Filmklassiekers op het tweede gezicht

Louis Malle (1932 - 1995)

Van de regisseurs van de Franse "Novelle Vague" ben ik nooit een hele grote fan geweest. De films van Francois Truffaut en met name Jean-Luc Godard doen mij weinig. De films van Claude Chabrol kan ik al beter waarrderen, maar mijn favoriet binnen deze stroming is toch wel Louis Malle.

Wat ik met name in deze regisseur waardeer is zijn durf. In de eerste plaats de durf om controlversiële onderwerpen aan te snijden. Denk aan incest ("La souffle au coeur", 1971) of kinderprostitutie ("Pretty baby", 1978). De durf ook om gewaagde films te maken, zoals "My dinner with André", 1981. In deze film dineren twee vrienden in een restaurant, en verder gebeurt er weinig. Toch levert dit een heel onderhoudende film op. Het vermogen tenslotte om een platgetreden pad als de Tweede Wereldoorlog niet één keer, maar twee keer op een verrassende manier te verfilmen ("Lacombe Lucien", 1973 en "Au revoir les enfants", 1987).

Vergeleken met alle bovengenoemde films vind ik zijn veelgeroemde film noir debuut "Ascenseur pour l'échefaud" (1958) een beetje overgewaardeerd.

Recensies

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Louis Malle, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Zazie is een tienjarig meisje dat een weekend in Parijs bij haar oom Gabriel logeert, zodat haar moeder tijd heeft voor haar nieuwe vlam. Gedurende dit weekend haalt ze allerlei kattekwaad uit en ontmoet ze allerlei vreemde volwassenen. De titel is een beetje verwarrend, want tot grote teleurstelling van Zazie rijdt de metro juist niet vanwege een staking. Pas tegen het einde begint de metro weer te rijden.

ANALYSE

Zazie is een beetje een Pippi Langkous achtig verhaal. De wereld van de volwassenen wordt bekeken door de ogen van een kind, en ziet er dan heel vreemd uit. Met name amoureus getinte gedragingen zijn volstrekt onbegrijpelijk. Zazie vraagt zich dan ook de hele film af of iemand die ze ontmoet niet "homosessueel" is. De film is grappig, maar geenszins een topper uit het oeuvre van Malle.

WAARDERING: 6

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Louis Malle, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Lucien, een boerenjongen uit Zuid Frankrijk, komt terecht bij de plaatselijke afdeling van de Gestapo. Hij komt daar met name terecht omdat hij in zijn wiek geschoten is dat het verzet hem geweigerd heeft. Eenmaal bij de Gestapo krijgt hij de smaak te pakken. Er zijn luxe feesten en tijdens huiszoekingen vallen er altijd wel wat kostbare spullen achterover te drukken.

Alles wordt anders als hij door zijn mentor bij de Gestapo wordt meegenomen naar een Joodse kleermaker uit Parijs die in het plaatsje zit ondergedoken. In ruil voor kostuums en zwijggeld houdt de mentor van Lucien zijn mond. Nu dient de kleermaker ook een kostuum voor Lucien te maken. Lucien valt daar voor France, de dochter van de kleermaker. Hij dringt zich in het vervolg vreselijk aan het gezin op, en de kleermaker durft geen nee te zeggen.

Als de kleermaker uiteindelijk toch opgepakt wordt, volgt er een inval bij het gezin. Lucien is bij deze inval betrokken en komt in gewetensnood (een nieuw fenomeen voor hem). Hij schiet zijn collega Gestapo-er dood, en vlucht met France en haar oma de bergen in. Daar spelen de laatste scenes van de film zich af, waarbij de drie vluchtelingen zich schuilhouden in een verlaten boerderij en leven van de jacht en verzamelde vruchten. De aftiteling meldt dat Lucien voor het einde van de oorlog door het verzet is gepakt, berecht en geëxecuteerd.

COMMENTAAR

"Lacombe Lucien" is een uitgekiende film waarin bijna elke scene zijn betekenis heeft. Het is ook een film die veel stof heeft doen opwaaien. De film handelt over de banaliteit van het kwaad. Lucien is zeker geen fascist, maar iemand die niet de moeite neemt (of wil nemen) om verder te kijken dan zijn neus lang is. Verder lukt het hem niet zich in de situatie van een ander te verplaatsen.

Nog voordat hij bij de Gestapo is maken we al kennis met de nukken van Lucien. Enerzijds schiet hij voor zijn plezier een vogeltje uit een boom, anderzijds streelt hij de kop van een oud paard dat is overleden. Ook de manier waarop Lucien bij de Gestapo terecht komt, geeft aan dat het voor Lucien niet zo belangrijk is wat er gebeurd, als er maar iets gebeurd! In eerste instantie wil hij bij het verzet. Hij meldt zich bij zijn oud leraar, die nu hoofd van het plaatselijke verzet is. Deze wijst Lucien af omdat hij noch te jong is (en te onvolwassen, zie je hem bijna denken). Zie de afbeelding aan de linkerzijde.

