Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

     

    Intouchable

    Zondag 4 september, 23:20 - 01:15 uur

    NPO 2

     

     

    Insomnia (2002)

    Zondag 4 september, 00:10 - 02:00 uur

    BBC 1

    Meest recente artikelen

    Stanley Kramer (1913 - 2001) was een regisseur met een boodschap. Bijna al zijn films snijden wel een maatschappelijk onderwerp aan. Denk bijvoorbeeld aan zijn twee bekendste rechtbankdrama's. "Inherit the wind" (1960) gaat over een proces uit 1925 tegen een Amerikaanse leraar die de moed had om de evolutietheorie te doceren (nog steeds een gevoelig onderwerp in Amerika). "Oordeel te Neurenberg" (1961) gaat over het proces tegen Nazi kopstukken en de laag daaronder.

    Punt van kritiek dat men wel eens hoort in relatie tot Stanley Kramer is dat zijn betrokkenheid bij de inhoud ten koste gaat van de vormgeving. Hier zit misschien een kern van waarheid in, maar met moet het ook niet overdrijven. Hoewel misschien wat minder innovatief dan Sidney Lumet (ook een regisseur die er om bekend stond controversiële onderwerpen niet te mijden, maar die dit bovendien wist te combineren met vernieuwende beeldtaal) bevatten de films van Stenley Kramer wel degelijk verrassend camerawerk. Je moet er alleen wel op letten.

    Ook buiten de court room drama's snijdt Kramer maatschappelijk relevante onderwerpen aan, denk bijvoorbeeld aan racisme. Dit is het onderwerp van de film "Guess who's coming te dinner" (1967), maar werd reeds eerder aangesneden in "The defiant ones" (1958). In laatstgenoemde film zitten twee ontsnapte gevangen, een witte en een zwarte, (letterlijk) aan elkaar geketend en dienen er dus samen het beste van te maken.

    Kramer werkte veel samen met Spencer Tracy. Na MGM in 1955 te hebben verlaten, was Tracy in de laatste twaalf jaar van zijn leven een freelance acteur. Het grootste deel van deze periode (1960 - 1967) werkte hij vrijwel uitsluitend samen met Stanley Kramer.

    DE REGISSEUR

    Philippe (Bouli) Lanners (1965) begon als klusjesman, maar kwam via cabaretgroep "Les Snuis" in het acteerwerk terecht. Eén van zijn eerste rollen was in "Toto le heros" (1991, Jaco van Dormael). Inmiddels heeft hij met "Ultranova" (2005), "Eldorado" (2008), "Les géants" (2011) en "Les premiers, les derniers" (2016) ook als regisseur vier speelfilms op zijn naam staan.

    HET VERHAAL

    Twee premie-jagers zijn op zoek naar de gestolen mobiel van een gangsterbaas. Deze mobiel bevat gevoelige informatie. Op hun zoektocht kruisen zij het pad van een kruimeldief en zijn geliefde.

    COMMENTAAR

     "Les premiers, les derniers" heeft alle stijlkenmerken van een Western. Daar komt nog bij dat het verhaal wel enige verwantschap vertoont met "No country for old men" (2007, Joel & Ethan Coen). Een gelegenheidsdief komt toevallig in het bezit van de verkeerde buit (in dit geval het mobieltje van de gangsterbaas) en krijgt als gevolg daarvan iemand achter zich aan. In beide gevallen wordt de achtervolging vergemakkelijkt doordat de buit signalen uitzendt (bij "No country for old man" zat er een zendertje verborgen tussen het geld).

    Gilou (Bouli Lanners) en Cochise (Albert Dupontel), de premiejagers op leeftijd in "Les premiers, les derniers",  zijn echter in geen enkel opzicht te vergelijken met de meedogenloze en gestoorde hitman Anton Chigurh (Javier Bardem) uit "No country for old men". Bovendien, en dit verschil is net zo wezenlijk, "this is not America". Dit is Noord Frankrijk, een regio die ergens in de overgang van industriële - naar diensteneconomie de boot gemist heeft.

    Over de troosteloosheid van Noord Frankrijk zijn meer films gemaakt. Eén van de beste vind ik nog altijd "Ca commence aujourd'hui" (1999, Bertrand Tavenier), waarin dorpsonderwijzer Philippe Torreton (Daniel Lefebvre) zich zorgen maakt over de thuissituatie van veel van zijn leerlingen. "Les premiers, les derniers" is veel metafysischer (vager, zweveriger zo men wil) dan "Ca commence ...". Eigenlijk zijn alle personages in de film zoekende. Dat geldt niet alleen voor de kruimeldief en zijn verwarde geliefde, maar ook voor de premiejagers (wiens effectiviteit hier niet echt door bevorderd wordt).

