Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

    Films  in de nacht volgend op de aangegeven datum worden, ook als ze na  24:00 uur starten, aan deze datum toegerekend.

    Gran Torino

    Zaterdag 24 februari, 20:00 - 22:15 uur, Veronica

    EN

    Donderdag 1 maart, 22:30 - 00:45 uur, SBS 9

     

    Meest recente artikelen

    DE REGISSEUR

    Bille August (1948) verwierf bekendheid met "Pelle erobreren" (1987) en "Den goda viljan / best intentions" (1992). Laatstgenoemde film was gebaseerd op een autobiografisch script van de hand van Ingmar Bergman. In de rest van de jaren '90 vielen zijn films wat tegen, al moet erbij worden gezegd dat ze vaak gebaseerd waren op gerenomeerde boeken. Ik noem "The house of the spirits" (1993, boek van Isabel Allende), "Smilla's sense of snow" (1997, boek van Peter Hoeg) en "Les Miserables" (1998, boek van Victor Hugo). Bij het verfilmen van dit soort boeken krijg je al snel dat kijkers achteraf het boek toch beter vonden. In het eerste decennium van de nieuwe eeuw werd het een beetje stil rond Bille August, maar sinds 2010 vertoont zijn produktiviteit een opleving. Zo maakte hij in 2013 "Night train to Lisbon" en is momenteel een film in voorbereiding over een patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis ("55 steps, 2017).

    HET VERHAAL

    Pelle emigreert met zijn vader Lasse (die weduwnaar is) van Zuid Zweden naar het Deense eiland Bornholm. Beiden zijn er van overtuigd het goede leven tegemoet te gaan. Dit valt echter tegen als ze in de haven aankomen. In tegenstelllng tot andere passagiers vinden ze maar moeilijk werk. Lasse is te oud en Pelle is nog te jong. Uiteindelijk vinden ze werk als stalknechten op boerderij de Steinhof. Het is echter allesbehalve wat ze er van verwacht hadden. Lasse en Pelle staan onderaan de pikorde, en de bazen boven hen zijn hard en sadistisch.

    COMMENTAAR

    Emigratie komt vaak voor als achterliggend thema van een film. Vaak is Amerika dan het land van bestemming. De emigranten zijn vaak afkomstig uit het Zuiden van Europa, bijvoorbeeld Italië. Denk aan de 1e episode van 'KAOS" (1984, gebroeders Taviani) of aan het oeuvre van Martin Scorsese. Ook Ierland komt vaak voor als land van herkomst, meest recentelijk nog in "Brooklyn" (2015, John Crowley).

    Emigratie vanuit Scandinavië zien we wat minder frequent terug, daarvoor is het imago van Scandinavië waarschijnlijk te welvarend. Een uitzondering die de regel bevestigt zijn een tweetal films van Jan Troell ("The emigrants" (1971) en "The new land" (1972)) waarin het verhaal verteld wordt van Zweden die naar Minnesota USA vertrekken. Dus toch weer Amerika als land van bestemming. Overigens is er inderdaad een behoorlijke Scandinavische populatie in Minnesota ontstaan die we bijvoorbeeld tegenkomen in een film als "Fargo" (1996, Joel en Ethan Coen). 

    In "Pelle erobreren" gaat het om emigratie binnen Scandinavië (van Zweden naar Denemarken). Lasse en Pelle komen terecht in een gemeenschap die wel wat weg heeft van de dorpsgemeenschap in "Dass weisse band" (2009, Michael Haneke), al zit de wreedheid en het sadisme in "Pelle erobreren" wat meer aan de oppervlakte. Pelle weet zich beter aan deze vijandige omgeving aan te passen dan Lasse en wordt op deze manier steeds zelfstandiger van zijn vader. Wat dat betreft is "Pelle erobreren" net zo zeer een film over opgroeien als over emigratie.

    Het loskomen van Pelle van zijn vader wordt geïllustreerd in twee sleutelscenes. In de eerste scene wordt Pelle vernederd door de rechterhand van de bedrijfsleider, een opgeschoten knaap die duidelijk plezier heeft in dit soort machtsmisbruik. Zijn vader zweert wraak, maar komt bij de eerste confrontatie (onder de ogen van zijn zoon) niet veel verder dan een "ja baas, nee baas". Pelle weet vanaf dat moment dat hij van zijn vader niet veel te verwachten heeft en dat hij voor zichzelf moet opkomen.

    De tweede sleutelscene is de door Pelle gearrageerde ontmoeting tussen zijn vader en de weduwe van een visser (althans daar gaat iedereen vanuit, haar man is al lange tijd vermist). In een ontroerende scene maken deze twee mensen op leeftijd elkaar het hof, waarbij praktische zaken zeker niet uit het oog verloren worden. Lasse denkt dat de idealen waarvoor hij uit Zweden is vertrokken (zondagochtend een kop koffie op bed en zondagavond varkensvlees met rozijen) eindelijk binnen handbereik zijn. Voor Pelle wordt duidelijk dat de ambities van zijn vader inderdaad niet verder reiken dan dat. Als hij vanuit Bornholm verder de wijde wereld in wil trekken (en dat wil hij) zal hij dat zelf moeten doen. De film begint met Pelle die met zijn vader mee emigreert. De film eindigt met de eigen emigratie van Pelle. Zijn vader is te oud en te moe om met hem mee te gaan. Hij blijft achter op de Steinhof.

    Hoewel Pelle het titelpersonage is steelt Max von Sydow als de antiheld Lasse naar mijn mening de show. Bekend geworden met de films van Ingmar Bergman zullen velen hem ten tijde van "Pelle erobreren" hebben gezien als de veteraan aan het eind van zijn loopbaan. Wisten zij veel dat hij in 2016 nog zou schitteren in "Les premiers les derniers" (Bouli Lanners). 

    DATUM: 27 januari 2018

    EIGEN WAARDERING: 7

    Pelle erobreren (1987) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Kaige Chen (1952) is een Chinese regisseur die behoort tot de zogenaamde 5e generatie (de generatie die zijn opleiding genoot na de culturele revolutie). Hoewel Zhang Yimou de meest bekende vertegenwoordiger van deze generatie is, brak deze generatie door met "Yellow earth" (1984) van Kaige Chen. De meest bekende film van Kaige Chen is "Farewell my concubine" (1993).

    HET VERHAAL

    Het is 1939, het Communistische bevrijdingsleger en de Kwomintang werken samen tegen de Japanse vijand. Een soldaat van het Communistische bevrijdingsleger bezoekt een arme landbouwstreek om "folk songs" (volksliedjes zou de verkeerde associatie kunnen opwekken) te verzamelen. Hij logeert bij een arme familie. Als het tijd is om afscheid te nemen wil de (14 jarige) dochter des huizes graag met hem mee het leger in. Zij is enerzijds onder de indruk van zijn moderne ideeën, maar anderzijds ziet zij haar gearrangeerde huwelijk met angst en beven tegemoet. Op afbeelding 1 zien we haar vol afgrijzen naar een soortgelijk huwelijk kijken, wetend dat het binnenkort haar beurt is. De soldaat vindt haar echter nog te jong om al dienst te nemen in het leger.

    COMMENTAAR

    "Yellow earth" is een beetje een vergeten film. Toen ik het nakeek op IMDB had de film 1.707 stemmen en 6 externe recensies. Vergelijk dat eens met bijvoorbeeld "Raise the red lantern" (1991) van Zhang Yimou, die 23.000 stemmen en 52 externe recensies heeft. Helemaal terecht is dit niet. Per slot van rekening is "Yellow earth" de doorbraakfilm van de 5e generatie en won diverse prijzen op internationale festivals. Het is ook niet onmogelijk dat "Yellow earth" een leerschool was voor Zhang Yimou, die in deze film achter de camere stond. In het al eerder genoemde "Raise the red lantern" zien we diverse invloeden uit "Yellow earth" terug. Denk aan het opvallende gebruik van de kleur rood, die er in beide films uitspringt tegen de achtergrond van een kleurenspectrum dat voor het overige bijna richting zwart - wit gaat. Denk ook aan het thema uithuwelijken c.q. vrouwenonderdrukking dat de twee films gemeenschappelijk hebben.

