HET VERHAAL
Lucien, een boerenjongen uit Zuid Frankrijk, komt terecht bij de plaatselijke afdeling van de Gestapo. Hij komt daar met name terecht omdat hij in zijn wiek geschoten is dat het verzet hem geweigerd heeft. Eenmaal bij de Gestapo krijgt hij de smaak te pakken. Er zijn luxe feesten en tijdens huiszoekingen vallen er altijd wel wat kostbare spullen achterover te drukken.
Alles wordt anders als hij door zijn mentor bij de Gestapo wordt meegenomen naar een Joodse kleermaker uit Parijs die in het plaatsje zit ondergedoken. In ruil voor kostuums en zwijggeld houdt de mentor van Lucien zijn mond. Nu dient de kleermaker ook een kostuum voor Lucien te maken. Lucien valt daar voor France, de dochter van de kleermaker. Hij dringt zich in het vervolg vreselijk aan het gezin op, en de kleermaker durft geen nee te zeggen.
Als de kleermaker uiteindelijk toch opgepakt wordt, volgt er een inval bij het gezin. Lucien is bij deze inval betrokken en komt in gewetensnood (een nieuw fenomeen voor hem). Hij schiet zijn collega Gestapo-er dood, en vlucht met France en haar oma de bergen in. Daar spelen de laatste scenes van de film zich af, waarbij de drie vluchtelingen zich schuilhouden in een verlaten boerderij en leven van de jacht en verzamelde vruchten. De aftiteling meldt dat Lucien voor het einde van de oorlog door het verzet is gepakt, berecht en geëxecuteerd.
COMMENTAAR
"Lacombe Lucien" is een uitgekiende film waarin bijna elke scene zijn betekenis heeft. Het is ook een film die veel stof heeft doen opwaaien. De film handelt over de banaliteit van het kwaad. Lucien is zeker geen fascist, maar iemand die niet de moeite neemt (of wil nemen) om verder te kijken dan zijn neus lang is. Verder lukt het hem niet zich in de situatie van een ander te verplaatsen.
Nog voordat hij bij de Gestapo is maken we al kennis met de nukken van Lucien. Enerzijds schiet hij voor zijn plezier een vogeltje uit een boom, anderzijds streelt hij de kop van een oud paard dat is overleden. Ook de manier waarop Lucien bij de Gestapo terecht komt, geeft aan dat het voor Lucien niet zo belangrijk is wat er gebeurd, als er maar iets gebeurd! In eerste instantie wil hij bij het verzet. Hij meldt zich bij zijn oud leraar, die nu hoofd van het plaatselijke verzet is. Deze wijst Lucien af omdat hij noch te jong is (en te onvolwassen, zie je hem bijna denken). Zie de afbeelding aan de linkerzijde.
In zijn trots gekrenkt door deze afwijzing laat Lucien zich inpalmen door de plaatselijke Gestapo. Deze fase van de film deed mij een beetje denken aan "The firm" (Sydney Pollack, 1993). Niet dat er geen grote verschillen bestaan tussen de boerenjongen Lucien en de briljante rechtenstudent Mitch McDeere. Wat ze echter gemeen hebben is hun behoefte de blitz te maken en hun omgeving te imponeren. Deze behoefte leidt beide jonge mannen recht in de armen van heel verkeerd gezelschap.
Wat beiden mannen dan wel weer van elkaar onderscheid is de snelheid waarmee ze dat door hebben, en hun reactie daarop. Zodra Mitch door heeft dat het advocatenkantoor waar hij beland is voornamelijk voor de onderwereld werkt, wil hij weg (al is dat dan niet zo makkelijk meer!). Lucien daarentegen lijkt het wel naar zijn zin te hebben bij de Gestapo. De film bevat voor een oorlogsfilm misschien weinig excessieve geweldscenes, dat wil niet zeggen dat zij minder schokkend is. Zo steelt de Gestapo als de raven in de huizen waarin ze huiszoeking doet. Ook is er zinloos sadisme, bijvoorbeeld als tijdens een huiszoeking aan een jongetje gevraagd wordt hoe lang hij gedaan heeft over het in elkaar zetten van een scheepsmodel, om het daarna te vernielen. De meest veelzeggende scene in deze fase van de film is misschien nog wel de belegering van een schuilplaats van het verzet. Tijdens een vuurgevecht ziet Lucien opeens een haas voorbijrennen, en kan het niet nalaten er op te schieten. Of hij nu op hazen of op mensen schiet, het maakt Lucien niet zoveel uit, lijkt deze scene te zeggen. Op de afbeelding aan de rechterzijde zien we Lucien als de "mooie" jongen van de Gestapo.
