy Nixon! And if I expose myself even the slightest bit they'll tear my insides out. Do you want that? Do you want to see that, buddy? It's not pretty.

    Een andere uiting van dit wantrouwen bij Nixon was het feit dat hij alle gesprekken in de Oval office liet opnemen. De ironie van de geschiedenis is dat deze tapes zich later tegen hem zouden keren. In de film zien we Nixon aan het eind van zijn politieke loopbaar eenzaam en verlaten naar zijn eigen tapes luisteren.

    Groot verschil met Trump is echter de onzekerheid die Nixon zo kenmerkte. Hij had altijd het idee dat hij tekort schoot en ontwikkelt in de film een bijna obsessieve drang om zich te vergelijken met John F. Kennedy. Ik noem drie voorbeelden.

    - Nadat hij in 1960 verloren heeft van Kennedy verzucht hij dat hij er, ondanks al zijn noeste arbeid, nooit echt bij zal horen: "Not the right school, not the right cloth, not the right family".
    - Als president kan Nixon op een nacht de slaap niet vatten en loopt hij zijn bediende tegen het lijf. Het gesprek komt op de moord op Kennedy.

    Richard M. Nixon: Did you cry when he died?
    Manolo Sanchez: Yes.
    Richard M. Nixon: Why?
    Manolo Sanchez: I don't know. He made me... see the stars. 
    Richard M. Nixon: How did he do that?
    [a beat. Nixon is deep in thought]

    - Nadat Watergate hem ten val heeft gebracht staat Nixon in één van zijn laatste dagen in het Witte Huis voor een portret van Kennedy en constateert (afbeelding 2): "When they look at you, they see what they want to be. When they look at me, they see what they are".

    Hoewel hoofdrolspeler Anthony Hopkins uiterlijk niet echt op Nixon lijkt weet hij wonderen te verrichten door middel van motoriek en mimiek, zoals het verlegen lachtje dat o zo makkelijk verkeerd geïnterpreteerd kan worden. 

    In het begin van de recensie prees ik Oliver Stone vanwege het feit dat hij, na "JFK", nu ook een biopic over Richard Nixon heeft gemaakt. Stone had geleerd van "JFK", waar blijkbaar een heel leger van historici op de film was gedoken. In de voortitels claimt hij geen absolute historische juistheid en meldt dat de film is gebaseerd op "incomplete historical records" en hier en daar "has been hypothesized". Een niet onverstandige voorzorgsmaatregel want de film bevat scenes en conversaties die mij in elk geval verbaasden. Is Nixon werkelijk van plan geweest "the big one" (lees: een atoombom) in Vietnam te gebruiken? Wist Nixon als vice president onder Eisenhower meer van de mislukte "bay of pigs" invasie in Cuba dan Kennedy (hoewel de invasie daadwerkelijk plaatsvindt tijdens de ambtstermijn van laatstgenoemde)? Deze website gaat over films en niet over geschiedenis, maar de geïntereseerden verwijs ik graag door naar "How accurate is Oliver Stone's Nixon film? " op you tube. 

    Hoewel ik enthousiast ben over de onderwerpkeuze en het spel van Anhony Hopkins ben ik niet altijd even enthousiast over de filmische middelen die Stone gebruikt om zijn verhaal te vertellen. Veelal liggen ze er te dik bovenop, zijn te opdringerig of worden te vaak herhaald. Ik geef enkele voorbeelden.

    - Tijdens tweegesprekken (veelal met zijn rechterhand Bob Haldeman) is de achtergrond afwisselend vaag en scherp weergegeven (afhankelijk van wie het woord heeft).
    - Een laag camerastandpunt om Nixon imponerender en intimiderender te laten lijken dan hij werkelijk is (vooral tijdens woedeuitbarstingen).
    - Wolken in fast forward over het Witte Huis laten drijven om het verloop van tijd aan te geven.
    - Een te grote nadruk op de jeugd van Nixon om zijn latere karakter(fouten) als president te verklaren.

    Hier staat tegenover dat Stone een heel mooi filmcitaat richting "Citizen Kane" (1941, Orson Welles) maakt door mijnheer en mevrouw Nixon tijdens een echtelijke woordenwisseling aan beide uiteinden van een heel lange eettafel te positioneren. Op sommige punten heeft "Nixon", met zijn alles wantrouwende hoofdpersoon, wel iets weg van een Shakespeariaans koningsdrama. Een soort moderne "Hamlet". Wat ik wat minder goed kon plaatsen waren de vele verwijzingen (in de vorm van standbeelden en schilderijen) naar president Lincoln. Het deed mij denken aan "Mr Smith goes to Washington" (1939, Frank Capra), waarin Lincoln ook een lichtend voorbeeld voor Mr Smith is. De cynische Nixon kan echter op geen enkele manier vergeleken worden met de naïeve Mr Smith.