    Waar "Raise the red lantern" zich geheel in de oude tijd afspeelt, zien we in "Yellow earth" een confrontatie tussen oude gewoonten en communistische idealen. Op het eerste gezicht zijn wij geneigd de manier waarop de soldaat van het bevrijdingsleger "de nieuwe waarheid" komt verkondigen nogal pedant te vinden. De vader van het 14 jarige meisje (een weduwnaar) staat ook niet te springen om zijn dochter uit te huwelijken (aan een veel oudere man), maar ja hij heeft met de vergoeding het huwelijk van zijn zoon kunnen betalen. Zo gaat dat nu eenmaal in de betreffende streek, al eeuwenlang. Aan de andere kant is onze Westerse manier van kijken naar deze film ook niet helemaal van hypocrisie ontbloot. Kijken we naar Westerse films waarin mensen uit het Noorden van de VS de rassendiscriminatie in het Zuiden aan de orde stellen (denk aan de onlangs besproken films "In the heat of the night" (1967, Norman Jewison) of "Mississippi burning" (1988, Alan Parker)), dan zijn de mensen uit het Noorden natuurlijk de "goeden". Kijken we naar een film uit China waarin een soldaat van het communistische bevrijdingsleger vrouwendiscriminatie op het platteland aan de orde stelt, dan zou dat opeens hypocriet zijn? Een beetje dubbel is het wel.

    Ik kan mij dan ook goed voorstellen dat voor een Chinees publiek het een uitgemaakte zaak is dat de soldaat de held van de film is. Toch is ook dit weer te kort door de bocht. Diverse recensies geven aan dat het opmerkelijk is dat de film geen last heeft gehad van de Chinese censuur. Maar waarom dan? De soldaat verwoordt toch keurig de partijlijn? Misschien zit in dit verwoorden wel de crux? Misschien maken de beelden van de film (een beetje te) duidelijk dat er in de periode 1939 - 1984 op het Chinese platteland (alle mooie woorden ten spijt) niet zoveel progressie is geboekt? Hoe het ook zij, de politieke duiding van "Yellow earth" is niet eenvoudig.

    "Yellow earth" maakt (zoals de titel al een beetje doet vermoeden) gebruik van veel natuurbeelden. De yellow earh ziet er behoorlijk woestijnachtig uit (wat kan kloppen want de film is opgenomen in de buurt van de Ordos woestijn) en symboliseert zo de hardheid van het boerenbestaan. Misschien nog wel belangrijker dan de yellow earth is de yellow river. Deze heeft in deze film een Januskop. Aan de ene kant is deze rivier een levensader, maar aan de andere kant kan ze ook meedogenloos zijn. Dit laatste merkt de, inmiddels (ongelukkig) getrouwde, dochter als ze haar ongeduld niet meer kan beheersen en probeert op eigen gelegenheid de rivier over te steken richting de communistische bataljons. Tijdens deze oversteek verdrinkt ze in de rivier. Deze scene is één van de meest dubbelzinnige van de hele film. De rivier is behoorlijk onstuimig en de risico's zijn groot. De regisseur laat in het midden of het hier alleen maar gaat om een onbesuisd plan of toch eigenlijk om een min of meer bewuste zelfmoordpoging.

    Op mij kwam de oversteek in elk geval over als een bewuste zelfmoordactie, en ik moest denken aan de scene waarin één van de hoofdpersonen uit "Sansho the Bailiff" (1954, Kenji Mizoguchi) zelfmoord pleegt door heel rustig, stap voor stap, een meer in te wandelen. Het was niet de enige keer dat ik moest denken aan het werk van Mizoguchi. Aan het eind van de film komt de soldaat terug naar het huis van het meisje om haar op te halen. Het huis staat er leeg en vervallen bij en het meisje is dan inmiddels dood. Het doet sterk denken aan het einde van "Ugetsu monogatari" (1953, Kenji Mizoguchi). In laatstgenoemde film keert een man na jaren terug naar zijn huis, nadat hij in de stad heeft gejaagd op rijkdom en fortuin. Ondertussen is zijn huis vervallen en zijn vrouw gestorven. De soldaat in "Yellow earth" is veel minder egoïstisch dan de echtgenoot in "Ugetsu monogatri", maar op het kritieke moment (als ze met hem mee wil om een gedwongen huwelijk te vermijden) heeft het meisje ook niets aan hem. Al zijn mooie woorden ten spijt. Dit is misschien wel de reden dat sommige recensies toch een anti communistische ondertoon in de film bespeurden en daarom problemen met de censuur hadden verwacht.

    DATUM: 10 januari 2018

    EIGEN WAARDERING: 8

    Huang tu di (1984) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een inleiding op het werk van Tomas Alfredson, zie de recensie bij "Let the right one in" (2008).

    HET VERHAAL

    Binnen de Britse geheime dienst zijn er aanwijzingen dat er "een mol" actief is. Gepensioneerd spion George Smiley (Gary Oldman) wordt teruggehaald om de mol te vangen. Het personage dat uiteindelijk de mol blijkt te zijn is gedeeltelijk gemodelleerd naar de echte dubbelspion Kim Philby.

    COMMENTAAR

    Het spionagegenre heeft een flinke deuk opgelopen door het einde van de Koude oorlog. Het meest nadrukkelijk komt dit misschien wel tot uitdrukking in de verminderde populariteit van de James Bond films. Ook John le Carré schreef veel over spionage gedurende de Koude Oorlog. Hij was hierbij nadrukkelijk de tegenpool van Bond auteur Ian Fleming (noot 1). Waar de Bond boeken bol staan van riskante acties en mooie vrouwen, wordt het spionagewerk bij le Carré met name gedaan door mannen van middelbare leeftijd (waaronder meervoudig hoofdpersoon George Smiley) die zich vooral lijken bezig houden met het drinken van Whisky in rokerige achterafkamertjes. Tegenpool of niet, ook voor het werk van John le Carré zou je een teruglopende belangstelling verwachten met het vervagen van de herinneringen aan de Koude oorlog (noot 2). De meest spraakmakende verfilmingen van het Koude oorlog werk van le Carré zijn dan ook uit de tijd dat de Koude oorlog nog actueel was. Ik denk aan "The spy who came in from the cold" (1965, Martin Ritt) en de televisiebewerking van "Tinker Tailor Soldier Spy" uit 1979. Het is verrassend dat er in 2011 (meer dan 20 jaar na het einde van de Koude oolog) ook een bioscoopversie van "Tinker Tailor Soldier Spy" gemaakt is en dat deze zich mocht verheugen in een warme belangstelling bij het publiek.

    Een verhaal met het thema "wie is de mol?" heeft soms de neiging erg gecompliceerd te worden. Er zijn meerdere kandidaat mollen en iedere kandidaat mol heeft  zijn eigen verhaallijn, met de daaruit voortvloeiende verdenkingen. "Tinker Tailor Soldier Spy" is geen uizondering op deze regel. Daarbij komt dat de film nogal wat oplettendheid van de kijker vereist. Je moet echt op het puntje van je stoel blijven zitten om de verhaallijn te kunnen volgen. De titel is overigens ontleend aan een Engels kinderrijmpje waarvan het Nederlandse equivalent luidt: "Edelman, Bedelman, Dokter,  Pastoor" . De letterlijked vertaling luidt: "Ketellapper, Kleermaker, Soldaat, Spion". Hierbij staan de eerste drie beroepen voor de codenaam die tijdens het onderzoek aan de diverse kandidaat dubbelspionnen worden gegeven. "Spy" staat natuurlijk voor degene die uiteindelijk de echte dubbelspion blijkt te zijn.

    De film moet het vooral van de sfeer hebben. De jaren '70 worden op zeer knappe wijze in beeld gebracht. In veel films die in de jaren '70 spelen wordt de mode in die jaren tot een karikatuur gemaakt. Ik denk daarbij met name aan "The shining" (1980, Stanley Kubrick). In tegelstelling hiermee worden de jaren '70 in "Tinker Tailor Soldier Spy" op een zeer naturelle manier in beeld gebracht, inclusief de zeer grote brilmonturen (zie poster).

