Filmklassiekers op het tweede gezicht
Abonneren

Abonneer je op nieuw verschenen recenties!

Voor meer informatie over het gebruik van deze website klik HIER.

    Laatst geplaatst

     

     

    Verwacht

     

     

    Filmposters

    2005: Walk the line (James Mangold)

    DE REGISSEUR

    James Mangold (1963) had er al het nodige film- en televisiewerk opzitten, toen hij met "Walk the line" (2005) leek door te breken naar de eredivisie. Zeker toen hij deze film liet volgen door het ook goed ontvangen "3:10 to Yuma" (2007). In de jaren daarna lijkt zijn werk wat te zijn afgeflakt.

    HET VERHAAL

    De film volgt het leven van Johnny Cash (1932 - 2003) over de periode 1944 - 1968. Bij de opening van de film zit Johnny backstage vlak voor zijn bekende optreden in Folsom prison. Hij kijkt terug op zijn leven, en de film volgt in een flashback zijn gedachten. Tegen het einde van de film betreedt hij het podium.

    COMMENTAAR

    Biopics van popsterren zijn een genre op zichzelf, en bovendien een genre dat in het midden van het vorige decennium behoorlijk populair was. Ik noem:

    - "Ray" (2004, Taylor Hackford), over Ray Charles;
    - "I am not there" (2007, Todd Haynes) over Bod Dylan;
    - "Control" (2007, Anton Corbijn") over Joy Division zanger Ian Curtis.

    Op het moment dat ik dit schrijf draait "Amy" (2015, Asif Kapadia) over het leven van Amy Winehouse in de bioscopen.

    In films over popsterren komt het de kwaliteit van de film vaak ten goede als niet alleen het leven van de persoon in kwestie wordt verteld, maar er ook een soort tijdsbeeld wordt gecreëerd. Het leven van popsterren is namelijk vaak niet zo verrassend. Aan het begin geploeter met een onbekende band, daarna: de doorbraak, het snelle succes, bezwijken onder de druk die te groot wordt en pas op dit moment aangekomen divergeren de verhalen een beetje. Soms volgt er een tragisch einde (Ian Curtis, Amy Winehouse) en soms een glorieuze comeback (Ray Charles, Johnny Cash).

    In "Walk the line" krijgen we af en toe een glimp van de popscene van de jaren '50 te zien, met grote namen als Roy Orbison, Jerry Lee Lewis en Elvis Presley. Het is een eye opener voor degene die dacht dat de wilde jaren pas een decennium later begonnen met the Stones, the Beatles en Woodstock. Ook in de jaren '50 konden ze er al wat van als het op seks, drugs and rockabilly aan kwam.

    Het tijdsbeeld blijft echter beperkt tot een glimp (en dat is jammer), omdat het merendeel van de film zich toch concentreert op Johnny Cash. Het verhaal van Cash komt, met al zijn ups and downs, echter redelijk overeen met het standaard popsterren-verhaal dat ik bovenstaand reeds schetste. Hoofdrolspeler Joaquin Phoenix heeft veel lof ontvangen vanwege het feit dat hij de nummers in de film zelf gezongen heeft. Ongetwijfeld een moedige keuze en hij brengt het er ook zeker niet slecht vanaf. Om nu te zeggen dat zijn stem die van Cash doet vergeten, gaat mij echter wel wat ver. 

    Overigens kent niet alleen het leven van Johnny Cash zijn ups and downs. Ook de film heeft zo zijn sterke en zwakke momenten. Sterk vond ik de scene van de auditie die Johnny met zijn twee begeleiders doet bij een lokale platenbaas. In eerste instantie draaien ze een gospel riedeltje af, tot de platenbaas ingrijpt. Deze maakt in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat alleen muziek waar je je gevoel in legt kans heeft om een hit te worden. Op zijn nummer gezet grijpt Johnny Cash zijn laatste kans en speelt een eigen nummer. Dit nummer wordt schuchter ingezet, maar al spelend groeit zijn zelfvertrouwen. Aan het eind is het platencontract "in the pocket". Onwillekeurig deed de nadruk die de platenbaas legde op een goede balans van techniek en gevoel mij denken aan een documentaire over de masterclasses van sterviolist Isaac Stern in China in de jaren '80 ("From Mao to Mozart, 1981, Murray Lerner). Hij had te maken met jonge Chinezen die zich vooral vastklampten aan hun techniek, en de strijkstok mechanisch over hun instrument bewogen. In plaats van meer techniek (wat ze waarschijnlijk verwacht hadden) leerde Stern ze vooral aan meer gevoel in hun spel te leggen.
    Zwak daarentegen vond ik de scene waarin een gedrogeerde Cash tegen beter weten in het podium betreedt en na een kort optreden in elkaar zakt. Door overacting krijgt deze scene iets satanisch en hoort meer thuis in een horrorfilm dan in een biopic.

    Wat de film boven de middelmaat uittilt, is de manier waarop de haat liefde verhouding tussen Johnny Cash en June Carter (Reese Witherspoone) in beeld gebracht wordt (afbeelding 1). Whiterspoon heeft naar mijn mening terecht een Oscar voor deze rol gehad. June Carter was een kindsterretje die (bij wijze van uitzondering) ook op volwassen leeftijd haar carrière wist voort te zetten. In feite was ze veel meer ervaren dan Johnny Cash en in elk geval veel beter in het scheiden van haar leven "on stage" en daarbuiten. Hoe nuchter en pragmatisch ze ook was, als het op mannen aankwam had ze geen gelukkige hand van kiezen. Lang lijkt de aan pillen verslaafde Cash hier een volgende illustratie van te worden. Uiteindelijk weet Johnny af te kicken, doet hij haar op het podium een huwelijksaanzoek en leven ze nog lang en gelukkig. Een huwelijksaanzoek op het podium, dat moet toch bijna wel ontsproten zijn aan het brein van een te romantische scriptwriter? Fout, echt gebeurd!

    DATUM: 30 januari 2016

    EIGEN WAARDERING: 7      

    Walk the Line (2005) on IMDb




    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Vul deze captcha in
    Dit is een verplicht veld
    Filmposters