Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

    Films  in de nacht volgend op de aangegeven datum worden, ook als ze na  24:00 uur starten, aan deze datum toegerekend.

     

    Forbidden planet

    Zaterdag 19 augustus, 14:45 - 16:20 uur

    BBC 2

     

     

    Dr Strangelove

    Woensdag 23 augustus, 22:15 - 23:40 uur

    Canvas

     

     

    Moonrise Kingdom

    Donderdag 24 augustus, 22:15 - 23:45 uur

    Canvas

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Jacques Tati, zie de recensie van "Jour de fête" (1949).

    HET VERHAAL

    Mr Hulot heeft voor zijn vakantie een kamer geboekt in Hotel de la plage in Saint Marc sur Mer (Bretagne). Hij slaagt er keer op keer in het hele hotel op stelten te zetten.

    COMMENTAAR

    "Les vacances de Mr Hulot" is de première van Mr Hulot, een alter ego van Jacques Tati dat in al zijn volgende films zal terugkeren. Wat dat betreft zit "Les vacances de Mr Hulot" in tussen "Jour de fête" (1949) en latere films als "Mon oncle" (1958) en "Playtime" (1967). Aan de ene kant is Mr Hulot reeds aanwezig (net als in de latere films), aan de andere kant speelt "Les vacances de Mr Hulot" zich nog helemaal af in het oude nostalgische Frankrijk (net als "Jour de fête"). 

    Op het eerste gezicht lijkt de film te passen in de beste tradities van de slapstick, zoals die met name opgeld deden in de periode van de stomme film. Zie bijvoorbeeld de scene waarin Hulot zijn kano aan het schilderen is. Door de golfbewegingen drijft de verfpot afwisselend van het strand af en naar het strand toe (afbeelding 1). Steeds als Hulot zijn kwast in de pot doopt is deze miraculeus genoeg op de juiste plek. Het ziet er allemaal eenvoudug uit, maar in de praktijk koste het een aantal dagen om de timing van deze scene perfect te krijgen.

    Nu we het toch over de kano hebben, in 1978 keerde Tati terug naar Saint Marc sur Mer en voegde een scene aan "Les vacances de Mr Hulot" toe. In deze scene, die een knipoog is naar het succes van "Jaws" (1975, Steven Spielberg), breekt de kano van Mr Hulot doormidden en klapt dubbel. Strandgasten zien de dubbelgeklapte kano aan voor een haai en vluchten in paniek. 

    Dat "Les vacances de Mr Hulot" dicht bij de stomme films staat wil zeker niet zeggen dat geluid geen enkele rol speelt. De film zit juist vol met typische geluidseffecten, zoals het rare geluidje dat de klapdeuren (die toegang geven tot de eetzaal van hotel de la plage) maken. Wel is het zo dat de dialoog nauwelijks een rol speelt. Als er al mensen praten, dan is dat gereduceerd tot achtergrondgeluid en de inhoud van de conversatie is niet te volgen. Dat begin al in de eerste scene. We bevinden ons op het station, en de stationsomroep stoot louter onverstaanbare klanken uit. We zien een groep reizigers op het voorste perron staan, die zich bij het horen van deze klanken de trap afspoeden. Heel snel daarna komen ze boven op het achterste perron (bij de trap van het achterste perron stond namelijk een tweede groep acteurs klaar), en enkele seconde later arriveert de trein op het middelste perron.

    Beginnend met "Mon oncle" (1958) plaatst Tati kanttekeningen bij de zegeningen van de moderne tijd en begint de satire het te winnen van de slapstick. Dat wil echter niet zeggen dat in "Les vacances de Mr Hulot" geen satirische elementen aanwezig zijn. Het is niet alleen Mr Hulot die voor de komische elementen zorgt, ook het gedrag van de andere hotelgasten ontlokt ons meermaals een glimlach.  Aangezien er een oudere Engelse dame en een Duitse familie in het hotel logeren, dacht ik even dat de misverstanden tussen de gasten wellicht symbool stonden voor de opstartproblemen bij het proces van Europese integratie. Dit is waarschijnlijk echter te ver gezocht. Meer voor de hand ligt dat de diverse personages symbool staan voor de diverse standen in de Franse maatschappij. Een idee dat we bijvoorbeeld ook tegenkomen in "The old dark house" (1932, James Whale), al gaat het daar om de Engelse maatschappij en zijn de diverse personages tot elkaar veroordeeld doordat ze gestrand zijn in een storm en niet omdat ze geboekt hebben bij hetzelfde hotel (afbeelding 2). Grappig dat zelfs bij een strandvakantie (massatoerisme was in de jaren '50 een relatief nieuw fenomeen) het onderscheid tussen de diverse groepen uit de maatschappij zo duidelijk aanwezig blijft.

    Hoewel de satirische ondertoon dus wel degelijk aanwezig is, blijft het in "Les vacances de Mr Hulot" toch bij een ondertoon. Het is in de eerste plaats een vreselijk zomerse film, hetgeen Tati nog eens benadrukt heeft door bij een latere bewerking tijdens de aftiteling een postzegel in de rechterbovenhoek te monteren.

    DATUM: 19 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Les vacances de Monsieur Hulot (1953) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Jean Renoir, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Het gezin Dufour (moeder, vader, dochter, verloofde van dochter) vertoeft een dagje buiten Parijs. Ze stoppen bij een herberg, waar de vrijbuiters Henri en Rodolphe juist wat zitten te drinken. Deze vrijbuiters voorzien vader en aanstaande schoonzoon graag van een hengel, zodat ze zelf met de dames uit roeien kunnen gaan. Dochter Henriette beleeft een romance met Henri waar ze jaren later, inmiddels getrouwd met haar verloofde, nog met weemoed aan terugdenkt.

    COMMENTAAR

    De opnamen voor "Partie de campagne" werden in 1936 gemaakt. Door hevige regenval liep de achterstand op het produktieschema zo hoog op, dat de produktie op een gegeven moment gestaakt werd. De ruwe opnamen lagen tien jaar op de plank, en pas in 1946 werd er een bioscoopfilm van gemaakt. "Partie de campagne" viel, wegens zijn luchtige toon, bij het naoorlogse publiek bijzonder in de smaak.

    Met "Partie de campagne" bewijst Jean eer aan zijn vader, de schilder Auguste Renoir. Het beeld van de schommelende Henriette is ontleend aan het schilderij "De schommel" uit 1876. Door de mogelijkheden van het medium film, weet Jean aan dit schilderiij dynamiek toe te voegen. Om deze dynamische beelden te krijgen schommelde de cameraman mee, zoals is te zien op afbeelding 1.

    Hoe populair de film ook geworden is, naar mijn mening kan hij toch niet worden gerekend tot de topstukken uit het oeuvre van Jean Renoir zoals bijvoorbeeld "La grande illusion" (1937) of "La règle du jeu" (1939).  Ook mist de film het sprankelende en nog altijd herkenbare van "Menschen am Sonntag" (1930, diverse regisseurs), met welke film "Partie de campagne" de verhaallijn (een simpel dagje ontspannen) gemeen heeft. 