    Meer nog dan de karakterisering van de jaren '70 valt de film op door de manier waarop de eenzaamheid van de belangrijkste personages wordt geschetst. Een eenzaamheid die niet zo vreemd is in een verhaal dat draait om dubbelspionage en dus ook draait om het feit dat je naaste collega's nooit kan vertrouwen. Veelzeggend is het gekonkel tijdens het jaarlijkse personeelsfeestje van de geheime dienst (afbeelding 2). Een personeelsfeestje dat trouwens net zo oubollig is als het personeelsfeestje van elk willekeurig ander bedrijf, de glamour van James Bond is wel heel ver weg!

    Nog niet zo lang geleden besprak ik "De rode cirkel" (1970, Jean Pierre Melville). Ook in deze film overheerste de sfeer van eenzaamheid, dit keer onder criminelen. De overeenkomsten tussen het criminele circuit en een spionagedienst (beide werelden moeten buiten het daglicht opereren) zette mij op het spoor van de crime film "Heat" (1995, Michael Mann). In deze film zit een beroemde scene waarin een crimineel gespeeld door Robert de Niro een kopje koffie drinkt met een rechercheur die al jaren op hem jaagt gespeelt door Al Pacino. In het gesprek tussen de crimineel en de rechercheur ontstaat iets van wederzijds respect. In "Tinker Tailor Soldier Spy" zit een scene die het naar mijn mening verdient net zo beroemd te worden. Na een late sessie en na de consumptie van flink wat Whisky filosofeert George Smiley tegenover zijn jongere collega over de enige keer in zijn leven dat hij zijn Russische alter ego live was tegengekomen. Ook in deze monoloog (de daadwerkelijke ontmoeting dateert immers uit een ver verleden) klinkt het nodige respect door van de (aangeschoten) Smiley voor zijn Rusissche tegenstrever. De scene is een fantastische acteerprestatie van Gary Oldman. Er is een clip toegevoegd met een soort van "mini documentaire" over deze scene. 

     

    Noot 1: Zowel Ian Fleming als John le Carré waren actief in het inlichtingenwerk voordat ze auteur werden.

    Noot 2: Deze opmerking geldt natuurlijk alleen voor het werk van le Carré dat betrekking heeft op de Koude oorlog. Na de afloop van de Koude oorlog stort Carré zich op andere thema's, en ook de boeken uit deze tijd zijn deels verfilmd. Ik noem "The constant gardener" (2005, Fernando Meirelles) over corruptie binnen het bedrijfsleven en "A most wanted man" (2014, Anton Corbijn) over de strijd tegen het Moslim terrorisme.

    DATUM: 24 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 8 

    Tinker Tailor Soldier Spy (2011) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Josef von Sternberg (1894 - 1969) werd geboren in Wenen, maar verhuisde al op zijn 14e naar de Verenigde Staten. Daar begon ook zijn filmcarrière. Na een dipje in zijn Amerikaanse loopbaan werkte hij in 1929 - 1930 kort in Duitsland. Hij maakte er zijn bekendste film "Der blaue engel" (1930). Al snel ging hij echter weer terug naar de Verenigde Staten.

    De meest productieve periode van Von Sternberg was 1925 - 1935. Deze periode valt grofweg in twee delen uiteen. In de periode 1925 - 1929 maakte hij stomme films met veelal de Duitse acteur Emil Jannings (die in die periode zijn geluk in Amerika beproefde) in de hoofdrol. Het was ook Jannings die Von Sternberg uitnodigde naar Duitsland te komen. In de periode 1930 - 1935 maakte van Sternberg geluidsfilms met veelal Marlene Dietrich in de hoofdrol. Na "Der blaue engel" nam Von Sternberg Dietrich mee naar Hollywood.

    HET VERHAAL

    Immanuel Rath (Emil Jannings) een leraar aan het gymnasium (naar Duits gebruik als Professor aangeduid) waakt niet alleen over de intellectuele ontwikkeling van zijn leerlingen maar ook over hun morele ontwikkeling. Als hij verneemt dat sommige van zijn leerlingen 's avonds rondhangen in de louche nachtclub "Der blaue engel" besluit hij een kijkje te gaan nemen. In plaats van zijn leerlingen weer op het rechte pad te brengen raakt Professor Rath zelf onder de indruk van nachtclubzangeres LolaLola (Marlene Dietrich). 

    Hoe meer zijn relatie met de nachtclubzangeres bekend wordt, hoe meer zijn autoriteit als leraar wordt ondergraven. Hij besluit met haar te trouwen en zich aan te sluiten bij het rondtrekkende vaudeville gezelschap. Hij eindigt als sidekick (en dan druk ik mij zeer voorzichtig uit) van de goochelaar van dit gezelschap.

    COMMENTAAR

    In veel commentaren wordt "Der blaue engel" in het teken geplaatst van de twee hoofdrolspelers Emil Janning (afbeelding 1) en Marlene Dietrich (afbeelding 2). Met Jannings had Von Sternberg eerder samengewerkt ( "The last command" (1928)) en eigenlijk was "Der blaue engel" bedoeld om hem opnieuw te kunnen laten schitteren. Hoe anders was de casting van Marlene Dietrich (ik volg hier de beschrijving van Cinemagazine). De film werd opgenomen in Duitsland, maar om de interesse van de Amerikaanse markt te bevorderen werd in eerste instantie gedacht aan een Amerikaanse hoofdrolspeelster (Gloria Swanson of Louise Brooks). Toen dat niet mogelijk bleek kwam een bekende Duitse actrice als tweede optie in beeld (Brigitte Helm of Leni Riefenstahl). Uiteindelijk viel de keuze verrassend op Marlene Dietrich, die zich (overtuigd van het feit dat ze nauwelijks een kans maakte) bij de auditie behoorlijk uitdagend had gedragen (wat precies paste bij de rol die ze moest spelen).

    Het oordeel achteraf in veel commentaren op de film is dat in "Der blaue engel" een soort van "wisseling van de wacht" plaatsvond. De oude Emil Jannings blijft hangen in het (overdreven) acteren uit de tijd van de stomme films en wordt overklast door de veel meer naturel spelende Dietrich. Hier mag een kern van waarheid in zitten, het gaat voorbij aan het feit dat het personage van Professor Rath veel interessanter is dan het personage van LolaLola. Professor Rath maakt in de loop van de film een ontwikkeling door. LolaLola is van het begin tot het eind een femme fatale ("Ich bin von kopf bis fuss aus liebe eingestellt") . Ik kom hier later in deze recensie op terug.

    In het verleden besprak Pieter Steinz boeken in de NRC. Hij plaatste het besproken boek in een context door inzichtelijk te maken welke boeken van invloed waren geweest op het besproken boek, en op welke boeken het besproken boek juist zelf invloed had gehad. Op deze manier ontstond een soort van intellectuele stamboom van boeken. Deze methode laat zich natuurlijk ook toepassen op films, en in het onderstaande doe ik een poging deze methode toe te passen op "Der blaue engel".

    Invloed op "Der blaue engel"

    - Het Duits expressionisme in het algemeen. Dat lijkt voor de hand liggend, het is immers een Duitse film gemaakt in een tijd dat het expressionisme weliswaar in zijn nadagen verkeerde maar nog steeds een gangbare stroming was. Bedenkt men echter dat de regisseur afkomstig was uit de VS en na een paar jaar naar dat land zou terugkeren dan is het eigenlijk helemaal niet zo voor de hand liggend dat hij voor deze typisch Duitse stroming kiest. Meer specifiek kan worden verwezen naar de volgende films.
    - "Nosferatu" (1922, Friedrich Murnau). De leerlingen van Professor Rath halen de nodige kattekwaad bij hem uit. Er is echter één leerling die bij hem een wit voetje wil halen. Op een gegeven moment wordt deze leerling door zijn klasgenoten overvallen in bed om hem een lesje te leren. Vlak voor de overal zien we de schaduwen van de klasgenoten op de muur van de slaapkamer. Het doet denken aan het moment waarop de vampier Nosferatu op bezoek komt bij één van zijn slachtoffers.
    - "Das Cabinet des Dr Caligari"  (1920, Robert Wiene). De nachtclub "Der blaue engel" is gelegen in het havendistrict. Deze buurt kent een wirwar van nauwe steegjes. Ook aan de huizen valt geen rechte lijn te ontdekken (afbeelding 3). Het lijkt verdacht veel op het droomlandschap van "Das Cabinet des Dr Caligari".