    Het leidt tot een aantal prachtige beelden. Zo zien we in het begin van de film het eindeloze vlakke landschap doorsneden worden door een viaduct (afbeelding 1). Waar dit viaduct ooit dienst voor deed is onduidelijk (het lijkt wel een soort monorail), dat het viaduct reeds lang geleden in onbruik is geraakt is echter des te duidelijker. Als de camera inzoomed op dit viaduct zien we dat het door de kruimeldief en zijn vriendin wordt gebruikt als een (nogal ongemakkelijk) voetpad. Een ander beeld dat mij bijbleef tot lang na de film was het bezoek dat de premiejagers brachten aan een verlaten loods. Plotseling verschijnt er een edelhert met een majestueus gewei midden in de loods. Een symbool van de natuur die langzaam de verlaten industrieterreinen herovert, maar ook een symbool van kracht en vitaliteit, kenmerken die de premiejagers van middelbare leeftijd langzaam door hun vingers voelen glippen. Zo zijn er meer mooie beelden aan te wijzen, maar kijkend naar de film bekruipt je langzaamaan toch ook wel het gevoel dat de fragiele kapstok van het verhaaltje wel erg doorbuigt onder de overdaad aan symboliek die er aan wordt opgehangen.

    Er is nog iets dat aan de ene kant de film tot ere strekt, maar aan de andere kant een teken aan de wand is. De premiejagers mogen zelf dan van middelbare leeftijd zijn, in de film krijgen ze te maken met een bejaarde hoteleigenaar en een zo mogelijk nog meer bejaarde begrafenisondernemer (afbeelding 2). Noord Frankrijk lijkt wat dat betreft "a country for old men only" te zijn. De bejaarde hoteleigenaar is een mooie rol van Micheal Lonsdale (85), de begrafenisondernemer is een zo mogelijk nog  mooiere rol van Max von Sydow (87). Max van Sydow, de Bergman acteur die al schitterde in "Het zevende zegel" (1957).

    Op zich is het mooi als de bijrollen zo goed bezet zijn. Als de bijrol-acteurs echter de sterren van de film worden is dat een teken aan de wand.

    DATUM: 27 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 6

    Les premiers les derniers (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Carol Reed (1906 - 1976) had vooral succes in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen hij de films "Odd man out" (1947), "The fallen idol" (1948) en "The third man" (1949) maakte. In de laatste twee films werkte hij samen met producer Alexander Korda en script writer Graham Greene.

    Na deze drie films gingen zijn films artistiek gesproken achteruit. Dat hij in de nadagen van zijn carrière met "Oliver" (1968) nog een academy award won doet daar niets aan af.

    HET VERHAAL

    Bij een mislukte overval raakt de Ierse nationalist Johnny (James Mason) gewond. Het lukt zijn vrienden niet hem in de vluchtauto te krijgen, en er zit voor Johnny niets anders op om zich alleen te verschansen. Het is het begin van een zwerftocht door Belfast (afbeelding 1), waarbij Johnny steeds zwakker wordt door zijn verwondingen en het cordon van de politie zich steeds verder om hem sluit.

    COMMENTAAR

    "Odd man out" kan in veel opzichten worden gezien als de film "op weg naar" "The third man" (1949). Waar in laatstgenoemde film de grote pleinen maar ook de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog de sfeer van het na-oorlogse Wenen bepalen, wordt in "Odd man out" deze sfeerbepalende rol gespeeld door de achterafsteegjes, de armoede en het verval in Belfast.

    Waar in "The third man" ge-experimenteerd wordt met camerestandpunt en camerahoek, worden in "Odd man out" diverse technieken beproefd om duizeligheid en hallucinaties in beeld te brengen. Wat dat betreft kan de film worden vergeleken met "Vertigo" (1958, Alfred Hitchcock). Hitchcock vond in deze film een revolutionaire manier om de duizeligheid ten gevolge van hoogtevrees in beeld te brengen. Deze manier bestond uit een combinatie van "dolly out / zoom in". Met andere woorden, terwijl de camera fysiek werd verwijderd van het object werd er tegelijkertijd op dit object ingezoomed. In "Odd man out" introduceert Reed een innovatieve manier om hallucinaties weer te geven. Op zijn zwerftoch is Johnny op een gegeven moment terecht gekomen in een café. De waard weet niet goed wat hij met hem aan moet, zet hem in een achterafkamertje en geeft hem een pint. In zijn gedesoriënteerde toestand stoot Johnny deze pint om. In de bellen van het schuim dat over de tafel vloeit ziet hij vervolgens alle gezichten van mensen waar hij de afgelopen uren (tevergeefs) om hulp heeft aangeklopt(afbeelding 2). Volgens Mark Cousins ("The story of film" (2011)) heeft Reed later navolging gekregen, en hij wijst op films van Jean Luc Godard en Martin Scorsese waarin koffie en frisdrank op een soortgelijke wijze (dat wil zeggen de hoofdpersoon ziet zijn hallucinaties weerspiegeld in de drank) worden gebruikt. Ik zou hier nog een verwijzing naar het laatste verhaal ("In a cup of tea") van "Kwaidan" (1964, Masaki Kobayashi) aan willen toevoegen.