    Dit zal vooral te maken hebben met de wat wisselende sfeer van de film. "Partie de campagne" begint als een komedie en via een romance eindigt de film in een enigszins weemoedige sfeer. Voor wat betreft de komedie-elementen zijn vader Dufour en de verloofde duidelijk gebaseerd op Laurel en Hardy. Verder is het onduidelijk of de Parijzenaars zich vermaken op het platteland, of dat de plattelanders zich juist vermaken met de Parijzenaars. Als hij een enigszins inferieure "catch of the day" inspecteert vraagt de herbergier zich af "Zal ik deze vissen aan de katten voeren, of kan ik ze nog aan de Parijzenaars voorzetten",

    Nadat ze hun bootje aan de kant hebben gelegd, beleven Henri en Henriette een romance. Deze wordt door Renoir vrij traditioneel in beeld gebracht. De man dringt aan, in eerste instantie verzet de vrouw zich, maar uiteindelijk stemt ze toe. In een andere film (ik ben vergeten welke) werd deze sequentie vooral in beeld gebracht via de arm van de vrouw (van afwerend naar liefkozend). Renoir gebruikt zowel de arm als de gezichtsuitdrukking van Henriette (zie afbeelding 2). Ik heb dit soort scenes altijd een beetje "verdacht" gevonden. Net alsof bij vrouwen "nee" eigenlijk geen "nee" is. Na "Partie de campagne" heb ik "A clockwork orange" (1971, Stanley Kubrick) gezien. Deze film heeft altijd veel kritiek gekregen omdat het er in voorkomende geweld navolging zou uitlokken. Naar mijn mening lokken de "romantische scenes" zoals die onder andere voorkomt in "Partie de campagne" veel eerder kopieergedrag uit, dan het redelijk bizarre geweld in "A clockwork orange". 

    Jaren na de romance komt Henriette Henri nog een keertje tegen en denkt met weemoed terug aan hun gezamelijke avontuurtje. De weemoed zet echter al veel eerder in, namelijk als direct na de vrijpartij een onweer losbarst. Via natuurbeelden weet Renoir de sfeer van berouw die na de zonde komt goed te vatten. Hij bewijst daarmee andermaal eer aan zijn vader, die een echte buitenschilder was. Ook "Partie de campagne" bestaat nagenoeg volledig uit buitenopnamen (die de oorzaak waren van de ellende die aan het begin van deze recensie vermeld werd).

    Al met al denk ik dat "Partie de campagne" een licht overgewaardeerde film is. Dat wil uiteraard niet zeggen dat het een slechte film is. Sommige scenes zitten echt heel knap in elkaar. In het begin van de film zitten Henri en Rodolphe wat te drinken in de wat donkere herberg. Op een gegeven moment doen ze de luiken voor de ramen open. Het licht stroomt naar binnen en door de ramen zien we de schommelende Henriette vol in beeld. Op de een of andere manier verdwijnt het binnenste van de herberg onmiddelijk naar de achtergrond en is het raam ons venster op de zomerse wereld (zie clip). 

    DATUM: 19 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING:  7

    Partie de campagne (1936) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Theo Angelopoulos (1935 - 2012) is nooit echt doorgedrongen tot de mainstream cinema. Op zich is dat ook niet zo gek. Inhoudelijk kenmerken zijn films zich door een mix van Griekse geschiedenis en Griekse mythologie. Om het verhaal echt goed te kunnen volgen moet je eigenlijk van beide onderwerpen enig verstrand hebben. Qua vormgeving vallen zowel de lengte van de shots als de lengte van de film op. Zo bevat "The travelling players" (1975) slechts 80 shots in een film van bijna 4 uur, een gemiddelde shotlengte van bijna 3 minuten.

    Angelopoulos werd (afgezien van een enkele vroege film) actief na de val van het kolonelsregime in 1974. Hij  is een groot liefhebber van trilogieën, bijna al zijn films zijn onderdeel van een trilogie. Uit de namen van deze trilogieën valt niet altijd precies het thema af te leiden, en vreemd genoeg is daar op internet ook weinig over te vinden. Onderstaand een overzicht van de trilogieën.

    - De trilogie van de geschiedenis (1972 - 1977), meest bekende film "The travelling players" (1975, deel 2)
    - De trilogie van de stilte (1984 - 1988), meest bekende film "Landscape in the mist"  (1988, deel 3)
    - De trilogie van de grenzen (1991 - 1998), meest bekende film "Ulysses gaze" (1995, deel 2)
    - De trilogie van het moderne Griekenland (2004 - 2012), meest bekende film "The weeping meadow" (2004, deel 1)

    Laatstgenoemde trilogie is onvoltooid gebleven. Tijdens het maken van deel 3 kwam Angelopoulos om het leven ten gevolge van een verkeersongeval.

    HET VERHAAL

    Een reizend theatergezelschap trekt door het Griekse land met het stuk "Golfo, de schaapsherder": een stuk over liefde, verraad en dood. De tournee verloopt niet van een lijen dakje want ondertussen beleeft Griekenland in de periode 1939 - 1952 een woelige periode in zijn geschiedenis met achtereenvolgens:

    - de dicatuur van Metaxas;
    - de oorlog tegen de Italianen;
    - de Duitse bezetting;
    - bevrijding en burgeroorlog tussen Staatstroepen en Communistische opstandelingen;
    - ingrijpen van de geallieerde mogendheden in de Griekse aangelegenheden en begin van de dictatuur van generaal Papagos.

    De leden van theatergezelschap kiezen in deze politieke verwikkelingen soms voor verschillende kanten en beleven zo hun eigen verhaal van liefde, verraad en de dood.

    COMMENTAAR

    Het verhaal in "The travelling players" wordt, zoals de titel ook al aangeeft, verteld door de ogen van een reizend theatergezelschap. In het verleden hebben meer regisseurs gebruik gemaakt van deze setting om hun verhaal te vertellen. Denk aan "Floating weeds" (1934 en 1959, Yasujiro Ozu) en "Sawdust and tinsell" (1953, Bergman). 

    Het verhaal dat Angelopoulos door middel van zijn theatergezelschap vertelt, is vooral het verhaal van dictaturen van diverse pluimage die elkaar in hoog tempo afwisselen in het betreffende tijdsvak van de Griekse geschiedenis. Hierbij weet Angelopoulos minstens zo goed als Bela Tarr in "Werckmeister Harmoniac" (2000) de sinistere sfeer van aankomend onheil op roepen. Waar het theatergezelschao ook komt, ze treffen er marcherende menigtes, marsmuziek en rondrijdende auto's met een megafoon op het dak aan. Uit deze megafoons komen dan ronkende teksten als "Laat de generaal zijn karwei afmaken" of "breng aanstaande zondag een patriottische stem uit".

