Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

     

     

    Her

    Vrijdag 17 februari, 22:00 - 00:00 uur

    Canvas

     

     

    The Shawshank redemption

    Zaterdag 18 februari, 20:00 - 23:00 uur

    Veronica

     

     

    Das weisse band

    Zaterdag 18 februari, 01:55 - 04:10

    BBC 2

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Jim Jarmusch, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Paterson is een buschauffeur in de gelijknamige stad in New Jersey, USA. In zijn vrije tijd schrijft hij poëzie en elke avond gaat hij een blokje om met de hond. Daarbij wordt een bezoek aan zijn stamkroeg voor een biertje nooit overgeslagen.

    COMMENTAAR

    Net als in de andere films van Jim Jarmusch is hoofdpersoon Paterson een anti-hero. Nieuw is echter dat de anti-hero niet uit de zelfkant van de maatschappij afkomstig is, maar zo mainstream is als het maar kan. Een supergrijze muis die zijn dagen (waarvan we als kijker een week getuige mogen zijn) in monotone herhaling voorbij zie glijden. Elke dag opstaan rondom dezelfde tijd (het patroon is zo ingesleten dat hij er geen wekker bij nodig heeft), hetzelfde wandelingetje naar de busremise, dezelfde route met de bus, hetzelfde ommetje met de hond. De regisseur wrijft de monotonie er nog een beetje extra in als hij de hoofdpersoon als hij terugkomt van zijn werk dagelijks de brievenbus (die wat scheefgezakt is) weer recht  laat zetten.

    Als tegenwicht tegen de hoofdpersoon maken we kennis met zijn vrouw Laura. Zij heeft dagelijks een nieuwe droom en een daaraan gekoppeld nieuw project. Dan is ze weer bezig zelf kleren te maken, dan stort ze zich vol op het herinrichten van het huis. De ene keer bakt ze zich een slag in de rondte om een cupcakes-handeltje op te zetten, het volgende moment (we zitten nog steeds in dezelfde week) droomt ze er van om door te breken als country zangeres en bestelt via internet een gitaar. 

    Laura en Paterson (ik kan me uit de film zijn voornaam niet herinneren, en kan deze ook nergens op internet terugvinden) vullen elkaar goed aan en hebben een uitstekend huwelijk. Hoe meer de film vordert, hoe minder je gaat denken in de tweedeling saai (Paterson) en afwisselend (Laura). Het leven van Paterson is uiterlijk misschien wel saai, maar je merkt gaandeweg dat hij een uitstekend observator is met oog voor nuance. Je zie het aan de manier waarop hij in de bus zijn passagiers observeert, je ziet het ook aan de manier waarop hij in zijn stamkroeg een luisterend oor is voor de andere gasten. Laura daarentegen kent geen tussenweg, zij gaat ergens volledig voor of laat het helemaal vallen. Het is niet toevallig dat zwart en wit haar favoriete kleuren zijn (afbeelding 1).

    Bij Paterson speelt zich derhalve veel af onder de oppervlakte. Hij is (zoals gezegd) een uitstekend waarnemer en legt zijn observaties vast in zijn poëzie. Hij heeft altijd zijn gedichtenschriftje bij zich en schrijft daar tijdens de lunchpauze (die hij altijd doorbrengt bij de waterval in de Passaic river) enkele regels in. Ondanks aandringen van Laura peinst hij er niet over om zijn gedichten uit te geven. Hij doet het voor zichzelf, en niet voor de buitenwereld. Desondanks wordt zelfs Paterson uit zijn evenwicht gebracht als zijn gedichtenschriftje door zijn hond te grazen wordt genomen. In een merkwaardige scene aan het eind van de film krijgt hij van een Japanse toerist (die zijn voorliefde voor poëzie aanvoelt) een nieuw leeg schriftje. Dit onverwachte gebaar brengt hem terug tot de kern. O ja, ik deed het toch vooral voor mezelf, en met hernieuwde moed slaat hij weer aan het dichten.

    Bij dit slot moest ik denken aan een artikel dat ik kortgeleden in de krant las, dat ging over de verhouding tussen scholieren en sociale media. Uit dit artikel bleek dat sommige scholieren min of meer geregeerd werden door hun faceboek-pagina. Ze gingen naar dat hippe café, niet omdat ze dat nou zo leuk vonden, maar vooral om later op faceboek te kunnen zetten dat ze er geweest waren. Voor deze scholieren zou "Paterson" eigenlijk verplichte kost moeten zijn. Beter een leeg schriftje dan een gevulde faceboek pagina.

    DATUM: 18 februari 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Paterson (2016) on IMDb

    Reacties

    Jim Jarmusch (1953) is een onafhankelijke Amerikaanse regisseur wiens meest productieve periode ligt van ongeveer halverwege jaren '80 tot halverwege jaren '90. Gedurende deze tien jaar maakte hij films als "Stranger than Paradise" (1984), "Down by law" (1986), "Mystery train" (1989), "Night on earth" (1991) en "Dead man" (1995). In de meeste gevallen gaan zijn films over alternatief ingestelde eenlingen of mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Wat dat betreft is Jim Jarmusch een beetje de Amerikaanse evenknie van Aki Kaurismaki. In 2016 verraste hij met de film "Paterson" waarin de hoofdpersoon voor de verandering een zeer geregeld leven lijdt. 

    DATUM: 15 februari 2017

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Todd Haynes, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Het verhaal van Bob Dylan wordt verteld aan de hand van 6 personages gespeeld door 5 verschillende acteurs en 1 actrice (zie afbeelding 1).

    COMMENTAAR

    Halverwege het vorige decennium waren biopics over popsterren behoorlijk populair. Denk bijvoorbeeld aan "Ray" (2004, Taylor Hackford) over Ray Charles, "Walk the line" (2005, James Mangold) over Johnny Cash of "Control" (2007, Anton Corbijn") over Joy Division zanger Ian Curtis. Todd Haynes voegt daar met zijn Bob Dylan biopic "I'm not there" een hele nieuwe dimense aan toe.

    Deze nieuwe dimensie is niet dat het hoofdpersonage door verschillende acteurs gespeeld wordt. Dat wordt vaker gedaan, al was het maar om de hoofdpersoon gedurende meerdere levensfasen te kunnen volgen. De nieuwe dimensie is dat er eigenlijk helemaal geen hoofdpersoon is. De acteurs / actrice geven gestalte aan personages die allemaal wel een facet belichamen van het leven van Bob Dylan, maar in deze film zijn voorzien van verschillende namen zoals bijvoorbeeld Jude, Arthur en Jack. Daarmee wordt benadrukt dat de verschillende facetten van Bob Dylan onafhankelijk van elkaar moeten worden gezien en (in de film zelfs letterlijk) "een eigen leven" leiden.