    Tijdgenoot van "Der blaue engel"

    - "M" (1931, Fritz Lang). Samen met "M" vormt "Der blaue engel" de toonaangevende film van het einde van de expressionistische periode. Evenals in "M" wordt de sfeer in "Der blaue engel" voor een balangrijk deel bepaald door louche, rokerige achterafkamertjes (van, in dit geval, de nachtclub).

    Invloed van "Der blaue engel"

    - Ook in films als "Cabaret" (1972, Bob Fosse) en "The damned" (1969, Luchino Visconti) staan "the roaring twenties" in Duitsland centraal. In deze films wordt het einde van dit tijdperk nadrukkelijk gekoppeld aan de opkomst van het nazisme. Er zijn ook wel interpretaties in omloop die de opkomst van het nazisme een plek geven in "Der blaue engel". Dit zou naar mijn mening een wel erg vooruitziende blik van de regisseur veronderstellen en valt naar mijn mening in de categorie wijsheid achteraf.
    - In het oeuvre van Fellini  speelt het vaudeville theater een grote rol. Het is als het ware zijn natuurlijke habitat. "Der blaue engel" speelt zich heel nadrukkelijk af binnen zo'n theater.
    - In de films van Bergman worden vaak (fysieke) beelden gebruikt in tussenshots. Vaak gaat het hier om godsdienstige beelden. Ook in "Der blaue engel" komen regelmatig van deze tussenshots voor. Ik wijs op de klok, waar bij het slaan van het hele uur een parade van beelden voorbij komt marcheren, maar ook aan het beeld van de zeemeermin in de nachtclub, dat zowel verwijst naar de locatie van de nachtclub (havengebied) als de functie van de nachtclub (erotisch geladen vertier) (afbeelding 4). 

    "Der blaue engel" is gebaseerd op een boek van Heinrich Mann. In dit boek komt mede de hypocrisie van de middenklasse aan de orde, die niets wil weten van een relatie tussen een Professor en een nachtclub zangeres. Dit element ontbreekt grotendeels in de film, die zich met name concentreert op de ontzettende smak op de sociale ladder die Professor Rath maakt (de ontwikkeling waarnaar ik eerder in deze recensie verwees). In een enkele recensie wordt vewezen naar de rol die Emil Jannings speelde in "Der letzte mann" (1924, Friedrich Murnau). Daar speelde hij een oude portier die ook aan lager wal raakte. Deze verwijzing mist naar mijn mening de essentie van de neergang van het hoofdpersonage. In "Der letzte mann" worden de problemen van de portier veroorzaakt door zijn ouderdom. In "Der blaue engel" lijkt Professor Rath onbewust zijn eigen ondergang op te zoeken. Er is onmiskenbaar een element van sadomasochisme in de film aanwezig. Illustratief is de eerste keer dat Professor Rath naar club "Der blaue engel" toeloopt, dan nog met de bedoeling zijn leerlingen weer op het rechte pad te brengen. Hij loopt door de kronkelstraatjes van het havendistrict, en het lijkt wel alsof dit een afdaling in de verborgen verlangens van zijn onderbewuste symboliseert. Tijdens de wandeling horen we het geluid van de mishoorn van een schip, en het klinkt als een onheilspellend soort sirenenzang.

    Opvallend aan "Der blaue engel" is wat ik zou willen noemen echo-scenes. Vergelijkbare scenes op verschillende momenten in de film bezorgen de kijker een déja vu gevoel. Inmiddels is de emotionele lading van de scene echter drastisch van kleur verschoten. Ik noem drie voorbeelden.

    1) Tijdens de eerste bezoeken aan "Der blaue engel" (en de kleedkamer van LolaLola) loopt Professor Rath herhaalde malen een zwijgende, treurige clown tegen het lijf. Aan het eind van de film is hijzelf deze clown geworden (in exact hetzelfde rare kostuum).
    2) Tijdens het huwelijk van Rath en LolaLola haalt de goochelaar zogenaamd eieren uit de neus van Rath. Om het spelletje mee te spelen kraait Rath als een haan. Later wordt datzelfde kraaien van hem verwacht als onderdeel van de goochelshow. Het gekraai klinkt nu een stuk minder spontaan, om niet te zeggen wanhopig.
    3) Nadat zijn verhouding met LolaLola is "gelekt" naar zijn leerlingen hebben deze allerlei schunnige tekeningen op het bord gekalkt. Na het einde van de les zien we een gebroken Rath alleen achter zijn lessenaar zitten, de camera zoomed langzaam uit. Aan het eind van de film zijn de vernederingen van de goochelshow (Rath staat als een domme August op het toneel, de gochelaar haalt eireren uit zijn neus en als Rath als een haan gekraaid heeft slaat de goochelaar de eieren op zijn hoofd kapot) Rath teveel geworden. Hij vlucht in paniek naar zijn oude school en vindt uiteindelijk rust achter zijn lessenaar. We zien de inmiddels overleden  Rath alleen achter zijn lessenaar zitten, de camera zoomed langzaam uit.

    DATUM: 31 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 9

    Der blaue Engel (1930) on IMDb





    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een overzicht van het werk van Ken Loach, zie het openngsartikel van de aan hem gewijde pagina.

    HET VERHAAL

    Bob is (één van de vele) werklozen in Noord Engeland. Zijn gezin heeft het niet breed, maar als zijn dochter ter communie moet gaan, is het voor Bob een erezaak dat dit gebeurd in een mooie jurk. Om deze jurk te kopen gaat Bob schulden aan bij de verkeerde personen, met fatale afloop.

    COMMENTAAR

    De twee werkloze vrienden Bob en Tommy rennen over het Engelse platteland. Op een zeer onhandige manier trachten ze een schaap te vangen. Na de nodige uitglijders hebben ze er één te pakken en transporteren het beest in hun bestelbusje naar de achtertuin. Eenmaal daar aangekomen blijkt geen van tweeën het over zijn hart te kunnen verkrijgen om het dier te doden. Terug de bestelwagen in en naar de slager, kijken of die het dier van hun wil kopen. Dat wil hij niet, want het schaap is te oud en te taai. Hij wil het wel voor ze slachten. Een tijdje later zien we Bob en Tommy de pubs langsgaan om te kijken of ze daar hun "overheerlijke" schapenbouten kunnen slijten. Helaas heeft Tommy vergeten het bestelbusje af te sluiten, zodat dit busje verdwenen is als ze terugkomen van hun  verkooprondje.

    Zie hier het (hilarische) begin van "Raining stones". "Een ongeluk komt zelden alleen", denken we in Nederland. "Als je aan de grond zit regent het zeven dagen per week stenen", zeggen ze in Engeland. Daarmee is meteen de titel van de film verklaard. De openingsscene zegt ook wat over de hoofdpersonen Bob en Tommy. Ze zijn kansarm, maar het zijn ook mannen van 12 ambachten en 13 ongelukken. Als zich al een keer een kans voordoet, weten ze die meestal vakbekwaam te verprutsen.

    Hoofdthema van de film is hoe Bob en Tommy, ondanks de armoede en de continue strijd om rond te komen toch hun gevoel voor eigenwaarde proberen te bewaren. Dat lukt niet altijd, zoals in de scene waarin Tommy wat geld krijgt toegestopt van zijn tienerdochter. Een tienerdochter die haar vader geld toestopt zodat hij ook eens een keer lol kan hebben, het is de wereld op zijn kop. Tommy zakt dan ook door de grond van schaamte.