    Waar Bela Tarr echter een fictieve (naam- en tijdloze) dictatuur op het oog had, is Angelopoulos historisch zeer accuraat in zijn film. Zo doet hij uitgebreid verslag van de door de communisten georganiseerde betoging van 3 december 1944, die door het Griekse leger (onder het toeziend oog van geallieerde troepen) bloedig wordt neergeslagen. Hier ligt ook meteen het zwakke punt van de film. In een film van bijna 4 uur veronderstelt Angelopoulos wel erg veel kennis van de Griekse geschiedenis en de Griekse mythologie (noot 1) bij zijn kijkers. Dit zou niet erg zijn als Angelopoulos de film puur voor de Griekse markt had gemaakt, maar aangezien Angelopoulos zich altijd als regisseur van internationale allure heeft beschouwd (noot 2) is dit onwaarschijnlijk. 

    Zonder deze achtergrondkennis is het verhaal van de film moeilijk te volgen en wordt de film een aaneenschakeling van losse scenes. Deze losse scnes zijn overigens vaak van een hoge kwaliteit. Ik denk dan aan:

    - De scene in de danshal, met aan de ene kant communistische opstandelingen en hun vriendin, en aan de andere kant militairen van het staatsleger.
    - De moord op het toneel, waarbij Orestes zijn moeder (Clytemnestra) en haar minnaar (Aegisthos, die de vader van Orestes (Agamemnon) verraden heeft) vermoordt (afbeelding 1).
    - De scene van het inleveren van de wapens, naar aanleiding van het bestand waarbij het communistisch verzet zich overgegeven had (afbeelding 2). 

    Ook de begrafenis van Orestes aan het einde van de film is een bijzondere (en ook mysterieuze) scene. Als het zand op de kist wordt gegooid beginnen de omstanders te applaudiseren als een manier om eer te bewijzen aan het moedige leven dat Orestes geleden heeft. Plotseling zie je dat één van de omstanders niet klapt. Wie is dat? Waarom klapt hij niet? Mysterieus! 

    Hoe goed de individuele scenes ook zijn, als ze als los zand aan elkaar hangen is 4 uur toch wel erg lang. Daarbij komt dat verreweg de meeste scenes (net als in de overige films van Angelopoulos) overview shots zijn, van enige afstand gefilmd. Dat schept distantie. Zelden gebruikt Aneglopoulos de close up. Dat is erg jammer want de keren dat hij wel in close up filmt zijn meteen de hoogtepunten van de film. Op verschillende momenten in de film houden drie spelers uit het gezelschap een monoloog van soms wel 10 minuten, waarbij ze recht in de camera kijken. Het zijn fascinerende beelden. Deze monologen hadden bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt om de diverse spelers hun eigen versie van het verhaal te laten vertellen. De film zou hierdoor "Rashomon" (1950, Akira Kurosaw) achtige proporties hebben kunnen krijgen. Nu heb je toch voortdurend het idee dat je naar een gemiste kans zit te kijken. Te goed om te vervelen, niet goed genoeg om te overtuigen.  

     

    Noot 1: De namen van de spelers uit het rondtrekkende gezelschap verwijzen naar personages uit het toneelstuk "Elektra" van Sophocles, en eigenlijk moet je dit stuk kennen om de ervaringen van deze spelers te kunnen plaatsen. 

    Noot 2: Zo deed Angelopoulos in 1995 geen moeite zijn teleurstelling (en ongenoegen) te verbergen toen niet zijn film "Ulysses gaze" maar "Underground" van Emir Kusturica in Cannes in de prijzen viel.

     

     

    DATUM: 12 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    O thiasos (1975) on IMDb




    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van David Lynch, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Alvin Straight (Richard Farnsworth) leeft al 10 jaar in onmin met zijn broer Lyle (Harry Dean Stanton) als hij het bericht krijgt dat deze getroffen is door een beroerte. Hij wil het met zijn broer bijleggen en beseft dat hij daar mogelijk niet veel tijd meer voor heeft. De afstand tussen Alvin (woonplaats Laurens, Iowa) en Lyle (woonplaats Mt Zion, Wisconsin) is echter een groot probleem. Alvin is namelijk 73, is slecht ter been en zijn ogen zijn niet al te best meer. Hij woont samen met zijn licht verstandelijk gehandicapte dochter Rose (Sissy Spacek), die ook geen auto mag rijden. Uiteindelijk besluit Alvin de tocht te ondernemen met behulp van zijn grasmaaier (afbeelding 1).

    COMMENTAAR

    "The Straight story" is een buitenbeentje in het oeuvre van David Lynch, wiens films zich normaal gesproken afspelen in surrealistische milieu's waarin niets is wat het op het eerste gezicht lijkt. Denk bijvoorbeeld aan "Blue velvet" (1986) waarin op een zo op het eerste oog onschuldig gazonnetje opeens een afgesneden oor wordt gevonden. In "The straight story" rijdt Alvin de hele film langs de uitgestrekte akkers van het Amerikaanse landschap en elke keer denk je dat er nu wel wat verrassends uit deze akkers te voorschijn zal springen. Het gebeurd de hele film niet. Als Straight niet de achternaam van Alvin was geweest zou je bijna gaan denken dat Lynch deze film bewust "Het rechtlijnige verhaal" had genoemd om deze uitzonderingspositie in zijn oeuvre te benadrukken.

    Reden om de DVD van "The Straight story" weer eens uit de kast te halen was "Donkeyote" (2017, Chico Pereira). De overeenkomsten liggen voor het oprapen. Beide films gaan over een oude man (sterker nog een man van exact 73 jaar), die een trektocht onderneemt, en daarbij geconfronteerd wordt met de moderne tijd die aan hem voorbijraast. Beide films zijn gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Toch zijn er ook verschillen in nuance aan te wijzen. Aangezien Alvin met zijn grasmaaier over de (provinciale) weg rijdt, is de confrontatie met het langsrazende verkeer explicieter dan bij Manolo die met zijn ezel vooral door de velden trekt. Tegen de avond zoekt Alvin een kampeerplek langs de kant van de weg, maakt een kampvuur en warmt knakworstjes op als zijn avondmaal. Hij is daarmee een groter anachronisme dan Manolo, die misschien niet verslaafd is aan de techniek van de moderne tijd, maar wel degelijk met een mobieltje weet om te gaan. Het grootste verschil vond ik echter de bejegening door de omstanders. Alvin treft op zijn tocht eigenlijk uitsluitend aardige mensen die oprecht bezorgd zijn.  De bezorgdheid die Manolo ontmoet is meer onpersoonlijk en vooral gericht op het indekken tegen eventuele verantwoordelijkheid (zoals de arts die Manolo afraadt om, in zijn conditie, de tocht te ondernemen).

    "The Straight story" gaat onmiskenbaar over familie. De aanleiding is immers (de wens om) een familieruzie (bij te leggen). Hoewel de film eindigt als Alvin en Lyle elkaar gevonden hebben (en de valkuil van een al te sentimentele omhelzing weet te vermijden), speelt het thema "familie" gedurende de hele film een belangrijke rol bij de gesprekken die Alvin heeft met diverse mensen die hij tegen het lijf loopt. Zo is er een prachtige scene met een meisje dat van huis weggelopen is om dat ze zwanger is. Als Alvin voorbijrijdt, laat ze hem in eerste instantie passeren, overtuigd als ze is dat ze wel een betere lift kan krijgen. Wat later loopt ze Alvin's kampplaats op en ontstaat een gesprek bij het kampvuur. Het blijkt dat de familie van het meisje niets weet van de zwangerschap en dat ze is gevlucht voor de reactie die ze verwacht. Alvin legt haar uit hoe hij vroeger de betekenis van familie aan zijn eigen kinderen uitlegde aan de hand van een metafoor met takken:

    "I'd give each one of 'em a stick and, one for each one of 'em, then I'd say, 'You break that.' Course they could real easy. Then I'd say, 'Tie them sticks in a bundle and try to break that.' Course they couldn't. Then I'd say, "That bundle... that's family.".