    Meest in het oog lopend personage is Jude Quinn, al was het maar om dat deze wordt gespeeld door de actrice Cate Blanchett. Het verhaal van Jude Quinn gaat over een artiest die de acoustische gitaar verruild voor de electrische, en daarmee zijn fanschare van het eerste uur van zich vervreemdt. Waar de banden met de oorspronkelijke fans steeds losser worden, worden de relaties met de jet set steeds inniger. Het drugsgebruik dat hiermee gepaard gaat wordt Jude Quinn uiteindelijk fataal. Het verhaal van Jude Quinn refereert aan de periode 1965 - 1966 in de carrière van Dylan, waarin hij met electrische gitaar optreedde op het Newport Folk Festival en daarna een minder succesvolle tour door de UK maakte. Deze fase in zijn carrière was eerder onderwerp van de documentaire "Eat the document" (1972, D.A. Pennebaker).

    Hoe moeten de verschillende karakters en dus de verschillende facetten van Bob Dylan worden geïnterpreteerd? Daar wordt verschillend over gedacht. Wikipedia ziet, in haar Engelstalige artikel over de film, de verschillende facetten vooal als rollen die Bob Dylan in zijn leven speelde. Bob Dylan de dichter, Bob Dylan de profeet, Bob Dylan de rebel enzovoort. De namen van sommige personages in de film lijken in deze richting te wijzen. Zo heet één van de alterego's van Bob Dylan Arthur Rimbaud, een verwijzing naar een Franse dichter uit de 19e eeuw. Roger Ebert gaat in zijn recensie een hele andere richting op. Zijn visie komt er kortweg op neer dat de verschillende facetten van Bob Dylan (en dus de verschillende personages in de film) zich niet zo makkelijk in hokjes laten plaatsen als de eerste interpretatie wel veronderstelt. De schrijver van een biografie, maar ook de regisseur van een "biopic" gaat er vaak vanuit dat hij met een "logisch verhaal" moet komen. Elke wending in het leven van zijn hoofdpersoon moet kunnen worden verklaard. In werkelijkheid zit het leven echter lang niet altijd zo logisch in elkaar. En dus giet de biograaf en de regisseur van een biopic een logisch "sausje" over de werkelijkheid. Het vernieuwende aan de film van Todd Haynes (ik volg nog steeds Roger Ebert) is dat deze dit sausje heeft weggelaten. En dus lopen zijn personages (= de verschillende facetten van Bob Dylan) kris kras door elkaar heen in de film, zonder dat de onderlinge relatie altijd even helder is. Ikzelf geloof meer in de visie van Roger Ebert. Immers niet alle personages omvatten (zoals bij Arthur Rimbaud) een verwijzing naar een historische figuur en dus naar de rol die Bob Dylan in dat personage speelt.

    Nadeel van de aanpak van Haynes is wel dat de film erg gefragmenteerd wordt en soms moeilijk te volgen is. Roger Ebert, die in zijn recensie aangeeft te beschikken over de nodige achtergrondinformatie over Dylan (noot 1), stelt zichzelf de vraag of het mogelijk is deze film op waarde te schatten als je niet over deze achtergrondkennis beschikt (hijzelf vindt het een goede film). Ik zit een beetje in de spiegelbeeldige situatie. Ik vond de film te chaotisch voor een meesterwerk, maar sluit niet uit dat je daar anders over denkt als je meer van het leven van Bob Dylan weet.

    Noot 1: Ebert verwijst naar de documentaires "Don't look back" (1967, D.A. Pennebaker) en "No direction home: Bob Dylan" (2005, Martin Scorsese).

    DATUM: 11 februari 2017

    WAARDERING: 7

    I'm Not There. (2007) on IMDb

    Reacties

    De projecten van Todd Haynes (1961) zijn vrij onvoorspelbaar. De eerste inspiratie deed hij op in de muziekindustrie. Zo maakte hij nog als student een korte film over de strijd van Karen Carpenter tegen anorexia en bulimia (1987). Zijn echte doorbraak kwam met "Velvet Goldmine" (1998), een film over de glitterrock van de jaren '70 van met name David Bowie, Iggy Pop en Lou Reed. Daarna de jaren 50 film "Far from heaven" (2002) gevolgd door, om de jaren '60 vooral niet te vergeten, de Bob Dylan biopic "I'm not there" (2007). Meer recentelijk maakte Haynes de 5-delige televisieserie "Mildred Pierce" (2011) als vervolg op de gelijknamige film uit 1945 van Michael Curtiz. In "Carol" (2015) keert hij terug naar de jaren '50 sfeer van "Far from heaven".

    DATUM: 8 februari 2017

    DE REGISSEUR

    Martin Koolhoven (1969) heeft in zijn filmcarrière een gevarieerd oeuvre opgebouwd. De televisiefilm "Suzy Q" (1999) leverde hem de nodige waardering op, maar plaatste hem wel in het alternatieve circuit. Tevens was deze film het begin van een samenwerking met actrice Carice van Houten, in feite was het haar doorbraakfilm. Ook in latere films van Koolhoven (waaronder "Brimstone" (2016)), zou Carice van Houten een rol vervullen. 

    Al snel maakte Koolhoven duidelijk dat hij zich niet wenste te beperken tot het alternatieve circuit. In 2005 had hij als Nederlandse regisseur de primeur dat hij twee mainstreamfilms binnen een jaar in de bioscoop had draaien ("Knetter" en "Het schnitzelparadijs"). In 2008 kwam "Oorlogswinter" naar het boek van Jan Terlouw uit. Daarna werd het een tijd stil rondom Martin Koolhoven. Hij was bezig met een internationale film met een internationale cast. Ruim 7 jaar zou hij aan dit project werken. Met "Brimstone" verbrak hij in 2016 het stilzwijgen.

    HET VERHAAL

    Een vrouw (afbeelding 1) komt in opstand tegen haar vader. Deze vader is de tirannieke predikant van een Nederlandse kolonistengemeenschap (afbeelding 2). Zijn interpretatie van het woord van de Heer betekent voor vrouwen absolute gehoorzaamheid en loopt opvallend vaak parallel aan zijn eigen sexuele behoeften.