    Aan het begin van deze film noemde ik "Odd man out" een film "op weg naar" "The third man". Dat betekent dat er, naast de onmiskenbare kwaliteiten, ook nog wel wat schoonheidsfoutjes aan de film kleven. Velen wijzen in dat verband op te kort komend acteerwerk. Als voorbeeld wordt dan vaak de rol van James Mason als Johnny genoemd. Inderdaad bestaat deze rol uit weinig meer dan het als een zombie door de stad strompelen. Daarbij kan men zich inderdaad afvragen of de acteertalenten van Mason hierbij niet worden onderbenut, wat trouwens wat anders is dan slecht acteerwerk. Tegenover deze "onderbenutting" staan de naar mijn mening uitstekende rollen van de wat minder bekende acteurs William George Fay als de priester vader Tom en Kathleen Ryan als de verloofde van Johnny.

    Aan het spel van de acteurs ligt het naar mijn mening dus niet. Veeleer dienen de minpuntjes  van de film gezocht te worden in de rebellenromantiek die rondom Johnny wordt opgetrokken. In de film wordt heel nadrukkelijk een tegenstelling gecreëerd tussen al die mensen waar Johnny in de loop van de film tevergeefs bij aanklopt (en die niet weten hoe snel ze weer van hem af moeten komen) en de onvoorwaardelijke steun van zijn vriendin. Het is duidelijk dat de sympathie van de regisseur bij de vriendin ligt, waarbij de mensen die Johnny zo snel mogelijk willen lozen met nauw verholen verachting in beeld worden gebracht. Kwam Johnny in het verleden immers niet voor deze mensen op? Heeft Johnny niet zijn nek uitgestoken voor deze mensen?

    Hoewel de naam nergens wordt genoemd is het geen gewaagde veronderstelling om er van uit te gaan dat Johnny lid is van de IRA. Leden van een dergelijke organisatie gaan er zelf vaak impliciet vanuit dat zij de steun hebben van de mensen voor wiens belangen zij menen op te komen. In deze lijn doorredenerend vinden zij vaak ook dat zij recht hebben op de loyalitit en coöperatie van hun "achterban". De vraag of hun achterban wel echt hun achterban is, en of deze mensen wel instemmen met de middelen die zij kiezen om hun doel te bereiken, vragen ze zich niet af. De regisseur stelt deze vragen in "Odd man out" evenmin. In plaats daarvan gaat hij volledig mee in de nogal puberale adoratie van de vriendin voor haar held.

    Daarmee is er aan "Odd man out" net een snufje teveel romantiek en heldendom toegevoegd. Men kan zich afvragen of er aan "The third man" misschien niet iets teveel cynisme is tegevoegd, maar qua smaakbeleving kan ik daar wat beter tegen. Hiermee wil overigens zeker niet gezegd zijn dat "Odd man out" een slechte film is. Daarvoor is het camerawerk veel te goed. Alleen het puntje op de i dat van een goede film een meesterwerk maakt ontbreekt hier nog.

    DATUM: 2 september 2016

    EIGEN WAARDERING: 8

    Odd Man Out (1947) on IMDb

    Reacties

    Jagten (2012, Thomas Vinterberg)

    Jour de fête (1949, Jacques Tati)

    Ju Dou (1990, Zhang Yimou)

    Julius Ceasar (1953, Joseph Mankiewicz)

    Jungfrukällan (1960, Ingmar Bergman)

    Ida (2013, Pawel Pawlowski)

    Imitation of life (1959, Douglas Sirk)

    Im labyrinth des schweigens (2014, Giulio Ricciarelli)

    In bloom (2013, Nana Ekvtimishvili)

    In cold blood (1967, Richard Brooks)

    Indiscreet (1931, Leo McCarey)

    Innocence (2004, Lucile Hadzhihalilovic)

    The innocents (1961, Jack Clayton)

    Inside Llewyn Davis (2013, Joel & Ethan Coen)

    The insider (1999, Michael Mann)

    Insomnia (1997, Erik Skjoldbjærg)

    Insomnia (2002, Christopher Nolan)

    In the fog (2012, Sergei Loznitsa)

    In the mood for love (2000, Wong Kar Wei)

    Intolerance (1916, D. W. Griffith)

    Into the wild (2007, Sean Penn)

    Intouchable (2011, Nakache & Toledano)

    The invansion of the body snatchers (1956, Don Siegel)

    Ivan de Verschrikkelijke (1944 & 1958, Sergeij Eisenstein)

    DE REGISSEUR

    Voor een introductie op het werk van Carol Reed, zie de recensie van "Odd man out" (1947).

