Filmklassiekers op het tweede gezicht

Bela Tarr (1955)

Bij de bespreking van de Hongaarse cinema op de Oost Europa pagina werd reeds opgemerkt dat Hongarije eerder een opeenvolging van eenlingen heeft opgeleverd en dat er niet zo iets bestaat als een Hongaarse filmschool of - traditie. Misschien wel de meest excentrieke van deze eenlingen is Bela Tarr (1955). Bela Tarr is beroemd (of berucht?) geworden vanwege zijn extreem lange takes, die soms wel tien minuten konden duren.

Bij het verschijnen van zijn meest recente film ("A Turin horse", 2011) heeft hij aangekondigd dat dit zijn laatste film was. Een onverwacht, maar misschien ook wel  verstandig besluit. Want hoewel deze film en het daaraan voorafgaande "The man from London" (2007) zeker niet slecht waren, konden ze toch niet tippen aan het magistrale drieluik van het decennium daarvoor. Met dit drieluik doel ik op "Damnation" (1988), "Satan's Tango" (1994) en "Werckmeister Harmonies" (2000). In al deze films werkte Tarr samen met  de schrijver Laszlo Krasznahorkai.

De films van dit drieluik spelen zich af in een vervallen, droefgeestige omgeving. Het zijn echter geen sociaal geëngageerde films in de gebruikelijke zin van het woord. Het gaat niet over arme mensen (individuen) waarmee we ons kunnen identificeren, of die in elk geval onze sympathie hebben. De films gaan veel meer over een sociaal systeem dat vastgelopen is en dat langzaam afglijdt in het moeras. 

Men zou kunnen zeggen dat in de films van Tarr een dystopia, het tegengestelde van een utopia, in beeld wordt gebracht. Veelal zijn films waarin een dystopia wordt geschetst science fiction films waarin de oorzaak van het dystopia is gelegen in een ramp (bijv. een kernoorlog) of de snelle technologische vooruitgang, die een onmenselijke samenleving heeft voortgebracht. Bij Tarr wordt het dystopia juist veroorzaakt door verstarring en langzaam afglijden. Daarmee is Bela Tarr de ultieme chroniqueur van de teloorgang van het Communistische systeem.

DATUM: 16 december 2013

Recensies

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Bela Tarr, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

De komst van een circusact met een dode walvis en een mysterieuze prins brengt onrust teweeg in een ingeslapen dorpje op het Hongaarse platteland. Deze onrust neemt steeds dreigender vormen aan en ontaardt ten slotte in een uitbarsting van geweld. Wij nemen het hele proces waar door de ogen van Janos, de plaatselijke krantenjongen.

COMMENTAAR

De films van Bela Tarr moeten het meer van de sfeer dan van het plot hebben, en "Werckmeister Harmoniac" is daarop geen uitzondering. Ook in "Something wicked this way comes" (1983, Jack Clayton) is de komst van een circusattractie naar een slaperig dorpje het begin van sinistere gebeurtenissen, maar qua sfeer legt deze film het toch royaal af tegen "Werckmeister Harmoniac". Hoewel er weinig gebeurt, heb je als kijker toch het idee dat het kwaad de film als het ware binnensijpelt, druppeltje voor druppeltje. Het begint met het verhaal van Janos in het dorpscafé over de maansverduistering en de consternatie die daarvan het gevolg is. Daarna volgen de praatjes die Janos met diverse bewoners aanknoopt tijdens zijn bezorgronde. Het ene praatje is nog verontrustender dan het andere. Van mensen die klagen over de strenge winter en het gebrek aan steenkool via mensen die de deur niet meer uitdurven tot mensen die het einde der tijden zien naderen. Vervolgens de aankomst van de kermisattractie. In het pikkedonker komt een tractor met een oversized aanhanger het dorp binnenrijden. Minutenlang zien we het gevaarte naderen, terwijl het onheilspellende schaduwen werpt op de muren van de huizen. 

Als de kermisattractie eenmaal is gearriveerd op het centrale plein verzamelt zich daar een menigte. Deze samenscholing krijgt een hoe langer hoe dreigender karakter, met vuurtjes die her en der worden opgestookt. Inmiddels is de sinistere sfeer zodanig opgelopen dat de explosie van geweld nauwelijks meer als een verrassing komt. Desondanks is de blinde woede van de massa, die afgekoelt wordt door in een inrichting alles en iedereen kort en klein te slaan schokkend. Dat de geweldsuitbarting uiteindelijk tot een einde komt als men op een weerloze, naakte oude man in een badkuip stuit (afbeelding 1) bewijst dat zelfs blinde woede zijn grenzen kent, maar kan toch moeilijk een lichtpuntje in de duisternis worden genoemd.

