Filmklassiekers op het tweede gezicht

   

Bijna alle op deze website besproken films vind ik de moeite waard. Toch ligt de ene film je nader aan het hart dan de ander. Op deze pagina staan mijn persoonlijke favorieten.

Op de IMDB kan je films een rapportcijfer geven. Voor de op deze website besproken films heb ik dat gedaan in mijn lijst "Classic movies at second glance". Ten behoeve van deze pagina is alleen de "crème de la crème" geselecteerd, te weten de negens (zeer goed) en de tienen (uitmuntend).

Uitmuntend

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Fritz Lang, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Een stad wordt geterroriseerd door een kindermordenaar. In de beginscene (ik kom later uitgebreid op deze scene terug) zien we deze moordenaar (Hans Beckert, gespeeld door Peter Lorre in de rol van zijn leven) de scholiere Elsie Beckmann paaien met een ballon (afbeelding 1). Terwijl Elsie met hem meegaat, zit haar moeder (steeds ongeruster) thuis te wachten met de lunch. Aan het slot van de beginscene zien we de ballon van Elsie in zijn eentje terug, verstrikt in de hoogspanningsleidingen.

Door alle moorden ontstaat er een panniekerige sfeer in de stad. De druk op de politie om de moordenaar te pakken wordt steeds groter. De politie doet steeds meer invallen in café's waar de onderwereld ook actief is. De onderwereld besluit dat het zo niet langer kan. Het werken wordt hun gewoon onmogelijk gemaakt. De moordenaar moet gepakt worden. Ze schakelen daarop het netwerk van bedelaars in om tips aan hun door te geven. 

Op een gegeven moment hoort een blinde bedelaar iemand een thema uit "Peer Gynt" fluiten. Datzelfde melodietje had hij gehoord toen hij de ballon voor Elsie Beckmann verkocht (afbeelding 2). Hij waarschuwt een handlanger en die zet met krijt de "M" van Murderer op de jas van Hans Beckert. Daarna ontstaat een klopjacht en weet de onderwereld Hans Beckert te pakken te krijgen.

Zij brengen hem voor een soort van onderwereld-gerecht (afbeelding 3) en daar levert Hans Beckert / Peter Lorre zijn beroemd geworden speech af (afbeelding 4, ook daar kom ik later op terug) die in essentie neerkomt op ontoerekeningsvatbaarheid. Tijdens het onderwereldgerecht doet de politie een inval en slaat Hans Beckert in de boeien. In de slotscene zien we dat hij voor een reguliere rechtbank geleid wordt.

ANALYSE ALGEMEEN

In de biografie van Fritz Lang heb ik al gewezen op de overeenkomst van "M" met "Fury" (1936). "M" is echter gewaagder omdat het de rechten op een eerlijk proces benadrukt, zelfs van iemand die schuldig is. Dat is ook de symbolische betekenis van de slotscene. Het is waar dat in het midden van de film een montage voorkomt waarin wordt afgewisseld tussen de politie die op zoek is naar Hans Beckert, en de onderwereld die hetzelfde doet. In deze montage lijken onder- en bovenwereld erg veel op elkaar. Het zal ongetwijfeld een steek onder water zijn geweest naar corruptie bij de politie. Gegeven de laatste scene kan men m.i. zeker niet de conclusie trekken dat de boodschap van de film is dat onder- en bovenwereld één pot nat zijn.

ANALYSE BEGINSCENE

Hoewel "M" in zijn geheel een goede film is, is de beginscene briljant. Ik heb deze dan ook in een clip  geplaatst. De manier waarop de moord op Elsie Beckmann op 1001 manieren wordt gesuggereerd, maar nergens wordt getoond! Let op de volgende momenten in de clip.

0:06     Aftelliedje bij een kinderspelletje. Het liedje gaat over de boeman.
1:46     De kindermoordenaar komt ter sprake tussen Elsie's moeder en één van haar buurvrouwen.
2:26     Klok komt voor de 1e keer in beeld. Het is 12:00 uur. Elsie komt zo thuis voor de lunch.
3:06     Frau Beckmann dekt vast de tafel.
3:36     Elsie is aan het ballen tegen een plakkaat "Moordenaar gezocht".
3:53     De schaduw van Hans Beckert komt in beeld. Deze schaduw valt op zijn "eigen" poster. "Wat heb jij een mooie bal!"
4:19     Klok komt voor de 2e keer in beeld. Het is 12:20, Elsie is nog steeds niet thuis.
4:40     Klasgenootjes van Elsie arriveren in het flatgebouw. Elsie is er niet bij.
4:57     Hans Beckert koopt een ballon voor Elsie. We horen het thema uit "Peer Gynt".
5:09     Frau Beckmann wordt hoe langer hoe ongeruster. Ze kijkt over de leuning naar beneden. Het trapportaal is geheel leeg.
6:20     De klok komt voor de 3e keer in beeld. Het is inmiddels 13:15 uur.
6:56     Nogmaals een shot van een leeg trapportaal.
7:06     Nogmaals een shot van een leeg bord, wachtend op Elsie
7:14     De bal waarmee Elsie aan het spelen was rolt in beeld, zonder Elsie.
7:21     De ballon die Hans Beckert voor Elsie gekocht had is in de lucht gevlogen en verstrikt geraakt in de hoogspanningsleidingen.

ANALYSE ONDERWERELD-TRIBUNAAL

Ik noemde al de beroemde speech (beter is misschien te spreken van een biecht) die Hans Beckert houdt op het onderwereld-tribunaal. Als ik deze scene terugzie, vind ik hem nog steeds indrukwekkend. Dat heeft enerzijds te maken met het overtuigende spel van Peter Lorre (zwetend, rollend met zijn ogen, op de rand van "overacting"), maar anderzijds is de tekst ook gewoon erg goed. Omdat een tweede clip wat overdreven zou zijn druk ik hieronder de tekst af van deze scene, met daarnaast een foto van Peter Lorre (afbeelding 4).

Hans Beckert: I can't help what I do! I can't help it, I can't...
Criminal: The old story! We never can help it in court!
Hans Beckert: What do you know about it? Who are you anyway? Who are you? Criminals? Are you proud of yourselves? Proud of breaking safes or cheating at cards? Things you could just as well keep your fingers off. You wouldn't need to do all that if you'd learn a proper trade or if you'd work. If you weren't a bunch of lazy bastards. But I... I can't help myself! I have no control over this, this evil thing inside of me, the fire, the voices, the torment!
Schraenker: Do you mean to say that you have to murder?
Hans Beckert: It's there all the time, driving me out to wander the streets, following me, silently, but I can feel it there. It's me, pursuing myself! I want to escape, to escape from myself! But it's impossible. I can't escape, I have to obey it. I have to run, run... endless streets. I want to escape, to get away! And I'm pursued by ghosts. Ghosts of mothers and of those children... they never leave me. They are always there... always, always, always!, except when I do it, when I... Then I can't remember anything. And afterwards I see those posters and read what I've done, and read, and read... did I do that? But I can't remember anything about it! But who will believe me? Who knows what it's like to be me? How I'm forced to act... how I must, must... don't want to, must! Don't want to, but must! And then a voice screams! I can't bear to hear it! I can't go on! I can't... I can't...

DATUM: 20 oktober 2012

EIGEN WAARDERING: 10

M (1931) on IMDb






Reacties

DE REGISSEURS

Robin Hood is een film met twee regisseurs, en in die zin illustratief voor het studiosysteem. De regisseur was vervangbaar, en werd niet (zoals later door de Franse nouvelle vague) gezien als de auteur van de film. Voor filmmakers van de Franse nouvelle vague zou een dergelijke vervanging ondenkbaar zijn. Je vervangt toch ook niet de schrijver halverwege het boek. De verfilming van Robin Hood begon met William Keighley (1889 - 1984) als regisseur. Keighley is verantwoordelijk voor de meeste buitenopnamen in de film. Zijn meest bekende andere film is "The man who came to dinner" (1942). Aangezien men niet zo tevreden was over de actie-scenes heeft men later Keighely vervangen door Michael Curtiz (1886 - 1962). Deze is verantwoordelijk voor de meeste studio-opnames in de film en dus ook voor de meeste scherm-scenes. De meest bekende andere film van Curtiz is "Casablanca" eveneens uit 1942. Het beeld van de regisseur als vervangbare werknemer wordt gecompleteerd door het feit dat sommige wat minder belangrijke scenes (bijv. scenes zonder hoofdrolspeler) zijn opgenomen door nog weer andere regisseurs die even tussen twee films in zaten. Zo heeft ook William Dieterle aan de film bijgedragen.

HET VERHAAL

Als Richard Leeuwenhard, koning van Engeland. op de terugweg van een kruistocht, gevangen wordt genomen door de Oostenrijkse koning ziet zijn broer Prins John zijn kans waar om de Engelse troon in handen te krijgen. Prins John onderdrukt de Saksen en legt hen onder andere zware belastingen op, zogenaamd om het losgeld voor Koning Richard te kunnen betalen. Dit zet kwaad bloed bij de Saksische edelman Robin, Graaf van Locksley. Hij komt in verzet en trekt zich met zijn mannen terug in Sherwood Forrest. Daar overvalt hij een konvooi dat belastinggeld vervoert. Daarbij neemt hij de leider van het konvooi, de Sheriff van Nottingham, en Maid Marian tijdelijk gevangen. Hij trakteert ze op een bosmaaltijd en laat ze daarna allebei weer vrij. Tijdens de maaltijd heeft Marian nader kennisgemaakt met Robin en sympathie opgevat voor de idealen waar hij voor staat, kort samengevat: stelen van de rijken en geven aan de armen. Ook Robin heeft van zijn kant sympathie opgevat voor Maid Marian.

Na deze overval wordt er een prijs op het hoofd van Robin gezet. Prins John en de Sheriff van Nottingham zetten een val op voor Robin. Ze organiseren een toernooi voor boogschutters, waarbij de eerste prijs door Maid Marian zal worden uitgereikt. Robin doet incognito mee, maar zijn klasse verraad hem en hij wordt gevangen genomen. Maid Marian verkeert intussen in gewetensnood over het feit dat ze zich als lokaas heeft laten gebruiken. Zij informeert de mannen van Robin over de plek waar Robin zal worden opgehangen en dit leidt tot een spectaculaire ontsnappingsscene. Ook Koning Richard is intussen ontsnapt, en trekt verkleed als monnik door het land. Op een gegeven moment krijgt Prins John hier lucht van en stuurt iemand er op uit om Koning Richard te vermoorden. Maid Marian hoort dit en stuurt een briefje naar Robin, maar wordt hierbij betrapt en in de gevangenis gegooid (afbeelding 3). Robin weet de moordenaar in spé uit te schakelen en ontmoet Koning Richard. Tezamen trekken ze op naar het kasteel waar de kroning van Prins John plaats zal vinden en weten daar verkleed binnen te komen. Tijdens de kroningsplechtigheid gooien ze hun mantel af en verslaan in een spectaculair slotgevecht de mannen van Prins John. Richard zit opnieuw op de troon, Maid Marian wordt bevrijd, Robin krijgt zijn adellijke titel terug en trouwt met Maid Marian.

COMMENTAAR

De film "The adventures of Robin Hood" is niet erg trouw aan het oorspronkelijke verhaal. De spanning tussen Saksen en Normandiërs is meer ontleend aan het verhaal van Ivanhoe dan aan Robin Hood. Ook Maid Marian komt in het oorspronkelijke verhaal niet voor. Iemand die voorstelde dichter bij het origineel te blijven en daartoe de dialogen wat meer literair / middeleeuws te maken en Maid Marian te schrappen, hebben ze maar snel ontslagen. Deze man had het toch niet goed begrepen. Robin Hood was een historische actiefilm, maar het accent moest wel op de actie liggen. Niet voor niets komt in de samenvatting van het verhaal herhaaldelijk de term "spectaculair" voor.

Bij een dergelijke grote productie past het toen erg kostbare techni-color. De kleuren zijn prachtig, zeker in de scenes van het toernooi voor boogschutters, met al die kostuums en vaandels. Het mooist vind ik het kleurgebruik echter in die scenes waarin de kleuren er uitspatten tegen een donkere achtergrond. Zie de afbeelding van Maid Marian in haar gevangeniscel.

De hoofdrollen in de film werden gespeeld door Errol Flynn (Robin Hood) en Olivia de Havilland (Maid Marian). Errol Flynn kwam in beeld toen James Gagney voor de rol bedankte. Uiteindelijk een goede wissel. James Gagney was weliswaar atletisch, maar zijn korte gestalte had waarschijnlijk een handicap betekent in de schermscenes. Errol Flynn toont zich een waardig opvolger van Douglas Fairbanks, die Robin Hood in 1922 had gespeeld. Voor Errol Flynn was Robin Hood een doorbraak. Hij is echter altijd in dezelfde soort rollen blijven hangen. Dit hing ook samen met het studio-systeem, dat voor een deel bestond uit het uitmelken van succesformules. Het was dan ook geen toeval dat Flynn en de Havilland het jaar na "Robin Hood" weer samen in een film stonden, te weten "Dodge city" (Michael Curtiz, 1939). Heel anders verging het Olivia de Havilland. Zij wist in een juridische procedure van 3 jaar van het wurgcontract met de studio af te komen. Gedurende die drie jaar mocht zij niet in films acteren, wat haar carrière op het spel zette. Uiteindelijk was het resultaat wel dat ze later een come back zou maken in de door haar gewenste karakterrollen (bijv. in "Je moederhart spreekt" (Leisen, 1946) en  "De erfgename" (Wyler, 1949)).

DATUM: 9 mei 2013

EIGEN WAARDERING: 10  

The Adventures of Robin Hood (1938) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van William Wyler, zie het openingsartikel op de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

In het begin van de film maken we kennis met drie Amerikaanse soldaten die, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, op weg zijn naar huis. Het zijn Al Stephenson (Frederic March), Fred Derry (Dana Andrews) en Homer Parish (Harold Russel). De rest van de film verteld hoe deze drie mannen na de oorlog hun burgerleven weer proberen op te pakken.

Al Stephenson keert terug naar de bank. Hij krijgt zelfs promotie, maar komt in conflict met zijn baas als hij bij een kredietaanvraang meer let op het karakter van de aanvrager dan op de waarde van zijn onderpand.

Homer Parish heeft in de oorlog zijn beide armen verloren, en heeft nu ijzeren haken als handen. Hij ziet op tegen de confrontatie met zijn vriendinnetje Wilma (Cathy O'Donnel). Gedurende de film stoot hij Wilma van zich af. Hij heeft geen zin in een relatie die is gebaseerd op haar medelijden. In een bekende scene neemt hij Wilma mee naar boven om haar te laten zien wat er allemaal bij komt kijken als hij zich uit moet kleden en zijn hulparmen af doet. Dat hij dan compleet hulpeloos is, totdat iemand ze weer aan doet. Na deze scene wordt het hem duidelijk dat Wilma's gevoelens voor hem niet alleen bestaan uit medelijden, maar dat ze nog steeds van hem houdt. Aan het eind van de film trouwen ze met elkaar. Bij deze recensie twee foto's uit deze sleutelscene.

Fred Darry heeft na thuiskomt moeite met het vinden van werk. Hij kan terugkomen bij zijn oude werkgever, maar zijn voormalige assistent wordt dan zijn nieuwe baas en zijn loon is een schijntje van wat hij als soldaat gewend was. Bovendien blijkt zijn vrouw vooral geïnteresseerd in feesten en uitgaan, en een man met een schamel loontje vindt ze maar een "loser". Een scheiding is het onvermijdelijke gevolg. Zonder baan en zonder vrouw gaat het een tijdje niet goed met Fred. Er is inmiddels een relatie ontstaan met Peggy Stephenson, de dochter van Al. Zij hebben elkaar ontmoet toen de mannen na thuiskomst nog wat met elkaar gingen drinken. De relatie kan echter niet rekenen op de goedkeuring van Al. Bij het huwelijk van Homer, waar Fred als getuige optreedt, komt alles op het eind toch nog goed.

ANALYSE

De beste oorlogsfilms zijn over het algemeen die films die zich voor een belangrijk deel niet aan het front afspelen. Denk aan  "The deer hunter" (1978) en "Full metal jacket" (1987). Ook "The best years of our lives" is zo'n film. Met "Mrs Miniver" (1942) heeft regisseur William Wyler zelfs nog een andere film in deze categorie gemaakt.

"The best years of our lives" gaat over de moeilijkheden van oorlogsveteranen om hun dagelijkse burgerlijke leven weer op te pakken. Naast de specifieke problemen, die elk van de hoofdpersonen ontmoet, vraagt de film aandacht voor het gebrek aan respect dat de maatschappij heeft voor de door de veteranen in de oorlog opgedane ervaring. Dat begint al met het feit dat een eersteklas passagier voorgaat tijdens de terugreis. De soldaten moeten maar even wachten op het vliegveld. Vervolgens het baantje waarmee Fred wordt afgescheept. Zijn assistent is hem voorbijgesteefd. Zijn ervaringen aan het front zijn geen "relevante werkervaring". Denk ook aan de klant van Al. Je kan je nog zo heldhaftig en plichtsgetrouw hebben gedragen in de oorlog, dat wil nog niet zeggen dat je even plichtsgetrouw bent bij het aflossen van je lening. Onderpand wordt hoger gewaardeerd dan karakter. Het meest pregnant komt dit nog naar voren als Fred besloten heeft zijn geluk elders te beproeven en voor zijn vertrek nog wat ronddoolt op een verlaten deel van het vliegveld, waar allemaal afgedankte straaljagers staan opgesteld. De analogie in deze scene is duidelijk. Fred voelt zich net zo afgedankt als de straaljagers.

DATUM: 25 november 2012

EIGEN WAARDERING: 10

De beste jaren van ons leven (1946) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie van het werk van Yasujiru Ozu, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Noriko (Setsuko Hara) is al 27, en nog steeds niet getrouwd. Haar familie begint zich zorgen te maken. Noriko wil echter haar vader (Chishu Ryu), die weduwnaar is, niet in de steek laten. Hierop verzint haar vader een list. Hij wekt de suggestie dat hij een nieuwe vriendin heeft, en dus goed verzorgd achter zal blijven.

Het plan werkt en Noriko treedt in het huwelijk. De verkering van haar vader was echter niet meer dan een schijnbeweging. Aan het einde van de film komt hij, na afloop van de bruiloft, terug in een leeg huis.

COMMENTAAR

"Late spring" vormt samen met "Early summer" (1951) en "Tokyo story" (1953) ee trilogie rondom de ongetrouwde Noriko (steeds Setsuko Hara). In mijn verbeelding was "Late spring" daarbij vooral de tegenhanger van "Early summer". In laatstgenoemde film wil Noriko niet trouwen maar wordt ze erg gepusht door haar omgeving. In "Late spring" , zo stond mij bij, wil ze juist wel trouwen maar wordt tegengehouden door haar verantwoordelijkheidsgevoel voor haar alleenstaande vader.

Ik sprak in de voorgaande alinea niet toevallig van "in mijn verbeelding", want bij het opnieuw bekijken bleek de film oneindig genuanceerder in elkaar te zitten. Vooral het personage van Noriko is erg complex. Om dit te illustreren ga ik wat dieper in op de relatie met haar vader en haar huwelijksbereidheid.

De relatie met haar vader is zonder meer goed en in eerste instantie wekken zijn (voorgewende) trouwplannen dan ook haar woede op. Naar de achterliggende motieven laat de film ons echter raden.

- Is het verantwoordelijkheidsgevoel jegens haar vader en het idee dat hij zonder haar zal verslonzen? Iets waar we ons wat bij voor kunnen stellen als we zien dat hij bij thuiskomst uit het werk achteloos zij kolbertje uit doet en op de grond laat vallen om zich te gaan verfrissen. Zijn verstrooidheid wordt ook geïllustreerd in de scene waarin hij thee serveert aan zijn dochter en haar vriendin, en de helft (suiker, lepeltjes) vergeten blijkt, zie afbeelding 3.
- Is het respect voor haar overleden moeder? Geredeneerd vanuit het "verantwoordelijkheidsmotief" zou Noriko juist blij moeten zijn met de "huwelijksplannen" van haar vader. Zo blijft hij goed verzorgd achter en krijgt zij haar vrijheid terug. Ze is echter allerminst blij. Blijkbaar is de gedachte dat iemand anders de plek van haar overleden moeder gaat innemen moeilijk te verteren.
- Heeft ze het gewoon naar haar zin, samen met haar vader? Een belangrijke reden dat Noriko uiteindelijk overstag gaat en toestemt in een huwelijk (met een gearrangeerde kandidaat) is het feit dat ze wel inziet dat het runnen van een huishouden samen met haar aanstaande stiefmoeder fout gaat lopen.

Waarschijnlijk spelen alle motieven door elkaar heen.

Dan de huwelijksbereidheid. Dat was het punt waarop mijn geheugen mij het meest in de steek liet. Noriko is namelijk helemaal niet huwelijksbereid, en er is een list van haar vader voor nodig om haar het huwelijksbootje in te krijgen. Hoewel? In het begin van de film lijkt er toch iets moois op te bloeien tussen haar en de assistent van haar vader. Ze maken samen een fietstochtje (afbeelding 1 en 2, het beeld van twee geparkeerde fietsen als een symbool voor verkering gebruikt Ozu ook in "floating weeds" (1934 & 1959)) en de assistent nodigt haar uit voor een vioolconcert. Noriko weigert, maar in de daaropvolgende beelden zien we de assistent triest in de zaal zitten (met een lege stoel naast zich) terwijl Noriko doelloos door de straten slentert.