In zijn trots gekrenkt door deze afwijzing laat Lucien zich inpalmen door de plaatselijke Gestapo. Deze fase van de film deed mij een beetje denken aan "The firm" (Sydney Pollack, 1993). Niet dat er geen grote verschillen bestaan tussen de boerenjongen Lucien en de briljante rechtenstudent Mitch McDeere. Wat ze echter gemeen hebben is hun behoefte de blitz te maken en hun omgeving te imponeren. Deze behoefte leidt beide jonge mannen recht in de armen van heel verkeerd gezelschap.

Wat beiden mannen dan wel weer van elkaar onderscheid is de snelheid waarmee ze dat door hebben, en hun reactie daarop. Zodra Mitch door heeft dat het advocatenkantoor waar hij beland is voornamelijk voor de onderwereld werkt, wil hij weg (al is dat dan niet zo makkelijk meer!). Lucien daarentegen lijkt het wel naar zijn zin te hebben bij de Gestapo. De film bevat voor een oorlogsfilm misschien weinig excessieve geweldscenes, dat wil niet zeggen dat zij minder schokkend is. Zo steelt de Gestapo als de raven in de huizen waarin ze huiszoeking doet. Ook is er zinloos sadisme, bijvoorbeeld als tijdens een huiszoeking aan een jongetje gevraagd wordt hoe lang hij gedaan heeft over het in elkaar zetten van een scheepsmodel, om het daarna te vernielen. De meest veelzeggende scene in deze fase van de film is misschien nog wel de belegering van een schuilplaats van het verzet. Tijdens een vuurgevecht ziet Lucien opeens een haas voorbijrennen, en kan het niet nalaten er op te schieten. Of hij nu op hazen of op mensen schiet, het maakt Lucien niet zoveel uit, lijkt deze scene te zeggen. Op de afbeelding aan de rechterzijde zien we Lucien als de "mooie" jongen van de Gestapo.

In een latere fase van de film heeft Lucien France Horn leren kennen, en is verliefd op haar geworden. In deze fase zien we ook weer die behoefte terug om de grote meneer uit te hangen. Bij één van zijn eerste bezoeken aan de familie Horn komt hij met een doos van de beste champagne aanzetten (ook weer gejat bij een inval bij een slijter). Hele dure! Nota bene bij een familie die zit ondergedoken en blij is dat ze te eten hebben. Overigens is in deze fase van de film ook de rol van France opmerkelijk. Je zou zo denken dat ze niets anders dan verachting kan voelen voor een dergelijke collaborateur, maar ze laat zich de aandacht van Lucien over het algemeen gewillig aanleunen. En niet alleen omdat ze bang voor hem is (al zal dat wel meespelen). Blijkbaar spelen niet alleen bij Lucien, maar ook bij dit pubermeisje dat misschien al jaren ondergedoken zit irrationele zaken een rol.

In de laatste fase zijn Lucien, France en de oma van France op de vlucht, nadat Lucien een mede Gestapo-lid had doodgeschoten. In de verlaten boerderij waarin ze neerstrijken ontstaat zowaar nog iets wat op een huiselijke sfeer lijkt. De oma van France is de enige die het de hele film heeft aangedurfd Lucien haar minachting te laten blijken. Ze blijft consequent Duits tegen hem praten, maar als Lucien "Gute Nacht" tegen haar zegt antwoord ze plotseling "Bon Soir". Lucien gaat op jacht en weet precies hoe hij wild moet vangen om de familie in leven te houden. Hij wordt weer de boerenjongen uit het begin van de film. We zouden bijna een beetje sympathie voor hem krijgen, en als de aftiteling meldt dat hij later door het verzet terecht is gesteld, komt dat toch een beetje als een schok.

En zo eindigt deze bijzondere film. In het begin van het commentaar liet ik de woorden "banaliteit van het kwaad" vallen. Je denkt dan bijna automatisch aan Hannah Ahrend die deze woorden gebruikt naar aanleiding van het proces tegen Adolf Eichmann. Wat ze bedoelde was bureaucratisering van het kwaad. Door de Jodenvervolging bureaucratisch te organiseren was iedereen verantwoordelijk voor een klein deeltje en niemand voor het geheel. In deze film is niet zozeer bureaucratisering als wel "hormonisering" van het kwaad aan de orde. Lucien heeft persoonlijk niets tegen zijn slachtoffers.