    DATUM: 18 maart 2017

    EIGEN WAARDERING: 7 

    Nixon (1995) on IMDb












    Reacties

    Robert Altman (1925 - 2006) heeft in zijn lange carrière nooit echt bij Hollywoord gehoord, maar om hem nu een buitenstaander te noemen gaat ook weer te ver. Na eerst lange tijd bij de televisie te hebben gewerkt, kwam zijn filmcarrière goed op gang in het begin van de jaren '70 (toen Altman dus al halverwege de 40 was) met "MASH" (1970). Deze film (die zo succesvol was dat er een televisieserie uit zou voortkomen) speelt officieel tijdens de Koreaanse oorlog, maar kan natuurlijk niet los worden gezien van het conflict in Vietnam waar de VS destijds in betrokken waren.

    Met "Nashville" (1975), een film waarin de lotgevallen van enkele personen in de aanloop naar een partijconventie centraal staan, levert Altman zijn eerste zogenaamde ensemblefilm af. Dit genre, waarin de verhalen van diverse personages worden verteld binnen het raamwerk van een overkoepelend verhaal dat het verband tussen al deze personages schetst, zou zijn handelsmerk worden. Latere films in deze categorie zijn onder andere "Come back to the 5 & Dime, Jimmy Dean, Jimmy Dean" (1982) en "Short cuts" (1993). Voor Altman was de keuze van de muziek bij zijn films belangrijk. Zo gebruikte hij voor "McCabe & Mrs Miller" (1971) de muziek van Leonard Cohen, staat in "Nashville" de countrymuziek centraal en draait in "Kansas city" (1996) alles om de jazz.

    De laatste grote film van Altman was "Gosford park" (2001), een in mijn ogen zeer geslaagde remake van "La regle du jeu" (1939, Jean Renoir). 

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Robert Altman, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Het verhaal speelt zich af tijdens een jachtweekend op een buitenverblijf. Vrijwel alle gasten hebben een hekel aan de gastheer, maar zijn op de één of andere manier afhankelijk van hem (bijvoorbeeld voor baantjes of financiële ondersteuning). Ook het bedienend personeel koestert in veel gevallen wrok. In het verleden kon de gastheer namelijk niet van de huishoudsters afblijven, en wanneer dit gevolgen had stelde hij ze voor de keuze: kind afstaan of ontslag nemen.

    Als de gastheer gedurende het weekend vermoord wordt, lopen er dan ook veel mensen rond met een motief. De inspecteur weet echter de dader niet te vinden. Als iedereen een getuigenis heeft afgelegd en zijn adres heeft achtergelaten mogen ze wat hem betreft naar huis.

    COMMENTAAR

    Het plot klinkt heel erg als een Agatha Christie murder mystery. Er is een moord, er is een landhuis en ook voor de rest is het allemaal heel erg Engels (ondanks de Amerikaanse regisseur). Toch ligt hier niet de nadruk op in de film. Indicatie hiervoor is alleen al het tijdstip van de moord. De film is dan al een uur aan de gang en inmiddels over de helft. Vergelijk dat eens met "Baantjer", waar we het lijk altijd te zien krijgen voor de eerste commercials. 

    In dat eerste uur laat Altman ons kennis maken met alle gasten, zodat allerlei "siteplots" ontstaan. Wederom toont Altman zich hier een meester van de ensemblefilm, zoals hij dat eerder al had gedaan in "Nashville" (1975) en "Short cuts" (1993). Ik zou zelfs verder durven gaan. Niet alleen zijn de siteplots minstens zo belangrijk als het hoofdplot, maar ook is de sfeer van de film net zo belangrijk als siteplots en hoofdplot tezamen. Dit bereikt Altman door de gesprekken die de diverse gasten met elkaar hebben niet keurig van elkaar te scheiden, maar te laten opgaan in een algeheel geroezemoes. Daardoor worden de dialogen moeilijker verstaanbaar (en dus de siteplots soms moeilijker te volgen), maar ontstaat meer de echte sfeer van een feestje.

    Het plot van een jachtweekend waarbij allerlei onderhuidse spanningen aan het licht komen en uiteindelijk zelfs een dode valt, doet natuurlijk erg denken aan "La regle du jeu" (1939, Jean Renoir). Toch is er naar mijn mening  een duidelijk verschil tussen beide films. Waar "La regle du jeu" zich vooral bezighoudt met de intriges tussen de (adelijke en rijke) gasten, wisselt "Gosford Park" tussen de wereld van de gasten en de wereld van de bedienden. 

    Deze twee werelden zijn strikt gescheiden, in de film fysiek vorm gegeven door een bovenhuis (waar de gasten zich vermaken, afbeelding 1) en een benedenhuis (waar de bedienden werken en verblijven, afbeelding 2). Er is echter niet alleen een fysieke, maar ook een emotionele scheiding, waar de film talloze voorbeelden van geeft. Ik noem er enkelen.

    - Twee gasten staan te flirten als een bediende een blik op hen werpt. De vrouw zegt hier wat van. De man merkt op: "Maak je toch niet zo druk, hij is immers een "nobody"".
    - Tijdens het opdienen van de maaltijd bemoeit een serveerster zich met het gesprek (zij verdedigt iemand waarmee ze een relatie heeft), de overige gasten staren haar aan alsof ze van Mars komt.