Zoals eerder vermeld vormt de circusattractie de katalysator tot het geweld. Deze circusattractie bestaat uit een circusdirecteur, een walvis en een mysterieuze prins (die nergens in beeld komt). De rol van de dode walvis is enigszins mysterieus, maar levert wel mooie plaatjes op. Als Janos in het midden van de film de attractie bezoekt kijkt de walvis hem met zulke droevige ogen aan (afbeelding 2) alsof hij wil zeggen dat hij er ook niets aan kan doen. Aan het eind van de film ligt het vernielde walvislijk licht rottend op het centrale plein en verdwijnt langzaam in de opkomende mist. Minder moeite had ik met de interpretatie van de rol van de circusdirecteur en de prins. Vlak voor de geweldsuitbarsting zit een scene waarin de prins (buiten beeld) allerlei opruiende taal uitslaat en de circusdirecteur (in beeld) hem tot kalmte probeert te bewegen. De circusdirecteur heeft zijn eigen attractie duidelijk niet meer in de hand. Ik moest bij deze scene onwillekeurig denken aan de opkomst van Hitler. Industrieel Duitsland zag in hem lange tijd een gek die nuttig was in de strijd tegen het Communisme maar moeiteloos aan de kant geschoven kon worden als hij zijn nut had verloren.

Hoewel misschien een beetje in tegenstrijd met het einde van de voorgaande alinea worden de films van Tarr over het algemeen als tijdloos gezien. "Werckmeister Harmoniak" kan men zien als een flm die gaat over de manier waarop groeiende onvrede kan worden uitgebuit en tot welke gevolgen dat kan leiden, maar nergens wordt een specifiek regime of een specifieke politieke leider genoemd. De titel van de film hint echter op een nog tijdlozer dimensie. De titel verwijst naar de organist en muziektheoreticus Andreas Werckmeister (1645 - 1706) die de theorie heeft ontwikkeld van het "Werckmeister temperament". In deze theorie wordt een verband gelegd tussen de verhouding tussen de noten en de verhouding tussen de getallen. Ook bij een componist als Bach komt men belangstelling tegen voor de verhouding tussen muziek en wiskunde. Deze belangstelling gaat uiteindelijk terug op de Griekse filosoof Phytagoras, die de vergelijking uitbreidt me de opbouw van de kosmos / het heelal. Simplistisch gezegd bestonden er volgens deze filosoof in de wiskunde bepaalde "natuurlijke verhoudingen" en diende in de muziek maar ook in de kosmos ( bijv. de verhouding waarin planeten om elkaar heen draaien en de onderlinge afstanden tussen planeten) deze verhoudingen geëerbiedigd te worden. Werden deze verhoudingen verstoord dan was dat foute boel. Volgens de oom van Janos (evenals Andreas Werckmeiser een muziektheoreticus) waren de verhoudingen sinds het werk van laatstgenoemde verstoord en was de harmonie van de wereld verbroken. Misschien moeten we daarin wel de diepere oorzaak van de ontevredenheid zoeken. Het verhaal krijgt daarmee iets van de Bijbelse zondval, met Andreas Werckmeister in plaats van Eva die van de appel heeft gegeten.

DATUM: 19 mei 2015

EIGEN WAARDERING: 8

Werckmeister harmóniák (2000) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Zie het inleidende artikel op de Bela Tarr pagina.

HET VERHAAL

Op 3 januari 1889 is de filosoof Friedrich Nietzsche er in Turijn getuige van dat een paard op straat met de zweep er van langs krijgt. Hevig geëmotioneerd valt Nietzsche het paard om de hals. Het is het begin van zijn geestelijke ineenstorting die zal aanhouden tot zijn dood, tien jaar later. Dit is een algemeen bekend verhaal, maar weet iemand wat er met het paard gebeurde?