    In hetzelfde gesprek komt ook de dochter van Alvin ter sprake. Vanwege haar handicap is zij uit de ouderlijke macht gezet en zijn haar kinderen haar afgenomen. Volgens Alvin denkt ze nog elke dag aan ze. Door deze opmerking komt een scene van eerder in de film opeens in een compleet ander daglicht te staan. Rose kijkt uit het raam en opeens rolt er een voetbal voor het tuinhekje. Niet lang daarna haalt een jongetje de bal op, die haar daarna recht in het gezicht aankijkt. Op het moment van de scene denk je dat dit zich echt afspeelt. Pas na de opmerking van Alvin besef je dat dit dagdromerij is geweest. Heel knap! Overigens zijn niet alle verwijzingen naar het thema "familie" even geslaagd. Zo krijgt Alvin onderweg pech en moet zijn grasmaaier gerepareerd worden door een voortdurend kibbelende tweeling. Bij het afrekenen krijgt deze tweeling een nogal moralistische speech van Alvin, waarin hij refereert aan het doel van zijn tocht.

    Als het thema "familie" om de hoek komt kijken, ligt een vergelijking met Yasujiro Ozu (de familieregisseur bij uitstek) voor de hand. Inderdaad heeft "The Straight story" diverse elementen met het werk van Ozu gemeen. Ik denk dan aan de zorgen die de vader zich maakt om zijn ongetrouwde dochter, maar vooral aan de scene waarin de oude man met een leeftijdsgenoot aan de bar zit en hun echte zorgen (in dit geval nachtmerries overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog) er pas na een paar pilsjes uitkomen (afbeelding 2, zie ook noot 1)

    Naast familie is ook ouderdom een belangrijk thema in de "The Straight story". Alvin onderneemt niet alleen een reis door de VS maar, via de mensen die hij tegenkomt, ook een reis in de tijd. Alvin geeft dat zelf ook aan als hij aan de praat raakt met een groepje wielrenners die op dezelfde plek overnachten.

    Cyclist: So, uh, what's the worst part about being old, Alvin?
    Alvin Straight: Well, the worst part of being old is rememberin' when you was young.

    Uit deze reis blijkt dat Alvin niet altijd de milde, wat breekbare baas is geweest die hij nu is. Wat dat betreft heeft Alvin wel wat weg van Isak Borg uit "Wild strawberries" (1957, Ingmar Bergman). Genoemd zijn reeds de demonen uit de Tweede Wereldoorlog, die hem nog steeds achtervolgen. Ook blijkt Alvin een tijdje moeite te hebben gehad om van de fles af te blijven. Tenslotte was Alvin al 63 toen hij gebrouilleerd raakte met zijn broer, dus nee een gemakkelijke man is die Alvin echt niet altijd geweest.

    Mijn ervaring is dat films over oude mensen vaak staan of vallen met de acteurs. In "Wild strawberries" levert Victor Sjöström (voormalig regisseur en een soort mentor voor Bergman) een fantatische prestatie als Isak Borg. Niet minder is de prestatie van Richard Farnsworth als Alvin Straight. Farnsworth (1920 - 2000) was begonnen als stuntman en had zich later ontwikkeld tot een gerespecteerd karakteracteur. Hij was al jaren met pensioen, maar kwam voor "The Straight story" nog éénmaal in actie. Ten tijde van het maken van de film was hij al terminaal ziek. Een jaar later zou hij zelfmoord plegen.    

     

    Noot 1: Die paar pilsjes gelden dan vooral voor zijn gesprekspartner. Zelf drinkt Alvin sinds lange tijd geen alcohol meer (zie afbeelding 2), waarover later in deze recensie. 

    DATUM: 19 juli 2017

    EIGEN WAARDERING: 9 

    The Straight Story (1999) on IMDb



    Reacties

    DE REGISSEUR

    Chico Pereira (1979) is een nog jonge regisseur die tot nu toe vooral documentaires maakte.

    HET VERHAAL

    De gepensioneerde Manolo is van plan om met zijn ezel Gorrion een trekking door de Verenigde Staten te maken. Het regelen van het transport van de ezel blijkt allesbehalve eenvoudig. Desondanks trekt Manolo in de film vol goede moed door het Spaanse landschap richting de havenplaats.

    COMMENTAAR

    Na "Baby driver" (2017, Edgar Wright) is het zien van "Donkeyote" een hele cultuurshock. In deze film een koppige ezel in plaats van snelle auto's.

    Men kan de titel van de film overigens op twee manieren lezen.

    Leest men "Donkey ote" dan ligt de nadruk op ezel Gorrion. Een associatie met "Au hasard Balthazar" (1966, Robert Bresson), de enige andere "ezelfilm" die ik ken, is snel gelegd. Ik denk dat deze associatie misleidend is. Door middel van een "point of view shot" laat de regisseur ons regelmatig de wereld zien door de ogen van de ezel Gorrion, maar als het puntje bij het paaltje komt gaat deze film toch vooral over Manolo.

    Leest men de titel als "Don keyote" dan kan het haast niet anders of de gedachten dwalen af naar de Spaanse edelman "Don Quichotte" (1933, Georg Wilhelm Pabst) uit het boek van Miguel de Cervantes. Ook dit is niet helemaal terecht. Manolo mag dan een koppige man zijn, tegen windmolens vecht hij niet. Eigenlijk weet Manolo beter om te gaan met de huidige tijd, dan de huidige tijd met hem. Hij heeft een mobiel en neemt zelfs een you tube filmpje op om sponsers te vinden voor zijn trekking. De dierenarts die Gorrion moet testen raakt daarentegen helemaal in de war als het dier geen chip blijkt te hebben, alsof ezels niet het grootste deel van de geschiedenis chiploos hebben rondgelopen.

    Het beste kan de film nog vergeleken worden met "The straight story" (1999, David Lynch). Ook daar een koppige man die langzaam (in dit geval met een grasmaaier) door zijn land (in dit geval de USA) trekt. De overeenkomsten gaan zelfs nog verder aangezien:

    - in beide films de koppige oude mannen 73 jaar oud zijn;
    - beide films op feiten zijn gebaseerd, en derhalve een documentaire-achtig karakter hebben;
    - beide films desondanks de "look en feel" van een fictie speelfilm hebben.

    Verschil is wel dat waar "The straight story" gebruik maakt van acteurs, Manolo in "Bonkeyote" wordt gespeeld door zichzeld. Zichzelf wil in dit geval zeggen de oom van de regisseur.