    Desndanks hebben Bob en Tommy "keeping up appearances" tot een kunst verheven. Zo wijst Bob de suggestie van de pastoor inzake een tweedehands communiejurk voor zijn dochter (de pastoor kent de financiële situatie van zijn parochianen) verontwaardigd van de hand. Voor een nieuwe jurk moet echter geleend worden, en daarmee zijn de poppen aan het dansen. Ze zullen de rest van de film blijven doordansen.

    Als je "Raining stones" (1993) na zoveel jaar weer terug ziet valt bijna niet te ontkomen aan een vergelijking met "I, Daniël Blake" (2016), de meest recente fllm van Ken Loach. Beide films hebben een werkeloze hoofdpersoon. Beide films spelen in de nasleep van een economische recessie. "Raining stones" speelt in de nasleep van de economische crisis van de jaren '80 en de Thatcher jaren. "I, Daniël Blake" speelt in de nasleep van de financiële crisis die in 2008 begon. 

    Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Ken Loach er in de loop van de jaren niet milder op is geworden, zoals je misschien wel zou verwachten met het voortschrijden van de jaren (bij het maken van "I, Daniël Blake" was Loach bijna 80). Ik baseer mijn indruk op de volgende vergelijking.

    - De hoofdpersoon in "I, Daniël Blake" wordt werkloos vanwege een hartaanval. Geheel buiten zijn schul dus. Hij is een prima vakman. De hoofdpersonen in "Raining stones" zijn meer van het type sjacheraars. Je sympathie als kijker ligt volledig bij Bob en Tommy, maar om nu te zeggen dat ze 0% schuld hebben aan de situatie waarin ze zich bevinden gaat wat ver.

    - De tegenstander van Daniël Blake is vooral de overheidsbureauratie, die op een zeer geloofwaardige wijze (onpersoonlijk en ongevoelig, niet in staat af te wijken van de regeltjes en protocollen) wordt neergezet. De tegenstander van Bob in "Raining stones" is vooral de loan shark (ik ken geen goede Nederlandse vertaling van dit woord) die in het tweede deel van de film achter hem aan zit. Alles aan deze man (maar toch vooral zijn opzichtige gouden opsmuk) is zodanig fout dat alleen maar van een karikatuur gesproken kan worden. Ook zijn incassomethoden (geweldadig binnenvallen in het huis van Bob en daarna zijn vrouw en dochter bedreigen) vallen royaal buiten het kader van de verder overigens vrij realistisch opgezette film.

    - "I, Daniël Blake" eindigt in mineur. Uiteindelijk begeeft zijn hart het. "Raining stones" heeft een veel gelukkiger, maar vooral ook een veel spannender einde. Nadat hij er achter is gekomen hoe de "loan shark" zijn vrouw en dochter heeft bedreigd, gaat Bob gewapend met een combinatietang verhaal halen. Loach weet van deze laatste scene een soort van "shoot out" te maken die in een Western niet zou misstaan. Toch wel een opvallend einde voor een sociaal geëngageerd drama.

    DATUM: 17 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Raining Stones (1993) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Voor een inleiding op het werk van Alan Parker, zie de recensie van "Mississippi burning" (1988). 

    HET VERHAAL

    Jimmy Rabbitte is werkloos maar droomt van een popband. Aangezien hij niet kan zingen en ook geen instrument bespeelt, ziet hij zichzelf in de rol van manager. Hij plaatst een advertentie in de krant en weet op het laatst zowaar een band bij elkaar te sprokkelen. Met het eerste succes lopen ook de spanningen tussen de bandleden op. Iedereen ziet zichzelf als de ster. Het lijkt wel een echte popband.

    COMMENTAAR

    "The Comittments" (1991) is de verfilming van het eerste deel van een drieluik geschreven door Roddy Doyle (The Barrytown trilogy). De andere twee delen van deze trilogy werden later verfilmd door Stephen Frears in respectievelijk "The snapper" (1993) en "The van" (1996).

    De verfilming van "The Barrytown trilogy" past in de opkomst van de regisseurs van het "New social realism" (zie de inleiding op de Engelse film) en de aandacht die deze regisseurs hadden voor de problemen aan de onderkant van de samenleving in de jaren (vlak na) Thatcher.

    In de inleiding op het werk van Alan Parker wordt gewezen op de tweedeling in zijn oeuvre tussen lichtvoetig werk en de meer controversiële onderwerpen. "The Comittments" wordt hierbij ingedeeld bij de meer lichtvoetige films. Op het eerste gezicht lijkt dat, gezien het verhaal over de opkomst en ondergang van een fictieve popband, juist. Lijken de leden van deze band, in hun streven naar succes, niet erg op de studenten uit "Fame" (1980, Alan Parker)? Kan "The Comittments" niet worden gezien als een "Fame" voor tokkies? Ik denk dat het antwoord op beide vragen "ja" is, maar juist in dit tokkies gehalte ligt de sociale betrokkenheid van Parker verborgen. Ik kom daar later in deze recensie op terug. 

    In de eerste plaats is "The Comittments" natuurlijk een muziekfilm, en één van de betere. De soundtrack staat als een huis en deed mij denken aan die van  "Baby driver" (2017, Edgar Wright), waarmee het het nummer "Nowhere to run" van Martha & The Vandellas gemeen heeft. Veel geprezen aan laatstgenoemde film werd de manier waarop de beelden het ritme van de muziek volgen.  "The Comittments" heeft op dit gebied een briljante gimmick: een bandlid zit wat te oefenen op zijn werk en de varkenskarkassen (hij werkt in een abattoir) bungelen aan de lopende band mee op de maat van de muziek (zie poster).

    Tegen het eind van de film (als de band succesvol wordt) is de muziek zeer nadrukkelijk aanwezig. Volgens sommigen zelfs iets te nadrukkelijk. De film begint karakteristieken van een concertregistratie te krijgen. De kritiek op de dosering van de regisseur is misschien niet helemaal onterecht, aan de andere kant maakt het overtuigende optreden van lead zanger Deco Cuffe (gespeeld door Andrew Strong) veel goed. Deze leadzanger heeft het postuur van Meatloaf en de motoriek van Joe Cocker (afbeelding 2 midden).

    Zoals gezegd komt in het tokkies gehalte van de film de sociale bewogenheid van Alan Parker tot uitdrukking. De bandleden zijn (net als de studenten uit "Fame") uit op succes. Het alternatief dat buiten de band op hen wacht is echter aanmerkelijk minder rooskleurig dan dat van de genoemde  studenten. Bijna in elke bespreking van de film wordt wel het citaat aangehaald waaruit de driedubbele achterstelling blijkt waar de bandleden mee te maken hebben:

    "The Irish are the blacks of Europe. And Dubliners are the blacks of Ireland. And the Northside Dubliners are the blacks of Dublin."

    Zelf vind ik de dialoog waarin Jimmy tegen een medebandlid zegt dat ze toch allemaal lid zijn van de "working class", waarop deze cynisch antwoord dat dat waar zou zijn als er tenminste werk was, grappiger. Indringender dan elke dialoog (beelden zeggen meer dan 1000 woorden) is de scene waarin Jimmy langsgaat bij één van de drie achtergrondzangeressen (afbeelding 2 links). Ze heeft een aantal repetities gemist en hij is van plan haar uit de band te zetten. Temidden van talloze broertjes is ze aan het zorgen voor de jongste gezinsuitbreiding, daarbij een moeder vervangend die het ook allemaal niet meer aankan. Ze smeekt Jimmy om haar in de band te laten, aangezien de band het enige is dat ze heeft om naar uit te kijken. 

    De Katholieke kerk speelt een grote rol in Ierland, en in "The Comittments" wordt deze rol vertolkt door een sympathieke, progressieve, misschien zelfs wel hippe priester. Hij weet oefenruimte te regelen en als één van de bandleden komt biechten dat hij tijdens de hymnen in de kerk aan "When a man loves a woman" van Marvin Gaye denkt wijst de priester hem er op dat dit nummer toch echt van Percy Sledge is. Kortom de priester van "The Comittments beantwoort aan het symphatieke beeld dat ook uit bijv. een serie als "Ballykissangel" naar voren komt. Uit "The Magdalene sisters" (2002, Peter Mullan) zou 10 jaar later een heel ander beeld van de Katholieke kerk in Ierland naar voren komen.