"Officieel" heeft de assistent verkering, maar als kijker krijg je de indruk dat de zaken heel anders zouden zijn gelopen als Noriko een beetje meer belangstelling had getoond. Dat ze dat niet doet (en, hoe ironisch, later met een gearrangeerde kandidaat in het huwelijk zal treden) is haar offer ten behoeve van haar vader. Zoals het toneelstukje van haar vader over zijn hertrouwen zijn offer aan Noriko is. En zo offeren twee mensen zich voor elkaar op, met als resultaat dat ze er allebei ongelukkig van worden. Wat dit laatste betreft, zie de clip van de vader die (licht beschonken) terugkomt na de bruiloft, en daar voor het eerst een leeg huis aantreft. Zelden is wanhoop zo ingetogen in beeld gebracht. Ik moest denken aan de slotscene uit "Liebelei" (Ophuls, 1933), net zo intens maar misschien wat minder ingetogen. Zou dit aan het verschil tussen de Europese en Japanse cultuur liggen?

De vader en de dochter zijn dus het slachtoffer van hun wederzijdse opoffering. De "maatschappij" kan tevreden zijn, alles gaat zoals "het hoort". De maatschappij wordt in deze film gepersonifieerd door een opdringerige tante, die als drijvende kracht achter de huwelijksplannen fungeert en hierbij geen "nee" accepteert. Het is knap hoe deze tante al in de eerste scene als drammerig en onsympathiek wordt neergezet. Tijdens de theeceremonie vraagt ze aan Noriko of deze een afgedragen broek van haar man kan vermaken voor haar zoon. De tegenvraag van Noriko, of haar zoon het wel leuk vindt om in zo'n ouderwetse broek te lopen, wordt compleet genegeerd. In plaats daarvan wordt de reeds meegebrachte broek simpelweg overhandigt.

Tot slot een enkel woord over de Amerikaanse invloed in het Japan van vlak na de Tweede Wereldoorlog. We zien daar een paar glimpen van terug in de film. In de eerste plaats verwijs ik nog eens naar afbeelding 1, waarin prominent een Coca Cola reclame in beeld wordt gebracht. In de tweede plaats wordt een beetje de draak gestoken met de verering van Amerikaanse filmacteurs. Zo zou de tweede huwelijkskandidaat (die we overigens nooit te zien krijgen) sprekend lijken op Gary Cooper, .... althans rondom zijn mond.

DATUM: 26 januari 2015

EIGEN WAARDERING: 10  

Banshun (1949) on IMDb


Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Carol Reed, zie de recensie van "Odd man out" (1947).

HET VERHAAL

Holly Martins (Joseph Cotton), een schrijver van pulpromannetjes, komt in  het begin van de film aan in het zwaar door de Tweede Wereldoorlog beschadigde Wenen. Hem is daar een baantje beloofd door zijn jeugdvriend Harry Lime (Orson Welles). Van dat baantje komt weinig terecht, want bij aankomst blijkt Harry te zijn omgekomen bij een verkeersongeval.

Al snel merkt Holly dat Harry in kwaad daglicht stond bij de geallieerde autoriteiten. Bovendien doen ooggetuigen van het ongeval zeer geheimzinnig. Holly's belangstelling is gewekt, te meer daar hij bij de begravenis heeft kennis gemaakt met de vriendin van Harry. In de rest van de film doet Holly als amateur detective alle moeite om de waarheid omtrent Harry te achterhalen.

COMMENTAAR

"The third man" is een all time classic. Ikzelf moest de film een paar keer gezien hebben, maar nu ik hem een tijdje geleden nogmaals op televisie zag ben ik helemaal overtuigd.

Het is in de eerste plaats een perfecte film noir. Verlaten pleinen in Wenen, de kinderkopjes glimmend van de regen. Het weer een beetje mistig en onheilspellende schaduwpartijen die langs de gevels van de huizen glijden (afbeelding 1). Een Wenen dat er trouwens in het begin van de film beter uitziet dan andere steden in Duits(talig) gebied vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ik denk dan aan de verwoeste steden die we zien in: "Die mörder sind unter uns" (1946, Wolfgang Staudte), "Germania anno zero" (1948, Roberto Rossellini) en "Oordeel te Neurenberg" (1961, Stanley Kramer). Gedurende de film verandert dat beeld overigens gaandeweg en komen we steeds meer in de onderbuik van de stad terecht, totdat we tijdens de "shoot out" aan het einde van de film afdalen in het riool.

Als film noir van klasse zou "The third man" perfect passen in de steden-triologie van Jules Dassin. In aanvulling op "The naked city" (1948, New York), "Night and the city" (1950, Londen) en "Du Rififi chez les hommes" (1955, Parijs), zou dit dan de Wenen aflevering zijn. Ook de herhaaldelijke verwijzingen naar "M" (1931, Fritz Lang) vallen op. Ik doel op het kind met de bal (dit keer geen slachtoffer maar aanstichter) en de oude ballonverkoper.

Gezien het ultieme rapportcijfer dat "The third man" aan het eind van de recensie krijgt, moet ze echter meer zijn dan alleen maar een schoolvoorbeeld van een genrepiece. En dat is ook zo, in meerdere opzichten! In de eerste plaats het camerawerk. Bijna alle scenes zijn vanuit opvallende camerahoeken genomen, en veel scenes onderscheiden zich door innovatieve cameraposities. Ik denk dan aan opnames vanuit de bogen van een brug, de beroemde reuzenradscene (afbeelding 2, ik kom later nog op deze scene terug) maar ook de achtervolgingsscene gefilmd vanuit point of view van de vluchteling, waarin we volkomen onverwacht recht in het (onvriendelijke) gezicht van een politiehond kijken.

Vervolgens is er de bijdrage van Orson Welles als de acteur die Harry Lime speelt. Een karakter dat pas laat in de film zijn opwachting maakt, maar  dat ook bij zijn afwezigheid het verhaal domineert. De scene waarin Lime zijn opwachting maakt, is fenomenaal. Eerder in de film had Anna Schmidt (een mooie rol van Alida Valli), de vriendin van Lime, verteld dat hun kat zo dol op Harry was. Wat later zien we deze kat genoegelijk snorren aan de voeten van een man die voor de rest opgaat in de duisternis van een portiek. Totdat de verlichting van een etalage plotseling een licht werpt op de verdere gestalte. Harry Lime heeft, nadat hij in de eerste helft van de film alleen maar onderwerp was van gesprek, zijn fysieke opwachting in de film gemaakt.

In de weinige screentime die hem is gegund, zet Orson Welles een indrukwekkende rol neer als de cynische zwendelaar en zwarthandelaar Harry Limes. Dit personage wordt dan gecontrasteerd met de wat naïeve en simplistische schrijver van pulpromannetjes Holly. Wat dat betreft kan "The third man" worden vergeleken met "The best years of our lives" (1946, William Wyler). Beide films zijn kritisch en cynisch over de naaorlogse maatschappij, "The best years of our lives" over de naoorlogse Amerikaanse maarschappij, "The third man" over de naoorlogse Europese maatschappij.

Ik zou nog terugkomen op de reuzenrad scene (waarvan een clip is toegevoegd). Uiteindelijk treffen Harry en Holly elkaar voor het eerst in de gondel van een reuzenrad. Holly is er inmiddels wel van overtuigd dat zijn jeugdvriend Harry niet meer de "nice guy" uit het verleden is (als hij dat al ooit geweest is?). Sterker nog de zwarte handel in geneesmiddelen waarmee Harry zich bezig houdt, heeft inmiddels dodelijke slachtoffers geëist. Als Holly Harry deze feiten voor de voeten gooit, doet laatstgenoemde het deurtje van de gondel open. De spanning is te snijden. Zou hij Holly naar buiten gooien? Uiteindelijk reageert Harry niet met fysiek geweld, maar wat hij er verbaal uit gooit, liegt er ook niet om. De scene bevat twee beroemde citaten.

In het eerste citaat (waarvan onduidelijk is of het uit de pen van Graham Greene of van Orson Welles afkomstig was) vergelijkt Harry Lime Italië met Zwitserland.

Don't be so gloomy. After all it's not that awful. Like the fella says, in Italy for 30 years under the Borgias they had warfare, terror, murder, and bloodshed, but they produced Michelangelo, Leonardo da Vinci, and the Renaissance. In Switzerland they had brotherly love - they had 500 years of democracy and peace, and what did that produce? The cuckoo clock. So long Holly.

Alsof je Nietzsche hoort praten.

Het tweede citaat komt waarschijnlijk wel uit de koker van Greene. Harry Lime spreekt het uit als de gondel op zijn hoogste punt is en beide inzittenden naar beneden kijken, naar het gekrioel op straat.

Victims? Don't be melodramatic. Look down there. Tell me. Would you really feel any pity if one of those dots stopped moving forever? If I offered you twenty thousand pounds for every dot that stopped, would you really, old man, tell me to keep my money, or would you calculate how many dots you could afford to spare?

Dit citaat stelt de morele vraag op grond van welke recht overheden mensen als Harry Lime vervolgen en veroordelen. Mede in combinatie met het camerastand (neerkijkend vanuit de hoogte van een reuzenrad) bevat het een duidelijke associatie met de bombardementen (bijvoorbeeld van Dresden) waartoe diezelfde overheden nog niet zo lang geleden opdracht gaven. Nog explicieter is het vervolg van het citaat.

Nobody thinks in terms of human beings. Governments don't. Why should we? They talk about the people and the proletariat, I talk about the suckers and the mugs - it's the same thing. They have their five-year plans, so have I.

Het vijfjarenplan verwijst naar de Russische autoriteiten. Ten tijde van de film is Wenen (net als Berlijn) verdeeld in vier bezettingszones, elk geleid door één van de geallieerde mogendheden. Aan de relatie tussen deze mogendheden is te merken dat we tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude oorlog inzitten. In Wenen zijn veel Oost-Europese vluchtelingen, die er veel aan gelegen is uit de Russische zone te blijven. Eén van hen is Anna Schmidt, de vriendin van Harry, die uit Sudetenland komt en door Harry van valse papieren is voorzien. Hoe is het mogelijk dat de wat naïeve Holly Harry op een gegeven moment door heeft, terwijl de veel slimmere Anna hem stug trouw blijft? Het antwoord op deze vraag is ontnuchterend eenvoudig. Ook Anna heeft Harry door, maar in tegenstelling tot Holly gelooft zij niet (meer) in een simpele indeling van mensen in "good guys" en "bad guys". Het leidt tot één van de mooiste cyclische scenes uit de filmgeschiedenis. Aan het begin van de film bezoekt Holly de (later fake blijkende) begrafenis van Harry (afbeelding 3a) en kijkt na afloop gefascineerd naar de mysterieuze vrouw die de laan met bomen afloopt. Aan het eind van de film bezoekt Holly de (echte) begrafenis van Harry. Gedurende de film is hij veel opgetrokken met Anna (de mysterieuze vrouw) en hij heeft een oogje op haar. Hij wacht haar op als ze dezelfde laan als in het begin van de film afloopt (afbeelding 3b). Langzaam komt ze dicherbij en loopt voorbij zonder hem een blik waardig te keuren. Ondanks alles kan ze hem niet vergeven dat hij Harry "verraden" heeft.

DATUM: 3 september 2016

EIGEN WAARDERING: 10

The Third Man (1949) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Carl Theodor Dreyer, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Centraal in de film staat de familie Borgen, en aan het hoofd van de familie Borgen staat de oude patriarch en weduwnaar Morten Borgen. Morten heeft drie zoons. Mikkel is de oudste, hij is getrouwd met Inger. Samen hebben ze twee dochters, terwijl Inger in verwachting is van het derde kind. Johannes is de middelste zoon. Hij was voorbestemd priester te worden, maar heeft tijdens de studie theologie een zenuwinzinking gehad en denkt nu dat hij Jezus is. Anders is de benjamin en is verliefd op Anne, de dochter van de plaatselijke kleermaker.

De eerste helft van de film draait om de verliefdheid van Anders. Deze stuit op grote problemen, aangezien de beide families een ander geloof aanhangen. Anders spreekt met zijn schoonzus af dat hij zijn beoogde schoonvader om toestemming zal vragen, terwijl Inger zal proberen om Morten wat milder te stemmen. Beiden vangen bot. Als Morten echter hoort dat Anders door de kleermaker de deur is gewezen, draait hij als een blad aan een boom om. Dat hij het huwelijk afkeurt is tot daar aan toe, maar dat zijn zoon door de kleermaker het huis uit is gezet is een belediging.

Samen met Anders gaat hij naar Peter de kleermaker toe. Van de oorspronkelijke bedoeling om het geschil, in het belang van hun kinderen, uit te praten komt echter weinig terecht. Al snel zijn de beide heren op leeftijd verstrikt in een vinnig theologisch debat (afbeelding 1), waarbij de verwijten over en weer over de tafel vliegen. Tegen het einde van dit debat krijgt Morten een telefoontje dat de bevalling van Inger inmiddels is begonnen, en dat het niet goed gaat. Als Morten thuis komt heeft de dokter het kind inmiddels opgeofferd in een poging het leven van de moeder te redden. Dat lijkt te lukken. Vlak na het vertrek van de dokter sterft Inger echter toch nog onverwacht. Dat wil zeggen onverwacht voor iedereen behalve Johannes, die eerder aangaf dat de dood nog steeds door het huis waarde.

Op de dag van de begrafenis van Inger keren veel dingen alsnog ten goede. Geplaagd door berouw (in het heetst van het bovengenoemde twistgesprek had hij Morten toegebeten dat de eventuele dood van Inger misschien wel de straf van God was voor zijn foute geloof) bedenkt Peter de kleermaker dat het huis Borgen, naast twee weduwnaars, ook een vrouw nodig heeft. Hij geeft Anne toestemming om met Anders te trouwen. Dit valt echter in het niet bij het wonder dat Johannes weet te verrichten. Gesteund door het onwankelbaar vertrouwen van zijn nichtje (Inger's dochter) Maren, weet hij met een gebed de wederopstanding van Inger te bewerkstelligen.

COMMENTAAR

"Ordet" (het woord) is een film die langzaam op gang komt. Wie zich hier echter niet door laat afschrikken wordt rijkelijk beloond. In de eerste helft lijkt de film over de onmogelijke liefde van Anders te gaan. Een liefde die onmogelijk is vanwege de religieuze verschillen tussen de twee families, terwijl ook het standsverschil tussen de rijke borgfamilie en de eenvoudige kleermaker op de achtergrond zal hebben meegespeeld.

Pas met het bezoek van Morten aan Peter de kleermaker komt het geloof als werkelijk thema in zijn volle omvang op tafel. Welke stroming de twee heren nu precies aanhangen wordt in de film nergens met name genoemd, maar de tegenstelling lijkt erg veel op die tussen streng gereformeerd (Peter de kleermaker) en het wat aardsere katholicisme (Morten Borgen). Ik maak dit onder andere op uit het verwijt van Morten aan Peter dat: "zijn geloof zo koud als het graf is, terwijl het geloof van Morten warm als het leven zou zijn". Door deze tegenstelling protestants - katholiek zijn er paralellen te trekken met "Fanny en Alexander (1982) van Ingmar Bergman.

Het geloof van Morten mag dan gericht zijn op het leven, tot een pragmatist maakt hem dat allerminst. In tegendeel, hij is een koppige oude man die zonder meer bereid is het levensgeluk van zijn zoon op te offeren ten behoeve van een theologisch dispuut. Dit blijkt uit zijn eerste afwijzing van het huwelijk, het blijkt eens te meer uit zijn discussie / twist met Peter de kleermaker. Dat hij tussen deze twee momenten in andere intenties had, heeft naar mijn mening meer te maken met het sociale verschil tussen de families (het kan toch niet zo zijn dat een telg van het rijke Borgen geslacht wordt afgewezen door een arme kleermaker).

De reacties op de dogmatisch verlichte patriarch Morten zijn zeer verschillend. Mikkel heeft het geloof verloren en is wat cynisch geworden waar het religieuze kwesties betreft. Inger is de echte pragmatist in geloofszaken. Zij is degene die met haar praktisch humanisme dit huishouden van stijfkoppen bij elkaar weet te houden.

Een verhaal apart is Johannes. Het grootste deel van de film is hij krankzinnig en loopt wezenloos, al orakelend, door het beeld. Wat op een gegeven moment begint op te vallen (eigenlijk zou je daar de film twee keer voor moeten zien) is dat de zogenaamde wartaal van Johannes vaak de spijker op de kop slaat. Zijn centrale thema is dat het "echte" geloof dood is, niemand gelooft meer in mirakels. En inderdaad niemand gelooft meer in mirakels:

- Voor de nieuwe pastoor, die langskomt voor een kennismakingsbezoek op het moment dat alleen Johannes thuis is, zijn mirakels iets van 2000 jaar geleden. Iets uit de begintijd van het Christendom. Je gelooft meer in de dode Jezus dan in de levende Jezus voegt Johannes hem toe.
- De dokter die geholpen heeft bij de bevalling gelooft alleen in die mirakels die hij tijdens zijn opleiding geleerd heeft. Als hij vertrekt omdat het gevaar bij Inger geweken is, blijkt Johannes het echter beter te hebben gezien.

Het zijn echter niet alleen deze "professionele autoriteiten" (afbeelding 2) die het echte individuele geloof, de directe band met het hogere, zijn kwijtgeraakt doordat het bij hen is ingekapseld in de instituties / professies waar zij deel van uitmaken. Ook de in geloofszaken cynische Mikkel krijgt van Johannes dit verwijt. Er is maar één uitzondering, en dat is de jonge Maren. Zij gelooft haar oom onvoorwaardelijk (afbeelding 3). Zij is dan ook niet zo van haar stuk als haar moeder overlijdt, haar oom heeft haar immers beloofd dat hij haar weer tot leven zou wekken. Het is alleen dankzij de steun van dit onvoorwaardelijke geloof (al moet oom wel een beetje opschieten als ze de deksel op de kist dreigen te leggen) dat Johannes op het laatst zijn wonder kan verrichten.

Ik begon het commentaar met de opmerking dat de film langzaam op gang komt. Ook het vervolg heeft een bezadigd tempo. Dreyer schetst in alle rust de verschillen tussen en de nuances van (het geloof van) de verschillende personages. De meeste scenes spelen zich binnenshuis af. De enkele scenes die zich in de buitenlucht afspelen gunnen ons een blik op het ruige maar mooie landschap van Jutland. De eeuwige wind die om de huizen waait, herinnert ons ook in de binnenscenes aan dit landschap.

Centraal in de huizen staat de koffietafel en we worden er op verschillende momenten aan herinnerd dat koffie anno 1925 nog geen consumptieartikel, maar een luxe was. Gelijk aan het begin van de film verzamelt de familie zich midden in de nacht rondom deze koffietafel (afbeelding 4), na een nachtelijke zoektocht naar Johannes die in verwarde toestand weer eens was ontsnapt om vanaf de duinen te orakelen. Ook Inger gooit een bakje troost in de strijd in haar (vergeefse) poging om Morten wat toegefelijker te stemmen inzake de verkering van Anders. Ook andere oude gebruiken versterken de sfeer van vergane jaren. Zo wordt de klok stilgezet na het overlijden van Inger (en weer in beweging gebracht na haar wederopstanding (afbeelding 5)).

DATUM: 24 maart 2015

EIGEN WAARDERING: 10 

Ordet (1955) on IMDb


Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Ingmar Bergman, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Dr Isak Borg, een medicus van 76 jaar, rijdt van Stockholm naar de oude universiteitsstad Lund om daar een wetenschappelijke onderscheiding in ontvangst te nemen. Hij wordt vergezeld door zijn schoondochter Marianne, en onderweg pikken ze drie jonge lifters op. Gedurende deze reis bezoeken ze diverse plekken uit het leven van de hoofdpersoon, en komen allerlei herinneringen uit het verleden boven.

COMMENTAAR

Wilde aardbeien is zowel een geografische reis als een reis in de tijd. Wat dat betreft heeft de vertelstructuur veel gemeen met "Fiorile" (gebr. Taviani, 1993), met als verschil dat in "Fiorile" het verhaal van meerdere generaties wordt verteld en in "Wilde aardbeien" het verhaal van één leven. Hoewel Dr Isak Borg op het eerste oog een symphatieke oude baas lijkt, zitten er al vroeg in de film hints dat dit weleens gezichtsbedrog zou kunnen zijn. Hij gedraagt zich eigengereid tegenover zijn huishoudster, die zich erg op de grote dag van de ceremonie verheugd had, en zijn schoondocher verwijt hem zijn egoïsme voor ze goed en wel Stockholm uit zijn. Ook is er, halverwege de film,  een droomscene waarin Dr. Borg tentamen moet doen, en in plaats van wetenschappelijke vragen allerlei vragen over persoonlijke keuzes in zijn leven krijgt (afbeelding 3). In deze scene wordt hem ook zijn mislukte huwelijk voorgespiegeld. Als hij zijn fouten inziet en vraagt naar de consequenties ontspint zich de volgende dialoog met zijn (gedroomde) examinator:

Professor Isak Borg: What is the punishment?
Sten Alman: The punishment? Well, I guess it'll be the usual.
Professor Isak Borg: The usual?
Sten Alman: Yes. The punishment is loneliness.