    DATUM: 19 juli 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    Donkeyote (2017) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Edgar Wright (1974) is bekend geworden door genre persiflages te maken. In zijn debuut "A fistful of fingers" (1994) maakte hij een persiflage op de Western. Daarna persifleerde hij in zijn zogenaamde "Three flavours of Cornetto" trilogie achtereenvolgens het zombiegenre ("Shaun of the dead" (2004)), het actiegenre ("Hot fuzz" (2007)) en het science fiction genre ("The World's end" (2013)).  Zelfs de naam van de trilogie is een persiflage, namelijk op de bleu / blanc / rouge trilogie van Kieslowski. Waar bij Kieslowski de drie kleuren via de Franse vlag verwijzen naar de idealen van de Franse revolutie, verwijst Wright naar zoiets alledaags als ijsjes.

    Wright is een eigenzinnige regisseur. Vanaf 2006 was hij voor de Marvel studio's (een onderdeel van de Disney studio's) bezig met een project rondom de stripheld "Ant-man". In 2014 klapte de samenwerking om artistieke redenen. In 2017 levert Wright met "Baby driver" een film af die zeker niet bedoeld is als persiflage op het crime genre, maar aan de andere kant ook ver verwijderd is van een standaard genre piece.

    HET VERHAAL

    Baby driver werkt als chauffeur van vluchtauto's voor een gangsterbaas. Als hij verliefd wordt op de serveerster van een lunchroom wil hij het criminele milieu verlaten. Zo makkelijk gaat dat echter niet.

    COMMENTAAR

    Een jongen met oortjes in zit te wachten in een felrode wagen. Zijn armen hangen uit het open raam en zijn handen tikken de maat op het portier. Even later laat hij ook de ruitenwissers heen en weer gaan op de maat van de muziek. Plotseling komen drie overvallers, op wie hij heeft zitten wachten, een gebouw uitrennen en begint een wilde vlucht. Het bochtenwerk is opnieuw op de maat van de muziek. Eenmaal op de plek van bestemming wordt de buit bekeken en verdeeld. Ondertussen haalt Baby koffie voor zichzelf en de overvallers bij de dichtstbijzijnde Starbucks. Hij beweegt zich, het zal inmiddels geen verbazing meer wekken, op de maat van de muziek.

    Bovenstaand is de eerste scene van de film "Baby driver" (2017) beschreven. De film heeft een ijzersterke soundtrack, maar wat vooral opvalt is dat de beelden de maat van deze soundtrack volgen. Heel knap. Het deed mij denken aan de opmerkingen van Roger Ebert bij "Otto e mezzo" (1963, Federico Fellini). Het viel Ebert op dat de acteurs zich in de maat van (voor de kijker niet hoorbare) muziek bewogen. Later bleek dat Fellini op de set daadwerkelijk muziek draaide. Verschil met "Baby driver" is dat in deze film de muziek voor de kijker wel hoorbaar is en deze dus ook kan constateren dat de acteurs zich daadwerkelijk op de maat van deze muziek bewegen. Een bijzondere ervaring!

    "Baby driver" treedt in de voetsporen van een aantal andere films die de chauffeur van vluchtauto's als hoofdpersoon hebben. Ik noem "The driver" (1978, Walter Hill) en "Drive" (2011, Nocolas Winding Refn). Eerlijk gezegd heb ik nooit geweten dat dit een soort subgenre binnen de crime films was. Los hiervan is de verhaallijn van "Baby driver" vrij conventioneel. De hoofdpersoon wil nog één keer een grote slag slaan en zich dan uit het criminele milieu terugtrekken. Als kijker weer je dan wel hoe laat het is.

    In de meeste gevallen is de hoofdersoon bij dit soort verhalen al wat ouder en is de opbrengst van de laatste grote klap ter financiering van zijn pensioen. In "Baby driver" ligt dit een tikje anders. Zo is de hoofdpersoon juist erg jong en dient de opbrengst ter aflossing van een schuld aan de gangsterbaas. Deze schuld heeft  Baby door een jeugdzonde, waar de film nooit heel expliciet over wordt, opgelopen. Bovendien wil Baby uiteraard niet met pensioen maar juist een nieuwe start maken met het meisje dat hij kort daarvoor in een lunchroom tegen het lijf is gelopen.

    Het meest intrigerende aan "Baby driver" is wel de combinatie van de moderne vormgeving en het conventionele verhaal. Zo heeft Baby constant oortjes in en lijkt in de virtuele wereld van zijn eigen muziek te leven. De afgelopen jaren zijn er meer films verschenen over virtual reality, zoals "Her"  (2013, Spike Jonze)  en "Ex Machina" (2014, Alex Garland), maar hier speelde virtual reality een expliciete rol in het verhaal. Dat lijkt met de oortjes van Baby veel minder het geval te zijn. Lijkt, want bij nadere beschouwing vormen de oortjes en zijn muziek het psychologische afweermechanisme van Baby waardoor hij zichzelf wijs kan maken det hij geen onderdeel uitmaakt van het criminele milieu. Hij faciliteert ze slechts, en zodra hij zijn schuld heeft afgelost zal hij daar mee stoppen (noot 1).

    Ondertussen komt er uit de 21e eeuwse oortjes van Baby voornamelijk jaren '70 muziek (de naam van de film lijkt ontleend aan een nummer van Simon & Garfunkel) en passen ook de plannen die hij met z'n vriendinnetje maakt ("we rijden in een wagen die we ons niet kunnen veroorloven naar een bestemming waarover we niet hebben nagedacht") naadloos in de hippie-jaren. Kortom "Baby driver" is een bijzondere combinatie van klassiek en modern.

    Noot 1: Baby zelf zou waarschijnlijk nooit woorden als "er uit stappen" of "verlaten" gebruiken. In zijn beleving heeft hij immers nooit onderdeel uit gemaakt van het criminele milieu.

     

    DATUM: 13 juli 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Baby Driver (2017) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Theo Angelopoulos, zie de recensie van "The travelling players" (1975). 

    HET VERHAAL

    Het verhaal beslaat de periode 1919 - 1949. In het begin van de film komen een groep ge-emigreerde Grieken terug naar Griekenland, op de vlucht voor de Russische revolutie. De film volgt verder het lot van één familie die bestaat uit vader, moeder, zoon en een weesmeisje dat ze meegenomen hebben uit Rusland. Dit weesmeisje (Eleni) wordt verliefd op haar stiefbroer (Alexis) en ze krijgen samen een tweeling. Nadat de vader weduwnaar is geworden organiseert hij een huwelijk met zijn stiefdochter, maar deze vlucht op de huwelijksdag samen met haar stiefbroer.

    Alexis sluit zich aan bij een muzikantengezelschap en de familie leidt een trekkend bestaan. Uiteindelijk beproeft Alexis zijn geluk in Amerika, moeder en twee zoons blijven achter. Om de Amerikaanse nationaliteit te verwerven neemt Alexis dienst in het leger en sneuvelt in de Tweede Wereldoorlog. De twee zoons sneuvelen in de Griekse burgeroorlog (1946 - 1949), waarin het Griekse regeringsleger (gesteund door het Westen) staat tegenover een democratisch front (gesteund door de Communistische staten uit het Oostblok).