    HET VERHAAL

    Holly Martins (Joseph Cotton), een schrijver van pulpromannetjes, komt in  het begin van de film aan in het zwaar door de Tweede Wereldoorlog beschadigde Wenen. Hem is daar een baantje beloofd door zijn jeugdvriend Harry Lime (Orson Welles). Van dat baantje komt weinig terecht, want bij aankomst blijkt Harry te zijn omgekomen bij een verkeersongeval.

    Al snel merkt Holly dat Harry in kwaad daglicht stond bij de geallieerde autoriteiten. Bovendien doen ooggetuigen van het ongeval zeer geheimzinnig. Holly's belangstelling is gewekt, te meer daar hij bij de begravenis heeft kennis gemaakt met de vriendin van Harry. In de rest van de film doet Holly als amateur detective alle moeite om de waarheid omtrent Harry te achterhalen.

    COMMENTAAR

    "The third man" is een all time classic. Ikzelf moest de film een paar keer gezien hebben, maar nu ik hem een tijdje geleden nogmaals op televisie zag ben ik helemaal overtuigd.

    Het is in de eerste plaats een perfecte film noir. Verlaten pleinen in Wenen, de kinderkopjes glimmend van de regen. Het weer een beetje mistig en onheilspellende schaduwpartijen die langs de gevels van de huizen glijden (afbeelding 1). Een Wenen dat er trouwens in het begin van de film beter uitziet dan andere steden in Duits(talig) gebied vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ik denk dan aan de verwoeste steden die we zien in: "Die mörder sind unter uns" (1946, Wolfgang Staudte), "Germania anno zero" (1948, Roberto Rossellini) en "Oordeel te Neurenberg" (1961, Stanley Kramer). Gedurende de film verandert dat beeld overigens gaandeweg en komen we steeds meer in de onderbuik van de stad terecht, totdat we tijdens de "shoot out" aan het einde van de film afdalen in het riool.

    Als film noir van klasse zou "The third man" perfect passen in de steden-triologie van Jules Dassin. In aanvulling op "The naked city" (1948, New York), "Night and the city" (1950, Londen) en "Du Rififi chez les hommes" (1955, Parijs), zou dit dan de Wenen aflevering zijn. Ook de herhaaldelijke verwijzingen naar "M" (1931, Fritz Lang) vallen op. Ik doel op het kind met de bal (dit keer geen slachtoffer maar aanstichter) en de oude ballonverkoper.

    Gezien het ultieme rapportcijfer dat "The third man" aan het eind van de recensie krijgt, moet ze echter meer zijn dan alleen maar een schoolvoorbeeld van een genrepiece. En dat is ook zo, in meerdere opzichten! In de eerste plaats het camerawerk. Bijna alle scenes zijn vanuit opvallende camerahoeken genomen, en veel scenes onderscheiden zich door innovatieve cameraposities. Ik denk dan aan opnames vanuit de bogen van een brug, de beroemde reuzenradscene (afbeelding 2, ik kom later nog op deze scene terug) maar ook de achtervolgingsscene gefilmd vanuit point of view van de vluchteling, waarin we volkomen onverwacht recht in het (onvriendelijke) gezicht van een politiehond kijken.

    Vervolgens is er de bijdrage van Orson Welles als de acteur die Harry Lime speelt. Een karakter dat pas laat in de film zijn opwachting maakt, maar  dat ook bij zijn afwezigheid het verhaal domineert. De scene waarin Lime zijn opwachting maakt, is fenomenaal. Eerder in de film had Anna Schmidt (een mooie rol van Alida Valli), de vriendin van Lime, verteld dat hun kat zo dol op Harry was. Wat later zien we deze kat genoegelijk snorren aan de voeten van een man die voor de rest opgaat in de duisternis van een portiek. Totdat de verlichting van een etalage plotseling een licht werpt op de verdere gestalte. Harry Lime heeft, nadat hij in de eerste helft van de film alleen maar onderwerp was van gesprek, zijn fysieke opwachting in de film gemaakt.

    In de weinige screentime die hem is gegund, zet Orson Welles een indrukwekkende rol neer als de cynische zwendelaar en zwarthandelaar Harry Limes. Dit personage wordt dan gecontrasteerd met de wat naïeve en simplistische schrijver van pulpromannetjes Holly. Wat dat betreft kan "The third man" worden vergeleken met "The best years of our lives" (1946, William Wyler). Beide films zijn kritisch en cynisch over de naaorlogse maatschappij, "The best years of our lives" over de naoorlogse Amerikaanse maarschappij, "The third man" over de naoorlogse Europese maatschappij.