    COMMENTAAR

    Het idee van een Nederlandse Western alleen al was voor mij spectaculair genoeg om zo snel mogelijk naar de bioscoop te gaan (ik zag de film tijdens een voorpremière). Bovendien een Western die zich niet afspeelt in het typische John Ford achtige landschap van het Zuidwesten van de Verenigde Staten (Monument valley), maar meer Noorderlijk (noot 1). Dit laatste lijkt een beetje een trend te worden. Was situering van het verhaal in het Noordwesten in "McCabe & Mrs Miller" (1971, Robert Altman) nog een uitzondering, de laatste tijd komt dit steeds vaker voor ("The revenant" (2015, Alejandro Inarritu)). 

    Hoewel dus alle lof voor de durf van regisseur Martin Koolhoven, kan ik er toch niet omheen dat de film mij tegenviel. Ik denk dat dit vooral komt doordat de regisseur teveel in één film heeft willen proppen. De combinatie van de genres Western en Horror is op zich al ambiteus, als je daar dan ook nog een maatschappelijke boodschap in wilt stoppen wordt het wel erg veel van het goede.

    Om te beginnen met de combinatie van Western en Horror. Deze combinatie ligt besloten in de rol van de tirannieke priester (Guy Pierce). Ook in de naam van de film komt dit al tot uitdrukking. Brimstone is namelijk niet alleen een ouderwetse naam voor sulfur, het is tevens (in "Fire and Brimstone") een aanduiding voor een stijl van preken waarin hel en verdoemenis centraal staan. Er zijn eerder films gemaakt gemaakt rond tirannieke priesters. Denk aan "Fanny en Alexander" (1982, Ingmar Bergmen), maar vooral aan "The night of the hunter" (1955, Charles Laughton) (noot 2). In "Fanny en Alexander" is de priester vooral fundamentalistisch. In "The night of the hunter" is hij gewoon slecht. Aan zijn hoogdravende preken ligt immers puur eigenbelang ten grondslag. Een eigenbelang waarvoor hij desnoods over lijken gaat. "Brimstone" biedt als het ware de overtreffende trap van "The night of the hunter". Deze priester is niet slecht, hij is duivels. Niet alleen kan hij voor een priester opvallend goed overweg met geweer en mes, ook pleegt hij moorden waarbij het in eerste instantie onduidelijk is hoe hij in hemelsnaam op de plaats van het misdrijf aanwezig heeft kunnen zijn (de vorige scene was hij immers ergens anders). Voeg hierbij een flink litteken in het gezicht, en het duivelse beeld is compleet.

    Door de duivelse trekken die de priester aanneemt, verschuift het karakter van de film richting horror. Dit bemoeilijkt in mijn ogen het (op een geloofwaardige manier) aansnijden van maatschappelijke thema's. Bij dit aansnijden van maatschappelijke thema's wordt de emancipatie van de vrouw het meest genoemd in andere recensies. Op zich logisch want hoofdpersoon Liz (Dakota Flanning) is inderdaad een onafhankelijke vrouw, die in opstand komt tegen de onderdrukking door (de geloofsinterpretatie van) haar vader. Een onderdrukking die haar moeder (Carice van Houten) zich nog liet welgevallen. Ook de strijd voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in het deel van de film dat Liz als prostitué in een saloon werkt (denk ook aan "Unforgiven" (1992, Clint Eastwood)) wijst in die richting. Een ander thema, nauw gerelateerd aan de positie van de vrouw, is naar mijn mening minstens zo interessant. Het gaat om de geloofsbeleving van een gemeenschap die bestaat uit mensen die geëmigreerd zijn. De film speelt zich nadrukkelijk af in een Nederlandse kolonie, zelfs de Engelstalige acteurs deden hun uiterste best om steenkolenengels te praten. In zo'n gemeenschap bestaat de neiging om op een regide manier vast te houden aan het geloof van het moederland (de uitdrukking Roomser dan de Paus klinkt een beetje vreemd in deze streng protestantse context). Wat dat betreft is er geen verschil of dit geloof uit het moederland nu Christelijk of Islamitisch is. En zo raakt de film dus aan een zeer actueel thema. Door de overheersing van de horror-elemten echter naar mijn mening niet op een zeer overtuigende manier. 

    Noot 1: In werkelijkheid is de film op diverse locaties in Europa opgenomen.

    Noot 2: In een interview met de Filmkrant geeft Martin Koolhoven aan dat het enige echte filmcitaat dat naar deze film verwijst de scene is waarin Liz (Dakota Fanning) met een geweer in de aanslag op wacht zit op de veranda, om haar dochter te beschermen tegen de priester / haar vader. Deze scene vertoont grote gelijkenis met een scene uit "The night of the hunter" waarin Lillian Gish met een geweer in de aanslag zit (zie afbeelding rechtsonder bij de recensie van "The night of the hunter"). Zelf ervoer ik de scene waarin Liz aan het eind van de film zelfmoord pleegt door in het meer te springen ook als een filmcitaat naar "The night of the hunter". Met name de in het water uitwaaierende lange haren (zie ook afbeelding rechtsboven bij de recensie van "The night of the hunter") veroorzaakte bij mij dit gevoel.

    DATUM: 21 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 5

    Brimstone (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Robert Hamer (1911 - 1963) stond bij Ealing studio's een beetje in de schaduw van Alexander Mackendrick. Naast deze schaduw deed ook zijn alcoholconsumptie zijn carrière (en de leeftijd die hij uiteindelijk bereikt heeft) geen goed. Hij is het meest bekend geworden door de horror film "Dead of night" (1945) en door "Kind hearts and coronets" (1949).

    HET VERHAAL

    De moeder van Louis Mazzini (Dennis Price) komt uit het adelijke geslacht D'Ascoyne. Zij is er echter met een Italiaanse opera-ster vandoor gegaan, en door de familie onterfd. Zijn hele opvoeding krijgt de kleine Louis te horen dat hij eigenlijk van adel is (afbeelding 1), terwijl het gezin (de vader is inmiddels overleden) in de praktijk de eindjes met moeite aan elkaar kan knopen. Als jonge man krijgt Louis van zijn vriendinnetje Sibella (Joan Greenwood) te horen dat ze hem weliswaar de leukste vindt, maar dat ze gezien zijn financiële toestand toch maar met een ander trouwt. De weigering van de familie D'Ascoyne om zijn moeder, na haar dood, op familegrond te begraven is de laatste druppel die de emmer van haat, die bij Louis inmiddels vrij vol zit, doet overlopen.