    COMMENTAAR

    Van het verhaal is vooral het begin en het einde goed te volgen. In het middenstuk zal ik heel wat verwijzingen naar historische context en onderliggende symboliek gemist hebben. Een grote rol speelt de rivier, die in de loop van de film het dorpje waar de familie woont opslokt (afbeelding 2). Ik heb dit opgevat als een verwijzing naar de stroom van de geschiedenis, die soms ook individuen meedogenloos met zich mee kan voeren.

    Ook "The weeping meadow" is weer een lange film (bijna 3 uur) met veel lange takes erin. Sommige scenes zijn van een betoverende schoonheid, maar omdat je nooit echt betrokken raakt bij de hoofdpersonen bekruipt je op een gegeven moment toch het gevoel dat hier sprake is van "mooifilmerij". Dat gebrek aan emotionele betrokkenheid zal ongetwijfeld iets te maken hebben met het feit dat de film nauwelijks "close ups" kent.

    Alleen al door de "betoverede scenes" is de film echter voor de ware liefhebber de moeite waard (de incidentele bioscoopbezoeker kan zich beter niet aan deze film wagen). Onderstaand een opsomming van "memorabele beelden", waar mogelijk voorzien van een afbeelding of clip.

    - Als Eleni en Alexis het huis uit gevlucht zijn worden ze ondergebracht in een tot vluchtelingenkamp omgebouwd theater (afbeelding 1). Wat in deze scene ook opvalt is de geluidsband, waarop we een contant geroezemoes horen. Een geluidsband waarin de nadruk wordt gelegd op hetgeen niet beeld is deed mij denken aan "The long day closes" (1992, Terence Davies).
    - Als Alexis wordt gerecruiteerd voor de band wordt hij door de bandleider meegenomen naar een lege loods. Op een gegeven moment horen we muziek, maar afgezien van Alexis en de bandleider zien we niemand in beeld. Eén voor één komen de bandleden uit alle hoeken en gaten van de loods het beeld in lopen, totdat aan het eind van de scene de complete band om Alexis heen staat.
    - Een begrafenisstoet over het water (zie clip). Ook hier weer aandacht voor de geluidsband die bestaat uit begrafenismuziek en geklots van water. Het geruststellende geklots wordt steeds dominanter en is vanaf 2:25 min in de clip het enige hoorbare geluid. 

    Er zijn echter ook scnes waarin de regisseur "over the top" gaat en die vooral memorabel zijn vanwege hun mislukking. Een deel van de film speelt zich af in een krottenwijk. Langs deze wijk loopt een spoorlijn en aan de andere kant van de spoorlijn is een veld waarop iedereen zjn lakens te drogen hangt. Shots met al die witte lakens (en op de geluidsband, die echt een belangrijke rol speelt in deze film, het geluid van tientallen lakens die wapperen in de wind) komen een paar keer voorbij (afbeelding 3). De regisseur gebruikt dit shot een paar keer als een tussenshot, zoals we dat ook van Yasujiro Ozu wel gewend zijn. Op een gegeven moment wordt dit shot niet als tussenshot maar als verhaalshot gebruikt. Een zwaargewonde man wankelt tussen de lakens door richting spoorlijn. Als kijker voel je een kilometer van tevoren al aankomen dat de man op een gegeven moment met zijn van bloed doordrengde handen zich aan een spierwit laken zal vastklampen.

    DATUM: 12 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    Trilogia: To livadi pou dakryzei (2004) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Rainer Werner Fassbinder (1945 - 1982) was misschien wel de meest bekende en zeker de meest produktieve regisseur van "Die neue Deutsche welle" (verder Werner Herzog, Volker Schlöndorff, Wim Wenders, Margarethe von Trotta). Hij was een typisch voorbeeld van snel leven, snel sterven en in een adembenemend tempo leverde hij zijn films af. Op 37 jarige leeftijd overleed hij aan een overdosis.

    Zijn meest bekende films hebben een vrouwennaam in de titel zoals: "Die bitteren tränen der Petra von Kant" (1972), "Die ehe der Maria Braun" (1979), "Lola" (1981), "Lili Marleen" (1981) en "Die sehnsucht der Veronika Voss" (1982), Ook "Angst essen seele auf" (1974) heeft een top ranking binnen zijn oeuvre, hoewel Fassbinder deze film op het moment van maken als een tussendoortje zag. Tot slot kan de 15 uur durende televisieserie "Berlin Alexanderplatz" (1980) natuurlijk niet onvermeld blijven.

    HET VERHAAL

    Een oudere Duitse weduwe (Emmi gespeeld door Brigitte Mira) krijgt een relatie met een veel jongere Marrokaanse gastarbeider (Ali gespeeld door El Hedi Ben Salem, noot 1). Dit leidt tot veel onbegrip, niet in het minst bij de kinderen van de vrouw.

    COMMENTAAR

    "Angst essen seele auf" (1974) is een vrij duidelijke remake van "All that heaven allows" (1955, Douglas Sirk). In feite is het zelfs een combinatie van "All that heaven allows" ((maatschappelijke weerzin tegen een) relatie met groot leeftijdsverschil) en "Far from heaven" (2002, Todd Haynes) (interraciale relatie), dat zelf een remake van "All that heaven allows" is.

    Op zich is het niet vreemd dat Fassbinder geïnspireerd wordt door het werk van Sirk, van wie hij een groot bewonderaar was. Ik heb dit altijd een wat vreemde combinatie gevonden. Sirk, wiens maatschappijkritiek zodanig verborgen zat in zijn films dat deze tientallen jaren voor melodrama's en "weepies" werden aangezien versus Fassbinder wiens maatschapppijkritiek er in de meeste gevallen nogal duimendik bovenop ligt.

    Interessant is het de rol van de kinderen in de twee films met elkaar te vergelijken. In "All that heaven allows" houden de kinderen de schijn op met het lot van hun moeder te zijn begaan, ondertussen natuurlijk zoveel mogelijk haar nieuwe relatie saboterend. De kinderen in "Angst essen seele auf" (de rol van één van de kinderen wordt door Fassbinder zelf gespeeld) gaan heel wat minder subtiel te werk. Zij noemen hun moeder recht in haar gezicht een hoer en een zwijn. Fassbinder vlecht in de film overigens een grapje voor filmkenners. Terwijl de kinderen in "All that heaven allows" hun moeder ter afleiding een televsie cadeau doen (alsof die televisie een relatie kan vervangen) trappen de kinderen in "Angst essen seele auf" uit pure frustratie juist de televisie kapot.

    Interessant is ook het verschil in kleurgebruik. Waar Sirk zich bedient van vooral (herfstachtige) pasteltinten, springen de vloekende kleurencombinaties er bij Fassbinder (naar goed jaren '70 gebruik) uit. Op kleurgebied staat de film dichter bij "The shining" (1980, Stanley Kubrick) dan bij "All that heaven allows".  Nu we het toch over vormgeving hebben, wil ik de aandacht vestigen op de manier waarop Fassbinder de kadrering gebruikt om de eenzaamheid van het echtpaar te benadrukken. Ze zitten met z'n tweetjes in een leeg restaurant (afbeelding 3) of op een verlaten terras (afbeelding 4). Ook shots door een deurpost heen worden regelmatig gebruikt (weer afbeelding 3), en dit doet dan weer denken aan de manier waarop John Ford het isolement van Ethan Edwards in beeld brengt in "The searchers" (1956).