Deze droomscene is de laatste van de drie droomscenes uit de film. De eerste betreft een nachtmerrie waarin Dr. Borg door een verlaten stad loopt met klokken zonder wijzers (afbeelding 1). Deze droomscene, die enige gelijkenis vertoont met de beroemde Dali-droomscene uit "Spellbound" (1945) van Hitchcock, is een duidelijke hint op de sterfelijkheid van Dr Borg. De tweede betreft de zomer in zijn studententijd waarin hij zijn eerste vriendinnetje aan zijn broer kwijt raakte (afbeelding 2). Deze scene speelt zich af rond de eeuwwisseling (als Dr Borg 76 is in 1957 was hij inderdaad rondom de 20 bij de eeuwwisseling) en ademt een sfeer die lijkt op de schilderijen van Carl Larsson. De scene is belangrijk, maar de betekenis ervan is niet helemaal eenduidig. Fixeert Dr. Borg zich in de rest van zijn leven helemaal op zijn werk vanwege deze teleurstelling bij zijn eerste liefde, of verliest hij zijn eerste geliefde omdat hij toen al te serieus en te saai was? Het wordt niet helemaal duidelijk. Duidelijk is wel dat het geen toeval is dat de vrouwelijke liftster erg lijkt op deze eerste liefde. In de film worden deze twee rollen dan ook gespeeld door één actrice (Bibi Andersson). Deze liftster heeft twee vriendjes bij zich, de één heeft een rationele inslag en de ander richt zich meer naar zijn gevoel. Ook dat zal geen toeval zijn!

Na deze drie droomscenes is wel duidelijk dat Dr. Borg met gemengde gevoelens op zijn leven terugkijkt. Het is dan ook niet van enige ironie ontbloot als de drie lifters tijdens een pauze onderweg een veldboeket voor hem plukken en het aanbieden met de woorden dat hij een wijze oude man is die alles van het leven weet. Zelf weet hij op dat moment van de film wel beter! Toch lijkt het zelfs op zijn 76e nog niet te laat om zijn leven te beteren. Aan het eind van de film heeft hij een gesprek met zijn huishoudster, diezelfde die hij aan het begin van de film zo teleurstelde met de mededeling dat hij wel alleen naar de uitreiking zou gaan, en stelt hij haar voor om elkaar na al die jaren maar te gaan tutoyeren.

De rol van Dr. Borg wordt gespeeld door Victor Sjöström, één van de grondleggers van de Zweedse film. Na een carrière als regisseur die zich deels afspeelde in Zweden ("The phantom carriage", 1921) en deels in de VS ("The wind", 1928) keert hij in de jaren 30 terug naar Zweden. Daar pakt hij het acteren op en is in de begindagen van de carrière van Ingmar Bergman zijn mentor.

DATUM: 3 maart 2013

EIGEN WAARDERING: 10

Smultronstället (1957) on IMDb




Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Alexander Mackendrick, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Sidney Falco (Tony Curtis) is een persagent wiens enige activiteit erin lijkt te bestaan om de namen van zijn cliënten genoemd te krijgen in de invloedrijke column van J.J. Hunsecker (Burt Lancaster). Hierin is hij de laatste tijd niet zo succesvol. De reden dat Hunsecker Falco uit zijn column weert, is het feit dat Hunsecker hem gevraagd heeft de verkering van zijn innig geliefde jongere zusje Susan te saboteren. Dat is Falco nog steeds niet gelukt.

De rest van de film laat zien hoe ver Falco wil gaan om weer bij JJ in het gevlij te komen. Hij chanteert een andere columnist om vuil te spuiten over het vriendje van Susan, die Jazz musicus is in een club. Hij gaat zelfs zo ver dat hij verdovende middelen verstopt in de jaszak van dit vriendje, waarna deze op weg naar huis wordt aangehouden door de corrupte agent die in het complot zit.

Uiteindelijk zullen Falco en JJ hun doel niet bereiken. Susan doorziet de doortrapte opzet en zet zelf een valstrik op voor de heren. Na een confrontatie tussen Falco en JJ in aanwezigheid van Susan, pakt deze haar koffers en vertrekt richting haar (gearresteerde) vriend. JJ is zijn zus kwijt en of de klanten van Falco ooit nog een plekje in de column van JJ krijgen is zeer de vraag.

COMMENTAAR

Wat meteen opvalt aan "Sweet smell of success" is het grote verschil met de eerdere films van Mackendrick uit zijn Ealing periode. Waar zijn Ealing films werden gekenmerkt door een kwajongensachtige sfeer, komen we in de "Sweet smell of succes" in een zeer cynische wereld terecht. Een wereld waarin artiesten, persagenten en (roddel)journalisten elkaar in een dodelijke wurggreep houden. De artiesten willen dat er over hen geschreven wordt (maakt niet uit wat) en de journalist moet elke dag zijn column volkrijgen. 

Deze onderlinge afhankelijkheid bestaat natuurlijk nog steeds en is niet beperkt tot de wereld van de artiesten. Wat te denken van politici in verkiezingstijd enerzijds en politieke journalisten anderzijds. De persagent die daartussen zit noemen we nu alleen "spindoctor". Wat wel opvalt aan de film is dat de gevierde columnist heel duidelijk op de top van de apenrots zit. Blijkbaar hebben de artiesten hem meer nodig dan andersom (noot 1). In de film zien we hem regelmatig zitten aan zijn eigen tafeltje in een populair café, en het is een eer aan dit tafeltje te mogen aanschuiven. Het lijkt wel een soort van audiëntie.

Door deze machtsverdeling ontstaat er ook een soort van pikorde. Dit is heel duidelijk te zien in de relatie tussen Sidney Falco en J.J. Hunsecker, de centrale relatie in deze film. Falco is een zeer onsympathieke figuur. Zo houdt hij een jonge sigarettenverkoopster, die een oogje op hem heeft, genadeloos aan het lijntje (afbeelding 1). Niet omdat hij iets voor haar voelt, maar omdat hij haar zo handig kan inzetten als gezelschapsdame en lokaas voor de journalisten waar hij wat van wil. Deze zelfde cynische, manipulatieve Sidney Falco is echter als was in de handen van JJ Hunsecker. Hij wordt behandeld als loopjongen (afbeelding 2). In een beroemde scene houdt JJ een sigaret voor de ogen van Falco en zegt""Match me, Sidney". Dit is niet vragen om een vuurtje, dit is een bevel! Sidney laat het lang over zijn kant gaan, totdat het zelfs hem te erg wordt. Ik ben geen gevangene roept hij getergd uit, waarop JJ de spijker op de kop slaat door op te merken dat hij wel degelijk een gevangene is, namelijk van zijn eigen hebzucht en ambitie.

Naast Sidney Falco en JJ Hunsecker is er ook een hoofdrol weggelegd voor de jetset van Broadway, Times square en Club 21. Een treurig wereldje. Een wereldje dat voornamelijk bevolkt wordt door mannen van middelbare leeftijd die eerst hun relatie hebben opgeofferd aan hun werk, en nu vooral lijken te werken om hun eenzaamheid te verzachten (bij voorkeur in aanwezigheid van een meisje van 20 jaar jonger). Ook JJ heeft een merkwaardige verhouding met vrouwen. Aan de ene kant is hij vrijgezel, aan de andere kant heeft de verhouding met zijn zus onmiskenbaar iets incestueus. Hij gaat helemaal door het dak als zijn jonge zusje opeens verkering blijkt te hebben, en bestrijdt deze verkering dan ook te vuur en te zwaard. Ondanks, of eigenlijk beter dankzij, al zijn sabotage-activiteiten verlaat zijn zus hem toch aan het eind van de film (afbeelding 3). Ondanks al zijn cynisme stort zijn wereld in. Hij mag zich dan nog zo beschouwen als een man van de wereld, uiteindelijk is  hijzelf, en niet zijn naïeve zusje die hij zo wanhopig trachtte te beschermen tegen de grote boze buitenwereld, de kwetsbaarste van de twee.

"Sweet smell of success" is, zoals gezegd, een buitenbeentje in het oeuvre van Mackendrick. Maar wat voor een buitenbeentje! Alle puzzelstukjes vallen precies op hun plaats: het uitstekende spel van de twee hoofdrolspelers, de scherpe dialogen, de uitstekende jazz score en niet te vergeten de oogstrelende zwart-wit fotografie van James Wong Howe.

Noot 1: De rollen lijken tegenwoordig omgedraaid, met journalisten die (enigszins gechargeerd) kritiekloos slikken wat hun bronnen hun toewerpen, in de angst anders geen primeurtjes meer te krijgen.

DATUM: 17 maart 2015

EIGEN WAARDERING: 10

Sweet Smell of Success (1957) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Ingmar Bergman, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Na het overlijden van zijn vrouw raakt een dorpspastoor in een crisis.

COMMENTAAR

" De avondmaalsgasten" is het tweede deel in een trilogie over de afwezigheid van God, die verder bestaat uit "Through a glass darkly" (1961) en "The silence" (1963). Toen ik de film voor de eerste maal zag, vond ik het één van de saaiste films die ik ooit gezien had. De film is met zijn 80 minuten aan de korte kant en de eerste 15 minuten worden volledig in beslag genomen door een kerkdienst. Zeggen dat de kerk half vol is, is al aan de optimistische kant en bovendien dommelen sommige van de bezoekers af en toe weg en ook de jongste bezoeker is niet helemaal bij de les (afbeelding 1). De organist kijkt af en toe op zijn klokje hoe lang hij nog moet en de pastoor (die een lelijke verkoudheid te pakken heeft) dreunt plichtmatig zijn psalmen op.

Hoofdpersoon van de film is deze pastoor Tomas Ericsson (Gunnar Bjornstrand). Na de dood van zijn vrouw is zijn leven op twee manieren vastgelopen. In de eerste plaats heeft hij zijn geloof in God verloren. Dat is natuurlijk uiterst onhandig voor een pastoor, want in feite heeft hij dan ook het geloof in zijn werk verloren. Dit beroepsmatig vastlopen van de pastoor wordt uitgewerkt in de verhaallijn waarin hij een parochiaan (Jonas gespeeld door Max von Sydow) op bezoek krijgt die het psychisch moeilijk heeft met de constante atoomdreiging waaronder de wereld leeft. Let wel, de film is opgenomen in 1963, en de Cuba crisis (1962) is net achter de rug. Toch zou het naar mijn mening onterecht zijn om teveel waarde te hechten aan de precieze oorzaak van de psychische problemen van Jonas. Waar het om gaat is het volkomen onvermogen van de pastoor om de troost te bieden waartoe hij beroepsmatig gehouden is. Hij gelooft er immers zelf niet meer in! Wat volgt is dan ook één van de slechtst gevoerde gesprekken ooit. Ten eerste praat Tomas meer dan dat hij luistert, en ten tweede komt er weinig bemoedigends uit zijn mond. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat Jonas weinig baat heeft bij dit "consult" en niet veel later in de film besluit een eind aan zijn leven te maken.

Niet alleen in zijn werk is Tomas vastgelopen, ook privé heeft de dood van zijn vrouw sporen achtergelaten. Hij is niet alleen niet meer in staat troost te geven, ook zijn vermogen om troost te ontvangen is ernstig aangetast. Hier komt Marta Lundberg (Ingrid Thulin) het verhaal binnen. Marta is een alleenstaande dorpsonderwijzeres, die zich het lot van Tomas aantrekt. Zelfs zodanig aantrekt, dat gerust van verliefdheid gesproken mag worden. Ze legt haar gevoelens voor Tomas vast in een brief, die Bergman op een innovatieve manier filmt. We zien Tomas de brief uit de enveloppe halen (na eerst de foto's van zijn vrouw in zijn portefeuille bekeken te hebben) en daarna krijgen we Marta in beeld die de inhoud van de brief, gezicht recht op de camera gericht, aan ons verteld. Ook voor deze scene neemt Bergman weer ruim de tijd (ruim 9 minuten). In ruil voor haar affectie krijgt Marta stank voor dank terug. Pastoor Ericsson schoffeert haar op een zeer kille manier, om vervolgens toch te vragen of ze met hem mee gaat als hij de weduwe van Jonas het droeve nieuws moet brengen.

De twee verhaallijnen rondom Jonas en Marta worden aan het eind nog eens samengevat als de volgende kerkdienst voor de deur staat. De organist maakt met een babbeltje met Marta en raadt haar aan zo snel mogelijk uit dit gat te vertrekken. Alle liefde die zij voor de pastoor voelt, is "paarlen voor de zwijnen werpen". Met die man is toch geen eer te behalen. De klokkenluider (een gehandicapte man) vraagt de pastoor of de dienst wel door moet gaan. Er zijn geen bezoekers, behoudens Marta (maar die hoort min of meer bij het meubilair). Ondertussen vertelt hij over het lijden van Christus.

Klokkenluider: The passion of Christ, his suffering... Wouldn't you say the focus on his suffering is all wrong? 
Pastoor: What do you mean?
Klokkenluider:  This emphasis on physical pain. It couldn't have been all that bad. It may sound presumptuous of me - but in my humble way, I've suffered as much physical pain as Jesus. And his torments were rather brief. Lasting some four hours, I gather? I feel that he was tormented far worse on an other level. Maybe I've got it all wrong. But just think of Gethsemane, Vicar. Christ's disciples fell asleep. They hadn't understood the meaning of the last supper, or anything. And when the servants of the law appeared, they ran away. And Peter denied him. Christ had known his disciples for three years. They'd lived together day in and day out - but they never grasped what he meant. They abandoned him, to the last man. And he was left alone. That must have been painful. Realizing that no one understands. To be abandoned when you need someone to rely on - that must be excruciatingly painful. But the worse was yet to come. When Jesus was nailed to the cross - and hung there in torment - he cried out - "God, my God!" "Why hast thou forsaken me?" He cried out as loud as he could. He thought that his heavenly father had abandoned him. He believed everything he'd ever preached was a lie. The moments before he died, Christ was seized by doubt. Surely that must have been his greatest hardship? God's silence.

Treffender had de klokkenluider het leiden van Marta (onbegrepen in haar liefde) en Tomas (twijfelend aan zijn God) niet kunnen samenvatten. Na dit gesprek besluit Tomas alsnog de dienst door te laten gaan. Het is een dienst alleen voor Marta, want die heeft het advies van de organist niet opgevolgd en zit nog steeds in de kerkbanken. Niets wijst er op dat die twee elkaar het leven in de toekomst minder zuur zullen maken.

Zelden is mijn mening over een film zo radicaal verandert als bij "De avondmaalsgasten". Van de trilogie over de afwezigheid van God, is dit wel de meest directe film. De film begint met een kerkdienst, eindigt met een kerkdienst en daartussenin wordt middels twee verhaallijnen het beeld geschetst van een volkomen vastgelopen leven. Niet leuk, wel indrukwekkend.

De Zweedse titel van de film is "Nattvardsgästerna". Mijn kennis van het Zweeds is niet groot, maar "Avondmaalsgasten" (de titel waaronder de film in Nederland op de markt is gebracht) lijkt mij hiermee in overeenstemming. De Engelse titel "Winter light" komt echter letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Ik heb deze titel nooit helemaal kunnen plaatsen, en kan dat eigenlijk nog steeds niet. De verwijzing naar het avondmaal is een verwijzing naar de twijfel van de pastoor, zie ook het bovenstaande citaat van de klokkenluider. "Winter light" zou een verwijzing kunnen zijn naar de kilheid van de pastoor ten opzichte van Marta. De film speelt zich inderdaad af gedurende een dag in de winter. Het winterse licht dat in een beroemde scene door de kerkruiten naar binnen valt (afbeelding 2) doet mij echter in eerste instantie denken aan een mooie heldere winterse dag met vrieskou. Eerder een dag voor een nieuw begin dan voor een depressie.

DATUM: 18 augustus 2015

EIGEN WAARDERING: 10   

Nattvardsgästerna (1963) on IMDb



Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Luchino Visconti, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

Il Gattopado speelt ten tijde van de eenwording van Italië. Sicilië was op dat moment een apart koninkrijk, en Don Fabrizio, Prins van Salinas (Burt Lancaster) behoort tot een oud adellijk geslacht in dit land. De opstandelingen van Garibaldi zijn bezig met een vrijheidsstrijd die zal leiden tot een verenigd Italië met Vittore Emanuele als eerste koning.

Don Fabrizio beseft dat met de overgang van stadstaten naar natiestaten ook de rol (en de macht) van de adel zal overgaan op een nieuwe klasse van handelaren en industriëlen. "Alles moet veranderen om hetzelfde te blijven" is zijn motto, en daarom arrangeert hij een huwelijk tussen zijn neef Tancredi (Alan Delon) en Angelica (Claudia Cardinale), de dochter van een rijke (en corrupte) burgemeester. Tancredi is afkomstig uit de verarmde tak van de familie, maar zijn oom (Don Fabrizio) ziet een grote toekomst voor hem. Oorspronkelijk had Tancredi verkering met zijn dochter. Deze zal echter slechts een evenredig deel (in dit geval 1/7) van de erfenis krijgen, en Don Fabrizio schat in dat dat ontoereikend is om de ambities van Tancredi te ondersteunen. De burgemeester en zijn dochter zijn "nouveau riche" en niet van adel. Tijdens het eerste diner laat met name Angelica blijken nog niet geheel vetrouwd te zijn met de etiquette.  Nadat Tancredi een sterk verhaal heeft opgehangen moet Angelica (te) onbedaarlijk lachen. De blikken van Concetta (dochter van Don Fabrizio), die nog steeds een beetje verkikkerd op Tancredi is, spreken boekdelen. Op het feest, waarmee de film eindigt, hoort ze er echter al helemaal bij en is het stralend middelpunt.

Tancredi is niet alleen ambitieus, maar ook een echte opportunist. Aan het begin van de film sluit hij zich aan bij de rebellen van Garibaldi. Als dat beter uitkomt stapt hij over naar het officiële regeringsleger van Vittore Emanuele. Wat dit betreft doet hij erg denken aan de figuur van Barry Lyndon uit de gelijknamige film. Aan het eind van de film maakt hij het helemaal bont door zich op het feest tussen neus en lippen te laten ontvallen dat het maar goed is dat die avonturiers van Garibaldi gefusilleerd worden. Rust en orde, dat is wat het jonge Italië nodig heeft. 

De relatie tussen Tancredi en Don Fabrizio is moeilijk in woorden te vatten. Don Fabrizio herkent dat zijn neef het ver kan brengen door zijn combinatie van ambitie en onbarmhartigheid. Diezelfde eigenschappen zorgen er echter voor dat hij geen echte sympathie voor hem voelt. Hij beseft echter dat zijn klasse alleen kan overleven door een coalitie aan te gaan met de klasse van nieuwe rijken. Dat is ook precies de reden dat hij het huwelijk tussen Tancredi en Angelica zo promoot. Alleen met haar aan zijn zijde en met het kapitaal van zijn schoonvader achter zich kan Tancredi zijn ambities verwezenlijken. Tijdens de film vergelijkt hij de adel met Tijgerkatten en de nieuwe heersers met Hyena's. Beiden zijn gevaarlijk voor de schapen (i.c. onderdrukken de arbeiders), maar Don Fabrizio laat geen onduidelijkheid bestaan over zijn mening dat de Tijgerkatten toch gracieuzer zijn dan de Hyena's. Dat hij zijn neef capabel acht om zich te handhaven tussen de hyena's zegt genoeg over de aanwezigheid van ontzag en de afwezigheid van sympathie die hun relatie kenmerkt.

Het thema van de film is dus de ondergang van de Tijgerkatten (Gattopardo) en de film symboliseert dat doordat één van de Tijgerkatten (Don Fabrizio) zich in de loop van de film steeds meer bewust wordt van zijn eigen sterfelijkheid. In het begin van de film gaat hij nog tekeer tegen de pastoor. Hij is in de kracht van zijn leven. Niet zijn eigen vreemdgaan is een zonde, de overdreven preutsheid van zijn vrouw, dat is pas een zonde. Als hij hoort van de relatie tussen zijn dochter en Tancredi verzucht hij dat een vader die merkt dat zijn kinderen verliefd worden zich opeens stokoud voelt. Echt stokoud voelt hij zich pas als hij op het slotfeest met Angelica danst. In tegenstelling tot haar vader heeft hij voor Angelica altijd wel sympathie gevoeld en, zo merk je tijdens deze dans, misschien wel meer. Als hij maar 25 jaar jonger was geweest dan was niet Tancredi, maar hij ....

 

De scene van het feest beslaat zo'n beetje het laatste uur van de film. Zoveel tijd besteden aan een galabal, wist de regisseur niet hoe hij zijn film vol moest krijgen? Deze scene is echter niet voor niets zo beroemd. Hij geeft als het ware een samenvatting van de thematiek van de film. Niet alleen wordt de generatiekloof tussen Don Fabrizio en Tancredi, die beiden onder de indruk zijn van dezelfde vrouw, nog even aangestipt. Ook  de coalitie die adel en nieuwe rijken met elkaar smeden wordt pakkend in beeld gebracht. Tijdens het feest zie je de jongelingen dansen en de volwassenen zitten langs de kant en spelen voor koppelaar.