    Louis zet zich aan een ambitieus project: hij wil toch hertog van D'Ascoyne worden. Dit is mogelijk omdat deze titel ook via de vrouwelijke lijn overdraagbaar is. Tussen hem en de titel zitten echter nog acht pretendenten met betere aanspraken. Langs natuurlijke weg zullen deze niet allemaal afvallen, en daarom besluit Louis het lot een beetje te helpen. Het grootste deel van de film gaat over de wijze waarop Louis de ene na de andere concurrent uit de weg ruimt. 

    Als hij zijn doel uiteindelijk heeft bereikt, wacht hem echter een onaangemane verrassing uit onverwachte hoek.

    COMMENTAAR

    "Kind hearts and coronets" is de bekendste film van Robert Hamer en, tezamen met "The ladykillers" (1955, Alexander Mackendrick) ook één van de bekendste fims van de Ealing studios. Toch is de film niet typerend voor de Ealing studios. In de eerste plaats is de film vrij afstandelijk. De voice over speelt een grote rol in deze film. Waar normaal gesproken de voice over gebruikt wordt om ontbrekende onderdelen van het verhaal te vertellen, wordt in deze film het hele verhaal via een voice over verteld. In deze voice over geeft de hoofdpersoon een toelichting op zijn daden, en hij doet dit zo afstandelijk dat het net lijkt of hij over iemand anders aan het vertellen is. In de tweede plaats is de film / de hoofdpersoon erg rationeel. Hij bereidt zijn acties tot in de puntjes voor. Het is een soort Sherlock Holmes die misdaden pleegt in plaats van ze op te lossen. In de laatste plaats is de film in wezen a-moreel. Weliswaar loopt het voor Louis niet goed af, maar dat komt NIET omdat zijn misdaden worden ontdekt. Het is meer een geval van de bedrieger bedrogen, waarbij het natuurlijk het toppunt van cynisme is om eerst meerdere moorden te plegen om vervolgens veroordeeld te worden voor een moord die je nu net niet gepleegd hebt. 

    Van de hoofdpersoon Louis Mazzini is reeds opgemerkt dat hij afstandelijk en rationeel is. Toch zou een psychiater waarschijnlijk een zware kluif aan hem hebben. Pleegt hij zijn misdaden nu om zijn moeder te wreken of om hertog van D'Ascoyne te worden? Dat is lang niet altijd duidelijk. Nauw daarmee verbonden is de vraag of hij ontmaskerd wil worden of niet. Als zijn doel is om hertog te worden (en te blijven) is het natuurlijk beter als zijn misdaden verborgen blijven. Uit zijn voice over spreekt echter soms zo'n trots op zijn vernuft dat het lijkt of hij haast niet kan wachen op de erkenning, die natuurlijk maar kan komen na ontdekking. Ook het schrijven van zijn memoires (afbeelding 2), waarvan het oorspronkelijk de bedoeling was dat deze pas posthuum bekend zouden worden, wijzen in de richting van een hang naar erkenning.

    Ondanks het feit dat hij in wezen een seriemoordenaar is, zal de sympathie van de kijkers lang op de hand van Louis zijn. Dat heeft alles te maken met het snobisme van de gemiddelde D'Ascoyne. Echter hoe meer de hertog titel in zicht komt, hoe meer Louis de air van zijn opponenten overneemt. Ook zijn jeugdvriendinnetje Sibella laat zich niet van haar beste kant zien. Als hij tot de adelstand behoord, is Louis voor haar opeens wel weer een serieuze huwelijkskandidaat. En zo blijkt aan het eind deze film eigenlijk nauwelijks sympathieke personages te kennen.

    Sympathiek of niet, zowel Joan Greenwood (als Sibella) als Dennis Price (als Louis Mazzini) spelen een prima rol. Een prestatie die nogal eens vergeten wordt omdat alle aandacht uitgaat naar de acteerprestatie van Alec Guinness. Deze speelt maar liefst acht rollen, namelijk alle slachtoffers van Louis uit de D'Ascoyne familie. Hij steekt daarmee Peter Sellers naar de kroon die in "Dr Strangelove" (1964, Stanley Kubrick) "slechts" drie rollen speelde (al waren die wel wat groter qua screentime). 

    In het boek waarop de film is gebaseerd heet de hoofdpersoon overigens niet Louis Mazzini (half Italiaans) maar Israel Rand (half Joods). Dit lag zo vlak na de Tweede Wereldoorlog echter nog te gevoelig. 

    DATUM: 5 februari 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Kind Hearts and Coronets (1949) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Guiseppe Tornatore (1956) is geboren in Sicilië, en dit eiland vormt een terugkerend thema in zijn werk. Zo was de eerste film die hij maakte een documentaire over de etnische minderheden in Sicilië. In "Cinema Paradiso" (zijn meest bekende werk) trekt de hoofdpersoon op zoek naar werk naar het Italiaanse vastenland, om pas 30 jaar later naar Scilië terug te keren. In "Stanno tutti bene (everybody's fine)" (1990) is het omgekeerde het geval. Een vader uit Sicilië bezoekt op gevorderde leeftijd zijn kinderen op het Italiaanse vastenland, en wordt onaangenaam verrast door hun tegenvallende carrières. Laatstgenoemde film is duidelijk schatplichtig aan "Tokyo story" (1953, Yasujiro Ozu), waarin ouders op leeftijd hun kinderen in Tokyo bezoeken. 

    HET VERHAAL

    De film volgt Salvatore (roepnaam "Toto") als kleine jongen (gespeeld door Salvatore Cascio), als puber (gespeeld door Marco Leonardi) en als volwassen man (gespeeld door Jacques Perrin).

    De kleine Toto woont bij zijn moeder, zijn vader is gesneuveld in de oorlog. Hij zoekt een vervangende vaderfiguur, en vindt die in Alfredo (een schitterende rol van Philippe Noiret), de operateur van de plaatselijke bioscoop (Cinema Paradiso). Alfredo wordt blind bij een brand in de bioscoop, en de kleine Toto (die de kunst al aardig van hem heeft afgekeken) vervangt hem.