    Ik zou nog terugkomen op de reuzenrad scene (waarvan een clip is toegevoegd). Uiteindelijk treffen Harry en Holly elkaar voor het eerst in de gondel van een reuzenrad. Holly is er inmiddels wel van overtuigd dat zijn jeugdvriend Harry niet meer de "nice guy" uit het verleden is (als hij dat al ooit geweest is?). Sterker nog de zwarte handel in geneesmiddelen waarmee Harry zich bezig houdt, heeft inmiddels dodelijke slachtoffers geëist. Als Holly Harry deze feiten voor de voeten gooit, doet laatstgenoemde het deurtje van de gondel open. De spanning is te snijden. Zou hij Holly naar buiten gooien? Uiteindelijk reageert Harry niet met fysiek geweld, maar wat hij er verbaal uit gooit, liegt er ook niet om. De scene bevat twee beroemde citaten.

    In het eerste citaat (waarvan onduidelijk is of het uit de pen van Graham Greene of van Orson Welles afkomstig was) vergelijkt Harry Lime Italië met Zwitserland.

    Don't be so gloomy. After all it's not that awful. Like the fella says, in Italy for 30 years under the Borgias they had warfare, terror, murder, and bloodshed, but they produced Michelangelo, Leonardo da Vinci, and the Renaissance. In Switzerland they had brotherly love - they had 500 years of democracy and peace, and what did that produce? The cuckoo clock. So long Holly.

    Alsof je Nietzsche hoort praten.

    Het tweede citaat komt waarschijnlijk wel uit de koker van Greene. Harry Lime spreekt het uit als de gondel op zijn hoogste punt is en beide inzittenden naar beneden kijken, naar het gekrioel op straat.

    Victims? Don't be melodramatic. Look down there. Tell me. Would you really feel any pity if one of those dots stopped moving forever? If I offered you twenty thousand pounds for every dot that stopped, would you really, old man, tell me to keep my money, or would you calculate how many dots you could afford to spare?

    Dit citaat stelt de morele vraag op grond van welke recht overheden mensen als Harry Lime vervolgen en veroordelen. Mede in combinatie met het camerastand (neerkijkend vanuit de hoogte van een reuzenrad) bevat het een duidelijke associatie met de bombardementen (bijvoorbeeld van Dresden) waartoe diezelfde overheden nog niet zo lang geleden opdracht gaven. Nog explicieter is het vervolg van het citaat.

    Nobody thinks in terms of human beings. Governments don't. Why should we? They talk about the people and the proletariat, I talk about the suckers and the mugs - it's the same thing. They have their five-year plans, so have I.

    Het vijfjarenplan verwijst naar de Russische autoriteiten. Ten tijde van de film is Wenen (net als Berlijn) verdeeld in vier bezettingszones, elk geleid door één van de geallieerde mogendheden. Aan de relatie tussen deze mogendheden is te merken dat we tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude oorlog inzitten. In Wenen zijn veel Oost-Europese vluchtelingen, die er veel aan gelegen is uit de Russische zone te blijven. Eén van hen is Anna Schmidt, de vriendin van Harry, die uit Sudetenland komt en door Harry van valse papieren is voorzien. Hoe is het mogelijk dat de wat naïeve Holly Harry op een gegeven moment door heeft, terwijl de veel slimmere Anna hem stug trouw blijft? Het antwoord op deze vraag is ontnuchterend eenvoudig. Ook Anna heeft Harry door, maar in tegenstelling tot Holly gelooft zij niet (meer) in een simpele indeling van mensen in "good guys" en "bad guys". Het leidt tot één van de mooiste cyclische scenes uit de filmgeschiedenis. Aan het begin van de film bezoekt Holly de (later fake blijkende) begrafenis van Harry (afbeelding 3a) en kijkt na afloop gefascineerd naar de mysterieuze vrouw die de laan met bomen afloopt. Aan het eind van de film bezoekt Holly de (echte) begrafenis van Harry. Gedurende de film is hij veel opgetrokken met Anna (de mysterieuze vrouw) en hij heeft een oogje op haar. Hij wacht haar op als ze dezelfde laan als in het begin van de film afloopt (afbeelding 3b). Langzaam komt ze dicherbij en loopt voorbij zonder hem een blik waardig te keuren. Ondanks alles kan ze hem niet vergeven dat hij Harry "verraden" heeft.