Tot slot nog even over de rolbezetting. Veel is gezegd over Burt Lancaster die de rol van Don Fabrizio, Prins van Salinas speelt. Een Amerikaanse cowboy in de rol van Siciliaanse edelman, het was zeker niet de eerste voorkeur van Visconti. De financiers wilden echter alleen geld geven als er een aansprekende Amerikaanse ster de hoofdrol zou spelen, en zo werd dit verstandhuwelijk gesloten. En achteraf gezien een gelukkig verstandhuwelijk want Burt Lancaster is zeer overtuigend in zijn rol, die hij met de nodige distinctie speelt. Claudia Cardinale straalt als de oogverblindende Angelica. Door deze rol, alsmede rollen in "Rocco and his Brother" (ook van Visconti) en "8,5" (Fellini) is zij toch wel de Italiaanse filmdiva van de jaren 60. Dat Sophia Loren op latere leeftijd wellicht betere acteerprestaties heeft neergezet (denk aan "Una giornata particolare" uit 1977) doet daar niets aan af.

DATUM: 8 september 2012

EIGEN WAARDERING: 10

Il gattopardo (1963) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Stanley Kubrick, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

Dr. Strangelove is een inktzwarte satire op de koude oorlog en één van de beste films van Stanley Kubrick. Ruim 20 jaar na het einde van de koude oorlog is de film nog steeds grappig, al is het de vraag of dit ook geldt voor mensen die na de koude oorlog zijn geboren. De film parodieert een zeer serieus onderwerp (nucleaire afschrikking) zonder plat of respectloos te worden, en dat is geen geringe prestatie. Andere films die erin slagen op smaakvolle wijze een komedie over een beladen onderwerp (in dat geval Nazi Duitsland resp. de Holocaust) te maken zijn "The great dicatator" (Chaplin, 1940) en "La vita e bella" (Benigni, 1977).

Het was overigens in eerste instantie niet de bedoeling om een komedie te maken. De film is gebaseerd op het boek "Red alert" van Peter George, iemand met een militaire achtergrond. Op basis van dit boek was het de bedoeling om een politieke thriller te maken maar langzamerhand begon Kubrick zich te realiseren dat een dosis zwarte humor misschien wel een beter middel was om zijn boodschap over te brengen. Dat de autoriteiten deze boodschap serieus namen, blijkt uit het feit dat ten tijde van het uitbrengen van de film de vertoning vooraf diende te gaan van de mededeling dat binnen het Amerikaanse leger veiligheidsmaatregelen golden die het verhaal van de film in de praktijk onmogelijk maakten. 

De boodschap is de waanzin van een nucleaire oorlog, en deze boodschap laat zich inderdaad prima overbrengen met gebruikmaking van een flink portie waanzin. Wat is het geval. Binnen de Amerikaanse strijdkrachten bestaat een soort noodprocedure waarin een ander dan de president bommenwerpers opdracht kan geven tot een nucleaire aanval op de Sovjet Unie. Deze noodprocedure is bedoeld voor gevallen waarin de president bij een eerste aanval van de Sovjets om het leven is gekomen. Ook in dat geval moet er immers teruggeslagen kunnen worden. Op een gegeven moment weet een doorgedraaide luchtmachtgeneraal deze noodprocedure in werking te stellen. Als de president (die nog in leven is) hier van hoort blijkt het onmogelijk de betreffende vliegtuigen nog terug te roepen. De militaire adviseurs van de president doen net of ze erg met de situatie in hun maag zitten, maar in werkelijkheid verkneukelen ze zich enorm. Hun redenatie gaat ongeveer als volgt. Het is heel vervelend dat er A gezegd is, en dat had nooit mogen gebeuren, maar nu moeten we ook B zeggen. Met andere woorden, nu we een aantal vliegtuigen niet meer kunnen stoppen moeten we gaan voor de totale vernietiging van de Sovjet Unie, want anders slaan ze terug. Tot grote ontzetting van zijn militaire adviseurs is de reactie van de president een andere. Als wij de vliegtuigen niet meer tegen kunnen houden, kunnen de Sovjets dat misschien nog wel. Als we ze de routes van de vliegtuigen doorgeven kunnen zij ze neerschieten en blijft het aantal doden beperkt tot de bemanning van de vliegtuigen in plaats van dat het in de miljoenen loopt. Zo doende nodigt hij de ambassadeur van de Sovjet Unie uit in de "war room" en belt met de secretaris generaal in Moskou. Deze blijkt helaas stomdronken te zijn, waarna de ontwikkelingen een steeds absurdere wending nemen.

Dit absurde verhaal stelt hoge eisen aan de acteurs, maar alle belangrijke rollen blijken topklasse bezet. Het meest bekend is natuurlijk Peter Sellers, die maar liefst drie rollen voor zijn rekening neemt. Hij is de assistent van de generaal die de opdracht tot de aanval geeft, hij is de president en hij is Dr Strangelove, een strategisch adviseur van de president van Duitse orgine die een belangrijke rol in het laatste (niet beschreven deel) van de film speelt en aan wie de film haar naam dankt.  Gezien de Duitse achtergrond lijkt het misschien voor de hand te liggen bij de figuur van Dr Strangelove te denken aan Henry Kissinger. Deze was in 1964 echter nog niet zo prominent op het politieke toneel aanwezig. Waarschijnlijk wordt met deze figuur eerder gedoeld op Herman Kahn, destijds een prominent medewerker van de denktank RAND corporation.

Ik wil hier echter aandacht vragen voor de bezetting van de overige rollen. De doorgedraaide generaal Jack D. Ripper wordt uitstekend neergezet door Sterling Hayden (afbeelding 3). Het is duidelijk dat deze generaal het spoor totaal bijster is als hij het steeds maar heeft over "essentiële levenssappen" die worden bedreigd doordat de Russen proberen fluor in het drinkwater te doen. Ster van de film is wat mij betreft George Scott als generaal Buck Turgidson (afbeelding 2). Dit is de generaal die krokodillentranen huilt om de actie van Ripper, maar daar meteen aan toevoegt dat (gegeven de omstandigheden) maar moet worden gekozen voor de totale aanval. Als hommage aan deze acteur heb ik bij deze recensie een scene gezet die misschien minder bekend is dan het telefoongesprek van de president met de dronken Russische secretaris generaal, maar minstens zo goed. Let op de ontzetting op het gezicht van Turgidson als hij hoort dat de Sovjet ambassaeur is uitgenodigd bij de vergadering. Hij noemt het zelfs "a serious breach of security". Even daarvoor had hij nog gezegd dat generaal Ripper misschien wel een beetje zijn boekje te buiten was gegaan door opdracht te geven tot een nucleaire aanval, maar dat we niet te snel moesten oordelen.

Let ook op het decor van de "war room" (afbeelding 1). Het lijkt heel indrukwekkend maar veel meer dan een vergaderzaal met wat kaarten is het niet. Door de belichting boven de vergadertafel en het donker houden van de achtergrond wordt de illusie van een enorme zaal gewekt.

DATUM: 30 augustus 2012

EIGEN WAARDERING: 10

Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Masaki Kobayashi, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

De film bestaat uit vier verhalen. In al deze verhalen spelen geesten een vooraanstaande rol.

In het 1e verhaal (Black hair) verlaat een man zijn vrouw om in de grote stad carrière te gaan maken. Als dat jaren later gelukt is, merkt hij echter dat geld niet gelukkig maakt. Hij heeft spijt en keert terug naar huis. Het huis is totaal vervallen, maar gelukkig zit zijn vrouw daar nog op haar vaste plek achter het weefgetouw. En ze is geen dag ouder geworden!

In het 2e verhaal (Woman of the snow) raken een houthakker en zijn leerling verdwaald in een sneeuwstorm. Uiteindelijk vinden ze beschutting in een verlaten hut en vallen in slaap. Halverwege de nacht wordt de leerling wakker. Hij ziet een mysterieuze dame, die met haar ijzige adem het leven uit zijn leermeester wegblaast. Uit mededogen spaart ze echter de nog jonge leerling. Zou ze een oogje op hem hebben?

In het 3e verhaal (Hoichi, the earless) reciteert een nog jonge monnik elke nacht het verhaal van een lang vervlogen zeeslag. Hij doet dit op het kerkhof waar de gevallenen van deze zeeslag begraven liggen. Geroerd door zijn gezang komen de geesten tevoorschijn uit hun graf. Hoe vaker Hoichi zijn gezang ten besten geeft, hoe meer hij onder invloed van deze geesten komt. Uiteindeljk ziet de abt maar één mogelijkheid om deze invloed te doorbreken. Het lichaam van Hoichi wordt van top tot teen volgekaligrafeerd met heilige teksten.

In het 4e verhaal (In a cup of tea) verschijnt de geestverschijning aan een schrijver in de vorm van een weerspiegeling in zijn theewater. Als de verschijning niet weg wil gaan (de schrijver heeft de inhoud van zijn kopje herhaaldelijk weggegooid en daarna nieuwe thee ingeschonken), klokt hij hem uiteindelijk geërgerd naar binnen. Dat had hij beter niet kunnen doen.

COMMENTAAR

"Kwaidan" is zo in en in Japans, dat je er bijna automatisch van uit gaat dat het is gebaseerd op oude Japanse volksverhalen. Toch is dat niet het geval. De film is gebaseerd op de verhalen van Lafcadio Hearn, geboren in Griekenland uit een Griekse moeder en een Ierse vader. Wel is het zo dat deze Lafcadio zich op latere leeftijd in Japan heeft gevestigd, en zich de Japanse cultuur volkomen eigen heeft gemaakt. Hij nam zelfs een Japanse naam aan, Yakumo Koizumi.

Opvallend is het verschil tussen Japanse en Westerse geestenfilms. Vanaf Jacques Tourneur ("Cat people", 1942) is het in (de betere) Westerse film steeds gebruikelijker geworden geestverschijningen niet meer in beeld te brengen, maar uitsluitend te suggereren. Vaak (bijv. in "The haunting" (1963, Robert Wise)) wordt daarbij in het midden gelaten of de geest echt bestaat dan wel uitsluitend tussen de oren van de hoofdpersoon zit. In Japanse films wordt de geestverschijning echter uitgebreid in beeld gebracht en is het realiteitsgehalte van deze verschijning niet aan twijfel onderhevig. We zien dat in "Kwaidan", maar we zien het ook in "Kuroneko" (1968, Kaneto Shindo) of (meer recent) in "Ringu" (1998, Hideo Nakata).

"Kwaidan" is een voor Kobayashi a-typische film. De ethiek is naar de achtergrond gedrongen, de esthetiek treedt daarentegen duidelijk op de voorgrond. De filosoof houdt zijn mond en heeft het woord gegeven aan de student van de schone kunsten. Alles aan deze film is mooi en sprookjeschtig. Dat begint al met het dromerige intro, waarin inkt in sierlijke patronen oplost in water (zie poster). In de rest van de film wordt dit sprookjesachtige karakter herhaaldelijk benadrukt door de lucht, die de meest onnatuurlijke kleuren aanneemt of van waaruit ogen de karakters in de gaten houden (afbeelding 1). Zelfs de geestverschijningen zijn in wezen mooi, of op zijn minst sereen. Als er in een (meestal wat slechtere) Westerse film al een geestverschijning in beeld komt, is dat meestal gericht op maximalisatie van het schokeffect. Zo niet in "Kwaidan". Als deze film al horror genoemd mag worden, dan is het toch zeker "soft horror".

Het a-typische "Kwaidan" deed het ondertussen heel goed bij het publiek. De film kreeg een jury prijs in Cannes en werd genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Voor mij was het lang geleden de eerste kennismaking met Kobayashi, en die beviel goed. Toen filmhuis Cavia een enquete hield onder haar bezoekers om uit de reacties een klassieker-programma samen te stellen, was "Kwaidan" mijn inzending (en deze kwam in het programma).

Het openingsverhaal, black hair, lijkt als twee druppels water op "Ugetsu Monogatari" (1953, Kenji Mizoguchi), met als verschil dat in laatstgenoemde film de man tenminste nog rijk wilde worden om zjn vrouw een plezier te doen (een plezier waarop ze overigens helemaal niet zat te wachten). Dit motief ontbreekt ten ene male in "black hair".

Hoofdmoot van de film is het derde verhaal, "Hoichi, the earless", met een lengte van bijna een uur. Ook hier is weer een overeenkomst met "Ugetsu Monogatari" te bespeuren. Het betreft hier het kaligraferen van heilige teksten op een lichaam om de invloed van geesten af te wenden. Vergelijk wat dit betreft afbeelding 2 van "Kwaidan" met afbeelding 2 van "Ugetsu Monogatari".

In het 3e en 4e verhaal is de invloed die de geesten op de "natuurlijke wereld" uitoefenen verbonden met middelen van massacomunicatie. Immers Hoichi is een soort van minstreel, en in de middeleeuwen vervulde zo iemand een rol in de massacommunicatie. In het vierde verhaal (speelt in de 19e eeuw) is het een schrijver die geplaagd wordt door geesten, en ook boeken zijn een vorm van massacommunicatie. Het is misschien vergezocht maar het deed mij denken aan "Ringu". Deze film komt weliswaar uit een veel latere periode, maar ook hier verloopt de invloed van de geestenwereld op de natuurlijke wereld via een medium van massacommunicatie, namelijk de televisie.

DATUM: 20 augustus 2016

EIGEN WAARDERING: 10

Kaidan (1964) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie in het werk van Akira Kurosawa, zie het openingsartikel op de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

Red Beard was de laatste film die Kurosawa en zijn favoriete acteur Toshirô Mifune samen maakten. De film speelt in een soort van ziekenhuis in 19e eeuws Japan (afbeelding 1). Het is een ensemblefilm met meerdere episoden, elke episode vertelt het verhaal van één van de patiënten. Deze individuele verhalen en achtergronden maken de patiënt tot veel meer dan iemand met een aandoening. Met een beetje fantasie zou je er zelfs de oosterse visie op geneeskunde achter kunnen zoeken die uitgaat van de totale mens en zijn ervaringen.

Hoewel de episodes op zich losstaande verhalen zijn die niet aan het einde "samenkomen" is er wel degelijk een verbindende thematiek. Deze wordt gevormd door de karakterontwikkeling bij dokter Yasumoto. Aan het begin van de film een pas afgestudeerde arts die met frisse tegenzin begint aan zijn stage in het ziekenhuis. Zijn uiteindelijke doel is flink geld verdienen en dat kan hij in dit ziekenhuis met allemaal arme sloebers wel vergeten. Dokter Niide alias Red Beard is zijn mentor en gedurende de film weet deze hem op de idealistische aspecten van het arts zijn te wijzen. Zo succesvol zelfs dat Yasumoto aan het eind van de film vrijwillig in dienst blijft! Opgenomen bij deze recensie is een video waarin dokter Niide zijn leerling (of moet ik gezel zeggen, want eigenlijk ligt de relatie in de film heel dicht bij de middeleeuwse meester - gezel relatie) het oefenen van geduld met een patiënt bijbrengt.

Wat de puur filmische kwaliteiten betreft kan nog gewezen worden op de mooie zwart-wit fotografie. Het beeld van het verwaarloosde meisje dat geestelijk in de war is en weggedoken zit in een donker hoekje, waarbij alleen haar ogen oplichten (afbeelding 3) zal mij altijd bijblijven.

EIGEN WAARDERING: 10

DATUM: 27 juni 2012

Akahige (1965) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Richard Brooks, zie de recensie van "Cat on a hot tin roof" (1958).

HET VERHAAL

Perry Smith (Robert Blake) en Dick Hickcock (Scott Wilson) zijn twee ex gedetineerden. Dick heeft van een ander gevangenismaatje begrepen dat in de boerderij van de familie Clutter in een dorpje in Kansas een grote hoeveelheid contant geld in een kluis verborgen is. En dus gaan Dick en Perry op pad om de boederij te overvallen. Al van tevoren heeft Dick bedacht dat hij geen getuigen wil achterlaten. Na het afslachten van de hele familie vinden de dieven 43 dollar.

Op de vlucht richting Mexico worden ze gepakt. Naar aanleiding van hun verhoren brengt de film beelden van hun jeugd en van wat zich die nacht in het huis van de Clutters heeft afgespeeld. Aan het eind van de film worden Perry en Dick opgehangen.

COMMENTAAR

"In cold blood" is in de eerste, tweede en derde plaats een film over zinloos geweld. Een hele familie wordt uitgemoord voor welgeteld 43 dollar. Het is dan ook een hele goede keuze geweest de hoofdrollen niet te laten spelen door steracteurs als Paul Newman en Steve McQueen (zoals de studio oorspronkelijk wilde). De film had daarmee ongetwijfeld de romantiek gekregen van een "Bonny en Clyde" (Arthur Penn, 1967). Deze ontbreekt nu gelukkig geheel. In het geval van Robert Blake (die ook bekendheid geniet als titelheld uit de TV serie Baretta) werd zijn rol in de film trouwens jaren later ingehaald door de werkelijkheid toen hij in 2005 in het echt van moord (op zijn vrouw) verdacht werd.

De film illustreert vooral wat Hannah Arend "de banaliteit van het kwaad" heeft genoemd, want in de eerste helft van de film gebeuren geen bijzondere dingen. We zien de Clutters bezig aan een doodgewone dag en we zien Perry en Dick die, op weg naar de Clutters, ook heel doodgewone dingen doen als tanken en een blikje drinken kopen bij de shop. Het is de combinatie van beelden en de onwetendheid bij de Clutters wat ze boven het hoofd hangt, die het geheel zo luguber maakt. Het camerawerk van Conrad Hall (met name de prachtig desolate landschappen van de Amerikaanse great planes waar Perry en Dick doorheen rijden) en de jazz-score van Quincy Jones dragen trouwens in niet geringe mate bij aan de sfeer van de film. Vermeldenswaard is ook het gebruik van geluid rondom de overval op het huis van de Clutters. De jazz score houdt op en het enige wat we horen is de wind die giert om het huis. Van de overval zien we niets. Pas later in de film zien we enkele beelden als flashback naar aanleiding van de verhoren. De volgende scene is zondagochtend, we horen kerkklokken luiden als buren de lijken van de Clutters vinden.

Het verhaal is trouwens waar gebeurd en opgetekend door Truman Capote. Het "documentaire" karakter van de film wordt nog verhoogd doordat is opegnomen in het echte huis van de Clutters en de beul die Robert Blake en Scott Wilson in de film ophangt de beul is die ook Perry en Dick in het echt heeft geëxecuteerd.

In de tweede helft van de film zitten Perry en Dick in "death row" en zien we, onder andere naar aanleiding van gesprekken die ze in de gevangenis hebben, beelden van hun jeugd. De boodschap lijkt te zijn dat het "In cold blood" net zo goed slaat op de staat die deze misdadigers ophangt. Voor zover deze tweede helft is bedoeld als een aanklacht tegen de doodstraf is bij mij deze boodschap niet overgekomen. De volstrekte zinloosheid van de moord in de eerste helft van de film is daarvoor te heftig. De tweede helft ligt dan ook qua kwaliteit iets onder de (fenomenale) eerste helft. Toch zijn ook in de tweede helft onvergetelijke beelden te bewonderen. Het meest bekend is wel het beeld van Perry Smith die bij een raam, waarop de regen neerklettert, verteld over het pension dat hij en zijn vader in Alaska zijn begonnen en dat volstrekt mislukt is. Desondanks was het opknappen van het pension de gelukkigste tijd in zjn leven. Terwijl hij dit vertelt projecteren de druppels op de ramen als een soort tranen op zijn wangen. Deze scene is als clip bij deze recensie geplaatst. Volgens cameraman Conrad Hall was het bij toeval zo gefilmd, maar dat zou toch wel een heel gelukkige samenloop van omstandigheden zijn.

DATUM: 27 maart 2013

EIGEN WAARDERING: 10

In koelen bloede (1967) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Ingmar Bergman, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Fanny en Alexander groeien in het begin van de vorige eeuw op in een theaterfamilie. Na de dood van hun vader hertrouwd hun moeder met een Lutherse bisschop, en komen Fanny en Alexander in een heel ander milieu terecht. Door het ingrijpen van de Joodse vriend van hun grootmoeder weten ze aan dit milieu te ontsnappen.

COMMENTAAR

"Fanny en Alexander" was bedoeld als het laatste project van Ingmar Bergman, en het werd zijn laatste grote project. De film duurt ruim 3 uur, de miniserie voor televisie (de versie die ik bekeken heb) zelfs ruim 5 uur.

In de film worden de Katholieke, de Protestantse en de Joodse wereld tegenover elkaar gesteld.

Het huis van de familie Ekdahl staat symbool voor de Katholieke wereld (afbeelding 1). De familie Ekdahl is een theaterfamilie: uitbundig, creatief en minder rationeel ingesteld. We leren de familie kennen op kerstavond en het kerstfeest wordt uitgebreid in beeld gebracht (in de miniserie duurt deze acte ruim een uur). Niet alleen is dit een ideale gelegenheid om alle personages aan ons voor te stellen, we zien hier ook (bijna in real time) een echt kerstfeest. De familie Ekdahl is een warme en hechte familie, maar als de echtparen na afloop van het diner in de beslotenheid van hun kamers zijn wordt er flink op los geroddeld. Wat dat betreft komt de viering in "Fanny en Alexander" veel "echter" over dan de geïdealiseerde versie in "It's a wonderful life" (1946, Frank Capra), misschien wel de meest bekende kerstklassieker ooit.  