    Overigens zijn het niet alleen de gasten die deze emotionele afstand bewaren tot het bedienend personeel, en deze als een soort "ding" zien. Ook het personeel denkt zo over zichzelf.

    - In het benedenhuis spreken de bedienden elkaar niet aan bij hun eigen naam maar als "de bediende van".
    - Ergens in de film zit een bediende op te scheppen dat ze de ideale bediende is (ze voelt de wensen van haar mijnheer en mevrouw aan voor ze zich er zelf bewust van zijn) en dus geen eigen leven heeft. Ze is met andere woorden trots op het feit dat ze geen eigen leven heeft!

    Grappig is dat het schetsen van de standenmaatschappij niet alleen in de sfeer en in de siteplots zit, maar ook doordruppelt naar het hoofdplot. De moord kan immers als een rechtstreeks uitvloeisel worden gezien van het vermengen van de twee standen. Moraal van het verhaal: dat moet je niet doen. Ook het politieduo dat de moord komt onderzoeken is een sneer naar de hogere stand. Er is sprake van een soort omgekeerde Holmes / Watson verhouding. Terwijl agent Dexter de ene aanwijzing na de andere onder de aandacht van inspecteur Thompson brengt, heeft deze laatste het veel te druk met gewichtig doen tegen de gasten (het valt nog mee dat hij enkele "celebrities" niet om een handtekening vraagt).

    Naast de Engelse gasten bevindt zich ook een Amerikaanse filmregisseur en zijn gevolg onder de gasten. Net als de Amerikaanse senator Lewis in "The Remains of the day" (1993, James Ivory) kijken ze hun ogen uit bij al die Engelse tradities. Dit geldt overigens niet alleen voor de regisseur ten opzichte van de Engelse gasten, maar ook voor zijn assistent ten opzichte van de Engelse bedienden (afbeelding 2). Uiteraard is de verwondering wederzijds.

    DATUM: 22 maart 2017

    EIGEN WAARDERING: 9

    Gosford Park (2001) on IMDb



    Reacties

    DE REGISSEUR

    Corneliu Porumboiu (1975) is de jongste van de regisseurs die halvewege het eerste decennium van deze eeuw opkwamen in Roemenië (andere namen zijn Cristi Puiu (1967), onder andere bekend van "The death of Mr Lazarescu" (2005) en Cristian Mungiu (1968), onder andere bekend van "4 month, 3 weeks and 2 days" (2007)). Poromboiu  heeft tot nu nu toe het succes van zijn internationale doorbraakfilm "12:08 East of Bucharest" (2006) niet kunnen evenaren.

    HET VERHAAL

    In december 1989 begon de Roemeense revolutie met onrust onder de Hongaarse minderheid in Timisoara. De onrusten verspreiden zich naar Boekarest, en op 22 december 1989 om 12:08 uur in de middag ontvlucht de Roemeense dictator Ceausescu zijn paleis. Veel schoot hij er niet mee op want op 25 december 1989 werd hij door een volkstribunaal ter dood veroordeeld en direct aansluitend geëxecuteerd. 

    Zestien jaar na dato staat in een talkshow van de lokale omroep Vaslui (een stadje in het Oosten van Roemenië, tegen de grens met Moldavië aan) de vraag centraal of Vaslui nu wel of niet meegedaan heeft aan de Roemeense revolutie. Deze vraag wordt concreet gemaakt door na te gaan of de mensen op 22 december 1989 zich nu voor of na 12:08 op het centrale plein van Vaslui verzamelden. In het eerste geval is sprake van "echte revolutionairen", in het tweede geval slechts van "meelopers". In de talkshow zijn twee gasten aanwezig die beweren dat ze op de bewuste dag voor 12:08 op het plein aanwezig waren. Veel inbellers herinneren zich heel andere dingen.

    COMMENTAAR

    "12:08 East of Bucharest" bestaat uit twee delen. In het eerste deel maken we kennis met de personages, het tweede deel wordt in beslag genomen door de televsieshow. Pas in het tweede deel komt de film echt goed op stoom, het tweede deel is ook het meest karakteristiek.

    In het eerste deel maken we niet alleen kennis met de personages, het geeft ook een beeld van de stand van zaken na 16 jaar revolutie. Dat blijkt bitter tegen te vallen, teleurstelling en cynisme hebben de overhand. Deze thematiek (wat is er nu terecht gekomen van de revolutie?) heeft het eerste deel gemeen met veel andere films uit de Roemeense "new wave". Aangezien ik de afgelopen tijd vrij veel Roemeense films heb herhaald, kwam dit deel bijna "standaard" op mij over. Wel grappig is dat de algehele malaise wordt vertaald naar de kersttijd waarin het verhaal zich afspeelt. Zo loopt de ene toekomstige talkshowgast te sjouwen met een verlepte kerstboom(afbeelding 1) en maakt de andere toekomstige talkshowgast zich zorgen om zijn versleten Santa Claus pak (waarin hij binnenkort weer "op moet treden").