    Een aantal jaren verstrijken en Toto is inmiddels een puber. Hij bedient nog steeds de projector in Cinema Paradiso als hij verliefd wordt op Elena, een nieuwe klasgenoot. Elena komt echter uit een rijk gezin, en haar vader heeft een andere schoonzoon dan Toto in gedachten. Als Elena naar een vervolgopleiding gaat, zorgt hij er voor dat Toto het adres van deze opleiding niet in handen krijgt. Terugkerend uit militaire dienst heeft niet alleen zijn vriendinnetje de stad verlaten, bovendien begint Alfredo te "zeuren" dat Toto toch niet eeuwig in de plaatselijke bioscoop kan blijven werken en dat hij aan zijn carrière moet denken. Toto besluit derhalve zijn geluk te beproeven op het Italiaanse vasteland.

    Dertig jaar later, Toto heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een gerenomeerd regisseur, krijgt hij het bericht dat Alfredo overleden is. Voor de begrafenis keert hij terug naar zijn geboortedorp. Cinema Paradiso staat al jaren leeg, is totaal vervallen en wordt gesloopt.

    COMMENTAAR

    "Cinema Paradiso" was een grote publiekshit. In 1990 kreeg de film de Oscar voor beste buitelandse film. Men kan op meerdere manieren naar de film kijken.

    In de eerste plaats kan men de film zien als een hommage aan de cinema. Andere films over film verworden vaak tot een soort filmquiz, waarin de liefhebbers mogen raden welke filmfragmenten langs komen. Ook "Cinema Paradiso" geeft de filmliefhebber uitgebreid de kans zijn filmkennis te testen, maar er is meer. In "Cinema Paradiso" wordt de centrale plaats benadrukt die deze bioscoop in het dorpsleven inneemt. Het is een verzamelplaats van oud en jong, van rijk en arm. Hoogtepunt wat dit betreft is de buitenvoorstelling op het dorpsplein. De film wordt geprojecteerd op één van de witte huizen langs dit plein (afbeelding 2).

    Ook kan de film worden gezien als een tijdsbeeld van het Rijke Roomse leven in Italië, en dan met name als een geschiedenis van de filmkeuring. In het begin van de film wordt elke film die vertoond gaat worden nog gekeurd door de pastoor. Als deze vindt dat het te gewaagd wordt, rinkelt hij met een belletje en knipt Alfredo op zijn eigen wijze de betreffende scene er uit. Dit leidt tot nogal amateuristische "cuts". Tijdens de voorstelling geven deze cuts nogal merkwaardige resultaten. We zien twee geliefden samen een fietstochtje maken. Ze stappen af, gaan in het gras zitten, buigen langzaam naar elkaar toe en .... een paar momenten met veel ruis later staan ze opeens weer naast hun fiets. Als Toto een puber is, heeft de censuur inmiddels zijn beste tijd gehad. Bij de vertoning van "Et Dieu crea la femme" (1956, Roger Vadim) veroorzaakt Brigitte Bardot grote verwarring bij het mannelijke deel van het publiek. Dit is echter nog maar een onschuldig begin. Wie goed kijkt naar de posters aan de muur als Toto als volwassen man (tegen het einde van de film) door de ruïnes van de leegstaande bioscoop loopt, kan geen andere conclusie trekken dan dat Cinema Paradiso als porno-bioscoop zijn bestaan een paar jaar heeft proberen te rekken. [SPOILER]. In de finale van de film wordt deze geschiedenis van de censuur afgesloten met het geschenk dat Alfredo aaan Toto heeft nagelaten. Het blijkt een compilatie te zijn van alle zoenen die hij in de loop van de jaren uit de films heeft geknipt.

    Onder dit alles loopt echter een onderstroom van nostalgie. De volwassen man die terugkeert naar zijn geboortedorp, waarbij de werkelijkheid het onvermijdelijk af moet leggen tegen de hoogespannen verwachtingen gevoed door de jeugdherinneringen. In dit geval hoeven de jeugdherinneringen de zaak nog geeneens mooier te maken dan ze waren, want Cinema Paradiso is ook in het echt afgetakeld en verkrot. Meestal hoor je in dit kader ook dat alles bij terugkeer zo veel kleiner is dan je dacht. Hier moest ik aan denken bij de scene waarin Toto terugkeert uit militaire dienst. Een bus rijdt het (verlaten) dorpsplein op, en Toto stapt uit. Hij is weliswaar geen 30 jaar maar slechts 2 jaar weggeweest, maar toch is het plein veel .... groter geworden. Het duurde even voordat ik begreep wat de regisseur hier deed. Het plein, dat tot dan toe altijd gezellig druk was geweest, wat totaal verlaten. Dit symboliseert de vervreemding tussen Toto en zijn dorp. Niet alleen zijn vriendin, maar ook veel schoolkameraden zijn in de tussentijd vertrokken.

    Nu we het toch over de vriendin hebben, de romance met Elena hangt er wat mij betreft een beetje los bij. In een in 2002 uitgekomen "directors cut" wordt dit deel van het verhaal veel verder uitgesponnen. Toto loopt in deze versie, na de begrafenis van Alfredo, een meisje tegen het lijf dat erg op haar lijkt. Door dit meisje te volgen komt hij weer bij zijn oude liefde uit, het meisje blijkt namelijk haar dochter te zijn. Vaak wordt de directors cut van een film achteraf bejubeld. De studio, die in de film gesneden heeft om hem binnen de twee uur te houden, krijgt het verwijt een kunstwerk te hebben verminkt. In sommige gevallen neemt de Studio echter de regisseur die te veel in één film wil proppen alleen maar in bescherming. "Cinema Paradiso" is één van deze gevallen. Wie een film van Tornatore wil zien rondom het thema eerste liefde = grootste liefde, kan terecht bij "Malena" (2000).

    Directe aanleiding om de DVD met "Cinema Parardiso" weer eens uit de kast te trekken was "The long day closes" (1992, Terence Davies). In beide gevallen draait het om een opgroeiende jongen die zich erg aangetrokken voelt tot films / de bioscoop. Waar we de liefde voor films in "The long day closes" moeten opmaken uit een aantal filmdialogen die op de geluidsband voorbijkomen (te zien is er niets), is "Cinema Paradiso" veel explicieter. Belangrijker is nog dat waar de duisterenis van de bioscoopzaal in "The long day closes" een uitvlucht uit de realiteit is, film in "Cinema Paradiso" voor de kleine Toto in het kleine dorpje op Sicilië juist een venster op de wereld is.