De zetel van bisschop Edvard Vergerus staat symbool voor de Protestantse wereld (afbeelding 2). De Spartaanse koude inrichting van zijn huis staat in schril contrast met de warme inrichting van het huis van de familie Ekdahl. De manier waarop cameraman Nykvist de twee huizen met elkaar contrasteert doet denken aan de manier waarop in "The phantom carriage" (1921, Victor Sjöström) binnenscenes (warm, bruin getint) worden gecontrasteerd met buitenscenes (koud, blauw getint).

De rol van de bisschop was voor mij de laatste keer dat ik de film zag de grootste ontdekking. Ik heb de bisschop altijd als het duivelse personage van de film gezien. Dit was voor mij ook het grote verschil met "Babettes gaestebud" (1987, Gabriel Axel), een andere film waarin de tegenstelling tussen Katholieke "joie de vivre" en Protestantse strengheid centraal staat. In "Babettes" zijn de twee Protestantse oudere dames wel sober, maar zeker niet onsymphatiek. Hoe anders is het gesteld met bisschop Edvard Vergerus in "Fanny en Alexander", dacht ik altijd. Ook na de laatste keer kijken blijft de bisschop een sadist in de manier waarop hij Alexander straft en vernedert. Een ontdekking voor mij is dat de bischop straft omdat hij serieus van mening is dat dit noodzakelijk is in de opvoeding van Alexander. Rechtlijnig als hij is kan hij geen onderscheid maken tussen een op hol geslagen kinderfantasie en de meineed van een misdadiger. Iets is waar of het is een leugen, daar zit voor hem niets tussen. De bisschop wordt zelfs een wat tragische figuur als hij ontdekt dat hij door Alexander echt gehaat wordt (hij zag zichzelf als de strenge maar rechtvaardige vader) en als zijn wereldbeeld begint te wankelen. Zelf maakt de bisschop een vergelijking met zijn vrouw, die als toneelspeelster van masker kan wisselen, terwijl hij maar één masker kent, dat als het ware in zijn huid is gebrand. Dan is het inderdaad erg lastig als je tot de ontdekking komt dat dit masker niet meer past.

De beeldspraak met het masker is echt iets voor Bergman, die graag naar het theater verwijst (noot 1). Ook in de Joodse wereld is er de verwijzing naar het theater in de vorm van het poppenspel van Aron Retzinsky (afbeelding 3). Model voor de Joodse wereld staat overigens Isak Jacobi, de minaar van de grootmoeder van Alexander, met zijn chaotisch antiquariaat. De Joodse wereld is een wereld van (oud testamentische) mystiek, waarin de fantasie van Alexander als een deugd en niet als een zonde wordt beschouwd. Hoogtepunt in de Joodse wereld vond ik het verhaal dat Isak Jacobi Alexander vertelt over de exodus en hoe iemand op zoek is naar het paradijs zonder in de gaten te hebben dat hij al gearriveerd is. Ik moest denken aan de parabel die in "The trial" (1962, Orson Welles) wordt verteld over de man die zijn hele leven zit te wachten voor de poort van een gerechtgebouw, op zoek naar gerechtigheid. Aan het eind verteld de wacht hem min of meer dat hij zo door had kunnen lopen, de poort was speciaal voor hem gemaakt.

Het verschil tussen de Katholieke, Protestantse en Joodse wereld is het centrale thema van de film. Qua "battle of the sexes" is de film heel erg Bergmaniaans met sterke vrouwenrollen. De drie broers Ekdahl (Oscar, Gustav Adolf en Oscar) denken alle drie dat ze "in charge" zijn, terwijl op de achtergrond het gezin gerund wordt door hun resp. vrouwen (Emilie, Alma en Lydia). Matriarch Helena (de grootmoeder) heeft op haar beurt de regie over haar schoondochters in handen. Ingmar Bergman heeft weleens gezegd dat in elke mannelijke rol in Fanny en Alexander wel iets van hem zelf zit. Hopelijk heeft hij dit (gedeeltelijk) in scherts gezegd, want als we bij de tekortkomingen van de drie broers die van de bisschop optellen ontstaat toch wel een raar personage.  

Noot 1: De titel van een eerdere film uit zijn oeuvre is "Persona" (1966), waarbij Persona afkomstig is uit het Latijn en verwijst naar een theatermasker.

DATUM: 13 oktober 2017

EIGEN WAARDERING: 10

Fanny och Alexander (1982) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Paul Thomas Anderson (1970) maakte eind jaren '90 een vliegende start met films als "Boogie nights" (1997) en "Magnolia" (1999). In de eerste 10 jaar van de nieuwe eeuw nam zijn productiviteit wat af, al leverde hij met "There will be blood" in 2007 wel een topfilm af.  Na 2010 levert hij weer om de paar jaar een film af ("The master" (2012), "Inherent vice" (2014) en "Phantom thread (verwacht eind 2017)). In veel van de films van P.T. Anderson spelen niet functionerende gezinnen, en de problemen waar dat toe leidt, een rol. Anderson werkte in veel van zijn films nauw samen met de acteur Philip Seymour Hoffman (1967 - 2014).

HET VERHAAL

Op één regenachtige dag in California volgen we de levens van diverse personages. De meeste van deze personages zitten behoorlijk met zichzelf in de knoop. Aan het eind van de film blijken de personages toch meer met elkaar gemeen te hebben dan oorspronkelijk gedacht, waarbij veel van de verbanden lopen via Earl Partridge (Jason Robards) een oude en stervende televisiemagnaat.

COMMENTAAR

Anderson is een populaire naam, ook onder filmregisseurs. Lindsay Anderson (1923 - 1994, bekend van onder andere "This sporting life" (1963)) komt duidelijk uit een ouder tijdperk, maar Wes Anderson (1969, onder andere bekend van "Moonrise Kingdom" (2012) en "The grand Budapest hotel" (2014)) en de een jaar later geboren Paul Thomas Anderson haal ik regelmatig door elkaar.

Toch maken ze een heel ander type film. De films van Wes neigen naar het absurde, terwijl Paul Thomas vaak ensemble films maakt waarin verschillende verhaallijnen op het einde bij elkaar komen. Hij is daar zelfs zo goed in dat hij de meester in dit genre (Robert Altman (1925 - 2006), bekend van onder andere "Short cuts" (1993) en "Gosford park" (2001)) naar de kroon steekt. 

Ook Magnolia (1999) is een ensemble-film. Na een introductie waarin een voice over aan de hand van een bizar verhaal uitlegt dat hij niet in toeval gelooft, wordt deze gedachte vervolgens toegepast op de hoofdfilm. In een hoog tempo worden de personages bij ons geïntroduceerd. Het begin van de film is een soort van wervelwind van personages, met in het oog van de orkaan de oude en stervende Earl Partridge (die in de hele film zijn bed niet uitkomt, noot 1, afbeelding 1). 

Het gezin van Earl mag met recht niet functionerend worden genoemd. Earl heeft zijn vrouwen altijd bedrogen, maar zijn tweede vrouw (gespeeld door Julianne Moore) boeide dat weinig omdat ze toch alleen maar voor het geld met hem getrouwd was. Zijn eerste vrouw heeft hij verlaten toen ze ongeneeselijk ziek bleek, de stervensbegeleiding overlatend aan zijn toen 14 jarige zoon. Deze zoon (gespeeld door Tom Cruise) heeft zich inmiddels ontwikkeld tot wat we tegenwoordig een "motivational speaker" noemen en biedt een soort van "macho in één dag" seminar aan voor sexueel gefrustreerde mannen. Dit seminar bestaat uit niet meer dan het debiteren van zeer vrouwonvriendelijke taal. Onder de muziek van "Also sprach Zarathustra" van Richard Strauss vindt een scene-overgang plaats waarbij we het bed van Earl verlaten en arriveren bij het seminar van zijn zoon, die net het podium op loopt. Filmfijnproevers herkennen onmiddelijk de verwijzing naar "2001, a space odyssey" (1968, Stanley Kubrick). In deze film wordt aan het eind dezelfde muziek gebruikt om de overgang te begeleiden van de astronaut die aan het eind van de reis in zijn sterfbed ligt, naar een ruimte-embryo die in een soort van bubbel om een planeet draait. In "2001" werd de overgang gebruikt om de cyclus van het leven te symboliseren. In "Magnolia" interpreteer ik het meer als symbool van de erfzonde, want de zoon is inmiddels net zo egoïstisch en onuitstaanbaar geworden als zijn vader.

Earl Partridge is een mediatycoon (hier ligt naar mijn mening een duidelijke link naar "Citizen Kane" (1941, Orson Welles)) en het ensemble verhaal beperkt zich dan ook niet tot zijn eigen familie. Ook medewerkers uit zijn imperium passeren de revue. Zo is daar de quiz host Jimmy Gator (Philip Baker Hall) die al 30 jaar de populaire quiz "What do kids know?" presenteert, waarin een team van kinderen het opneemt tegen een team van volwassenen. Ook hij heeft juist te horen gekregen dat hij niet lang meer te leven heeft, en kijkt terug op zijn zonden. Eén van deze zonden is dat hij zijn dochter (Claudia Gator gespeeld door Melora Walters) misbruikt heeft. Een dochter die nu verslaafd is aan de cocaïne en af en toe mannen aan huis ontvangt om haar verslaving te betalen.

Zowel Earl Partridge als Jimmy Gator kijken, met het einde in zicht, met spijt terug op hun leven. Wat dat betreft is er een overeenkomst met een film als "Wilde aardbeien" (1957, Ingmar Bergman) waarin professor Isak Borg, al terugkijkend, ook tot de conclusie komt dat hij zijn gezin heeft opgeofferd aan zijn carrière. Naast de overeenkomsten zijn er echter ook duidelijke verschillen. Het verwaarlozen van Isak Borg is toch nog wel wat anders dan de kwaadaardigheid van Earl Partridge en Jimmy Gator. Bovendien ligt in "Wilde aardbeien" de nadruk sterk op het terugkijken van de oude man, terwijl in "Magnolia" de schade die is aangericht bij de jongere generatie veel explicieter in beeld komt. "Wij mogen klaar zijn met het verleden maar het verleden is nooit klaar met ons" is een uitspraak die regelmatig in "Magnolia" voorkomt.

De schade aan de jongere generatie komt ook tot uitdrukking in de verhalen van twee (ex) quiz kandidaten. Donnie Smith (William Macy) was 30 jaar geleden een wonderkind in de show van Jimmy Gator, maar zijn leven is sindsdien totaal ontspoord. Tragisch is hoe hij zich als volwassen man nog steeds voorstelt als "quiz kid Donnie". Tegenwoordig is Stanley Spector (Jeremy Blackman) het wonderkind van de show. Hij wordt tot het uiterste gepushed door zijn ambitieuze vader. Het voorbeeld van Donnie Smith doet ons het hart vasthouden over zijn toekomst. In een pareltje van een scene (de film zit vol met dergelijke pareltjes) moet Stanley aan de hand van een zin de opera waar deze zin in thuishoort raden. Bovendien moet hij het betreffende fragment (in het Frans voorzingen), zie clip 1 (noot 2). De zin (uit de opera Carmen) luidt:

"Love is a rebelious bird that nobody can tame.
And it is all in vain to call it if it chooses to refuse.".

In de film "Magnolia" is de lovebird vaak in geen velden of wegen te bekennen.

Midden in de film doet Anderson iets heel bijzonders. Hij last een soort pauze in. Tijdens deze pauze wordt het nummer "Wise up" van Aimee Mann gedraaid en stuk voor stuk komen de personages langs, die allemaal het nummer meezingen of -neuriën (clip 2).  "It is not going to stop, before you wise up" (het zal niet stoppen voordat je verstandig wordt). Daar lijkt het echter vooralsnog niet op. Anderson schroeft het tempo van de film langzaam terug en de beelden worden steeds donkerder (noot 3). De film lijkt zich te bewegen in de richting van een zeer somber eind. 

In de film komen echter ook twee goede personages voor. In de eerste plaats de particuliere verpleger van Earl Partridge (Philip Seymour Hofmann), die meer compassie met hem heeft dan zijn hele famillie bij elkaar opgeteld. In de tweede plaats politie-agent Jim Kurring (John C. Reilly) die wegens burengerucht op Claudia Gator wordt afgestuurd (die immers regelmatig mannen ontvangt) en verliefd op haar wordt. Met z'n tweeën kunnen ze niet zoveel uitrichten, maar [SPOILER] na een zeer verrassend teken van Bijbelse verlossing (noot 4) [EINDE SPOLIER] keren sommige zaken toch nog ten goede. Heel sterk is de subtiele, volstrekt niet uitbundige happy end achtige manier waarop de regisseur dat in beeld brengt. In afbeelding 2 (letterlijk het laatste beeld van de film) zien we een voorzichtige glimlach op het gezicht van Claudia Gator doorbreken als ze beseft dat haar cocaïne verslaving, die ze aan agent Kurring heeft opgebiecht, voor hem geen reden is hun nog prille relatie te beëindigen.  

 

Noot 1: Desondanks is het spelen van deze rol geen gemakkelijke opgave, Jason Robards kwijt zich voortreffelijk van deze taak. Net als Richard Farnsworth in "The straight story" (1999, David Lynch) was hij al ziek tijdens het spelen van deze rol en zou hij een jaar na de film overlijden. 

Noot 2: De versprekingen van de quizmaster in het begin van de clip hebben te maken met de medicijnen die hij slikt vanwege zijn ziekte.

Noot 3: Deze manier om de sfeer in de film bijna onmerkbaar te veranderen deed mij denken aan "Twelve angry men" (1957, Sidney Lumet). In deze film wordt het camerastandpunt gedurende de film steeds ietsje lager om een claustrofobische sfeer te creëren 

Noot 4: In de film zijn diverse verwijzingen naar de betreffende bijbeltekst verwerkt, maar dat realiseer je je altijd pas achteraf. 

 

DATUM: 9 september 2017

EIGEN WAARDERING: 10

Magnolia (1999) on IMDb


Reacties
Zeer goed

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Friedrich Murnau, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

Het Dracula verhaal is natuurlijk ontelbaar veel malen verfilmd. Schaarser zijn de echt grote verfilmingen. De eerste was "Nosferatu" van Murnau. Later zouden volgen de versie van Tod Browning (1931, met Bela Lugosi in de hoofdrol), de versie van Carl Theodoor Dreyer uit 1932 en de Hammer house of horror versie van Terrence Fisher uit 1958 (Met Christopher Lee in de hoofdrol).

Het verhaal is steeds in grote lijnen hetzelfde, dus de verschillen zitten grotendeels in de sfeer. In de versies van Browning en Fisher is Dracula een echte gentleman, charmant maar gevaarlijk. Dat op de achtergrond een flink portie Victoriaanse moraal mee speelt moge duidelijk zijn. De versies van Murnau en Dreyer zijn veel meer sinister. "Nosferatu" heeft niet voor niets de ondertitel "Eine symphonie des grauens". Dit blijkt al uit het uiterlijk van Dracula, die in deze film graaf Orlok heet. Hij heeft niet een gaaf gebit met lange hoektanden, maar twee losstaande tanden in het midden van zijn mond. Hij is niet allergisch voor knoflook, maar kan alleen "leven" in de duisternis. Ook de omgeving waarin hij verkeert is sinister. Tijdens de reis naar zijn kasteel komt makelaar Hutter in Transsylvanië in steeds desolatere landschappen terecht. In het kasteel van de graaf lopen de doorgangen naar boven toe overal spits toe, als het ware gebouwd op de lange magere gestalte van Orlok (zie poster). Als de graaf eenmaal zijn intrek in Wisborg heeft genomen verblijft hij in half vervallen pakhuizen (hiervoor stonden pakhuizen in Lubeck centraal).

De afwijkende naam van de film (geen Dracula maar Nosferatu) heeft vooral te maken met de wens geen auteursrechten over het boek van Bram Stoker te hoeven betalen. Gevolg is wel geweest dat de film vanaf het begin te kampen heeft gehad met auteursrechtelijke problemen, en zelfs gedurende een tijd minder makkelijk verkrijgbaar was. Tegenwoordig wordt het algemeen als een meesterwerk beschouwd. In 1979 heeft Werner Herzog ter ere van dit meesterwerk een (goed geslaagde) remake gemaakt met Klaus Kinski in de hoofdrol. 

De naam "Nosferatu" is overigens afgeleid van het slavische "Nosufur atu" hetgeen pestdrager betekent. Een toepasselijke naam, want graaf Orlok ontketent in Wisborg inderdaad een uitbraak van de pest.

DATUM: 14 oktober 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Nosferatu (1922) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Georg Wilhelm Pabst, zie het openingsartikel van de aan hem geweide pagina.

HET VERHAAL

Het verhaal speels zich af in de Londense wijk Soho. Als Mackie Messer (de meesterinbreker) de dochter (Polly) van de bedelaarskoning Peacham verleidt, is deze des duivels. Hij dreigt het kroningsfeest van de nieuwe koning te verstoren met een massale optocht van bedelaars. Commisaris van politie Brown staat voor een moeilijke keuze. Aan de ene kant heeft hij nog samen met Mackie in het leger gezeten, aan de andere kant is hij in zijn huidige functie verantwoordelijk voor de openbare orde tijdens de festiviteiten.

COMMENTAAR

De roots van het verhaal liggen in de "Beggar's opera" die John Gray reeds in 1728 schreef. Tweehonderd jaar later werkte Bertolt Brecht dit verhaal om tot de "Dreigroschenoper" en shreef Kurt Weil er zijn overgetelijke muziek bij. De dreigroschenoper werd zo'n succes in het theater, dat er reeds na een paar jaar een filmversie volgde. Over deze filmversie ontstonden overigens al snel problemen met Brecht. Deze vond dat Pabst een te commerciële film had afgeleverd en de ideologische kantjes er te veel afgeslepen had. Of dat waar is, is de vraag. Een andere mogelijkheid is dat Brecht ten opzichte van zijn eerdere versie geradikaliseerd was. Hoe het ook zij, de ironie van een communistische schrijver verwikkeld in een proces rondom zoiets kapitalistisch als  auteursrechten ontging geen van de partijen, en de zaak bloed dood.

Opvallend aan "Die dreigroschenoper" is de verwevenheid tussen de autoriteiten (politie), de onderwereld en de bedelaars. Eenzelfde verwevenheid tussen deze groepen treffen we aan in "M" (1931, Fritz Lang) uit hetzelfde jaar. Vervangen we bedelaars door arbeiders dan kan een vergelijking worden gemaakt met "On the waterfront" (1954, Elia Kazan). Waar in "On the waterfront" arbeiders werden uitgeknepen door de vakbond, gebeurd dat in "Die dreigroschenoper" met de bedelaars. Zij moeten namelijk bij bedelkoning Peachem een vergunning aanvragen voor een bedelplek / bedelwijk. Uiteraard tegen een percentage van de opbrengst.

Waar "On the waterfront" een min of meer realistisch verhaal is, is "Die dreigroschenoper" duidelijk een parabel en een parodie. Dat blijkt wel uit het eind, als Polly Peacham (inmiddels getrouwd met Meckie Messer) opeens en uit het niets eigenaresse van een bank wordt. De kornuiten van haar man komen in de directie. Tijdens een vergadering vragen ze zich af wat voor nut het heeft een bank te beroven, wanner je via de bank andere kunt beroven. "Wie wil er nou nog crimineel zijn, als we de wet achter ons hebben staan". Hieruit blijkt dat "Die dreigroschenoper" nog een stapje verder ging dan "M" en "On the waterfront". Er is niet alleen verwevenheid tussen onderwereld en bovenwereld, ze zijn eigenlijk niet van elkaar te onderscheiden.

Forse kritkiek van Brecht op het kapitalisme, die Pabst overneemt in zijn filmversie. Zo bekeken valt de bovenvermelde kritiek van Brecht op deze filmversie wat moeilijk te plaatsen. Als de kritiek ergens hout snijdt, dan is het wel met betrekking tot de vrije lange huwelijksscene tussen Meckie Messer en Polly Peacham. Vanwege het ontbreken van toestemming van de vader van de bruid vindt dit huwelijk in het geniep plaats in een verlaten loods en met een gekidnapte priester (afbeelding 1). Het begint zowaar een beetje te lijken op het huwelijk van Tonie en Maria in de "West side story" (1961, Robert Wise). Toch vind ik dit nu juist één van de leukere scenes. Het theatrale, dat karakteristiek was voor Pabst in deze fase van zijn carière, komt er goed in tot uitdrukking. Bovendien schittert Carola Neher (die de rol van Polly speelt) in deze scene in de "Barbara song" (zie clip). De altijd berekenende Polly bekent hierin dat ze bij de keuze van haar minnaar minder op rationele argumenten let, maar meer op haar gevoel af gaat. Het kan geen kwaad Carola Neher als Polly eens voor het voetlicht te halen, aangezien alle (vrouwelijke) credits meestal gaan naar Lotte Lenya, die de rol van prostitué (en vorige minares van Meckie) Jenny speelt.