    Zoals gezegd, krijgt de film pas in de tweede helft echt vaart. Dit deel van de film draait ook minder om de specifieke Roemeense situatie dan om de neiging van mensen zich beter en belangrijker voor te doen dan ze zijn. Op een gegeven moment zoomt de camera in op de talkshow presentator, waarop één van de gasten probeert om zo lang mogelijk in beeld te blijven door zijn stoel steeds iets dichter naar de presentator toe te schuiven. Het doet denken aan het gedrag van het Koot en Bie typetje Wethouder Hekking, die ook steeds probeerde om voor de Burgemeester te gaan staan. Overigens hebben niet alleen de gasten last van de neiging zichzelf "op te blazen". Ook de talkshow host kan het niet laten herhaaldelijk filosofische citaten van Plato en Heraclitus (die we hem in het eerste deel in de encyclopedie hebben zien opzoeken) tussen te voegen, zonder dat duidelijk wordt wat deze citaten nu met het onderwerp te maken hebben. 

    Uiteindelijk worden de gasten allebei "ontmaskerd" als meelopers. De ene gast bleek om 12:08 in het café te zitten en de andere moet toegeven dat zijn eerste gedachte na de vlucht van Ceausescu was dat hij het eigenlijk jammer vond van de in het vooruitzicht gestelde loonsverhoging van 100 lei per maand. In een wanhopige poging de revolutie de wind uit de zeilen te nemen had Ceausescu dit bedrag op 21 december 1989 toegezegd aan alle Roemeense werknemers. Dit bedrag, dat destijds overeenkwam met ongeveer 9 dollar, zou voor de modale Roemeense werknemer een salarisverhoging van ongeveer 10% betekenen.

    Door alle binnenkomende telefoontjes wordt de talkshow steeds chaotischer, en op het laatst komt er een wel heel merkwaardig telefoontje binnen. Een vrouwenstem deelt mee dat ze tijdens de revolutie een naaste heeft verloren en vraagt daarnaast aandacht voor het feit dat het buiten sneeuwt. Iets dat de laatste jaren steeds minder vaak voorkwam. Het telefoontje wordt in de film niet verder verklaard, maar desondanks intrigeerde het mij. Wat zou de regisseur met dit telefoontje bedoeld hebben? Hierop zijn meerder antwoorden mogelijk.

    - De vrouw die belt heeft tijdens de revolutie daadwerkelijk een naaste verloren en plaatst daarmee het op niets gebaseerde gepoch van de talkshow gasten in een nog schrijnender daglicht.
    - Door aandacht te vragen voor het weer van vandaag geeft de vrouw aan dat er wat haar betreft geen 16 jaar oude koeien uit de sloot gehaald hoeven te worden.
    - De mogelijkheid van een witte Kerst biedt wat tegenwicht aan alle kommer en kwel (verlepte kerstbomen en versleten Kerstmanpakken) die in het eerste deel de revue passeerden.
    - Het feit dat er de laatste jaren nog maar zo weinig sneeuw valt, heeft te maken met het broeikaseffect. Zou de regisseur hier de revolutie (waar veel mensen zich druk over hebben gemaakt, maar die uiteindelijk maar bitter weinig veranderd heeft) hebben willen plaatsen tegenover veel grotere ontwikkelingen die de mens maar beperkt in de hand heeft, maar die uiteindelijk een veel grotere impact hebben?

    Welke interpretatie je ook kiest, een intrigerend telefoontje blijft het.

    DATUM: 27 februari 2017

    EIGEN WAARDERING: 7 

    A fost sau n-a fost? (2006) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Jim Jarmusch, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Paterson is een buschauffeur in de gelijknamige stad in New Jersey, USA. In zijn vrije tijd schrijft hij poëzie en elke avond gaat hij een blokje om met de hond. Daarbij wordt een bezoek aan zijn stamkroeg voor een biertje nooit overgeslagen.

    COMMENTAAR

    Net als in de andere films van Jim Jarmusch is hoofdpersoon Paterson een anti-hero. Nieuw is echter dat de anti-hero niet uit de zelfkant van de maatschappij afkomstig is, maar zo mainstream is als het maar kan. Een supergrijze muis die zijn dagen (waarvan we als kijker een week getuige mogen zijn) in monotone herhaling voorbij zie glijden. Elke dag opstaan rondom dezelfde tijd (het patroon is zo ingesleten dat hij er geen wekker bij nodig heeft), hetzelfde wandelingetje naar de busremise, dezelfde route met de bus, hetzelfde ommetje met de hond. De regisseur wrijft de monotonie er nog een beetje extra in als hij de hoofdpersoon als hij terugkomt van zijn werk dagelijks de brievenbus (die wat scheefgezakt is) weer recht  laat zetten.

    Als tegenwicht tegen de hoofdpersoon maken we kennis met zijn vrouw Laura. Zij heeft dagelijks een nieuwe droom en een daaraan gekoppeld nieuw project. Dan is ze weer bezig zelf kleren te maken, dan stort ze zich vol op het herinrichten van het huis. De ene keer bakt ze zich een slag in de rondte om een cupcakes-handeltje op te zetten, het volgende moment (we zitten nog steeds in dezelfde week) droomt ze er van om door te breken als country zangeres en bestelt via internet een gitaar. 