    In de tweede helft kantelt de film vrij plotseling. Waar in de eerste helft van de film het nieuwe stel onafscheidelijk van elkaar was en de buitenwereld eendrachtig in haar afwijzing, zien we in de tweede helft de buitenwereld weer voorzichtig toenadering zoeken. Dit geschiedt overigens in alle gevallen uit welbegrepen eigenbelang. De groenteman bedenkt zich, nadat hij eerst Ali heeft geschofferd, dat Emmi toch wel een goede klant was. Eén van de zonen van Emmi bedenkt zich plotseling dat hij een oppas voor zijn kinderen nodig heeft, waarna zijn racisme verdwijnt als sneeuw voor de zon. Schrijnender dan deze hypocritie van de buitenwereld vind ik echter de toenemende afstand tussen Emmi en Ali. De aanhoudend negatieve reactie vanuit haar omgeving en het toenemende isolement waarin ze is komen te verkeren hebben met name bij Emmi haar tol geëist. Met name op dit onderdeel van de film is de titel "Angst essen seele auf" met recht van toepassing. Deze uitdrukking is overigens ontleend aan het (nogal gebrekkige) Duits van Ali. Juist door zijn gebrekkigheid blijken zijn uitdrukkingen echter vaak de kern van de zaak te raken.

    "Angst essen seele auf" was de eerste film van Fassbinder die ik heb gezien. Mijn beeld van Fassbinder was dat van een nogal fanatieke maatschappijcriticus, die ongetwijfeld erg drammerige films zou maken. Wat dat betreft viel "Angst essen seele auf" mij erg mee. Er zitten overdreven stukjes in, maar die zijn duidelijk ironisch en karikaturaal bedoeld. Een "echte drammer" is slechts zelden tot ironie en zelfrelativering in staat.  

     

    Noot 1: Ten tijde van het maken van "Angst essen seele auf" was El Hedi Ben Salem de minaar van Fassbinder. Na afloop van hun relatie zou hij in Frankrijk in de gevangenis terecht komen en daar zelfmoord plegen. Jarenlang heeft men deze zelfmoord voor Fassbinder geheim gehouden. Nadat hij er van op de hoogte was geraakt, heeft hij zijn laatste film "Querelle" (1982) aan El Hedi Ben Salem opgedragen.

    DATUM: 5 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Angst essen Seele auf (1974) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Damian Szifron (1975) maakte aan het begin van deze eeuw enkele films, die echter geen doorslaand succes waren. Succes had hij wel met de in Argentinië zeer populaire televisieserie "Los simuladores" (The pretenders). In 2014 bracht hij opnieuw een speelfilm uit ("Wild tales"). Dit keer wel met succes.

    HET VERHAAL

    "Wild tales" bestaat uit 6 korte verhalen, waarin de hoofdpersoon telkens door het lint gaat als de opgebouwde frustraties hem (of haar) teveel worden.

    COMMENTAAR

    Meteen in de openingsscene wordt benadrukt dat het in deze film niet gaat om het rationele maar om het emotionele / dierlijke in de mens. In de titelrol worden alle spelers vergeleken met een dier, een idee dat overigens ook al werd toegepast in "The women" (1939, George Cukor).  

    Door het thema hebben de verhalen meerdere kenmerken met elkaar gemeen.

    In de eerste plaats gaat "door het lint gaan" meestal met geweld gepaard. "Wild tales" doet daardoor soms een beetje denken aan een film van Quentin Tarantino.

    In de tweede plaats leiden deze explosies van geweld soms tot onverwachte gevolgen. Hierdoor heeft "Wild tales" wel iets weg van "Tales of the unexpected", de op de verhalen van Roald Dahl gebaseerde televisieserie. Ik zal in deze recensie dan ook zo weinig mogelijk verklappen van de respectievelijke plots.

    Tot slot zijn de frustraties van de hoofdpersonen vaak zeer herkenbaar, hoe overtrokken hun reactie op deze frustraties soms ook mag zijn. Denk hierbij aan de man die zich ergert aan het asociale rijgedrag van een mede weggebruiker (verhaal 3) of aan de man wiens auto, na een spoedaankoop op weg naar huis, net een keer teveel is weggesleept (verhaal 4).

    De frustraties waar het om gaat, kunnen zich richten op een specifieke persoon. Bijvoorbeeld de al genoemde mede weggebruiker of ook de vreemdgaande echtgenoot (verhaal 6). De frustraties kunnen zicht echter ook richten tegen "het systeem". Dit is het geval in verhaal 4. Vanuit zijn werk haalt de hoofdpersoon snel nog even de verjaardagstaart van zijn dochter op, en als hij met gebaksdoos weer buiten staat is zijn auto weg(gesleept). Dit terwijl volgens hem helemaal niet duidelijk was aangegeven dat het een "niet parkeren zone" was. Als de hoofdpersoon vervolgens in een verstikkende bureaucratie terecht komt, waar hij nergens zijn verhaal kwijt kan ("eerst betalen, dan protesteren, schriftelijk en in drievoud", zie afbeelding 2) knapt er iets in hem. Deze episode deed mij sterk denken aan "I, Daniel Blake" (2016, Ken Loach), want het innen van parkeerboetes mag dan iets anders zijn dan het controleren of iemand wel vaak genoeg solliciteert, de bureacratie er omheen is even gekmakend.

    Verhaal 5 hoort strikt genomen niet in de serie thuis omdat hier niet zozeer opgekropte frustraties maar meer opgehoopte hormonen aan de basis liggen van het door het lint gaan (in dit geval joyrijden in de dure auto van pa met dodelijke gevolgen). Desondanks is deze episode naar mijn mening één van de betere van de film omdat er in het vervolg heikele ethische onderwerpen worden aangesneden (de rijke vader wil de klusjesman van de familie zo gek krijgen dat hij tegen betaling de schuld op zich neemt).

    "Wild tales" is misschien wat meer plotgedreven dan de gemiddeld op deze website besproken film, maar de film is met veel bravour en vakmanschap gemaakt. Er zit vaart in de verhalen en meestal wordt een sfeer gecreëerd die klopt met het plot (dit viel mij vooral op bij verhaal 2). Her en der wordt gesuggereerd dat de film wat aan de lange kant is. Korter maken betekent echter verhalen schrappen, en welke verhalen zouden dat dan moeten zijn? Uit het voorgaande zal al wel duidelijk zijn dat mijn favoriete episodes de nummers 4 en 5 zijn. Als ik zou moeten kiezen zouden de verhalen 3 en 6 afvallen, maar ik ben ook recensies tegengekomen waarin precies de tegengestelde keuzes worden gemaakt. Kortom, ik snap wel waarom de regisseur geen verhaal wilde laten vallen.