    De acteurs in "The Comittments" waren geen van alle professionals. Na het succes van de film waagden diversen van hen een gokje in de muziekindustrie. Helaas waren geen van deze pogingen een beter lot beschoren dan dat van de filmband waar het allemaal mee begon.

    DATUM: 17 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 8 

    The Commitments (1991) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    Jean Pierre Melville (1917 - 1973) werd geboren als Jean Pierre Grumbach. Hij koos zijn artiestennaam als eerbetoon aan de Amerikaanse schrijver Herman Melville. Jean Pierre Melville stond in hoog aanzien bij de regisseurs van de "Nouvelle vague", maar was zeker geen onderdeel van deze stroming. Zijn films bevatten duidelijk Amerikaanse invloeden en kunnen qua genre als neo noirs worden geclassificeerd.

    HET VERHAAL

    Een pas vrijgelaten gevangene (Corey gespeeld door Alain Delon) en een zojuist ontsnapte gevangene (Vogel gespeeld door Gian Maria Volontè) ontmoeten elkaar toevallig en zette gezamenlijk een juwelenkraak op.

    COMMENTAAR

    In "De rode cirkel" komt een overval-scene op een juwelierszaak voor die bijna in real time gefilmd lijkt te zijn. Aan alle details wordt aandacht besteed. Als vanzelf gaan je gedachten uit naar de (minimaal net zo lange) overval scene uit "Du Rififi chez les hommes" (1955, Jules Dassin). De vergelijking ligt zo voor de hand dat Melville na het verschijnen van "Rififi" zijn plannen om "De rode cirkel" te maken voorlopig even uitstelde. Misschien niet onverstandig, want als ik heel eerlijk ben, valt de vergelijking niet in het voordeel van "De rode cirkel" uit. Met name het verhaal van "Rififi" heeft toch wat meer body. "De rode cirkel" moet het vooral hebben van de sfeertekening.

    Tijdens het kijken kwamen er ook andere films bij mij op. Zo deed de executiescene in het bos mij erg denken aan "Millers crossing" (1990, Joel & Ethan Coen). Meestal check ik dergelijke associaties na de film nog even. Ben ik de enige die het is opgevallen? Bij "Millers crossing" trof ik wel een verwijzing aan naar het werk van Jean Pierre Melville, echter naar een andere film ("Le doulos" (1963)). De beïnvloeding van de gebroeders Coen door het werk van Melville is overigens een aardig voorbeeld van een cinematografische omweg. Via Melville doen Joel en Ethan Coen in feite inspiratie op uit de filmtraditie van hun geboorteland.

    Last but certainly not least een vergelijking met het werk van Jacques Becker, en dan met name met "Touchez pas au grisbi" (1954). Ook hier trof ik na enig zoeken op het internet een relatie met het werk van Melville, maar wederom met een andere film. Op "The cine tourist" (een website die een link legt tussen geografische plaatsen en de films die zich op deze plaatsen afspelen) trof ik een essay aan over gangsterfilms spelend in het Parijs van de jaren '50. In dit verband werden genoemd:  (1) "Touchez pas au grisbi" (1954, Jacques Becker), (2) "Du Rififfi chez les hommes" (1955, Jules Dassin) en "Bob le flambeur" (1956, Jean Pierre Melville). 

    Toch is ook een vergelijking tussen "Touchez pas au grisbi" en "De rode cirkel" verhelderend, al was het maar vanwege de verschillen. Op het eerste gezicht heeft Corey (Alain Delon) veel gemeen met Max (Jean Gabin), de crimineel uit "Touchez pas au grisbi". Beiden frequenteren nachtclubs en gebruiken deze locaties om hun netwerk in stand te houden en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de onderwereld. Max heeft daarnaast echter een onderduikadres dat hij zo huiselijk mogelijk heeft ingericht en waar hij graag verblijft. Deze huiselijkheid is geheel vreemd aan Corey. De film wrijft dit er nog eens in door tegenover de gangsters een rechercheur te zetten die elke avond als hij thuis komt een uitgebreide welkomsritueel heeft met zijn vele katten.

    De gangsters Corey en Vogel leven volgens een erecode waarin naast professionaliteit slechts plaats is voor onpersoonlijkheid. De film brengt deze onpersoonlijkheid (noem het gerust eenzaamheid) over op de kijkers door:

    - kadrering van de opnamen;
    - kleurstelling (koude kleuren als groen en blauw (zie afbeelding 2 waarin de uitdrukking "leven vanuit een koffer" wel zeer letterlijk genomen is));
    - afwezigheid van dialoog;
    - afwezigheid van elke achtergrond.

    Corey is vrijgelaten en Vogel is ontsnapt, maar waarvoor zaten ze vast? Wat was hun verleden? We komen het de hele film niet te weten. Aan het begin van dit commentaar zei ik dat "Du Rififi chez les hommes" qua verhaal meer body heeft. Misschien is de afwezigheid van verhaal / achtergrondinformatie echter wel het stijlmiddel waarmee Melville ons de eenzaamheid van zijn personages wil later ervaren.

    DATUM: 9 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

    De Rode Cirkel (1970) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Norman Jewison (1926) begon zijn carrière met twee Doris Day / Rock Hudson niemandalletjes ("The thrill of it all" (1963) en "Send me no flowers" (1964)). Later maakte hij de nodige films waarin hij controveriële onderwerpen toegankelijk maakte voor een breed publiek. 

    Racisme was één van deze controversiële onderwerpen. Jewison maakte er drie films over ( "In the heat of the night" (1967), "A soldier's story" (1984) en "The hurricane" (1999)). Een ander geliefd onderwerp was het grijze gebied tussen schuld en onschuld ("... and justice for all" (1979), "Agnes of God" (1985) en opnieuw "The hurricane" (1999)).

    Drie keer werd Jewison voorgedragen voor de Oscar voor bestte regisseur ("In the head of the night" (1967), "Fiddler on the roof / Anatevka" (1971) en "Moonstruck" (1987)), in geen van de gevallen won hij deze begeerde prijs.

    HET VERHAAL

    In Sparta (Mississippi) wordt het lijk van een rijke industrieel gevonden. Tegelijkertijd stapt inspecteur Virgil Tibbs (Sidney Poitier) over op het station van Sparta na familiebezoek in het Zuiden. De mores van Sparta zitten zo in elkaar dat er automatisch een verband wordt gelegd tussen het lijk en de aanwezigheid van een (onbekende) "zwarte". Virgil Tibbs wordt gearessteerd en voor sheriff Gillespie (Rod Steiger) geleid. Daar onthult hij zijn identiteit en beroep. Tijdens een telefoontje met zijn baas (om zijn identiteit te verifiëren) krijgt hij de opdracht om mee te helpen bij het oplossen van de moord. Met frisse tegenzin beginnen Tibbs en Gillespie aan hun samenwerking.

    COMMENTAAR

    In 1968 viel "In the heat of the night" behoorlijk in de prijzen op het Oscar gala (maar dus niet een prijs voor de beste regie, zie de inleiding over de regisseur). Zonder de film tekort te willen doen zal de moord op Martin Luther King, die niet lang voor het Oscar gala plaatsvond, hier mede debet aan zijn.

    Gedurende een groot deel van de film hangt er een broeierige sfeer. Het uitstekende (nachtelijke) camerawerk van Haskell Wexler draagt bij aan deze sfeer, evenals de score van Quincy Jones (zang door Ray Charles). De grootste bijdrage wordt echter geleverd door Quentin Dean die Delores speelt, een tienmeisje dat het opwindend vindt om 's avonds naakt door haar huis te lopen (afbeelding 1), en al doende het mannelijke deel van de bevolking van Sparta het hoofd op hol brengt. Ik hoop dat ik niet teveel verklap als ik zeg dat er uiteindelijk een link blijkt te liggen naar de moord op de industrieel.