    Laura en Paterson (ik kan me uit de film zijn voornaam niet herinneren, en kan deze ook nergens op internet terugvinden) vullen elkaar goed aan en hebben een uitstekend huwelijk. Hoe meer de film vordert, hoe minder je gaat denken in de tweedeling saai (Paterson) en afwisselend (Laura). Het leven van Paterson is uiterlijk misschien wel saai, maar je merkt gaandeweg dat hij een uitstekend observator is met oog voor nuance. Je zie het aan de manier waarop hij in de bus zijn passagiers observeert, je ziet het ook aan de manier waarop hij in zijn stamkroeg een luisterend oor is voor de andere gasten. Laura daarentegen kent geen tussenweg, zij gaat ergens volledig voor of laat het helemaal vallen. Het is niet toevallig dat zwart en wit haar favoriete kleuren zijn (afbeelding 1).

    Bij Paterson speelt zich derhalve veel af onder de oppervlakte. Hij is (zoals gezegd) een uitstekend waarnemer en legt zijn observaties vast in zijn poëzie. Hij heeft altijd zijn gedichtenschriftje bij zich en schrijft daar tijdens de lunchpauze (die hij altijd doorbrengt bij de waterval in de Passaic river) enkele regels in. Ondanks aandringen van Laura peinst hij er niet over om zijn gedichten uit te geven. Hij doet het voor zichzelf, en niet voor de buitenwereld. Desondanks wordt zelfs Paterson uit zijn evenwicht gebracht als zijn gedichtenschriftje door zijn hond te grazen wordt genomen. In een merkwaardige scene aan het eind van de film krijgt hij van een Japanse toerist (die zijn voorliefde voor poëzie aanvoelt) een nieuw leeg schriftje. Dit onverwachte gebaar brengt hem terug tot de kern. O ja, ik deed het toch vooral voor mezelf, en met hernieuwde moed slaat hij weer aan het dichten.

    Bij dit slot moest ik denken aan een artikel dat ik kortgeleden in de krant las, dat ging over de verhouding tussen scholieren en sociale media. Uit dit artikel bleek dat sommige scholieren min of meer geregeerd werden door hun faceboek-pagina. Ze gingen naar dat hippe café, niet omdat ze dat nou zo leuk vonden, maar vooral om later op faceboek te kunnen zetten dat ze er geweest waren. Voor deze scholieren zou "Paterson" eigenlijk verplichte kost moeten zijn. Beter een leeg schriftje dan een gevulde faceboek pagina.

    DATUM: 18 februari 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Paterson (2016) on IMDb

    Reacties

    Jim Jarmusch (1953) is een onafhankelijke Amerikaanse regisseur wiens meest productieve periode ligt van ongeveer halverwege jaren '80 tot halverwege jaren '90. Gedurende deze tien jaar maakte hij films als "Stranger than Paradise" (1984), "Down by law" (1986), "Mystery train" (1989), "Night on earth" (1991) en "Dead man" (1995). In de meeste gevallen gaan zijn films over alternatief ingestelde eenlingen of mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Wat dat betreft is Jim Jarmusch een beetje de Amerikaanse evenknie van Aki Kaurismaki. In 2016 verraste hij met de film "Paterson" waarin de hoofdpersoon voor de verandering een zeer geregeld leven lijdt. 

    DATUM: 15 februari 2017

    DE REGISSEUR

    Charles Crichton (1910 - 1999) is misschien  minder bekend dan Alexander Mackendrick en Robert Hamer, zijn bijdrage aan het oeuvre van de Ealing studio's is er niet minder om. Meest bekende film uit deze periode is ongetwijfeld "The Lavender Hill mob" (1951). Ook na zijn Ealing periode bleef Crichet actief, al moest hij de credits voor de meer bekende films toen vaak delen. Bij "Birdman of Alcatraz" (1962) kreeg hij het gedurende de film aan de stok met hoofdrolspeler Burt Lancaster en werd vervangen door John Frankenheimer. Bij "A fish called Wanda" (1988) was John Cleese tweede regisseur. Dit was echter vooral op papier, aangezien de productiemaatschappij de leeftijd van Crichton als een risico zag.

    HET VERHAAL

    Henry Holland (Alec Guinness) begeleidt al 20 jaar goudtransporten, zonder dat er ooit iets gebeurd is. Achter zijn façade van plichtsbetrachting broedt hij echter op een plan om het transport te beroven en het goud naar het buitenland te exporteren. Als er in zijn kosthuis een nieuwe bewoner intrekt (Alfred Pendlebury gespeeld door Stanley Holloway) die zich bezighoudt met de productie van souvenirs (onder andere mini IJffeltorens) voor de Franse markt wordt er in hem een smokkelplan (in de vorm van gouden mini IJffeltorens) geboren.

    COMMENTAAR

    "The Lavender Hill mob" is een echte Ealing comedy. Dit roept natuurlijk meteen de vraag op wat wordt verstaan onder een "echte" Ealing comedy? Voor mij zijn twee elementen essentieel.