    DATUM: 5 augustus 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Relatos salvajes (2014) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van John Ford, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Ethan Edwards (John Wayne) heeft na de Amerikaanse burgeroorlog een tijd rondgezworven en vereert, na lange tijd, zijn broer Aron met een visite. Niet lang daarna wordt de boederij van zijn broer overvallen door Indianen, waarbij moeder en vader om het leven komen en de twee dochters Lucy en Debbie worden ontvoerd. Ethan en Martin Pawley (stiefzoon van Aron) zetten samen met een groep Texaanse rangers de achtervolging op de Indianen in. Na een paar dagen wordt het verkrachte lijk van Lucy gevonden. Korte tijd later haken de Texaanse rangers af. Ethan en Martin blijven zoeken naar Debbie in een queeste die uiteindelijk jaren zal duren (afbeekding 1).

    COMMENTAAR

    Evenals "The man who shot Liberty Valance" (1962, John Ford) is "The searchers" (1956) uit de nadagen van de Western. Op het eerste gezicht lijkt het echter een hele klassieke Western. Er zijn "bad guys" (de Indianen, kan het klassieker?) en er is een "good guy" (Ethan Edwards die op zoek is naar zijn ontvoerde nichtje Debbie).

    Het "moderne" van "The searchers" zit hem niet zozeer in de rol van de Indianen. Hun aandeel in het verhaal is vrij geweldadig, alhoewel het meeste van dit geweld buiten beeld plaatsvindt. Westerns waarin de Indianen de "good guys" waren en waarin een meer waarheidsgetrouw beeld wordt gegeven van de rol van de blanken bij het veroveren van het wilde Westen zouden pas later in zwang komen en hun apotheose beleven in "Dances with wolves" (1990, Kevin Costner).

    Modern aan "The searchers" is wel de donkere kant van het karakter van "held" Ethan Edwards. Meteen al aan het begin van de film wordt er twijfel gezaaid over zijn verleden. Tussen het einde van de Amerikaanse burgeroorlog, waarin hij als soldaat van het verliezende Zuiden heeft gediend, en zijn bezoek aan broer Aron zitten drie jaren. Wat heeft hij in deze drie jaar uitgespookt? Deze vraag wordt gedurende de hele film niet beantwoord. In de loop van de film wordt ook langzamerhand duidelijk dat Ethan een onversneden racist is als het op Indianen aankomt. Te noemen zijn de volgende voorvallen.

    - Bij zijn bezoek aan broer Aron komt op een gegeven moment Martin binnen. Martin, wiens voorouders deels van Indiaanse komaf waren, is notabene door Ethan zelf als wees opgepikt en vervolgens opgegroeid bij Aron. Toch lijkt Ethan meteen te bevriezen zodra hij de kamer binnenkomt. Ook in de rest van de film staat Ethan het niet toe dat Martin hem "oom" noemt of Debbie als zijn zus ziet.
    - Als Ethan, de Texaanze rangers en Martin aan het begin van de achtervolging op het graf van een Indiaan stuiten, wordt dit graf door Ethan op zeer brute wijze geschonden. Hij tilt de grafsteen op en schiet de dode Indiaan de ogen uit, opdat deze de weg naar het dodenrijk (waar overledenen volgens Indiaans geloof heengaan) niet meer kan vinden.
    - Nadat Ethan en Martin een tijdje samen met elkaar op hebben getrokken wordt het Martin steeds duidelijker dat Ethan niet naar Debbie zoekt om haar te redden, maar juist om haar te doden. Ethan is er van overtuigd geraakt dat Debbie inmiddels bij de Indianen is ingeburgerd (wat ook zo is, afbeelding 2) en "leven als een Indiaan is geen leven" (noot 1).

    Toen de film uitkwam had men deze racistische trekjes niet zo in de gaten. Sterker nog, veel bioscoopbezoekers zullen er net zo over gedacht hebben als Ethan Edwards. Pas naderhand kreeg men er meer oog voor en kwam de film onder vuur te liggen. Pas in fase 3 kwam men erachter dat deze dubbele bodem bewust in de film is ingebouwd. Tegenwoordig is "The searchers" een invloedrijke film en een inspiratiebron voor bijvoorbeeld "Taxi driver" (1976, Martin Scorsese). In deze film is het wilde Westen verruild voor de jungle van New York, waarin taxichauffeur Travis Bickle (Robert de Niro) rondrijdt en (net als Ethan Edwards) een meisje tegen haar wil in tracht te "beschermen" tegen al het vuil en tuig van de stad. 

    De film is met veel gevoel voor symboliek opgenomen. De boerderijen lijken wel personages in zichzelf, en op de één of andere manier heten ze Ethan Edwards nooit welkom. Wereldberoemd is natuurlijk het einde van de film, waarin Ethan buiten blijft staan (en uiteindelijk wegloopt). Deze scene is gefilmd vanuit een locatie in het huis, en de post van de voordeur fungeert als kadrering van het beeld. Ook in de rest van de film zijn er echter beelden waarin Ethan gefilmd wordt vanuit de kamer waar het verhaal zich afspeelt, terwijl hij zelf in een andere kamer staat. De suggestie die van deze beelden uitgaat, is dat Ethan een buitenstaander is die er niet echt (meer) bijhoordt.

    Als clip heb ik echter gekozen voor een andere scene. Het is de scene waarin Aron en zijn vrouw doorkrijgen dat er een aanval van Indianen op hun boerderij zit aan te komen. Zonder de kinderen onnodig de stuipen op het lijf te jagen treffen ze de voorbereiding voor de komende aanval. Met zijn stilte voor de storm karakter is dit één van de meest beklemmende scenes van de film.

    Waarschijnlijk wilde John Ford wat tegenwicht inbouwen tegen het donkere karakter van Ethan Edwards. Zo is er de halve dorpsgek Mose Harper die af en toe voor een komische noot moet zorgen en geven ook de liefdesperikelen van Martin aanleiding tot een subplot. [SPOILER ALERT] Tenslotte eindingt de film ook niet in een bloedbad (zoals bij "Taxi driver"), maar in een relatief happy besluit Ethan Debbie toch maar gewoon te redden als hij haar gevonden heeft. Nu vinden wij deze elementen vooral overbodig (de komische noten en het subplot) dan wel inconsequent (het happy end). Gezien het feit dat de film pas veel later op zijn werkelijke waarde werd geschat, kan ik de voorzichtigheid van Ford wel begrijpen.

    Noot 1: Er zijn interpretaties van de film die de verbetenheid van Ethan toeschrijven aan het feit dat Debbie misschien wel eens een buitenechtelijk kind van hem en Martha (de vrouw van zijn broer) zou kunnen zijn. In het begin zijn er inderdaad een paar scenes waaruit blijkt dat Ethan goed met Martha kan opschieten. De consequenties die bovengenoemde interpretaties verbinden aan deze scenes gaan mij wat ver.

    DATUM: 29 juli 2017

    EIGEN WAARDERING: 9 

     

    The Searchers (1956) on IMDb


    Reacties
    Filmposters