    DATUM: 27 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    Nuovo Cinema Paradiso (1988) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Hal Ashby (1929 - 1988) was een representant van de "New Hollywood" stroming. Dit waren regisseurs die zich onafhankelijk opstelden van het Hollywood studio systeem en, in navolging van de Franse nouvelle vague, auteur films gingen maken. De periode van de "New Hollywood" regisseurs loopt ongeveer vanaf "Bonny and Clyde" (1967, Arthur Penn) tot "Heaven's gate" (1980, Michael Cimino). Na de financiële flop van laatstgenoemde film kregen de boekhouders weer meer in de melk te brokkelen en werden de Amerikaanse films in de jaren '80 minder gewaagd en meer voorspelbaar.

    Geheel in lijn met de "New Hollywood" stroming waren de jaren '70 de gouden jaren in de carrière van Ashby. Met maatschappijkritische films als "Harold and Maude" (1971, psychologische problemen), "Shampoo" (1975, sexuele revolutie eind jaren '60), "Coming home" (1978, gehandicapte Vietnam veteraan) en "Being there" (1979) maakte Ashby naam.

    Hal Ashby kon zijn succes in de jaren '80 niet continueren. Zijn extreme perfectionisme bracht hem steeds meer in conflict met producers. Wel produceerde hij nog een aantal popclips / popdocumentaires. Zo maakte Ashby de clip voor het Police nummer "Message in a bottle" en kwam in 1983 de documentaire "Let's spend the night together" uit over een tournee van de Rolling Stones in 1981.

    Om zijn orderportefeuille weer wat meer gevuld te krijgen nam Ashby afscheid van zijn hippie uiterlijk, en stak zich zelfs in het nette pak. Het was echter al te laat. Niet lang daarna openbaarden zich de eerste symptomen van de ziekte waaraan hij nog voor zijn 60e zou overlijden.

    HET VERHAAL

    Chance (Peter Sellers) is een man van middelbare leeftijd die leeft in het huis van een vermogende man. De relatie tussen Chance en deze man wordt niet duidelijk (is de man zijn vader?). Wel duidelijk wordt dat Chance in zijn geestelijke ontwikkeling is achtergebleven, en weinig anders doet dan televisiekijken. Aangezien hij nooit buiten de muren van het huis komt, ontleent hij al zijn kennis over de buitenwereld aan de televisie.

    Als de man overlijdt, wordt zijn huishouden ontbonden. Chance komt (letterlijk voor het eerst van zijn leven) op straat te staan. Het hoeft geen betoog dat hij daar slecht op is voorbereid. Hij loopt dan ook wat verloren rond als hij wordt aangereden door de vrouw van een miljonair (Shirley MacLaine). De verwondingen vallen mee, maar bang voor claims neemt de vrouw hem mee naar de privé kliniek die zij aan huis hebben (de man is ernstig ziek). 

    Eenmaal in huis valt Chance erg in de smaak van de miljonair met zijn tegeltjeswijsheden. De miljonair zoekt er allerlei diepere filosofische gedachten achter. Aangezien de miljonair een groot netwerk heeft, is Chance binnen een mum van tijd een belangrijke adviseur van de Amerikaanse president.

    COMMENTAAR

    Ik heb "Being there" opnieuw bekeken in relatie met "Mr Smith goes to Washington" (1939, Frank Capra). In deze film (maar ook bijvoorbeeld in "The Hudsucker proxy" (1994, Joel & Ethan Coen)) wordt een simpele ziel bewust als een soort katvanger op een leidinggevende positie gezet. In "Being there" daarentegen zet de elite niet een simpele ziel op het verkeerde been, maar is het eerder omgekeerd (zonder dat er bij de simpele ziel overigens sprake is van moedwil). 

    Chance is in dit verhaal de simpele ziel, en alles wat hij van de wereld weet heeft hij opgestoken van de televisie. De vraag is nu of deze komedie gaat over de media, de oppervlakkigheid of misschien wel de oppervlakkigheid waar de media aanleiding toe geven (de wereld wordt gereduceerd tot one liners)? Terugkijkend met de kennis achteraf van Facebook, Twitter en de overige sociale media zijn we misschien geneigd in "Being there" een film over (de gevolgen van) mediaverslaving te zien. Ongetwijfeld waren er eind jaren '70 mensen televisieverslaafd, maar we zouden dan toch over het hoofd zien dat de simpelheid van Chance niet voortspruit uit zijn vele televisie-uren. Ook zonder televisie zou Chance geestelijk beperkt zijn.

    De film gaat in mijn ogen vooral over oppervlakkigheid. De hele film door loopt Chance gemeenplaatsen te debiteren in de sfeer van "Oost - West, thuis best". Vaak beweert hij zelfs in het geheel niets, maar spiegelt zich alleen maar aan zijn gesprekspartners. Hij glimlacht vriendelijk en zegt vervolgens "Inderdaad, Ben", gevolgd door een herhaling van wat net gezegd is. Daar komt hij vervolgens heel ver mee. Door al zijn nagepraat voelen zijn gesprekspartners zich gesteund in hun eigen gelijk. Als Chance één van zijn algemeenheden debiteert, vullen ze die naar eigen behoeften in. Zo vertelt Chance tegen de Amerikaanse president dat na de winter de lente komt, daarna de zomer en de herfst waarna het vervolgens weer winter wordt (Chance was in het huis van de vermogende man belast met het tuinonderhoud). De president maakt daarvan dat, net als in de natuur, de economie zijn seizoenen heeft. In de natuur accepteren we dat. Misschien moeten we de op- en neergaande bewegingen in de economie ook maar accepteren, en daar niet met begrotingsbeleid krampachtig tegen in gaan. Zie de clip voor deze gehele conversatie. Wat is die Chance toch een goede adviseur! Is dit alles vergezocht? Wie zijn oor goed te luisteren legt bij management-goeroes ("Geloof in jezelf!") en adviseurs ("Wat vindt je er zelf van?") weet wel beter.

    De film zet de "terreur van de gemeenplaats" prachtig te kijk. Toch vallen er ook wel een paar minpuntjes te noteren. Zo kunnen we niet anders dan de figuur van Chance als geestelijk achtergebleven beschouwen. Waar was dat voor nodig? De meeste dooddoeners komen immers van mensen die ze allemaal op een rijtje hebben, dat is juist het ergste. Ook de zogenaamd komische side plots over veiligheidsfunctionarissen die op zoek gaan naar dossiers over Chance (die er natuurlijk niet zijn) en over dames van middelbare leeftijd die op cocktailparty's vallen voor Chance (waar hij niets van begrijpt) komen op zijn best niet over.