    In de eerste plaats een misdaad die compleet uit de hand loopt. In "The Lavender Hill mob" wordt dat in de hand gewerkt door de dreigende promotie van Henry Holland binnen de bank, die tijdsdruk zet op zijn plannen met het goudstransport.

    In de tweede plaats de gentleman misdadiger. Waar vind je in de wereld nog criminelen die Shakespeare citeren en netjes hun voeten vegen als ze naar binnen gaan? Dat kan toch alleen in Engeland. Wat dat voetenvegen betreft hebben de heren niet veel keus, want ze worden behoorlijk op hun kop gezeten door hun bejaarde huisbazin. Het thema van criminelen die niet opgewassen zijn tegen een oud vrouwtje zouden we bij Ealing later terugzien in het veel bekendere "The ladykillers" (1955, Alexander Mackendrick).

    De film is derhalve degelijk vakwerk, en dat zijn voor recensenten meestal niet de makkelijkste films. Immers er zijn weinig aanknopingspunten voor zowel kritiek (het is vakwerk) als lof (het is degelijk, d.w.z. weinig innovatief). Naast degelijk amusement trof ik echter ook twee scenes aan waarin de regisseur middels een filmcitaat een knipoog geeft richting de liefhebber.

    De eerste scene betreft de huldiging van Henry Holland binnen de bank. De overval op het goudtransport is namelijk zo opgezet dat Henry door zijn handlangers (in beperkte mate) is toegetakeld, zodat het net lijkt of hij zich met hand en tand verzet heeft. We zien Henry achtereenvolgens het kantoor van de hoofdboekhouder, de directeur en het bestuur van de bank binnengaan. De camera blijft achter op de gang, zodat we de huldiging uitsluitend meemaken aan de hand van de geluiden die naar buiten komen. Het doet enigszins denken aan de manier waarop we in "Ninotchka" (1939, Ernst Lubitsch) getuigen zijn van het feestgedruis uit de hotelkamer van de Russische gezanten.

    De tweede scene betreft een achtervolging op de IJffeltoren. Deze achtervolging wordt veroorzaakt door het feit (je kon het als kijker op een kilometer afstand zien aankomen) dat de gouden exemplaren van de mini IJffeltorens en de normale exemplaren hopeloos door elkaar beginnen te lopen. Deze achtervolging wordt door de cameraman op een zodanige manier gefilmd, dat je als filmliefhebber bijna wel moet denken aan de beroemde scene in het reuzenrad van "The third man" (1949, Carol Reed).

    Slechts op één punt dacht ik even dat de film niet anderen citeerden, maar zelf geciteerd werd. Als Henry en Alfred naar elkaar toegroeien als partners in crime, staat laatstgenoemde toe dat hij getutoyeerd wordt met de woorden: "You can call me Al". Onmiddelijk moest ik denken aan het gelijknamige nummer van Paul Simon van het album "Graceland" (1986). Dat nummer gaat echter over totaal iets anders en heeft werkelijk niets met de hier besproken film te maken.

    DATUM: 4 maart 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Morgen ben ik rijk (1951) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Todd Haynes, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Het verhaal van Bob Dylan wordt verteld aan de hand van 6 personages gespeeld door 5 verschillende acteurs en 1 actrice (zie afbeelding 1).

    COMMENTAAR

    Halverwege het vorige decennium waren biopics over popsterren behoorlijk populair. Denk bijvoorbeeld aan "Ray" (2004, Taylor Hackford) over Ray Charles, "Walk the line" (2005, James Mangold) over Johnny Cash of "Control" (2007, Anton Corbijn") over Joy Division zanger Ian Curtis. Todd Haynes voegt daar met zijn Bob Dylan biopic "I'm not there" een hele nieuwe dimense aan toe.

    Deze nieuwe dimensie is niet dat het hoofdpersonage door verschillende acteurs gespeeld wordt. Dat wordt vaker gedaan, al was het maar om de hoofdpersoon gedurende meerdere levensfasen te kunnen volgen. De nieuwe dimensie is dat er eigenlijk helemaal geen hoofdpersoon is. De acteurs / actrice geven gestalte aan personages die allemaal wel een facet belichamen van het leven van Bob Dylan, maar in deze film zijn voorzien van verschillende namen zoals bijvoorbeeld Jude, Arthur en Jack. Daarmee wordt benadrukt dat de verschillende facetten van Bob Dylan onafhankelijk van elkaar moeten worden gezien en (in de film zelfs letterlijk) "een eigen leven" leiden.

    Meest in het oog lopend personage is Jude Quinn, al was het maar om dat deze wordt gespeeld door de actrice Cate Blanchett. Het verhaal van Jude Quinn gaat over een artiest die de acoustische gitaar verruild voor de electrische, en daarmee zijn fanschare van het eerste uur van zich vervreemdt. Waar de banden met de oorspronkelijke fans steeds losser worden, worden de relaties met de jet set steeds inniger. Het drugsgebruik dat hiermee gepaard gaat wordt Jude Quinn uiteindelijk fataal. Het verhaal van Jude Quinn refereert aan de periode 1965 - 1966 in de carrière van Dylan, waarin hij met electrische gitaar optreedde op het Newport Folk Festival en daarna een minder succesvolle tour door de UK maakte. Deze fase in zijn carrière was eerder onderwerp van de documentaire "Eat the document" (1972, D.A. Pennebaker).