    DATUM: 3 september 2016

    EIGEN WAARDERING: 10

    The Third Man (1949) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een inleiding op het werk van Masaki Kobayashi, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    De film bestaat uit vier verhalen. In al deze verhalen spelen geesten een vooraanstaande rol.

    In het 1e verhaal (Black hair) verlaat een man zijn vrouw om in de grote stad carrière te gaan maken. Als dat jaren later gelukt is, merkt hij echter dat geld niet gelukkig maakt. Hij heeft spijt en keert terug naar huis. Het huis is totaal vervallen, maar gelukkig zit zijn vrouw daar nog op haar vaste plek achter het weefgetouw. En ze is geen dag ouder geworden!

    In het 2e verhaal (Woman of the snow) raken een houthakker en zijn leerling verdwaald in een sneeuwstorm. Uiteindelijk vinden ze beschutting in een verlaten hut en vallen in slaap. Halverwege de nacht wordt de leerling wakker. Hij ziet een mysterieuze dame, die met haar ijzige adem het leven uit zijn leermeester wegblaast. Uit mededogen spaart ze echter de nog jonge leerling. Zou ze een oogje op hem hebben?

    In het 3e verhaal (Hoichi, the earless) reciteert een nog jonge monnik elke nacht het verhaal van een lang vervlogen zeeslag. Hij doet dit op het kerkhof waar de gevallenen van deze zeeslag begraven liggen. Geroerd door zijn gezang komen de geesten tevoorschijn uit hun graf. Hoe vaker Hoichi zijn gezang ten besten geeft, hoe meer hij onder invloed van deze geesten komt. Uiteindeljk ziet de abt maar één mogelijkheid om deze invloed te doorbreken. Het lichaam van Hoichi wordt van top tot teen volgekaligrafeerd met heilige teksten.

    In het 4e verhaal (In a cup of tea) verschijnt de geestverschijning aan een schrijver in de vorm van een weerspiegeling in zijn theewater. Als de verschijning niet weg wil gaan (de schrijver heeft de inhoud van zijn kopje herhaaldelijk weggegooid en daarna nieuwe thee ingeschonken), klokt hij hem uiteindelijk geërgerd naar binnen. Dat had hij beter niet kunnen doen.

    COMMENTAAR

    "Kwaidan" is zo in en in Japans, dat je er bijna automatisch van uit gaat dat het is gebaseerd op oude Japanse volksverhalen. Toch is dat niet het geval. De film is gebaseerd op de verhalen van Lafcadio Hearn, geboren in Griekenland uit een Griekse moeder en een Ierse vader. Wel is het zo dat deze Lafcadio zich op latere leeftijd in Japan heeft gevestigd, en zich de Japanse cultuur volkomen eigen heeft gemaakt. Hij nam zelfs een Japanse naam aan, Yakumo Koizumi.

    Opvallend is het verschil tussen Japanse en Westerse geestenfilms. Vanaf Jacques Tourneur ("Cat people", 1942) is het in (de betere) Westerse film steeds gebruikelijker geworden geestverschijningen niet meer in beeld te brengen, maar uitsluitend te suggereren. Vaak (bijv. in "The haunting" (1963, Robert Wise)) wordt daarbij in het midden gelaten of de geest echt bestaat dan wel uitsluitend tussen de oren van de hoofdpersoon zit. In Japanse films wordt de geestverschijning echter uitgebreid in beeld gebracht en is het realiteitsgehalte van deze verschijning niet aan twijfel onderhevig. We zien dat in "Kwaidan", maar we zien het ook in "Kuroneko" (1968, Kaneto Shindo) of (meer recent) in "Ringu" (1998, Hideo Nakata).

    "Kwaidan" is een voor Kobayashi a-typische film. De ethiek is naar de achtergrond gedrongen, de esthetiek treedt daarentegen duidelijk op de voorgrond. De filosoof houdt zijn mond en heeft het woord gegeven aan de student van de schone kunsten. Alles aan deze film is mooi en sprookjeschtig. Dat begint al met het dromerige intro, waarin inkt in sierlijke patronen oplost in water (zie poster). In de rest van de film wordt dit sprookjesachtige karakter herhaaldelijk benadrukt door de lucht, die de meest onnatuurlijke kleuren aanneemt of van waaruit ogen de karakters in de gaten houden (afbeelding 1). Zelfs de geestverschijningen zijn in wezen mooi, of op zijn minst sereen. Als er in een (meestal wat slechtere) Westerse film al een geestverschijning in beeld komt, is dat meestal gericht op maximalisatie van het schokeffect. Zo niet in "Kwaidan". Als deze film al horror genoemd mag worden, dan is het toch zeker "soft horror".