Brecht "hertaalde" de driegroschenoper in de tijd van de Weimar-republiek. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in de voormalige DDR. Hij lied zich daar zeer lovend uit over het heersende regime. Hebben we hier te maken met een verblinde gelovige in de inmiddels achterhaalde communistische religie?  Kunnen we concluderen dat "Die dreigroschenoper" inmiddels voltooid verleden tijd is? Ik denk het niet. Als Peachem zijn bedelaars oproept voor de betoging op kroningsdag zegt hij dat de elite een koud hart heeft en daardoor veel ellende veroorzaakt. Ze hebben echter ook zwakke zenuwen, en kunnen er niet tegen om de ellende (die ze zelf veroorzaakt hebben) te moeten zien. Ik moest hierbij onwillekeurig denken aan de Brexit, en de geringe populariteit van Europa. Ook hier een elite die een beleid heeft gevoerd (globalisering, interne markt) zonder zich te beseffen wat dat voor sommige bevolkingsgroepen betekent, en zich vervolgens volkomen laat verrassen door het verzet tegen dit beleid. Aan het eind van de film worden deze verschillende werelden nog treffender in beeld gebracht als de bedelaars de één na de ander afdruipen richting duisternis (zie clip). "Und die einen sind im dunkel, und die andern sind im licht. Und man siehet die im lichte, die im dunkel sieht man nicht".

DATUM: 30 juli 2016

EIGEN WAARDERING: 9 

Die 3 Groschen-Oper (1931) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Carl Theodor Dreyer, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

In de namiddag klopt Allan Gray aan bij een herberg in het dorp Courtempierre. Hij is er bljkbaar een paar dagen tussenuit, want hij heeft een visnet bij zich. De herberg oogt verlaten maar uiteindelijk wordt er toch opengedaan.

Door de vreemde sfeer kan Allan de slaap niet vatten, en dat wordt er niet beter op als een vreemde bezoeker zich meldt op zijn kamer. Het is het begin van een aantal vreemde gebeurtenissen in de herberg en het nabijgelegen kasteel.

COMMENTAAR

"Vampyr" (1932) komt uit de begintijd van de Vampier films. Tien jaar eerder had Friedrich Murnau zijn "Nosferatu" (1922) gemaakt en een jaar eerder was Tod Browning's "Dracula" (1931) in de bioscoop te zien geweest. Net als in "Nosferatu" speelt een boek dat de hoofdpersoon vindt, en waarin hij af en toe stukken leest, een belangrijke rol. Het boek maakt de gebeurtenissen niet alleen voor de hoofdpersoon, maar ook voor de kijker een stuk duidelijker. Natuurlijk in de stomme film is zo'n boek het equivalent van wat in de geluidsfilm later de alwetende verteller zou worden, die middels een voice over het verhaal aan elkaar praat. Dat dit boek nodig is, bewijst echter ook dat het toenmalige publiek bijgepraat moest worden en dus relatief onbekend was met vampier legendes.

Binnen de drie genoemde vroege vampier films is "Vampyr" duidelijk een buitenbeentje. Dit komt niet alleen omdat de film niet gebaseerd is op het verhaal van Bram Stoker (maar op "In a glass darkly" van Sheridan Le Fanu), maar ook omdat de vampier er zo'n ondergeschikte rol in speelt. In feite moet de film het veel meer meer hebben van de "unheimische" sfeer, dan van het schokeffect van een enge vampier. Wat dat betreft heeft de film misschien wel meer gemeen met Jean Epsteins "The fall of the house of Usher" (1928), hoewel dat geeneens een vampierfilm is.

In "Vampyr" komen twee zussen voor, Léone en Gisèle. Léone, gespeeld door Sybille Schmitz (de enige professionele actrice in de cast), is het slachtoffer van de vampier. De film besteedt meer aandacht aan haar dan aan de vampier zelf. Achterliggende gedachte zou kunnen zijn dat een onschuldig iemand die langzaam in de ban van het kwaad komt misschien wel enger is dan het kwaad zelf. De duivelse grijns (afbeelding 3) die ze op een gegeven moment haar zuster toewerpt, is in elk geval "by far" het meest "scary" moment van de film. Ik moest denken aan het moment waarop Becky Driscoll in "Invasion of the body snatchers" (1956, Don Siegel) onder de invloed komt van de aliens.

Daarnaast is er echter de jongere zus Gisèle. Gisèle is de "love interest" (wat klinkt dat in het Engels mooier dan vriendinnetje of vlam) van Allan. Gaandeweg de film gaat dit tweetal steeds meer lijken op Orpheus en Eurydice. Deze associatie wordt vooral versterkt door de rivier die, gehuld in dichte nevels, al in de eerste scene zichtbaar is. Over de rivier vaart een pont, en deze pont wordt beheerd door een oude man met een sikkel (afbeelding 1). Wie denkt er dan niet aan de mythische rivier de Styx, die de boven- van de onderwereld scheidt? Aan het eind bevrijdt Allan Gisèle uit de greep van de vampier en haar handlangers. Deze hebben Gisèle gevangen genomen en in een kelder vastgebonden. Hij voert haar op een bootje over de rivier, terug naar de bovenwereld. Eenmaal aan wal lopen ze samen de opkomende zon tegemoet. Een drakerig einde als het niet zo duidelijk zou onderstrepen dat de "roots" van "Vampyr" niet alleen in de Transylvaanse volksverhalen, maar ook in de Griekse mythologie zijn te vinden.

Voor Dreyer was "Vampyr" een bijzondere film. "La passion de Jeanne d'Arc" (1928), zijn vorige productie, was een financiële tegenvaller geworden en het viel hem moeilijk financiers voor zijn nieuwe project te vinden. De mecenas Baron de Gunzberg bracht uitkomst, maar hij stelde wel als voorwaarde dat hij zelf de hoofdrol in de door hem gefinancierde film zou spelen. Hij zou niet de enige non professional in de cast blijven. Zoals reeds eerder opgemerkt werd alleen de rol van Léone ingevuld door een professionele actrice. De film moet het dan ook niet hebben van de acteerprestaties. Het soms wat houterige acteren doet bij tijd en wijle aan de films van Robert Bresson denken.

Ook op decorstukken werd bezuinigd. De film werd geheel op locatie opgenomen. Voor "La passion de Jeanne d'Arc" werd een utgebreide set gebouwd, waarvan (door de nadruk op close ups) bijna niets te zien is. Voor "Vampyr" nam Dreyer Hermann Warm in de arm, de man die ook verantwoordelijk was voor het beroemde decor in "Das Cabinet des Dr Caligari" (1920, Robert Wiene). Gezien het feit dat de hele film op locatie is gefilmd heeft Warm waarschijnlijk vooral duimen zitten te draaien. Allesbehalve duimen gedraaid heeft degene die de locaties moest uitzoeken. Tijdens het maken van "Vampyr" speelde improvisatie een grote rol en lang niet alle locaties waren van tevoren uitgezocht. Men zocht niet te ver van Parijs (om het reizen te beperken) locaties die we heden ten dagen zouden betitelen als industrieel erfgoed.

"Hoogtepunt" van improvisatie was misschien wel de manier waarop het camerawerk tot stand is gekomen. Op de eerste opnamedag was er iets mis gegaan met de belichting waardoor de film iets overbelicht was. Over de beelden hing een mistige waas en bovendien zagen ze er wat grofkorrelig uit. Dreyer was gecharmeerd van deze beelden, ze riepen precies de sfeer op die hij zocht. Samen met zijn cameraman Rudolph Maté besloot hij het zo te houden. Op de rest van de opnamedagen moest dus de onopzettelijke fout van de eerste dag bewust nagebootst worden.

Door al dat geïmproviseer weet je op het laatst niet meer wat nu bewust en wat minder bewust gedaan is. Zo zijn er in "Vampyr" diverse verhaallijnen die niet verder uitgewerkt worden. Op de eerste nacht in de herberg loopt Allan een mismaakte oude man tegen het lijf die op de zolder verblijft. We zien deze man de rest van de film niet meer terug. Een verhaallijn die in de loop van de improvisaties gesneuveld is? Wel bewust is waarschijnlijk de manier waarop Allan als een buitenstaander (die steeds net iets achter de feiten aanloopt) wordt neergezet. In veel scenes zien we hem van buiten door een raam naar binnen kijken (afbeelding 2). Hoogtepunt van Allan als toeschouwer (en meteen ook de beroemdste scene  van de film) is de scene waarin Allan toeschouwer is van zijn eigen begrafenis. Verlamd maar wel bij bewustzijn ligt hij in een kist. Hij kijkt door een gat in het deksel naar buiten, en vanuit een point of view perspectief volgt de camera zijn blik. Als kijker zijn wij er getuigen van hoe Allan de wereld op zijn kop ziet als hij in zijn kist naar de begraafplaats wordt gedragen.

Met het "point of view perspectief haalt Dreyer in deze film overigens diverse malen "een grapje" uit. Tijdens een scene beweegt de camera zich door een ruimte. Als kijker zijn we er van overtuigd dat de opname vanuit een "point of view" perspectief is gemaakt, en dat wij hetzelfde zien als de hoofdpersoon. Nadat de camera een tijdje door de ruimte heeft bewogen zien we opeens de hoofdpersoon in beeld verschijnen vanuit een invalshoek die zich absoluut niet laat verenigen met dit "point of view" persectief. We zijn als kijkers op het verkeerde been gezet! Nu we het toch over cameratechniek hebben, vraag ik tot slot de aandacht voor enkele scenes waarin de schaduw van een persoon (zijn ziel?) zich losmaakt van het lichaam en een onafhankelijk leven gaat leiden. Deze scenes zijn gemaakt door middel van een techniek die "double exposure" wordt genoemd, een technek die in de jaren '20 is ontstaan. Met name de film "The phantom carriage" (1921, Victor Sjöström) had op dit vlak pionierswerk verricht.

In het begin van het commentaar merkte ik op dat "Vampyr" het niet van de griezeleffecten moet hebben, maar van een unheimische sfeer. Deze sfeer wordt gecreeërd door de locaties (bijv. leegstaande fabriekshallen met hun geur van verval), het bewust mislukte camerawerk maar ook door de symbolen van de vampyr legende te combineren met de iconografie van de Griekse mythologie. Het vampier-genre heeft in het verdere verloop van de filmgeschiedenis een hoge vlucht genomen en is (met dank aan "Hammer house of Horror") uitgegroeid tot een genre op zichzelf. De film van Dreyer was een buitenbeentje en is dit bij de verdere ontwikkeling van het genre ook gebleven. Juist dat maakt de film anno 2016 echter zo de moeite waard.

DATUM: 8 juli 2016

EIGEN WAARDERING: 9

Vampyr (1932) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Max Ophuls, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

In het uitgaansleven van Wenen leren de twee Luitenants Fritz en Theo de vriendinnen Mizzi en Christine kennen. Al snel zijn Theo en Mizzi goede vrienden en ontstaat er een liefdesrelatie tussen Fritz en Christine. Voordat hij Christine leerde kennen had Fritz een verhouding met de Barones von Eggersdorff. Nu hij Christine heeft leren kennen maakt hij een eind aan deze relatie.

Via via is de baron echter achter deze relatie gekomen, en daagt Fritz uit voor een duel. Fritz vertelt Christine dat hij beroepsmatig twee dagen Wenen moet verlaten. Hij hoopt na dit duel definitief aan een nieuwe toekomst met Christine te kunnen beginnen. Het pakt echter anders uit. Fritz komt bij het duel om het leven. Aan Theo en Mizzi, hierbij ondersteund door de vader van Christine, de moeilijke taak om het slechte nieuws te brengen.

Christine is zo overmand door verdriet dat ze zelfmoord pleegt. In de slotbeelden van de film zien we een besneeuwd winterlandschap waarin de twee overleden geliefden elkaar eeuwige trouw zweren.

COMMENTAAR

"Liebelei" wordt algemeen beschouwd als het hoogtepunt van de Duitse periode van Max Ophuls. Wie bovenstaande samenvatting van het verhaal leest kan zich dat wellicht moeilijk voorstellen. Het komt allemaal nogal dramatisch over. In de basis heeft het verhaal trouwens veel gemeen met "Letter to Brezhnev" (1985, Bernard). Twee jongens en twee meisjes ontmoeten elkaar. Er ontstaan twee stelletjes. Eén stelletje wil vooral een leuke tijd hebben (in dit geval Theo en Mizzi) en bij het andere stelletje (in dit geval Fritz en Christine) gaan de gevoelens veel dieper. Maar waar bij "Letter to Brezhnev" sprake is van twee matrozen die op een gegeven moment weer moeten inschepen, tapt Max Ophuls wel even uit een ander vaatje. Een duel met dodelijke afloop gevolgd door een zelfmoord. Het kan niet op.

In de films van Max Ophuls gaat het echter niet zozeer om het verhaal zelf, maar om de wijze waarop het verteld wordt. En die is briljant. Voordat ik hier enkele voorbeelden van noem, wil ik de gelegenheid aangrijpen om er op te wijzen dat het verhaal zich wel helemaal afspeelt in de "wereld van Max Ophuls". In de militaire kringen van Wenen rondom het einde van de 19e eeuw. Het verhaal deed mij ook denken aan "Het schot", een kort verhaal van Alexander Poesjkin. Ook daarin is sprake van een duel, net op het moment dat één van de duellisten daar vanwege een nieuwe relatie niet op zit te wachten (al is de aanleiding in dit geval niet een buitenechtelijke relatie maar volgens mij een gokschuld).

Dan nu enkele opmerkingen over de manier waarop het verhaal verteld wordt. In veel recensies wordt als voorbeeld van vertelkunst de manier opgevoerd waarop het duel in beeld (of eigenlijk juist niet in beeld) gebracht wordt. We zien twee koetsen door de sneeuw rijden en horen de scheidsrechter de spelregels van het duel uitleggen. Dan schakelt de camera over naar Theo en Mizzi, die op korte afstand de uitkomst van het duel afwachten. Terwijl zij in beeld zijn horen we een schot gevolgd door ...... een lang stilte. We weten dat de baron het eerste schot had, dus op het moment dat Theo zich afvraagt waar het tweede schot blijft weet de kijker al dat het fout zit.

Ongetwijfeld zit deze scene ingenieus in elkaar. Maar er zijn meer scenes waar ik de aandacht op zou willen vestigen. 
- Mooi vond ik ook de manier waarop het ontstaan van de relatie tussen Fritz en Christine in beeld gebracht wordt. In elkaars gezelschap vergeten ze letterlijk de wereld om zich heen. Dat begint al als Fritz na een avond boemelen Christine naar huis brengt. Hij heeft een opkomende hoofdpijn. Zij geeft hem een doekje met Eau de Cologne, hij geeft haar zijn officierspet. Bij het afscheid nemen is de pet geheel en al vergeten en blootshoofds loopt Fritz na de kazerne (wat hem later op een reprimande komt te staan). Helemaal erg wordt het als Fritz en Christine dansen op een wals uit de jukebox (die had je toen blijkbaar al). Ze gaan daar zo in op dat ze Theo en Mizzi helemaal vergeten. Die gooien aan het eind nog een muntje in het apparaat en verlaten giechelend het café.
- Niet mooi maar wel hartverscheurend is de scene waarin Christine het slechte nieuws te horen krijgt. Ze is net de boel aan het opruimen van het feestje van gisteravond, en met de slingers nog over haar schouders (zie afbeelding 3) hoort zij de boodschap aan. Zelden was zo'n intens verdriet van een gezicht af te lezen. Niet alleen verdriet om de dood van Fritz, maar ook om de onverdraaglijke gedachte dat zij misschien alleen maar een verzetje voor hem was (een gedachte waarvan alleen de kijker weet dat die niet waar is). 
- Dan tenslotte de (slot)scene waarin de overleden geliefden elkaar als geesten treffen boven een besneeuwd winterlandschap. Bij de bespreking van "Lilya 4-ever" (2002, Moodysson) noemde ik een soortgelijk einde "vergezocht". Hier grijpt de scene terug op een eerdere discussie die Fritz en Christine in datzelfde landschap hadden over de vraag wat nu precies "eeuwige liefde" inhoud. Zo kan hetzelfde idee in de ene film wel en in de andere film niet werken.

Tot nog toe heb ik in deze recensie betoogd dat het verhaal van de film redelijk eenvoudig is, maar dat de kracht van de film zit in de manier waarop dit verhaal verteld wordt. Kent het verhaal ook nog een moraal. Ja en nee, zou ik zeggen. De wereld van de starre militaire erecodes krijgt duidelijk een veeg uit de pan. Theo doet in de loop van de film een (vergeefse) poging het duel te voorkomen en schuwt daarbij krachtig taalgebruik niet: "Elk schot dat niet uit zelfverdediging is afgevuurd is moord", hij stuit slechts op onbegrip van zijn militaire superieuren.

Er is echter nog een andere verhaallijn, waarvan ik mij niet voor kan stellen dat Ophuls deze als een morele boodschap heeft bedoeld. In het begin van de film laat een collega van de vader van Christine, die in een orkest speelt, zijn belangstelling voor Christine blijken. Als aanbeveling laat hij daar op volgen dat hij nu toch zijn vaste aanstelling bij het orkest heeft. De vader antwoord dat zijn dochter een eigen wil heeft, en dat zijn vaste aanstelling hem in dat opzicht waarschijnlijk weinig zal helpen. Wat later is diezelfde collega op bezoek, en vraagt zich af of de vader niet ongerust is nu zijn dochter nog steeds niet thuis is. De vader antwoord daarop dat hij vroeger zijn jonge zuster tegen alle gevaren had beschermd, en dat zij nu een oude vrijster was geworden. Zonder het te beseffen, had hij haar ook beschermd tegen gelukkig worden. Na de zelfmoord van Christine moest ik aan deze dialoog terugdenken. De dialoog is er niet  toevallig, maar aan de andere kant kan ik mij ook niet voorstellen dat Ophuls bedoelde te zeggen dat de vader zijn dochter beter thuis had moeten houden. Wat mij betreft een open eindje aan deze film.

De acteurs en actrices werden voor deze film op een bijzondere manier uitgezocht. In de 4 hoofdrollen wilde Ophuls jonge, ambitieuze acteurs. De belangrijke bijrollen werden bezet door ervaren acteurs van naam. Deze casting pakt goed uit. Speciale vermelding verdienen Gustaf Grundgens als de in zijn eer aangetaste Baron von Eggersdorff en Magda Schneider als Christine. Leuk weetje is nog dat de dochter van Magda, actrice Romy Schneider, in 1958 nog eens dezelfde rol als  haar moeder zal spelen in de film "Christine" (Gaspard-Huit).

DATUM: 9 juli 2014

EIGEN WAARDERING: 9

Liebelei (1933) on IMDb


Reacties

DE REGISSEUR

Alexander Korda (1893 - 1956) werd geboren in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Na de Eerste Wereldoorlog was hij nauw betrokken bij de communistische regering, die kortstondig aan de macht was. Na de omverwerping van deze regering brak de "Witte terreur" uit, die voor Korda ten gevolge had dat hij enige tijd in de gevangenis zat. Na zijn vrijlating verliet hij Hongarije en verbleef sindsdien afwisselend in Wenen, Berlijn, Hollywood en Engeland. Het is dus moeilijk om hem aan een nationale filmindustrie toe te wijzen, maar zijn meest invloedrijke werk dateert toch wel uit zijn Engelse periode. Uit deze periode stammen onder andere de films "The private life of Henry VIII" (1933) en "Rembrandt" (1936). Beide films werden uitgebracht door zijn eigen maatschappij "London films", met de Big Ben als logo en beginscene.

HET VERHAAL

De film verteld het verhaal van de vele huwelijken van Henry VIII. De draad wordt opgepakt op het moment dat zijn tweede vrouw (Anna Boleyn) wordt onthoofd omdat ze zou zijn vreemdgegaan. Onmiddellijk daarna treedt Henry in het huwelijk met de jonge, onervaren (en niet al te slimme) Jane Seymour. Zij overlijdt bij de geboorte van hun zoon. Om politieke redenen trouwt Henry vervolgens met de Duitse prinses Anna von Kleef. Deze heeft weinig zin om het lot van haar voorgangsters te delen, en doet zich bewust onnozel onaantrekkelijk voor. Op deze manier weet zij Henry al snel te bewegen tot de begeerde echtscheiding. Echtgenote nummer 5 is de ambitieuze en veel jongere Katherine Howard. Gezien het leeftijdsverschil kan het bijna niet uitblijven dat zij een minnaar neemt, waardoor zij uiteindelijk het lot van Anna Boleyn deelt. De laatste echtgenoot Catherine Parr weet Henry te overleven. De inmiddels oudere Henry zit bij haar onder de plak en verzucht op het eind: "Six wives, and the best of them's the worst". De foto's bij deze recensie zijn van de echtgenotes 3,4 en 5. De laatste foto toont de geplaagde Henry zelf, onder de knoet van nummer 6.

HET COMMENTAAR

"The private life of Henry VIII" is gemaakt in een periode waarin Alexander Korda voornamelijk biografisch getinte films maakte. In 1934 zouden films over Catherina de Grote en Don Juan volgen, in 1936 zou de serie afgesloten worden met Rembrandt. Een vergelijking met het project van Aleksandr Sokurov, die verschillende films over 20e eeuwse dicators maakte, dringt zich op.

De film over Henry VIII was de eerste en de beste in de reeks. De film beperkt zich tot het huwelijksleven van Henry. Niet aan de orde komen de politieke ontwikkelingen van die tijd. Wie daar in geïnteresseerd is, kan zijn hart ophalen aan de boeken van Hilary Mantel ("Wolf Hall" en "Bring up the bodies", de periode die centraal staat in deze film zal worden behandeld in het anno 2013 nog niet verschenen "The mirror and the light"). Ook niet aan de orde komen de fricties tussen Henry VIII en het Vaticaan en de manier waarop hij zichzelf benoemt tot hoofd van de Anglicaanse kerk. Deze problematiek, die trouwens rechtstreeks in verband staat met zijn huwelijksleven (de Paus wilde geen toestemming geven voor echtscheiding), wordt behandeld in de film "A man for all seasons" (Fred Zinneman, 1966). Zoals gezegd beperkt de film zich dus tot het huwelijksleven van Henry, maar met betrekking tot dat onderwerp zit de vaart er goed in. Dat kan ook haast niet anders, als in een film van 97 minuten 4 huwelijken de revue moeten passeren.