    Hoe moeten de verschillende karakters en dus de verschillende facetten van Bob Dylan worden geïnterpreteerd? Daar wordt verschillend over gedacht. Wikipedia ziet, in haar Engelstalige artikel over de film, de verschillende facetten vooal als rollen die Bob Dylan in zijn leven speelde. Bob Dylan de dichter, Bob Dylan de profeet, Bob Dylan de rebel enzovoort. De namen van sommige personages in de film lijken in deze richting te wijzen. Zo heet één van de alterego's van Bob Dylan Arthur Rimbaud, een verwijzing naar een Franse dichter uit de 19e eeuw. Roger Ebert gaat in zijn recensie een hele andere richting op. Zijn visie komt er kortweg op neer dat de verschillende facetten van Bob Dylan (en dus de verschillende personages in de film) zich niet zo makkelijk in hokjes laten plaatsen als de eerste interpretatie wel veronderstelt. De schrijver van een biografie, maar ook de regisseur van een "biopic" gaat er vaak vanuit dat hij met een "logisch verhaal" moet komen. Elke wending in het leven van zijn hoofdpersoon moet kunnen worden verklaard. In werkelijkheid zit het leven echter lang niet altijd zo logisch in elkaar. En dus giet de biograaf en de regisseur van een biopic een logisch "sausje" over de werkelijkheid. Het vernieuwende aan de film van Todd Haynes (ik volg nog steeds Roger Ebert) is dat deze dit sausje heeft weggelaten. En dus lopen zijn personages (= de verschillende facetten van Bob Dylan) kris kras door elkaar heen in de film, zonder dat de onderlinge relatie altijd even helder is. Ikzelf geloof meer in de visie van Roger Ebert. Immers niet alle personages omvatten (zoals bij Arthur Rimbaud) een verwijzing naar een historische figuur en dus naar de rol die Bob Dylan in dat personage speelt.

    Nadeel van de aanpak van Haynes is wel dat de film erg gefragmenteerd wordt en soms moeilijk te volgen is. Roger Ebert, die in zijn recensie aangeeft te beschikken over de nodige achtergrondinformatie over Dylan (noot 1), stelt zichzelf de vraag of het mogelijk is deze film op waarde te schatten als je niet over deze achtergrondkennis beschikt (hijzelf vindt het een goede film). Ik zit een beetje in de spiegelbeeldige situatie. Ik vond de film te chaotisch voor een meesterwerk, maar sluit niet uit dat je daar anders over denkt als je meer van het leven van Bob Dylan weet.

    Noot 1: Ebert verwijst naar de documentaires "Don't look back" (1967, D.A. Pennebaker) en "No direction home: Bob Dylan" (2005, Martin Scorsese).

    DATUM: 11 februari 2017

    WAARDERING: 7

    I'm Not There. (2007) on IMDb

    Reacties

    De projecten van Todd Haynes (1961) zijn vrij onvoorspelbaar. De eerste inspiratie deed hij op in de muziekindustrie. Zo maakte hij nog als student een korte film over de strijd van Karen Carpenter tegen anorexia en bulimia (1987). Zijn echte doorbraak kwam met "Velvet Goldmine" (1998), een film over de glitterrock van de jaren '70 van met name David Bowie, Iggy Pop en Lou Reed. Daarna de jaren 50 film "Far from heaven" (2002) gevolgd door, om de jaren '60 vooral niet te vergeten, de Bob Dylan biopic "I'm not there" (2007). Meer recentelijk maakte Haynes de 5-delige televisieserie "Mildred Pierce" (2011) als vervolg op de gelijknamige film uit 1945 van Michael Curtiz. In "Carol" (2015) keert hij terug naar de jaren '50 sfeer van "Far from heaven".

    DATUM: 8 februari 2017

    DE REGISSEUR

    Blake Edwards (1922 - 2010) zal het meest bekend blijven door zijn Pink Panter serie (1963, 1964, 1975, 1976, 1978, 1982, 1983, 1993) waarin Peter Sellers (tot en met de 1978 film) gestalte geeft aan inspecteur Clouseau. Daarnaast heeft hij echter ook nog andere flms gemaakt. Met name rondom 1960 was hij productief met films als "Operation Petticoat" (1959), "Breakfast at Tiffany's" (1961) en "Days of wine and roses" (1962). Zijn latere werk buiten de Pink Panter producties was van wisselende kwaliteit. Hierbij springt "Victor Victoria" (1982) er positief uit, terwijl "10" (1979, de doorbraakfilm van Bo Derek) wat tegenviel.