In een latere fase van de film heeft Lucien France Horn leren kennen, en is verliefd op haar geworden. In deze fase zien we ook weer die behoefte terug om de grote meneer uit te hangen. Bij één van zijn eerste bezoeken aan de familie Horn komt hij met een doos van de beste champagne aanzetten (ook weer gejat bij een inval bij een slijter). Hele dure! Nota bene bij een familie die zit ondergedoken en blij is dat ze te eten hebben. Overigens is in deze fase van de film ook de rol van France opmerkelijk. Je zou zo denken dat ze niets anders dan verachting kan voelen voor een dergelijke collaborateur, maar ze laat zich de aandacht van Lucien over het algemeen gewillig aanleunen. En niet alleen omdat ze bang voor hem is (al zal dat wel meespelen). Blijkbaar spelen niet alleen bij Lucien, maar ook bij dit pubermeisje dat misschien al jaren ondergedoken zit irrationele zaken een rol.
In de laatste fase zijn Lucien, France en de oma van France op de vlucht, nadat Lucien een mede Gestapo-lid had doodgeschoten. In de verlaten boerderij waarin ze neerstrijken ontstaat zowaar nog iets wat op een huiselijke sfeer lijkt. De oma van France is de enige die het de hele film heeft aangedurfd Lucien haar minachting te laten blijken. Ze blijft consequent Duits tegen hem praten, maar als Lucien "Gute Nacht" tegen haar zegt antwoord ze plotseling "Bon Soir". Lucien gaat op jacht en weet precies hoe hij wild moet vangen om de familie in leven te houden. Hij wordt weer de boerenjongen uit het begin van de film. We zouden bijna een beetje sympathie voor hem krijgen, en als de aftiteling meldt dat hij later door het verzet terecht is gesteld, komt dat toch een beetje als een schok.
En zo eindigt deze bijzondere film. In het begin van het commentaar liet ik de woorden "banaliteit van het kwaad" vallen. Je denkt dan bijna automatisch aan Hannah Ahrend die deze woorden gebruikt naar aanleiding van het proces tegen Adolf Eichmann. Wat ze bedoelde was bureaucratisering van het kwaad. Door de Jodenvervolging bureaucratisch te organiseren was iedereen verantwoordelijk voor een klein deeltje en niemand voor het geheel. In deze film is niet zozeer bureaucratisering als wel "hormonisering" van het kwaad aan de orde. Lucien heeft persoonlijk niets tegen zijn slachtoffers.
Frappant is dat Pierre Blaisse, de acteur die Lucien speelt, in veel opzichten wat van hem weg heeft. Het was geen professionele acteur en hij was door zijn moeder naar de screentest gestuurd. Eigenlijk vond hij de film, en dan nog een art house film, maar niets. Dat veranderde toen regisseur Louis Malle aan de crew de opdracht gaf om Pierre te behandelen als was hij Alain Delon of Jean Paul Belmondo. Door zo'n behandeling kreeg Pierre er schik in. Dus ook bij hem die behoefte aan "de grote mijnheer uithangen". Helaas is e nog een andere overeenkomst tussen Pierre en Lucien, beiden zijn niet oud geworden. Pierre is in 1975 overleden na een auto-ongeval. Over zijn leeftijd bestaat geen eenduidigheid. Wikipedia zet zijn geboortejaar op 1955, de IMDB op 1952.
WAARDERING: 9