Qua stijl vond ik de film veel lijken op "The hunchback of the Notre Dame" (Dieterle, 1939). Beide films spelen in de Middeleeuwen, de set van beide films is uitstekend verzorgd en (last but not least) in beide films speelt Charles Laughton de hoofdrol. Laughton weet Henry VIII neer te zetten als een egocentrische en toch ook wat tragische figuur.

Henry VIII heeft in deze film trekken van een despoot en een zonnekoning. Iemand die gewend is dat zijn wil wet is. Zoals gezegd begint de film met de onthoofding van Anna Boleyn wegens overspel. Hoewel dit niet expliciet in de film aan de orde komt zetten de historici inmiddels grote vraagtekens bij deze officiële reden. Was het niet veel meer vanwege het feit dat Anna misschien wel slimmer was dan Henry, of vanwege het feit dat ze hem geen zoon schonk? Veelzeggend is ook de scene waarin Henry zijn hovelingen tijdens de maaltijd wijst op de achteruitgang van de goede manieren. Hij doet dat terwijl hij aan een kippetje kluift en de botten achteloos achter zich neer gooit. Of wat te denken van de scene waarin Henry een grap vertelt en iedereen plichtsgetrouw begint te lachen. Tijdens deze verplichte lachsalvo begint de camera bij Henry zelf en beweegt zich vervolgens van hem af totdat we tenslotte in de keuken zijn aangekomen, en zelfs daar voelt de kok en het keukenpersoneel zich gedwongen aan de algehele vrolijkheid deel te nemen. Iemand die in zijn dagelijks leven zo weinig tegenspraak ontmoet, moet op een gegeven moment wel blind zijn voor pluimstrijkerij en andere vormen van manipulatie. Dat blijkt ook wel in de scene (één van de leukste van de hele film) waarin Anna van Kleef Henry weet te verleiden om toe te stemmen in een echtscheiding. Anna van Kleef werd trouwens (in wat mij betreft de beste bijrol van de film) gespeeld door Elsa Lanchester, de vrouw van Charles Laughton. Zij zou twee jaar later de hoofdrol spelen in "The bride of Frankenstein" (Whale, 1935).

Naast zonnekoning heeft Henry VIII echter ook zijn tragische kant. In de gaten gehouden door zijn hofhouding en onder druk gezet door het volk dat een troonopvolger verwacht, voelt hij zich keer op keer gedwongen een huwelijk aan te gaan. Hoe dit zich nu precies verhoudt met het feit dat Jane Seymour hem een zoon gegeven heeft, wordt nergens in de film echt helemaal duidelijk. Waarschijnlijk vond men in de Middeleeuwen één troonopvolger een wat wankele basis. Eerder in deze recensie vergeleek ik Henry VIII met "The hunchback of the Notre Dame". Hierop voortbordurend kunnen we constateren dat Esmeralda uiteindelijk aan Quasimdo voorbij ging en hij alleen achterbleef. Henry VIII daarentegen had maar liefst 6 echtgenotes, maar erg veel gelukkiger kunnen we zijn verhouding met het vrouwelijk geslacht niet noemen. "Six wives, and the best of them's the worst".

DATUM: 26 oktober 2013

EIGEN WAARDERING: 9

The Private Life of Henry VIII. (1933) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Jean Vigo, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Juliette (Dita Parlo) is pas getrouwd met binnenvaartschipper Jean (Jean Dasté) (afbeelding 1). Tijdens hun wittebroodsweken komen diverse spanningen boven water (afbeelding 2).

COMMENTAAR

L'Atalante (1934) is de enige lange film die Vigo maakte, en tevens zijn magnus opus. Enkele maanden na de voltooing overleed hij op jonge leeftijd. Mij heeft de film altijd aangetrokken vanwege het beroep van de hoofdpersoon. Toen ik nog jong was, wilde ik geen politieagent of astronaut worden, maar binnenvaartschipper. Het leek me een relaxed leven, wat in de praktijk waarschijnlijk behoorlijk tegenvalt. Hoe dan ook, in de jaren '30 en '40 zagen ook regisseurs de poëzie van dit beroep in. Naast "L'Atalante" kan bijvoorbeeld ook "Unter den brucken" (1945, Helmut Kautner) worden genoemd.

L'Atalante ontleent zijn status natuurlijk niet alleen aan het beroep van de hoofdpersoon. De film lijkt op het eerste gezicht vrij recht toe recht aan een simpel verhaal te vertellen, maar bij nadere beschouwing blijken er diverse lagen onder te zitten. Deze nadere beschouwing kon overigens pas plaatsvinden vanaf 1990, toen een gerestaureerde "director cut" op de markt verscheen. Voor die tijd had de filmmaatschappij flink in de film gesneden, zogenaamd om hem "commercieel aantrekkelijker" te maken.

Om met het simpele verhaal te beginnen, in de openingsscene zien we bruid en bruidegom de kerk uit komen. In plaats van een feest volgt een flinke wandeling door het veld richting het schip van de bruidegom. Uit de conversatie binnen de stoet leren we dat de bruid nog nooit buiten haar eigen dorp is geweest. Daar zal snel verandering in komen want hangend over een soort zwenkarm gaat ze via een sierlijke boog aan boord en worden de achterblijvers uitgezwaaid.

Al snel wordt echter de jaloezie van de schipper / bruidegom gewekt als zijn vrouw naar zijn mening te veel omgaat met de oudere scheepsmaat père Jules (Michel Simon). Ook het afmeren in Parijs wordt een teleurstelling c.q. bron van conflicten. Eerst kan het bruidspaar de stad niet in omdat père Jules van boord is gegaan (en het schip niet alleen gelaten kan worden). Daarna onderbreekt Jean een bezoek aan een danshal als zijn vrouw naar zijn mening teveel ingaat op het geflirt van een goochelende snuisterijenverkoper. Als zijn vrouw vervolgens op eigen houtje Parijs in gaat, is de maat vol en wordt (zonder haar terugkomst af te wachten) het anker gelicht en koers gezet richting Le Havre.

Onder de oppervlakte is meer aan de hand dan alleen maar een jaloerse echtgenoot. Voor de vrouw staat père Jules symbool voor het ruige leven. Hij mag dan nu hulpje zijn op een binnenvaartschip, in zijn jonge jaren was hij een echte zeebonk, die alle wereldzeeën afzworf. Zijn kajuit, die hij in een keyscene vol trots aan Juliette laat zien, staat volgepropt met trofeeën uit die tijd. De goochelaar / verkoper met zijn gladde praatjes daarentegen staat model voor de verfijnde wereld van Parijs. Wat dat betreft is er een duidelijke relatie tussen de goochelaar / verkoper en "de vrouw uit de stad" in "Sunrise" (1927, F.W. Murnau). Waar in laatstgenoemde film vooral de man wordt verleid door de dwaallichten van de grote stad, is dat hier vooral de vrouw. Het principe blijft echter hetzelfde. In haar eentje achtergelaten in Parijs verliest de stad echter al snel veel van zijn charmes. In een opmerkelijke scene worden beelden van Jean (alleen in zijn kajuit denkend aan Juliette) en Juliette (alleen in een hotelkamer denkend aan Jean) met elkaar afgewisseld. Zie clip. Na de ruige wereld van de zeebonk en de mondaine wereld van de Parijse verkoper komt Juliette uiteindelijk toch terug bij haar saaie binnenvaartschipper.

Naast verschillende mannen die verschillende werelden representeren is er in de film ook nog een laag die draait om de tegenstelling tussen realisme en magie. Tot nu toe ben ik deze tegenstelling voornamelijk tegengekomen in films met een religieus thema waarin het protestantisme (realisme, doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg) werd afgezet tegen de magie van het katholicisme. Meest bekende voorbeeld is natuurlijk "Fanny en Alexander" (1982, Bergman). De link tussen magie en een goochelaar is snel gelegd, maar eigenlijk is de figuur van père Jules in dit opzicht veel belangrijker. In een komische scene draait hij met zijn vinger over een plaat, en telkens als hij dat doet begint er muziek te spelen. Later zoomt de camera uit en zien we dat zijn jonge hulpje hem in de maling neemt door telkens als hij met zijn vinger over de plaat gaat accordeon te gaan spelen. Een geïrriteerde père Jules valt naar hem uit en zegt dat hij nog niet droog is achter zijn oren en totaal niet weet wat er allemaal nog meer is tussen hemel en aarde. Gelijk heeft hij. De reeds genoemde kajuit van père Jules heeft, met al zijn parafernalia, ook wel wat weg van de magische rommelzolder van oom Isak in "Fanny en Alexander".

Uiteindelijk ontdekt zelfs de nuchtere Jean de magie. In het begin van de film heeft Juliette hem verteld dat als je onder water je ogen dicht doet, je je geliefde ziet. Jean reageert sceptisch (hij ziet niets als hij zijn kop in een emmer water duwt). Tot wanhoop gedreven door de afwezigheid van Juliette neemt hij aan het eind van de film een duik in het kanaal en ... inderdaad (zie clip).

DATUM: 3 juni 2017

EIGEN WAARDERING: 9

L'Atalante (1934) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Leo McCarey, zie de recensie van "Indiscreet" (1931).

HET VERHAAL

Barkley (Victor Moore) en Lucy (Beulah Bondi) Cooper zijn een stel op leeftijd, waarvan de man werkloos is geworden en moeilijk aan de bak komt. Financieel gaat het dan ook niet goed en op een gegeven moment gaat de bank hun huis verkopen. Ze hebben een half jaar de tijd om maatregelen te nemen maar, vanwege schaamte, zeggen ze het pas op het laatste moment tegen hun kinderen. Goede raad is dan duur en besloten wordt dat twee van de kinderen elk één ouder in huis nemen. Er is eigenlijk maar één kind dat ruimte genoeg heeft voor alle twee, maar die moet dit nog wel overleggen met haar man.

Die man voelt er niets voor, zodat de twee echtgenoten vooralsnog gescheiden blijven. Ook dat levert echter steeds meer problemen op. De oudjes ontwrichten (onbedoeld) het huishouden van hun kinderen. Veelzeggend is de scene waarin haar schoondochter Anita bridge-les geeft om een centje bij te verdienen, en Lucy op een krakende schommelstoel gaat schommelen. Veelzeggend is ook de scene waarin Lucy en Anita botsen over de opvoeding van kleindochter Rhoda ("Jij hebt 5 kinderen grootgebracht, zou je mij nu alsjeblieft de ene dochter die ik heb groot willen laten brengen?").

Ondertussen houden Lucy en Barkley de hoop levend dat Barkley snel weer een baantje vindt zodat ze weer bij elkaar kunnen wonen. Als kleindochter Rhoda haar grootmoeder voorzichtig op de realiteit probeert te wijzen ontspint zich de volgende veelzeggende discussie.

Rhoda Cooper: Why don't you face facts, Grandma?
Lucy Cooper: Oh, Rhoda! [Pats her hand]
Lucy Cooper: When you're seventeen and the world's beautiful, facing facts is just as slick fun as dancing or going to parties, but when you're seventy... well, you don't care about dancing, you don't think about parties anymore, and about the only fun you have left is pretending that there ain't any facts to face, so would you mind if I just went on pretending?

Niet alleen Lucy zet de boel op stelten, ook Barkley slaagt daar aardig in. Als hij dan op een gegeven moment verkouden wordt, ziet zijn dochter Cora haar kans schoon. Barkley moet naar het warme Californië, naar zijn andere dochter, dat is veel beter voor zijn gezondheid. Lucy heeft inmiddels door dat ze waarschijnlijk nooit meer met Barkley herenigd wordt en dat ze het gezin van haar zoon tot last is. Bovendien heeft ze al discussies opgevangen over een "nursing home". Zij besluit haar zoon een lastige discussie te besparen en begint zelf over het onderwerp.

Voordat Barkley naar Californië gaat en Lucy naar het nursing home treffen de twee elkaar nog eenmaal in New York (waar Barkley al die tijd al logeerde). Hier begint het "sprookjes gedeelte" van de film. De twee oudjes bezoeken de plekken waar ze 50 jaar geleden, op huwelijksreis, ook zijn geweest. Als ze dit aan de receptionist van het hotel vertellen leidt dit tot één van de mooiste scenes van de film. Ze worden als twee eregasten onthaald. Als ze een dansje willen wagen is de orkestleider zo attent het tempo van de muziek te verlagen. Zie de twee afbeeldingen bij deze recensie. 

Maar aan alle sprookjes komt een eind en aan het slot van de film nemen ze afscheid van elkaar bij de trein die Barkley naar Californië zal brengen. Uiteraard zal hij daar snel een baantje hebben gevonden. Would you mind if we just went on pretending?

COMMENTAAR

"Make way for tomorrow" is een prachtige film. Orson Welles schijnt een keer over deze film gezegd te hebben: "It would make a stone cry". De vergelijking met "Tokyo Story" (Ozu, 1953) dringt zich op. Ook daar kinderen die er niet in slagen tijd vrij te maken voor hun ouders. Verschil is wel dat het daar ouders betreft die een weekje op bezoek komen, en niet ouders die permanent hun intrek nemen. Bij deze film heb je de indruk dat de kinderen echt hun best wel doen, maar dat de maatschappij (ook die van 1937) niet langer was ingesteld op huishoudens van 3 generaties.

Tot slot verdient het spel van de hoofdrolspelers een pluim. Victor Moore was 61 toen hij Barkley speelde. Beulah Bondi was nog geen 50 toen ze Lucy speelde. Beiden spelen personages van in de 70 (in die tijd was dat heel oud) en weten de mimiek en motoriek heel treffend te raken.

DATUM: 11 mei 2013

EIGEN WAARDERING: 9

Make Way for Tomorrow (1937) on IMDb



Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Marcel Carné, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Jean (Jean Gabin) is een gedeserteerde soldaat die via Le Havre naar het buitenland wil vluchten. Op zoek naar een valse identiteit en een schip waarop hij kan aanmonsteren loopt hij Nelly (Michèle Morgan) tegen het lijf. De opbloeiende liefdesverhouding maakt het vluchten er niet makkelijker op.

COMMENTAAR

Enige tijd geleden las ik een boek over de "London Fog" (2015, Christine Corton). Het boek ging niet alleen in op de gevolgen van de fog voor de gezondheid van de Londenaars, maar ook op de invloed op allerlei kunstvormen. Denk hierbij aan de literatuur van Charles Dickens, maar bijvoorbeeld ook aan een film als "The lodger" (1927, Alfred Hitchcock). Volgens het boek kon "fog" in de kunst meerdere dingen betekenen: symbool van de verloedering van de samenleving, dekmantel voor de misdaad, perfecte gelegenheid voor overspelige koppels.

Het lijkt wel of Christine Corton bij het schrijven van haar boek niet alleen aan Londen heeft gedacht, maar ook aan de hier besproken film van Marcel Carné. Alle in bovenstaande alinea genoemde associaties met mist en nevel komen namelijk terug in "Le quai des brumes". De mist zelf wordt overigens prachtig in beeld gebracht door cameraman Eugen Schufftan. Met het sombere "Le quai des brumes" (1938) en het al even donkere "Le jour se lève" (1939, de optimistisch klinkende titel is een schijnbeweging) maakte Marcel Carné een vliegende start met zijn carrière. Een carrière die in haar verdere verloop films van wisselende kwaliteit zou opleveren. De credits van de twee genoemde films dient dan ook niet alleen naar Carné te gaan, maar ook naar het team om hem heen. Dit bestond uit hoofdrolspeler Jean Gabin, scenarioschrijver Jacques Prévert en componist Maurice Jaubert. Cameraman Eugen Schufftan zou in "Le jour se lève" ontbreken.

Wat opvalt aan het scenario is de afwisseling van pure spreektaal en meer literair getinte zinnen. Normaal gesproken hou ik daar niet zo van. De dialogen dienen of natuurlijk te zijn, of (wat bij Shakespear verfilmingen nogal eens voorkomt) duidelijk gekunsteld. Iets er tussenin werkt meestal niet. Het knappe van het scenario van "Le quai des brumes" is dat het hier wel werkt. Met een aantal rake dialogen wordt desserteur Jean meteen in het begin neergezet als een getormenteerde ziel. Bijvoorbeeld door de dialoog met de vrachtwagenchauffeur waarmee hij meelift naar Le Havre.

Iemand doodschieten lijkt zo gemakkelijk, net als op de kermis.
Je schiet, er volgt een schreeuw, iemand grijpt naar zijn maag en trekt een raar gezicht.
Daarna wordt zijn hand rood en valt hij op de grond.
Je bent weer alleen, en niets is meer hetzelfde.

In zijn eerste gesprek met Nelly (het gaat over het al of niet bestaan van echte liefde) merkt deze op een gegeven moment op:

Waarom lach je de hele tijd?
Het is geen echte lach, het is een trieste lach!

Vervang trieste lach door cynische lach, en ik ben het met Nelly eens.

Al snel wordt ons duidelijk dat ook Nelly een paar psychische schrammen en builen heeft opgelopen. Met z'n tweeën staan Nelly en Jean een beetje buiten het verdere leven in Le Havre. Dit wordt een paar keer mooi in beeld gebracht. Bijvoorbeeld als Jean en Nelly samen weglopen uit het vervallen havencafé (afbeelding 1) of als ze samen aan een tafeltje zitten in een verder verlaten kermis (afbeelding 2, wat moeilijk te zien). 

Dat ze outcasts zijn in Le Havre is overigens niet iets waar Jean en Nelly zich voor moeten schamen. Het leven in deze stad bestaat vooral uit bedrog en achterklap, waarbij kruimelcriminelen het hoogste woord hebben. Voeg hier aan toe: de wens van Jean om te vluchten voor de oorlog, een café waarin van alles geregeld wordt, de liefde voor een vrouw die hem het vluchten moeilijk maakt en alle elementen van "Casablanca" (1942, Michael Curtiz) zijn eigenlijk al in "Le quai des brumes" aanwezig. Ook het karakter van de hoofdoersoon in Casablanca (Rick Blaine gespeeld door Humphrey Bogart) die een grote (lees: cynische) mond heeft maar een klein (lees: romantisch) hartje zien we in de persoon van Jean (Jean Gabin) al terug.      

 

DATUM: 24 juni 2017

EIGEN WAARDERING: 9

Menschen in de mist (1938) on IMDb





Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Marcel Carné, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina

HET VERHAAL

Francois (Jean Gabin) heeft een crime passionel gepleegd en zich opgesloten in de zolderkamer van het hotel. De politie heeft het hotel omsingelt. In de uren voordat de politie tot actie overgaat overdenkt hij de gebeurtenissen die tot zijn misdaad hebben geleid.

COMMENTAAR

In het begin van de film loopt arbeider Francois bloemenmeisje Francoise (Jacqueline Laurent) tegen het lijf, die een bloemetje komt afleveren voor de vrouw van de directeur. Ze raken aan de praat en er ontstaat een klik. In haar portrettering van het leven van een fabrieksarbeider zou "le jour se lève" in principe prima passen in het Engelse "social realism" van pakweg 20 jaar later (bijvoorbeeld "Saturday night and sunday morning" (1960, Karel Reisz)). Op de achtergrond figureert prominent een fabrieksgebouw, de arbeiders zijn bezig met hun (ongezonde) werk en houden een air op van nonchalante stoerheid (één van de arbeiders drinkt tijdens het werk melk van koeien die veel druiven hebben gegeten, oftewel wijn). Als de dag er op zit gaan ze op de fiets naar huis.

Hoewel Francois gedurende de hele film een vervelend, werkgerelateerd kuchje houdt, staat al snel niet meer het fabrieksleven maar de romantiek centraal. Francois fietst dan ook al vroeg in de film na afloop van zijn werkdag niet meer naar huis, maar naar Francoise. Hierbij wordt de romantiek vrijpostiger en ongecompliceerder in beeld gebracht dan in een Amerikaanse film uit dezelfde tijd denkbaar zou zijn geweest. In een scene waarin Francois Francoise opzoekt op haar werk is er een kleine vrijage in de kas waarbij de handen van Francois dicht bij de borsten van Francoise komen (figuur 1b, let ook op de mooie belichting van figuur 1a). Een Amerikaanse regisseur had hier, voorzichtigheidshalve, waarschijnlijk voor de heupen gekozen.

De romantiek wordt een stuk minder ongecompliceerd als de varieté artiest Valentin (Jules Berry) en zijn assistente Clara (Arletty) ten tonele verschijnen. Er ontstaat een heuse vierhoeksverhouding, waarin in elk geval beide mannen een relatie hebben c.q. nastreven met beide vrouwen. Vreemd genoeg is het niet zozeer de man - vrouw verhoudingen die de film in dit gedeelte interessant maken, maar meer de vergelijking van de twee mannen / twee vrouwen met elkaar.