    Wel leuk vond ik de scene waarin Chance net zijn vertrouwde woning heeft verlaten. Door de (in de loop van de tijd verkrotte) buurt lopend stuit hij op een jeugdbende. Wanneer die te opdringerig worden pakt Chance zijn afstandsbediening en probeert ze weg te zappen. Hè wat vervelend nou, thuis lukte dat altijd wel. Bij het verlaten van het vertrouwde huis wordt trouwens een jazzy uitvoering van "Also sprach Zarathustra" van Wagner gespeeld. Iedere filmliefhebber denkt dan natuurlijk onmiddelijk aan "2001, a space odyssey" (1968, Stanley Kubrick). Inderdaad staat ook Chance op dat moment op het punt een voor hem geheel nieuwe wereld te ontdekken. 

    Bij het opnieuw bekijken van "Being there" viel mij één element op dat me de eerste keer totaal ontgaan was, en dat was de hint naar racisme. Deze hint werd gegeven door de voormalige (zwarte) kokkin van het huis van de welgestelde man. Deze is zeer verbaasd als ze (de inmiddels tot adviseur van de president opgeklommen) Chance op een gegeven moment terugziet in een talkshow op TV. Volledig op de hoogte van de beperkte mogelijkheden van Chance leidt dit bij haar tot de uitroep: "Look at him now! Yes, sir, all you've gotta be is white in America, to get whatever you want. Gobbledy-gook!". Ze heeft zonder meer een punt. Chance is blank en ziet er bovendien tot in de puntjes verzorgd uit, dit laatste ten gevolge van de garderobe van zijn weldoener. Iemand die er zo respectabel uitziet kan toch geen onzin uitkramen? (afbeelding 2)

    DATUM: 7 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    Being There (1979) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Damien Chazelle (1985) staat nog aan het begin van zijn carrière. Hij heeft tot nog toe drie films gemaakt ("Guy and Madeline on a park bench" (2009), "Whiplash" (2014) en "La La Land" (2016)). In al deze films speelt de muziekwereld een belangrijke rol. Steeds wordt benadrukt hoe moeilijk het is om als muzikant door te breken. Met name "Whiplash", waarin iemand die op het conservatorium voor jazz-drummer studeert een strenge (om niet te zeggen tirannieke) leraar heeft, heeft een sterk autobiografische inslag.

    HET VERHAAL

    De carrières van Sebastiaan (Ryan Gosling) en Mia (Emma Stone) zitten in het slop, als ze achter alkaar in de file staan richting LA. Sebastiaan is een jazz pianist die in een restaurant jingle bells speelt. Mia is een would be actrice wiens audities zelden langer duren dan twee zinnen, en die in de tussentijd koffie serveert aan actrices die wel doorgeboken zijn in een koffieshop op het MGM terrein.

    Als er weer beweging komt in de file, zit Mia nog de teksten van haar volgende auditie te repeteren. Het komt haar op een claxon van Sebastiaan te staan, een toeter die ze beantwoord met een opgeheven middelvinger. De eerste slag is een daalder waard, zullen we maar zeggen. Als geroutineerde filmkijker weet je dan dat het ongewtijfeld wat wordt tussen die twee, en halverwege de film is dat ook zo. Is hun relatie er echter tegen bestand als de twee carrières plotseling van de grond komen?

    COMMENTAAR

    In een interview met de regisseur las ik dat hij zijn inspiratie voor "La La Land" deels had gehaald uit de stadsdocumentaires uit de jaren '20 en '30. We moeten dan denken aan films als "Berlin, die sinfonie der Grosstadt" (1927, Walther Ruttmann), "Menschen am Sonntag" (1930, diverse regisseurs), maar ook het Russische "Man with a movie camera" (1929, Dziga Vertov). Hoewel de film diverse locaties in LA gebruikt die nauw verbonden zijn met de (film)historie van de stad (volgens Mia hebben in het huis tegenover haar koffiebar opnames van "Casablanca" (1942, Michael Curtiz) plaatsgevonden), doet de stijl van deze film toch veel meer aan een Musical denken dan aan een documentaire.

    De musical lijkt in deze cynische tijd een gewaagd genre, maar aan de andere kant: was de musical niet altijd al een populaire uitvlucht uit de dagelijkse problemen in moelijke tijden? De openingsscene wordt niet alleen gebruikt om de hoofdpersonen te introduceren (hun auto's staan letterlijk stil, hun carrières staan figuurlijk stil), maar ook om het wezen van de musical te illustreren. Tijdens zo iets vervelends als een file komt iedereen uit zijn auto en ontstaat een geweldig dansfestijn.

    De vraag is nog wel of de film teruggrijpt op de musical van de jaren '30 (met het duo Fred Astaire en Ginger Rogers als de grote sterren en "Top hat" (1935, Mark Sandrich) als misschien wel meest bekende film) of op de musical uit de jaren '50 (met Gene Kelly en Cyd Charisse als danssterren en "Singin' in the rain" (1952, Stanley Donen) als bekende film)? Deze vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Het felle kleurgebruik doet sterk denken aan "Singin' in the rain" (zie afbeelding 1 en vergelijk deze met de videoclip bij "Singin' in the rain"). Het onderling gekibbel tussen Sebastiaan en Mia (in her eerste gedeelte van de film) doet aan de andere kant weer denken aan de standaard verhaallijn in de "Fred en Ginger" films (die ook altijd pas tegen het eind doorhadden dat ze bij elkaar pasten). 

    Eenzelfde ambiguïteit met betrekking tot de periode waar de film op teruggrijpt is ook terug te vinden in "The artist" (2011, Michel Hazanavicius), een andere moderne musical van enkele jaren geleden. "The artist" grijpt terug op de periode van de opkomst van de geluidsfilm, maar doet dat door middel van een verhaal dat toch wel heel sterk lijkt op dat van "Singin' in the rain". In "The artist" hebben we te maken met een koppel waarvan de carrière van de één bergaf en de carrière van de ander juist bergop gaat. In "La La Land" gaan beide carrières de goede kant op. Hierbij dient echter wel een onderscheid te worden gemaakt tussen het financiële aspect en het artistieke aspect. Zo is Sebastiaan erg begaan met het dreigende uitsterven van de Jazz, en wil hij deze trend keren door zijn eigen Jazzclub te openen (afbeelding 2). Overigens is ook dit een overeenkomst met "The artist", waarin de mannelijke hoofdpersoon zich zorgen maakt over de ondergang van een andere kunstvorm, namelijk de stomme film. [SPOILER !] Uiteindelijk weet Sebstiaan zijn artistieke droom te verwezenlijken (hij opent zijn eigen club), terwijl Mia financieel gesproken het best boert. Aan de kijker om uit te maken wat het meest belangrijk is.