    "In the heat of the night" zal echter vooral herinnerd worden als een film die het racisme in het Zuiden van de VS aan de kaak stelt. In dat opzicht is het interessant om de film te vergelijken met "Mississippi burning" (1988, Alan Parker). Wat in de eerste plaats opvalt, is dat het racisme op een andere manier in de film verwerkt is. In "Mississippi burning" was de moord die opgelost moest worden racistisch georiënteerd, dit is in "In the heat of the night" niet het geval. In "Mississippi burning" was de relatie tussen de twee rechercheurs juist weer niet racistisch getint (het waren twee blanke FBI agenten uit het Noorden, en hun relatie draaide om het academische groentje versus de ervaren rot) terwijl het daar in "In the heat of night" juist om gaat (de "red neck" sheriff uit het Zuiden die moet samenwerken met de zwarte specialist uit het Nooden). 

    Kijken we naar de aard van het racisme dan valt op dat het racisme in "Mississippi burning" de vorm aanneemt van fysiek geweld (lynching, brandstichting) en zeer schokkend is. Het racisme in "In the heat of the night" is meer subtiel. Het neemt de vorm aan van verbale kleinering (van inspecteur Tibbs door de locale politieagenten) en economische achterstelling. Tijdens een rit door het landschap zien we dat zwarte arbeiders als (ongetwijfeld slecht betaalde) dagloners het zware werk doen op de plantages. Slechts in één scene wordt inspecteur Tibbs daadwerkelijk fysiek aangevallen door de plaatselijke bevolking. 

    Blijkbaar was het aan de orde stellen van rassendiscriminatie in 1967 al controversieel genoeg. We moeten niet vergeten dat "In the heat of the night" (1967)  gemaakt is enkele jaren na de gebeurtenissen die in "Mississippi burning" behandeld worden (1964). 

    Ik merkte al op dat de relatie tussen sheriff Gillespie (Rod Steiger) en inspecteur Tibbs (Sidney Poitier) een belangrijke motor achter de film is (afbeelding 2). Deze relatie begint stroef (to say the least) maar langzaamaan groeit het wederzijds respect. Hierbij respecteert Gillespie het vakmanschap van Tibbs, terwijl Tibbs waardeert dat Gillespie de moed heeft om zijn racistische agenten als het nodig is (en het is nodig!) terecht te wijzen. 

    Sidney Poitier was lange tijd een rolmodel in de emancipatie van de zwarte bevolking. Zijn rol in "In the heat of the night" lijkt wel een beetje op die in "The defiant ones" (1958, Stanley Kramer). In laatstgenoemde film is hij een gevangene die samen met een blanke medegevangene ontsnapt. Aangezien ze door handboeien aan elkaar vastzitten zullen ze noodgedwongen moeten samenwerken. Ook in "In the heat of the night" is er sprake van een gedwongen samenwerking, nu echter niet veroorzaakt door handboeien maar door orders van de baas van inspecteur Tibbs. Mijn gedachten gingen echter ook uit naar de rol van Poitier in "Guess who's coming to dinner?" (1967, Stanley Kramer). In deze film is Poitier de ideale aanstaande schoonzoon (een jonge geleerde) terwijl hij in "In the heat of the night" de ideale rechercheur is, qua professionaliteit ver verheven boven het stelletje amateurs dat het politiebureau van Sparta bevolkt. De rollen van Portier als ideale dit of ideale dat komen mij soms wat politiek correct over. Eigenlijk onnodig want ook iemand die niet ideaal is mag je nog steeds niet discrimineren. 

    In "in the heat of the night" neigt het politiek correcte bij vlagen soms zelfs om te slaan in arrogantie. Zie bijvoorbeeld de volgende dialoog (hoofdletters staan voor met nadruk uitgesproken):

    Gillespie: "Virgil"? That's a funny name for a n***er boy to come from Philadelphia. What do they call you up there?
    Virgil Tibbs: They call me MISTER TIBBS!

    Je zou bijna begrip krijgen voor de rednecks uit "Mississippi burning" die wars zijn van die arrogante FBI pottekijkers uit het Noorden.

    DATUM: 2 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    De Nacht van Inspecteur Tibbs (1967) on IMDb


    Reacties

    DE REGISSEUR

    Kenneth Branagh (1960) is een acteur en regisseur die vooral bekend is van zijn Shakespeare producties. Hij maakte zowel tragedies (bijv. "Hamlet" 1996), koningsdrama's (bijv. "Henry V" 1989) als komedies (bijv. "Much ado about nothing" 1993). Vanwege zijn voorliefde voor Shakespeare staat hij ook wel bekend als "de nieuwe Olivier".

    Zijn niet Shakespeare producties doen het over het algemeen minder goed bij het publiek. Het meest recente voorbeeld hiervan is "Murder on the Orient Express" (2017) dat wisselende kritieken kreeg.

    HET VERHAAL

    Centraal in het verhaal van "Henry V" staat de slag bij Agincourt (1415), waarin het Engelse leger het moest opnemen tegen een Franse overmacht. De slag bij Agincourt werd uitgevochten in het kader van de Honderdjarige oorlog. De Honderdjarige oorlog (1337 - 1453) was een strijd om de Franse troon, ontstaan doordat het heersende huis van Carpet was uitgestorven. Ook het Engelse koningshuis meende rechten te hebben op de Franse kroon, en probeerde deze rechten kracht bij te zetten door Normandië binnen te vallen.

    Binnen het werk van Shakespeare vormt "Henry V" een geheel met de daaraan voorafgaande drama's "Richard II" en "Henry IV".

    COMMENTAAR

    De tragedies en komedies van Shakespeare hebben vaak een thematiek die mondiaal aanspreekt. Denk bijvoorbeeld aan Akira Kurosawa, die maar liefst drie Shakespeare bewerkingen in zijn oeuvre heeft, te weten: "Throne of blood" (1957, een bewerking van MacBeth), "The bad sleep well" (1960, een bewerking van Hamlet) en "Ran" (1985, een bewerking van King Lear). Dit zijn allemaal bewerkingen van tragedies.  

    De koningsdrama's van Shakespeare zijn daarentegen meer typisch Engels. Zo is de meest bekende bewerking van "Henry V" (afgezien van de bewerking van Branagh uit 1989) die van Laurence Olivier uit 1944. 

    Toch zijn er in de film van Branagh wel buitenlandse invloeden te bespeuren. Zo doet het decor aan het begin van de film (hoge ingang, mantel met lange sleep, overheersende schaduwen) erg Orwelliaans aan (zie linkerposter). De hoeveelheid modder tijdens de battle scene doet daarentegen weer sterk aan Kurosawa denken. Tot slot het wat plechtstatige begraven van de doden na de slag, ondersteunt door enigszins bombastische muziek. Was dit niet eerder vertoond in "Alexander Nevski" (1938, Sergeij Eisenstein)? 

    Ondanks al deze filmische invloeden doet "Henry V" erg toneelmatig aan. Ik denk dan met name aan Derek Jacobi die als verteller (een soort voice over die in beeld komt) de scenes aan elkaar praat. Dit is overigens geenszins bedoeld als kritiek. Het grensvlak tussen toneel en film is altijd de specialiteit van Branagh geweest. Zo vormen live registraties van "MacBeth" (2013) en "The winter's tale" (2015) zijn meest gewaardeerde werken van de laatste jaren. 

    Vergelijken we de versie van Branagh uit 1989 met die van Olivier uit 1944 dan is de observatie van Roger Ebert heel treffend. Ondanks het feit dat de versie van Olivier uitkwam tijdens de Tweede Wereldoorlog en met het verhaal van een succesvolle Engelse koning ongewtijfeld propagandistische nevendoelen werden nagestreefd, is de versie van Olivier veel terughoudender. Dit is onder andere te zien bij de beroemde Sint Crispijn speech vlak voor de slag. Waar Olivier de nadruk legt op een goede articulatie spat bij Branagh de passie (en soms ook een kloddertje speeksel) er vanaf. Het maakt de film in elk geval een stuk levendiger en verlaagt zo misschien de drempel om een Shakespeare stuk (voor velen toch kunst met een (te) grote K) te gaan zien.