Met deze vraag start de film "The Turin horse" (2011). De rest van de film geeft geen rechtstreeks antwoord op deze vraag. In plaats van een Italiaans paard zien we in de openingsscene een Hongaars paard, die een wat oudere man op een kar door de Hongaarse poesta trekt. De wind waait genadeloos over de vlakte, en zal daar de rest van de film ook niet meer mee ophouden. Ten slotte bereiken ze een huis, dat in de middle of nowhere ligt, en waar de man ontvangen wordt door zijn dochter.

De rest van de film speelt zich af in dit huis. Gedurende 6 dagen zijn we getuigen van het dagelijks leven van de twee hoofdpersonen. Ze staan op, kleden zich aan, halen water uit de put, eten en gaan weer naar bed. Bij het aankleden wordt de vader, wiens rechterarm verlamd is, geholpen door zijn dochter. Het menu is elke dag hetzelfde, een in de schil gekookte aardappel die met de hand wordt gepeld en opgegeten. Na het eten gaan vader en dochter elk voor een eigen raam zitten, waaruit ze naar buiten kijken alsof ze naar de televisie aan het kijken zijn.

Deze dagelijkse rituelen worden slechts twee keer in de film (van 146 minuten) onderbroken door bezoek. Eerst komt er een man langs die sterke drank komt halen die door de vader zelf gestookt wordt. Deze man  vertelt apocalyptische verhalen over de ondergang van het nabijgelegen dorp. Later in de film komt er een groep zigeuners langs, die de vader met veel misbaar wegjaagt.

Na dit tweede bezoek begint het toch al eentonige en Spartaanse bestaan als een nachtkaart uit te gaan. Het paard eet al een paar dagen niet, en is duidelijk ziek. De waterput is leeg en tenslotte gaat het vuur in de over ook nog uit. Vader en dochter trekken weg uit het huis en we zien ze over de heuvel verdwijnen. Enige ogenblikken later komen ze echter weer terug. In de laatste scene zitten ze met z'n tweeën aan tafel bij het licht van de langzaam dovende lamp.

HET COMMENTAAR

Met "The Turin horse" sluit Tarr zijn oeuvre af. Een toepasselijker film is nauwelijks denkbaar. Hier loopt geen individu vast of een maatschappij, hier loopt de hele wereld vast. Apocalyptische verhalen uit de bewoonde wereld, de eeuwige storm buiten en binnen begeven zelfs de meest essentiële levensbehoeften als water en vuur/warmte het. Er wordt nog een poging ondernomen om het lot te ontvluchten, maar (al zullen we als kijker nooit weten wat de hoofdpersonen heeft doen terugkeren) blijkbaar is dat zinloos.

Tarr heeft wel eens gezegd dat het nooit zijn bedoeling is geweest dat zijn films als een metafoor worden gezien. Wie zijn film echter begint met een verwijzing naar Nietzsche (de filosoof van "God is dood") en het langzaam uitdoven van de wereld in 6 dagen laat geschieden (als een soort tegenhanger van het scheppingsverhaal) maakt het voor zijn kijkers wel heel moeilijk om de film NIET als een metafoor te zien. Bij "God is dood" zullen veel filmliefhebbers onwillekeurig denken aan de "Zwijgen van God" trilogie die Ingmar Bergman tussen 1961 en 1963 maakte. Dit zwijgen was echter meer psychologisch. Het gaat bij Bergman om mensen die hun zekerheden kwijt raken zodra hun geloof in God wegvalt. De dood van God bij Tarr is veel meer fysiek. De wereld houdt er in deze film langzaam mee op.

De film is gemaakt in de voor Tarr kenmerkende stijl. Zwart-wit fotografie en lange takes. De film duurt in totaal 146 minuten en bevat niet meer dan 30 takes, dat wil zeggen een gemiddelde van bijna 5 minuten per take. Waar eerdere Tarr-films al geen actiefilms waren is de actie in deze film wel erg minimalistisch. Voor een tijdje weet Tarr dat te compenseren door de beklemmende sfeer en de illusie dat er uiteindelijk toch wel wat zal gaan gebeuren. Na verloop van tijd heb je door dat de clou van deze film is dat er juist niets gaat gebeuren, en dan is het toch wel een erg lange zit. Zelfs voor de doorgewinterde filmliefhebber.

DATUM: 19 december 2013

EIGEN WAARDERING: 6

A torinói ló (2011) on IMDb

Reacties
Besproken films
Bezoek ook de volgende pagina's