    HET VERHAAL

    Holly Golightly (Audrey Hepburn) en Paul Varjak (George Peppard) leven allebei van de betaalde liefde (misschien wel van de betaalde sex, de film is daar niet heel expliciet over), als ze buren worden. Langzamerhand groeit een wederzijdse genegenheid. Brengt deze genegenheid hun bron van inkomsten in gevaar?

    COMMENTAAR

    "Breakfast at Tiffany's" begint met een scene waarin de Chinese bovenbuurman van Holly zich erg druk maakt over het burengerucht dat zij maakt. In onze "2017 ogen" wordt deze buurman dermate afgeschilderd als een "typische spleetoog" dat je er plaatsvervangende schaamte van krijgt. De film staat op dat moment in je waardering eigenlijk al met 3 -0 achter, ongeveer zoals een restaurant dat begint met een slecht voorgerecht.

    Laten we proberen de rest van de film toch recht te doen. In feite is "Breakfast at Tiffany's" het omgekeerde van "Pretty woman" (1990, Garry Marsshall). In "Pretty woman" is call girl Vivian niet echt op zoek naar een miljonair, maar slaat er desondanks één aan de haak, In "Breakfast at Tiffany's" kent Holly het rijtje van tien rijkste mannen uit haar hoofd, en eindigt desondanks in de armen van een man die geen cent te makken heeft.

    Centraal in de film staat de wens van Holly om haar onafhankelijkheid te bewaren. Moraal van het verhaal is dat onafhankelijkheid niet altijd gelukkig maakt en het soms beter is een deel van deze onafhankelijkheid "op te offeren" voor een relatie. Wat dat betreft heeft "Breakfast at Tiffany's" wel wat gemeen met "Four weddings and a funeral" (1994, Mike Newell), waarin de bindingsangst van een groepje Engelse vrijgezellen centraal staat. Met name de omhelzing in de stromende regen aan het eind van de film heeft grote overeenkomsten met "Four weddings and a funeral". 

    Nu lijkt het bewaren van je onafhenkelijkheid door te leven "op de zak" van een ander op het eerste gezicht een contradictie. Holly is er echter vrij goed in om een relatie aan te gaan met de bankrekening van een ander (economisch niet onafhankelijk), terwijl ze tegelijkertijd haar partner op een afstand houdt (emotioneel wel onafhankelijk).

    De weg die Holly aflegt in het opgeven van haar onafhankelijkheid en het afleggen van het egocentrische cordon dat haar in het begin van de film omringt wordt symbolisch op twee manieren ondersteund. In de eerste plaats zijn daar de sieraden in juwelierszaak Tiffany's. Gelijk al aan het begin van de film wordt het materialistische karakter van Holly onderstreept als we haar (met een criossant in de hand) verlekkert in de etalages van Tiffany's zien kijken (afbeelding 1). Pas aan het eind van de film hecht ze meer waarde aan een nepring. Deze nepring is weliswaar niets waard, maar belangrijker is dat de naam van haar geliefde er in gegrafeerd staat. Ook symbolisch is de rol die de kat in deze film speelt. Holly woont samen met een zwerfkat, die bij haar is komen aanlopen. Zij heeft deze kat geen naam gegeven omdat ze het dier ziet als een wild beest dat (evenals zijzelf) veel waarde hecht aan zijn vrijheid en elke dag weer weg kan lopen. Pas op het eind dringt het tot haar door dat de kat helemaal geen wild beest meer is, maar dat het een huiskat is geworden die zich aan haar gehecht heeft (afbeelding 2).  

    Kortom, na de mislukte opening weet de film zich wel wat te herstellen, zonder dat het echter een meesterwerk wordt. Wel is de film interessant in het kader van de omslag van het beeld van "de ideale vrouw", die in de jaren '60 plaatsvindt. Dit komt vooral door het feit dat de rol van Holly in eerste instantie was gereserveerd voor Marilyn Monroe. Deze weigerde echter omdat ze niet geassocieerd wilde worden met de rol van een call girl. Marilyn Monroe, en in een eerder stadium Jean Harlow, was tot in de jaren '50 het ideale sexsymbool. Blond met een grote boezem. Dat veranderde in de jaren '60. Belangrijk rolmodel in deze jaren werd Audrey Hepburn, die op het gebied van kleding werd bijgestaan door haar vriend en modeontwerper Hubert de Givenchy. De nieuwe ideale vrouw was slanker, platter, had een jongensachtig kapsel en was ook overigens een beetje androgyn. De lijn die Audrey Hepburn in het begin van de jaren '60 had ingezet, werd later doorgetrokken door het bekende Britse model Twiggy. Grappig is dat misschien wel het symbool van de jaren '60, de Amerikaanse president John F. Kennedy, relaties had met beide typen vrouwen. Een buitenechtelijke relatie (zo luiden de geruchten) met 'jaren '50 icoon Marilyn Monroe. Een echtelijke relatie met Jackie, qua styling duidelijk meer een volger van de Audrey Hepburn lijn.

    DATUM: 4 maart 2017

    EIGEN WAARDERING: 6

    Breakfast at Tiffany's (1961) on IMDb

    Reacties
    Filmposters