    DATUM: 26 november 2017

    EIGEN WAARDERING: 7

     

    Henry V (1989) on IMDb

    Reacties

    DE REGISSEUR

    In het oeuvre van Alan Parker (1944) valt een opvallende tweedeling te ontdekken. Enerzijds maakt hij (vaak lichtvoetige) films rondom muzikale onderwerpen. Genoemd kunnen worden: "Fame" (1980, de voorloper van de gelijkname televisieserie), "Pink Floyd, the Wall" (1982) en "The commitments" (1991). Anderzijds mijdt hij politiek / maatschappelijke onderwerpen ook niet, zoals blijkt uit: "Birdy" (1984, Vietnamoorlog), "Mississippi burning" (1988, rassendiscriminatie) en "Angela's ashes" (1999, armoede).

    HET VERHAAL

    In het begin van de film zijn wij getuige van de moord op één zwarte en twee blanke jongens. Het zijn alledrie civil rights activisten die de zwarte bevolking van Mississippi proberen over te halen zich als kiezer te laten registreren en gebruik te maken van hun democratische rechten.

    Als de FBI arriveert om de vermissing van de drie jongens te onderzoeken stuiten ze op een muur van stilzwijgen. Bij de blanke bevolking wordt dit stilzwijgen veroorzaakt door het alom heersende rascisme. Bij de zwarte bevolking is sprake van angst en intimidatie door de Ku Klux Klan.

    COMMENTAAR

    Er waren twee aanleidingen om de DVD van "Mississippi burning" nog eens uit de kast te halen. In de eerste plaats het verschijnen van "Detroit" (2017, Kathryn Bigelow) over racisme in het Noorden van de VS, "Mississippi burning" gaat over het meer bekende rascisme in het Zuiden. In de tweede plaats het boek "The fifties" van David Halberstam, dat ik aan het lezen was. Hoofdstuk 29 van dit boek gaat over rassendiscriminatie en de civil rights movement. In dit hoofdstuk komt ook de moord op Emmett Till in 1955 aan de orde, gepleegd in de staat ... Mississippi. 

    Zou dit de moord zijn waar ook "Mississippi burning" over gaat dacht ik bij mezelf? Het bleek niet het geval te zijn. De moorden waar "Mississippi burning" over gaat zijn gepleegd in 1964, wat wel aangeeft dat het niet erg snel ging met de civil rights movement in het Zuiden van de VS. De Amerikaanse burgeroorlog (1861 - 1865) draaide om de kwestie van de slavernij. Het Noorden (voor afschaffing van de slavernij) won van het Zuiden (voor handhaving), maar daarmee wil nog niet gezegd zijn dat vanaf het einde van deze oorlog alles anders werd voor de zwarte bevolking. Als reactie op het verlies ontstond in het Zuiden de Ku Klux Klan terwijl (meer openlijk) de theorie van "seperate but equal" werd beleden. Zoals Halberstam cynisch opmerkt in zijn boek kwam deze theorie er in de praktijk op neer dat de voorzieningen meer "seperate" dan "equal" waren. De film laat dit in de eerste beelden zien aan de hand van twee drinkfonteintjes (afbeelding 1a), één voor white people en één voor colored people. De eerste is inderdaad luxer dan de tweede. Overigens zijn deze beelden gebaseerd op een bekende foto van Elliott Erwitt genomen in North Carolina in 1950. Deze foto (afbeelding 1b) is afgedrukt in het boek van Halberstam, en zo blijkt er uiteindelijk toch nog een relatie te bestaan tussen dit boek en de film.

    De film opent met een spiritual. Deze opening doet denken aan "Inherit the wind" (1960, Stanley Kramer), ware het niet dat het in dit geval een black spiritual is. Zoals eerder vermeld zijn de moorden waar de film om draait echt gepleegd (de rest van het verhaal en de personages zijn fictief). Het documentaire karakter wordt verder benadrukt door zogenaamde (dat wil zeggen nagespeelde) interviews met locals in te lassen. Deze zogenaamde interviews geven een indicatie hoe diep de rassenhaat geworteld is bij de blanke bevolking. De pragmatische FBI agent Anderson (Gene Hackman) maakt zijn baas, de idealistische Ward (Willem Dafoe) daar op opmerkzaam in de volgende dialoog.

    Ward: Some things are worth dying for.
    Anderson: Down here, things are different; here, they believe that some things are worth killing for.

    Het is met name de relatie tussen Ward (idealistisch en jong) en Anderson (ouder, meer ervaren en pragmatisch) die het verhaal op gang houdt en waaruit blijkt dat we niet met een "echte" documentaire van doen hebben. Soms wordt de tegenstelling groentje versus oude rot in het script wat overdreven, maar de uitstekende acteerprestaties voorkomen dat dit irritant wordt. Nu we het toch over uitstekende acteerprestaties hebben mag Frances McDormand als Mrs Pell niet vergeten worden. Zij heeft een ongelukkig huwelijk met de hulpsheriff, die racisme aan sadisme weet te koppelen. Gedurende de film ontstaat er een band tussen haar en Anderson. In het begin denk je dat de belangstelling van Anderson voor haar professioneel is. Dat hij bij haar de intentie voelt om het stilzwijgen te doorbreken. Pas gedurende de film realiseer je je dat hij echt voor haar gevallen is. Gelukkig houdt het script hier wel maat. Een "full blown romance" als sideline zou afbruik doen aan het hoofdonderwerp.

    "Mississippi burning" gebruikt af en toe zeer krachtige beeldtaal en symboliek. Zo ben ik nooit een groot liefhebber geweest van wilde achtervolgingen (noot 1). In de meeste gevallen gaat hier om snelle auto's die binnen de bebouwde kom achter elkaar aanzitten, zodat veel bochtenwerk vereist is. In "Mississippi burning" worden de achtervolgingen uitgevoerd met pick up trucks die in verlaten swamps achter elkaar aan zitten, waarbij de achtervolgers tergend langzaam dichterbij komen (afbeelding 2). 

    Het meest opvallende symbool is echter het brandende kruis (afbeelding 3). Van Schotse oorsprong (Crann Tara, gebruikt voor oorlogsverklaringen) is dit symbool later, in navolging van het boek "The Clansman" van Thomas Dixon Jr (noot 2), geadopteerd door de Ku Klux Klan. 

    Aan het eind van de film bezoeken de twee FBI rechercheurs een zwarte begrafenis. De camera zwenkt naar het graf van de zwarte civil rights activist (één van de drie die aan het begin van de film vermoord werden). "Niet vergeten" staat er op zijn grafsteen, hetgeen cynisch is want door een grafschending is de rest van de steen vernield zodat zijn naam niet meer leesbaar is. Zelfs na zijn dood achtervolgt de haat van de blanken hem nog! Het is een indicatie dat de film wel afgelopen is, maar de emancipatie van de zwarte bevolking nog lang niet voltooid. 

    Uiteindelijk zijn er daders opgepakt en veroordeeld. Wel moest hier de Supreme Court aan te pas komen, want de State court of Mississippi was niet erg onder de indruk. De daders werden veroordeeld tot straffen van 3 tot 10 jaar, maar uiteindelijk heeft niemand meer dan 6 jaar gezeten. Na meer dan 40 jaar kwam er in 2005 nieuwe informatie boven water die leidde tot een nieuwe veroordeling. De nieuwe verdachte werd veroordeeld tot 60 jaar gevangenisstraf, hij was op het moment van zijn veroordeling 80 jaar.

    Noot 1: Al vomt het recente "Baby driver" (2017, Edgar Wright) de uitzondering die de regel bevestigt

    Noot 2: De beruchte film "Birth of a Nation" (1915, D.W. Griffith) is eveneens op dit boek gebaseerd.

    DATUM: 2 december 2017

    EIGEN WAARDERING: 8

    Mississippi Burning (1988) on IMDb


    Reacties
    Filmposters