     

     

    DATUM: 30 december 2016

    EIGEN WAARDERING: 8 

    La La Land (2016) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Terence Davies (1945) ging na school werken op de administratie van een rederij. Hij kwam pas op latere leeftijd in de filmindustrie terecht met "Distant voices, still lives" (1988) en "The long day closes" (1992). Aangezien Davies weinig concessies doet met betrekking tot de onderwerpen en de vormgeving van zijn films, is het rondkrijgen van de financiering vaak niet makkelijk. Zijn oeuvre is dan ook vrij klein.

    HET VERHAAL 

    Het verhaal speelt zich af halverwege de jaren '50 in Liverpool. Bud maakt de overstap van de lagere - naar de middelbare school. De film toont ons hoe Bud deze tijd beleeft. 

    COMMENTAAR

    Zowel "Distant voices, still lives" als "The long day closes" zijn heel erg autobiografische films. "Distant voices, still lives" gaat over de vroege jeugd van Terence, met een geweldadige vader die het huishouden tiranniseert. "The long day closes" kan worden gezien als het vervolg. De vader is inmiddels overleden en Terence (in de film gerepresenteerd door Bud) staat op de drempel van de middelbare school.

    Bud is in deze film een achteraankomertje. Zijn broers zijn veel ouder, en hebben allebei verkering. Ze leven daardoor in een heel andere sociale wereld dan Bud (afbeelding 1). Bud trekt het meest op met zijn moeder, hij is ook wel een beetje een moederskindje. De film speelt zich af in een arbeidersmilieu, maar heeft totaal niet het politieke engagement dat zo kenmerkend was voor de "kitchen sink" regisseurs uit de jaren '60. Dus geen film over arbeiders die zich uitgebuit voelen dit keer, maar meer een film over een familie met een sterke onderlinge band die tevreden is met wat ze heeft. Het blijven natuurlijk wel de jaren '50 en de spruitjeslucht komt er bij tijd en wijle vanaf. Blijkbaar houdt Bud van spruitjes, want hij lijkt zich thuis te voelen in het gezin.

    Lijkt, want Bud is een erg eenzelfige jongen en we zien hem in de film vaak in zijn eentje (als een soort buitenstaander) de wereld gadeslaan (afbeelding 2). De vorm waarin de film verteld wordt, een soort losse mozaïek van scenes waarin de belevingswereld van Bud wordt weergegeven en waarin een duidelijke verhaallijn en (ga je na enige tijd vermoeden) een vaste chronologie ontbeekt, sluit goed aan bij het karakter van Bud. Als echte "einzelgänger" houdt Bud ook van de duisternis van de bioscoop, waarin hij zich in zijn eentje terug kan trekken in zijn eigen gedachtenwereld. "The long day closes" wordt daarom ook wel vergeleken met "Cinema paradiso" (1988, Giuseppe Tornatore). In "The long day closes" zijn de verwijzingen naar de bioscoop echter veel subtieler. Zo horen we via de geluidsband een paar keer een quote uit een film. In een quote uit het begin van de film is er sprake van een Mrs Wilberforce (een verwijzing naar "The ladykillers" (1955, Alexander Mackendrick)), in een quote tegen het eind van de film van George Minafer (een verwijzing naar "The magnificent Ambersons" (1942, Orson Welles)). De bioscoopzaal komt slechts spaarzaam in beeld, maar waar hij in beeld komt, is dat op een grandioze manier gedaan. De "gods eye view" waarin we de lichtbundel van de projector over de hoofden van de bezoekers zien scheren (afbeelding 3) blijft je lang bij.

    Het teruggetrokken karakter van Bud kan natuurlijk worden toegeschreven aan het feit dat hij als nakomertje een soort pseudo enigst kind is. Door de film heen zijn er echter een paar (en het zijn er niet veel) aanwijzingen dat er meer aan de hand is. De meest duidelijke aanwijzing is misschien wel de fascinatie waarmee Bud in het begin van de film kijkt naar het ontblote bovenlijf van zijn broer, die een muurtje aan het metselen is. "The long day closes" vermijdt op deze manier het expliciete karakter dat vaak kenmerkend is voor "gay cinema". De subtiliteit waarmee het thema aan de orde wordt gesteld kan worden vergeleken met " Una giornata particolare" (1977, Ettora Scola), al hebben we daar natuurlijk wel te maken met een homofiel in een geheel andere levensfase. Misschien moeten we de quote uit "The magnificent Ambersons" tegen het einde van de film ook wel in dit licht zien. George Minafer "finally got his commeuppance (terechtwijzing)", maar de commeuppance van Bud door een maatschappij die in de jaren '50 nog niet zo tolerant was voor homosexuele mannen moet nog komen. 

    Het beeld dat de film geeft van het arbeidersmilieu in de jaren '50 is in zoverre verrassend dat het afwijkt van het standaardbeeld dat we kennen uit de "kitchen sink" cinema. De manier waarop de film de beleveningswereld van een "brugpieper" weet te vangen in een mozaïek van losse scenes is knap. De film blijft je echter vooral bij door de innovatieve beeldtaal, en het misschien nog wel veel innovatievere gebruik van de geluidsband. Op sommige momenten in de film valt de geluidsband plotseling stil. Ik kan mij dat eigenlijk alleen herinneren uit "Rififi" (1955, Jules Dassin), waarin de geluidsband voor maar liefst een kwartier stilvalt zodra de bende aan de gang gaat met hun gewaagde bankkraak. Ook op andere momenten in de film lijkt de geluidsband een eigen leven te leiden. Zo zitten de in deze recensie genoemde filmquotes op momenten in de film waarin de hoofdpersoon absoluut niet in de bioscoop zit.

    DATUM: 27 januari 2017

    EIGEN WAARDERING: 9

    The Long Day Closes (1992) on IMDb

    Reacties
    Filmposters