    Het a-typische "Kwaidan" deed het ondertussen heel goed bij het publiek. De film kreeg een jury prijs in Cannes en werd genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Voor mij was het lang geleden de eerste kennismaking met Kobayashi, en die beviel goed. Toen filmhuis Cavia een enquete hield onder haar bezoekers om uit de reacties een klassieker-programma samen te stellen, was "Kwaidan" mijn inzending (en deze kwam in het programma).

    Het openingsverhaal, black hair, lijkt als twee druppels water op "Ugetsu Monogatari" (1953, Kenji Mizoguchi), met als verschil dat in laatstgenoemde film de man tenminste nog rijk wilde worden om zjn vrouw een plezier te doen (een plezier waarop ze overigens helemaal niet zat te wachten). Dit motief ontbreekt ten ene male in "black hair".

    Hoofdmoot van de film is het derde verhaal, "Hoichi, the earless", met een lengte van bijna een uur. Ook hier is weer een overeenkomst met "Ugetsu Monogatari" te bespeuren. Het betreft hier het kaligraferen van heilige teksten op een lichaam om de invloed van geesten af te wenden. Vergelijk wat dit betreft afbeelding 2 van "Kwaidan" met afbeelding 2 van "Ugetsu Monogatari".

    In het 3e en 4e verhaal is de invloed die de geesten op de "natuurlijke wereld" uitoefenen verbonden met middelen van massacomunicatie. Immers Hoichi is een soort van minstreel, en in de middeleeuwen vervulde zo iemand een rol in de massacommunicatie. In het vierde verhaal (speelt in de 19e eeuw) is het een schrijver die geplaagd wordt door geesten, en ook boeken zijn een vorm van massacommunicatie. Het is misschien vergezocht maar het deed mij denken aan "Ringu". Deze film komt weliswaar uit een veel latere periode, maar ook hier verloopt de invloed van de geestenwereld op de natuurlijke wereld via een medium van massacommunicatie, namelijk de televisie.

    DATUM: 20 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 10

    Kaidan (1964) on IMDb

    Reacties

    Van alle regisseurs die volgden op het tijdperk van "de grote drie" (zie de inleiding op de Japanse cinema) was Masaki Kobayashi (1916 - 1996) naar mijn mening de belangrijkste. Hij studeerde filosofie, maar werd al snel na zijn studententijd opgeroepen voor het Japanse leger en in Mantsoerije gestationeerd. Kobayashi moest niets hebben van de oorlog en het leger, en weigerde elke promotie naar een hogere rang dan soldaat. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog zat hij nog enige tijd vast als krijgsgevangene.

    Gegeven zijn principiële instelling mag het geen verrassing zijn dat de meeste films van Kobayashi sociaal geëngageerd zijn. Ik denk  hierbij aan "The human condition (een serie van 3 films, 1959 - 1961) en aan "Harakiri" (1962). Overigens richt Kobayshi zijn kritiek hierbij niet alleen op de Japanse maatschappij. Ook de Amerikaanse overwinnaar wordt niet gespaard. Zo gaat "Black river" (1957) over de corruptie rondom een Amerikaanse legerbases.

    Naast filosofie had Kobayashi ook klassieke kunsten gestudeerd. De esthetiek wordt in zijn films dan ook nooit vergeten en heeft in "Kwaidan" (1964) zelfs de overhand.

    La Habanera (1937, Douglas Sirk)

    The haunting (1963, Robert Wise)

    Häxan (1922, Benjamin Christensen)

    De helleveeg (2016, André van Duren)

    Her (2013, Spike Jonze)

    Des Hommes et des Dieux (2010, Xavier Beauvois)

    Horror of Dracula (1958, Terence Fischer)

    The hound of the Baskervilles (1939, Sidney Lanfield)

    House of the flying daggers (2004, Zhang Yimou)

    The hunchback of the Notre Dame (1939, William Dieterle)

    The hunt for Red October (1990, John Mc Tiernan)

    The hustler (1961, Robert Rossen)

    DE REGISSEUR

    Robert Z. Leonard (1889 - 1968) heeft een lange carrière als regisseur die begint in 1914 en eindigt in 1957. Tegenwoordig is hij een beetje in de vergetelheid geraakt. Wanneer zijn carrière precies op haar hoogtepunt was, is moeilijk te zeggen. Zijn meest bekende film is waarschijnlijk "The great Ziegfield" (1936), waar hij ook een Oscar voor kreeg. De waardering van deze film op IMDB is echter flink gezakt. Tegenwoordig wordt zijn werk  uit de jaren '20 (althans op IMDB) hoger gewaardeerd.

    HET VERHAAL

    Wanneer twee rijke vrijgezelle heren zich ongeveer tegelijkertijd vestigen in een slaperig stadje in Amerika, leidt dit tot grote beroering. Vooral in gezinnen met huwbare dochters. De famillie Bennet, waarin vijf huwbare dochters rondlopen (zie poster, drie zijn zichtbaar in afbeelding 1), vormt hierop zeker geen uitzondering.