Frappant is dat Pierre Blaisse, de acteur die Lucien speelt, in veel opzichten wat van hem weg heeft. Het was geen professionele acteur en hij was door zijn moeder naar de screentest gestuurd. Eigenlijk vond hij de film, en dan nog een art house film, maar niets. Dat veranderde toen regisseur Louis Malle aan de crew de opdracht gaf om Pierre te behandelen als was hij Alain Delon of Jean Paul Belmondo. Door zo'n behandeling kreeg Pierre er schik in. Dus ook bij hem die behoefte aan "de grote mijnheer uithangen". Helaas is e nog een andere overeenkomst tussen Pierre en Lucien, beiden zijn niet oud geworden. Pierre is in 1975 overleden na een auto-ongeval. Over zijn leeftijd bestaat geen eenduidigheid. Wikipedia zet zijn geboortejaar op 1955, de IMDB op 1952.

WAARDERING: 9

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Louis Malle, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

Dit keer geen samenvatting van het verhaal, want er is geen verhaal. Deze film gaat over twee vrienden die samen dineren en bijpraten, meer niet. Het is dan ook de film met de kleinste cast die ik ooit gezien heb. Er zijn de twee vrienden (Wallace Shawn en André Gregory), er is een ober en er is een barman, en dat was het! Wallace Shawn en André Gregory spelen niet alleen de twee vrienden maar hebben ook het scenario geschreven.

De film wordt verteld vanuit het perspectief van Wallace. In het begin zien we hem op zijn weg naar het restaurant. In voice over maakt hij ons deelgenoot van zijn overpeinzingen. André heeft een dip gehad, wij zouden nu van een burn out spreken, en is een jaar op wereldreis geweest. Hij ziet hem weer voor het eerste sinds deze reis. Bij binnenkomst is het verschil tussen Wallace en André meteen duidelijk. Wallace is kort en wat aan de dikke kant. Hij heeft een pak aan, maar is dat duidelijk niet gewoon. Het ziet er ook uit alsof hij er een nacht mee op de bank geslapen heeft. Wallace voelt zich in eerste instantie duidelijk niet op zijn gemak in het chique restaurant. André is een rijzige verschijning en is onberispelijk gekleed. Uit de reacties van het bedienend personeel kan je opmaken dat hij hier vaste klant is. Hoewel je in deze fase van de film nog niet let op deze "details", blijken ze later redelijk te kloppen met de karakters van de personages zoals we die zullen leren kennen uit de dialogen.

Hoewel dialogen? De film laat zien wat ik in de trein ook vaak zie: dialogen zijn schaars, monologen komen veel meer voor. André is zeker 80% van de tijd aan het woord. Het zijn voor het grootste deel new age achtige verhalen over mediteren in de Himalaya en seances in de Poolse oerbossen. Wat dat betreft lijkt de film een beetje op "Otto e mezzo"  (1963) van Fellini. Ook daar gaat het over een kunstenaar (Marcello) met een writers block. Vlucht Marcello in allerlei fantasieën die door Fellini in beeld gebracht worden, André vlucht in de New Age en verteld daar tijdens het diner over. Dit lijkt trouwens zwaarder dan het is. De dialogen (monologen?) zijn soms heel geestig. Zo vertelt Wallace op een gegeven moment dat hij sinds kort een electrische deken heeft. Hij krijgt daarop een heel verhaal voor de kiezen dat je daardoor de band met de seizoenen verliest, vervreemding van de natuur etc. etc. Zijn reactie aan het eind is heel prozaïsch, "Ik vind een warm bed gewoon wel lekker". En dat geeft meteen het verschil tussen André en Wallace weer. Wallace is veel meer "down to earth". Aan het eind van de film pakt hij het woord en geeft aan dat zijn ambities niet verder strekken dan de eindjes elke maand aan elkaar knopen en genieten van de dag. Dat genieten van de dag bestaat voor hem o.a. uit een goed kop koffie en een krantje. Hij hoeft niet zo nodig naar de Himalaya om zichzelf te ontdekken.

Hoewel ik met de voorgaande alinea hoop te hebben aangetoond dat de dialogen (nu zeg ik het weer) lang niet saai zijn, de slagroom op de taart is bij deze film de lichaamstaal van vooral Wallace. Luisterend naar André drukt hij hier afwisselend fascinatie, ongeloof en soms ook ergenis mee uit. In de film wordt veel gebruik gemaakt van spiegels (zie foto) waardoor we vaak beide gesprekspartners in beeld hebben. Ook (de reacties van) de ober kunnen we zo soms zien. Te oordelen aan zijn reacties kent hij het verhaal van André al.

WAARDERING: 7

Reacties