    COMMENTAAR

    Films waarin "de problematiek" van de huwbare dochters centraal staan, spelen een grote rol in het oeuvre van Yasujiro Ozu. Ook in het werk van de schrijfster Jane Austen staat deze problematiek centraal. De op haar boeken gebaseerde films lijken op het eerste gezicht in alle opzichten verschillend ten opzichte van het werk van de Japanse meester. Hoogoplopende passie en doldwaze verwikkelingen staan hier tegenover de monotonie van het dagelijkse bestaan en de subtiliteit van het kleine gebaar bij Ozu. Toch zijn de verschillen kleiner dan ze op het eerste gezicht wellicht lijken. In beide gevallen beteft het vaak een botsing tussen het klassebewustzijn van de ouders, en de wens van  de dochter om zelfstandig haar partnerkeuze te kunnen maken. Waar het in de films van Ozu vaak gaat om gezinnen in de lagere middenklase die moeite hebben zich te handhaven, spelen de verhalen van Austen zich meestal af in de hogere kringen. De gezinnen met de dochters verkeren vaak in moeilijkheden, en trachten kost wat kost de schijn hoog te houden. Een goed huwelijk kan dan uitkomst bieden.

    De boeken van Jane Austen zijn onverminderd populair. Zeker haar eerste twee werken. Eerder besprak ik reeds een verfilming van "Sense and sensibility" (1995, Ang Lee). Ook "Pride and prejudice" mag zich in een grote belangstelling verheugen vanuit de film- / televisiewereld. In 1995 was er een televisieserie met Colin Firth in de hoofdrol, in 2003 was er een (slecht ontvangen) film van Andrew Black, in 2005 was er een (beter ontvangen) film van Joe Wright en in 2014 was er tenslotte weer een televisieserie. Temmidden van al deze hedendaagse Austen-adaptaties leek het mij leuk om eens terug te keren naar de eerste Austen verfilming, de 1940 versie van "Pride and prejudice" van Robert Leonard.

    De jaren '40 waren onder andere de jaren van de "screwball comedys". Howard Hawks was een erkend meester in dit genre. In een screwball comedy draait alles om de "battle of the sexes", een battle die wordt uitgevochten middels scherpe dialogen. Uiteindelijk loopt de haat-liefde verhouding die centraal staat in een dergelijke film natuurlijk altijd goed af. Ook in "Pride and prejudice" gaat het om een haat - liefde verhouding (en ook deze loopt uiteindelijk goed af), maar echt scherpe dialogen zal men vergeefs in deze film zoeken. De strijd wordt veel meer uitgevochten met lichaamstaal en (zich verschuilen achter) etiquettes. Vergelijk "Pride and prejudice" met het een jaar eerder verschenen "The women" (1939, George Cukor) (noot 1) en het verschil tussen een screwball ("The women") en een romcom (romantische comedy, "Pride and prejudice") zal duidelijk zijn.

    Met Laurence Olivier (als Mr Darcy, geen nadere introductie nodig) en Greer Carson (als Elizabeth Bennet, Greer Carson speelde ook de hoofdrol in "Mrs Miniver"  (1942, William Wyler)) is de bezetting van de rollen van het strijdende koppel natuurlijk uitstekend. Ook de ouders van de (aanstaande) bruid mogen wat mij betreft in het zonnetje gezet worden. Mary Boland zet als Mrs Bennet een fanatiek koppelende,  wat chaotische drama queen van een moeder neer. Edmund Gwenn zet als Mr Bennet uitstekend een wat flegmatieke maar meer pragmatische tegenpool neer.

    In het begin van de film lijkt de comedy de overhand te krijgen. Als het nieuws van de twee rijke vrijgezelle heren bekend wordt ontstaat er een ware race tussen de koetsen van twee moeders die met hun dochters aan het winkelen waren. Beiden willen als eerste thuis zijn om deze begeerde vrijgezellen onmiddellijk te kunnen inviteren. Daarna wordt een dochter met opzet door het noodweer gestuurd om bij één van beide heren op visitie te gaan. De voorzienbare verkoudheid zal immers leiden tot een gedwongen logeerpartij. Later in de film herstelt zich de verhouding tussen rom(antiek) en com(edy) en wordt het alsnog een echte romcom.

    Noot 1: Ook in "The women" hebben we te maken met de relaties tussen een groep vrouwen onderling, al zijn dat in dit geval niet allemaal zussen.

    DATUM: 12 augustus 2016

    EIGEN WAARDERING: 7

    Tweestrijd der gevoelens (1940) on IMDb

    Reacties
    Filmposters