Op het eerste gezicht is Francoise de jonge en naiëve vrouw, terwijl de cynische Clara veel meer door de wol geverfd is. Dat is waar voor zover het gaat om de waarnemingen. Clara kijkt dwars door beide mannen heen terwijl Francoise zich een rad voor ogen laat draaien door de vlotte babbel van Valentin. Waar het echter gaat om wensen, is het beeld een stuk minder duidelijk. Daar lijkt het veel meer Clara te zijn die voor de echte romantische liefde gaat, terwijl Francoise het feit wat een man haar ecomisch te bieden heeft (lijkt te hebben) zwaarder laat meewegen.

Het onderscheidt bij de mannen is duidelijker. Aan de ene kant Francois als man van weinig woorden, eerlijk en recht door zee. Aan de andere kant de babbelzieke Valentin van wie je je afvraagt of je hem een bluffer of een fantast moet noemen (voor de eerste karakterisering lijkt hij net teveel geloof te hechten aan zijn eigen praatjes).

Tijdens de film kijkt Francois in zijn zolderkamertje terug op de afgelopen periode. Wat dat betreft is "Le jour se lève" de perfecte flashbackfilm. Gedurende de film keert de camera een paar maal terug in het zolderkamertje (figuur 3a en 3b) en wat opvalt is de manier waarop Jean Gabin deze scenes in zijn eentje weet te dragen. Ondertussen ontstaat zowel in de zolderkamer als in de bovenkamer van Francois een steeds grotere chaos. Let voor wat betreft de zolderkamer op de spiegel (vaak gebruikt als symbool voor introspectie in een film) en het pluche beertje (figuur 2, 3a en 3b, herinnering aan Francoise). Voor wat betreft de bovenkamer lijkt het zelfverwijt dat hij zich toch het hoofd op hol heeft laten bregen door de praatjes van die nietsnut Valentine Francois diep te raken.

DATUM: 24 juni 2017

EIGEN WAARDERING: 9

De dag breekt aan (1939) on IMDb

Reacties

OVER DE REGISSEUR

De carrière van Ernst Lubitsch (1892 - 1947) speelt zich bijna helemaal af in de Verenigde Staten. Hij vertrok dan ook al in 1922 naar dit land, en werd dus meer aangetrokken door Hollywood dan dat hij op de vlucht was voor de Nazi's. Wat zijn vertrek naar de VS aangaat was hij een tijdgenoot van de Scandinavische regisseurs Sjöström en Stiller. Zijn Amerikaans avontuur was echter aanmerkelijk succesvoller. Grappig detail is dat in de hierna te bespreken film "Ninotchka" de hoofdrol wordt gespeeld door Greta Garbo, een actrice die samen met Stiller naar Amerika kwam.

Lubitsch specialiseerde zichzelf in comedy's en ontwikkelde wat in de filmwereld wel genoemd werd de "Lubitsch touch". Wat daarmee precies bedoeld wordt heb ik nooit begepen maar ik noem het maar de kunst van het weglaten. Net zoals Jacques Tourneur met betrekking tot horror ontdekte dat het soms enger kan zijn iets te suggereren dan het te laten zien, ontdekte Lubtisch iets soortgelijks met betrekking tot comedy. Het woord "enger" moet dan uiteraard vervangen worden door "leuker". Aangezien het hoogtepunt van Lubitsch carrière ligt in de jaren van de "production code" en elke expliciete verwijzing naar sex ten strengste was verboden, moest er in een relatiekomdie ook vaak veel worden weggelaten en vervangen door toespelingen in de dialoog. Bij Lubtisch wordt dat echter nergens platvloers. Daarvoor waren zijn tekstschrijvers te goed. In "Ninotchka" werd het script bijvoorbeeld verzorgd door Billy Wilder.

OVER DE FILM, DEZE ALINEA VERTELT HET VERHAAL VAN DE FILM

Drie Russische kameraden (Iranov, Buljanov en Koplasky, mij doen ze in de film denken aan de Marx brothers) komen naar Parijs om daar juwelen, die na de Russische revolutie in beslag zijn genomen van de adel, te verkopen. Al snel zijn ze in de ban van het Parijse nachtleven. Dit wordt geïllustreerd door de clip, waarin ze de bloemtjes buiten zetten. Over de kunst van het weglaten gesproken!

De communistische partij heeft in de gaten dat de missie niet helemaal goed verloopt, en stuurt speciaal afgezand Nina Ivanovna (Ninotchka) Yakushova (gespeeld door Greta Garbo). Deze zakelijke dame stelt orde op zaken. Wel ontstaat er een rechtzaak tegen een gravin, die gevlucht is uit Rusland en stelt dat de juwelen nog steeds haar eigendom zijn. Gedurende de voorbereidingen voor deze rechtzaak ontmoet Ninotchka de minnaar van de gravin (Leon gespeeld door Melvyn Douglas), die als een blok voor haar valt. Hij haalt alles uit de kast, en het lukt hem zowaar Ninochka te "ontdooien". Dat begint met een, eerst nog heimelijke, voorliefde voor een frivool hoofddeksel (afbeelding 1). Niet lang daarna is deze voorliefde niet zo heimelijk meer en bloeit de romance met Leon op (afbeelding 2). Nu begrijpt ze ook beter waarom Iranov, Buljanov en Kopalsky bezweken zijn. Sterker nog, eenmaal terug in Moskou, komen de vier af en toe bij elkaar om samen weg te zwijmelen bij de herinneringen aan hun Parijse tijd (afbeelding 3).

ANALYSE

De film is een politieke satire, met de nadruk op satire. Niet dat er tussendoor geen politieke noten gekraakt worden. Wat te denken van de oneliner van Ninotchka naar aanleiding van een discussie over de showprocessen van Stalin, "Er zullen minder, maar betere Russen zijn". Scherp maar op het kantje. Overigens krijgt ook het kapitalisme soms een veeg uit de pan. Zo begint Leon zich pas naar aanleiding van discussies met Ninotchka af te vragen of het wel zo gewoon is dat hij een butler heeft die altijd voor hem klaar staat.

De nadruk ligt echter, als gezegd, op de satire. Op het langzaam opbloeien van de romance tussen de flierefluiter / charmeur Leon en Ninotchka, die het bij aankomst in Parijs alleen maar wil hebben over de tonnen staal en km asfalt uit het vigerende 5 jarenplan. Voor Garbo was een rol in een comedy uitzonderlijk. Meestal speelde ze in ernstiger type films. De marketing bracht de film dan ook destijds aan de man met de slogan "Garbo laughs!". Ze brengt het er goed van af, maar toch was het einde van haar carrière nabij. Na "Ninochka" zou ze nog "Two faced woman" (1941) maken, ook een comedy en ook met Melvin Douglas als haar tegenspeler. Deze film werd aanmerkelijk minder goed ontvangen.

DATUM: 10 oktober 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Ninotchka (1939) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie in het werk van Hitchcock, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

"Rebecca" was de eerste film van Alfred Hitchcock in Amerika. Hij was door producer David O. Selznick naar Amerika gehaald om de opvolger van het succesvolle "Gone with the wind" (1939) te maken. Geen geringe taak! Rebecca is de verfilming van een boek van Daphne du Maurier. Het was niet de enige keer dat Hitchcock werk van deze schrijfster zou verfilmen. Voorafgaand aan Rebecca had hij reeds "Jamaica Inn" (1939) verfilmd en later zou dit nog gevolgd worden door "The birds" (1963). Wel nieuw voor Hitchcock was de verhouding tussen producer (Selznick) en director (Hitchcock), zoals die in de Amerikaanse filmindustrie gold. Selznick verplichte Hitchcock, zeer tegen zijn zin, tot een practisch letterlijke verfilming van het verhaal. Wellicht mede hierdoor viel hij terug op de expressionistische stijlkenmerken (o.a. werken met schaduwen) uit het begin van zijn Engelse periode, om toch iets van een eigen stempel op de film te kunnen drukken.

Het verhaal heeft veel overeenkomsten met "Vertigo" (1958). In beide gevallen gaat het om een tweede vrouw. In beide gevallen is de eerste vrouw door de echtgenoot vermoord. Althans dat is zo in het boek. In de film "Rebacca" is er sprake van een ongeluk, aangezien de producer op dit punt de letterlijke verfilming van het boek niet door de Hays commissie (de censuur) kon krijgen. En, niet in de laatste plaats, worden in beide gevallen pogingen ondernomen om de tweede vrouw te styleren naar het beeld van de eerste vrouw. Opvallend is ook dat in beide films de 2e vrouw (lange tijd) geen eigen naam heeft. In "Rebecca" wordt ze steeds aangeduid als "Ik", omdat het verhaal in voice over vanuit haar perspectief verteld wordt. In "Vertigo" heet ze in het begin, net als de eerste vrouw,  "Madeleine", omdat er lang sprake is van een persoonsverwisseling. Pas als deze persoonsverwisseling uit de wereld is krijgt de 2e vrouw in Vertigo een eigen naam.

Met name op het laatste punt lopen de verhalen echter tevens uiteen. In "Vertigo" is de bron die de 2e vrouw wil omvormen tot de 1e vrouw een mannelijke fantasie. Daarmee is "Vertigo" meer een psychologische thriller. In "Rebecca" is echter veel meer sprake van een "haunted house", waarin de geest van de 1e vrouw nog rondhangt. "Rebecca" is daarmee veeleer een voorbeeld van Gothic horror. 

Met name de rol van de huishoudster Mrs Danvers (gespeeld door Judith Anderson) moet in dit verband genoemd worden. Meer nog dan de sterren Joan Fontaine (2e vrouw) en Laurence Olivier (echtgenoot Maxim de Winter) bepaalt zij de sfeer van de film.  Zij verplaatst zich haast geruisloos door het huis (afbeelding 3), en lijkt zo meer op de respresentant van de geest van het huis dan op een personage van vlees en bloed. Zij gaat aan het eind van de film ook samen met het huis ten onder. Gedurende de film laat zij niet na  om de 2e vrouw te vergelijken met Rebecca en haar goed te laten voelen dat deze vergelijking niet in haar voordeel uitvalt. Mrs de Winter (2e vrouw) wordt hier heel nerveus en onzeker van. Een onzekerheid die Joan Fontaine goed in haar spel tot uitdrukking weet te brengen. Het verhaal gaat dat Laurence Olivier, die liever zijn geliefde Vivien Leigh als tegenspeler had gezien, Joan Fontaine op de set treiterde en dat Alfred Hitchcock dat oogluikend toeliet in de veronderstelling dat dat het spel van Joan Fontaine ten goede zou komen.

Bij deze recensie treft men een videoclip aan waarin Mrs de Winter (2e vrouw) de slaapkamer van Rebecca binnensluipt en verkent. Zij is daarbij inderdaad zeer onzeker, ze gedraagt zich bijna als een stout kind. Verder zijn in deze clip te zien het spookachtige aan de verschijning van de huishoudster Mrs Anvers en het gebruik van schaduwen. Dat de clip geen ondertiteling kent is hierbij geen nadeel.

DATUM: 16 augustus 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Rebecca (1940) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een introductie op het werk van Orson Welles, zie het openingsartikel van de hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

"The magnificent Ambersons" is de eerste film die Welles maakte na zijn debuut met "Citizen Kane" (1941). De film is in de post production fase (in afwezigheid van Welles) flink verminkt. Hierdoor heeft de film later welhaast een mythische status gekregen. Was de film net zo'n meesterwerk als "Kane"? Hoe zou de carrière van Welles zijn gelopen als de film in zijn oorspronkelijke staat was uitgebracht? Allemaal vragen waarop we het antwoord nooit zullen weten. We zullen het moeten doen met de film in zijn huidige (gerestoreerde) vorm, wetende dat sommige scenes voorgoed verloren zijn gegaan en dat de continuïteit van het verhaal daar (zeker in het tweede deel) onder lijdt. Dit in acht nemend is deze film, zelfs in zijn verminkte vorm, nog een juweeltje.

"The magnificent Ambersons" kan worden gezien als het Amerikaanse equivalent van "Il gattopardo" (1963) van Visconti. Ook hier de confrontatie tussen oud en nieuw geld. In dit geval in de context van de opkomst van de auto-industrie. Verschil met "Il gattopardo" is wel dat de hoofdpersoon daar een patriarch is die begrijpt dat je niet zozeer de confrontatie moet aangaan maar juist de coalitie moet zoeken. Hij arrangeert dan ook een huwelijk van zijn neef met "nieuw geld". In "The magnificent Ambersons" is het precies andersom. Hoofdpersoon is hier de rebelse kleinzoon George Minafer Amberson (gespeeld door Tim Holt) die juist ten kosten van alles wil voorkomen dat zo'n huwelijk plaatsvindt. Het gaat in dit geval om een huwelijk tussen zijn moeder, die weduwe is geworden, en haar jeugdvriendje, die het inmiddels als industrieel gemaakt heeft. Reden is dat George de nieuwe rijken maar plat en ordinair vindt.

George sluit liever zijn ogen voor de veranderende wereld om hem heen, totdat dat echt niet meer kan. In de slotscene loopt een inmiddels berooide George door de buitenwijken van de sterk gegroeide stad voor het laatst naar het buitenhuis van de familie. Het kapitaal is weg en de villa wordt verkocht. Zoals de verteller (Welles zelf) opmerkt: "George finally has got his commeuppance (terechtwijzing)".

DATUM: 28 september 2012

EIGEN WAARDERING: 9

The Magnificent Ambersons (1942) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Robert Stevenson (1905 - 1986) werd geboren in Engeland, maar ging al in het begin van zijn carrière (1940) naar de VS. Aan het eind van zijn loopbaan (de jaren '60 en '70) maakte hij maar liefst 19 films voor de Disney company. De bekendste daarvan is ongetwijfeld "Mary Poppins" (1964). Een bekende film uit zijn vroege Amerikaasen periode is "Jane Eyre" (1943).

HET VERHAAL

Na een harde (om niet te zeggen meedogenloze) opvoeding in een kostschool (afbeelding 1) trekt de wees Jane Eyre (Joan Fontain) de wijde wereld in, op zoek naar een baan als gouvernante. Ze komt terecht in het huis van de excentrieke Edward Rochester (Orson Welles), die een vreselijk geheim met zich mee draagt.

COMMENTAAR

Het werk van de gezusters Brontë wordt gerekend tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur. Ik kende "Wuthering heights" (1847) van Emily Brontë waarin de romantiek overheerst. "Jane Eyre" (1847) van zus Charlotte Brontë bevat echter elementen van Gothic horror en haunted house en ik moet eerlijk bekennen dat ik daar in eerste instantie niet zo op bedacht was.

Regisseur Stevenson weet de sfeer van het verhaal echter uitstekend te treffen, en maakt er een perfecte zondagmiddagfilm van (en dat is zeker niet denigrerend bedoeld). Hij doet dit door:

- Zowel de buitenscenes (de Engelse moors gehuld in een dikke mist) als de binnenscenes (spel van licht en donker als personen bij kaarslicht door donkere ruimtes lopen) een onheilspellend karakter te geven.
- Het spel van aanttrekken en afstoten tussen Jane Eyre en Edward Rochester perfect te timen. Zo is er ontegenzeggelijk een sensuele onderstroom aanwezig als Jane in de kennismakingsscene het voetenbad van Edward bijvult met warm water. Meer in het algemeen werkt de combinatie van het subtiele spel van Joan Fontain en de wat grotere gebaren van Orson Welles (één van zijn beste rollen als acteur) in deze film bijzonder gelukkig uit.

Zonder regisseur Stevenson te kort te willen doen, moet worden opgemerkt dat hij op diverse terreinen wel zeer deskundige hulp tot zijn beschikking had. Wat te denken van:

- Aldous Huxley die het script schreef.
- Bernard Herrmann die de filmmuziek voor zijn rekening neemt.
- Orson Welles die het vast niet kon laten om tussen de bedrijven door regie-adviezen te geven.

Dit laatste is natuurlijk niet meer dan speculatie mijnerzijds, maar de imposante schouw van Thornfield Hall, die zo weggelopen lijkt uit Xanadu ("Citizen Kane" (1941, Welles)), kan toch geen toeval zijn?

Opmerkelijk zijn de overeenkomsten met "Rebecca" (1940, Alfred Hitchcock), en dan heb ik het niet alleen over het feit dat "Jane Eyre" dezelfde vrouwelijke hoofdrolspeelster heeft (Joan Fontain) en dezelfde camaraman (George Barnes), maar veel meer over de overeenkomsten in het verhaal en de sfeer. Wat betreft het verhaal gaat het in beide gevallen om een romance waarbij de vorige vrouw van de man op wel zeer mysterieuze wijze roet in het eten gooit. De sfeer is in beide gevallen sinister, hoewel "Jane Eyre" wat mij betreft een schakering zwarter is dan "Rebecca". Dat klinkt ook een beetje door in de namen van de landgoederen waar het verhaal zich afspeelt. "Manderley" ("Rebecca") klinkt toch wat vriendelijker dan "Thornfield Hall" ("Jane Eyre"). Overigens branden beide landgoederen aan het eind van de film af (nog een overeenkomst). 

Alle hulp van andere deskundigen en alle overeenkomsten met "Rebecca" ten spijt, ere wie ere toekomt. William Wyler maakte in 1939 met zijn "Wuthering heights" de standaardversie, waar alle latere verfilmingen van het boek tegen werden afgezet. Misschien minder bekend, maar op dezelfde wijze zet Robert Stevenson in 1943 de standaard voor "Jane Eyre".

DATUM: 10 juni 2017

EIGEN WAARDERING: 9

Jane Eyre (1943) on IMDb



Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Carl Theodor Dreyer, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina. "Vredens dag" was, na de commerciële mislukking van "De passie van Jeane d'Arc" (1928) en "Vampyr" (1932), de eerste lange film van Dreyer in 10 jaar.

HET VERHAAL

Het verhaal speelt zich af in het Denemarken van 1623, waar de heksenvervolging nog welig tiert en weinig is te merken van het doorbreken van de verlichting. We maken kennis met Absalon, een al wat oudere dorpspriester die zich beroepshalve met heksenprocessen bezig houdt. Het eerste half uur van de film wordt beheerst door het proces tegen Herlof's Marte (merk op dat de naam van deze weduwe wordt voorafgegaan door de naam van haar overleden man, en dat hierbij een bezittelijke vorm wordt gebruikt). Deze weduwe houdt zich bezig met de geneeskrachtige werking van kruiden en dat heeft blijkbaar de achterdocht opgewekt van een aantal dorpsgenoten. Drie dorpsgenoten hebben verklaard dat zij zich bezig houdt met hekserij. Daarmee is in feite haar lot bezegeld, want de bekentenis wordt later wel door middel van martelen verkregen.

Een complicerende factor in het proces tegen Herlof's Marte is wel dat zij op de hoogte is van het feit dat Absalon een andere (inmiddels overleden) vrouw, die ook beschuldigd werd van hekserij, de hand boven het hoofd heeft gehouden. Dat deed hij niet helemaal onbaatzuchtig. Absalon was op dat moment weduwnaar en wilde graag trouwen met Anne, de dochter van deze vrouw. Ten tijde van het proces tegen Herlof's Marte heeft dit huwelijk inmiddels plaatsgevonden. Als Anne via een gesprek met Herlof's Marte, die bij haar om hulp komt vragen, verneemt over de bovennatuurlijke krachten die haar moeder werden toegedicht is haar fascinatie meteen gewekt. Misschien heeft zij deze krachten wel geërfd?

Het laatste uur concentreert zich op de relatie tussen Absalon, Anne en Martin. Martin is de zoon van Absalon uit zijn eerste huwelijk, en is ongeveer van de leeftijd van Anne. Als hij in het begin van de film terugkeert naar huis en kennis maakt met zijn stiefmoeder beloofd hij een goede zoon voor haar te zijn. Op dat moment is echter al duidelijk dat hij een heel andere rol voor zichzelf in gedachten heeft. In het laatste uur van de film zien we de relatie tussen Martin en Anne opbloeien. Dit onder de ogen van Absalon, die opgaat in zijn werk en weinig in de gaten lijkt te hebben. Dit in tegenstelling tot Meret, de dominante moeder van Absalon.

Door de romance met Martin wordt Anne zich ook steeds meer bewust van de uitzichtloosheid van haar huwelijk met Absalon. Het liefst zou ze zien dat hij snel dood ging. Op een gegeven moment deelt zij deze gedachte met Martin. Diezelfde avond ontstaat er een twistgesprek met Absalon, waarin zij hem haar relatie met Martin voor de voeten werpt. Absalon kan deze schok niet verwerken en overlijdt. Voor Meret is de zaak duidelijk, Absalon is om het leven gekomen door de hekserij van Anne. Door haar ontboezeming begint ook Martin te twijfelen. Als Meret Anne tijdens de begrafenis van Absalon openlijk van hekserij beschuldigd, staat Martin oorspronkelijk aan de kant van zijn geliefde, maar loopt hij al snel over naar zijn grootmoeder. Met twee beschuldigingen tegen haar ziet de toekomst van Anne er somber uit.

COMMENTAAR

Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen, weliswaar de late Middeleeuwen maar toch nog duidelijk de Middeleeuwen. Het geloof in bovennatuurlijke zaken en hekserij tiert dan ook nog welig in deze film. Denk aan de vloek die Herlof's Marte over haar beul uitspreekt, die inderdaad in het tweede deel van de film overlijdt. Denk ook aan het moment waarop Anne aan Martin bekent dat ze Absalon dood wenst. Op hetzelfde moment heeft Absalon, op de weg terug van een huisbezoek, het idee dat "de hand van de dood hem aanraakt" (zie clip van min 4:15 tot min 5:00).

Toch merk je dat de tijden beginnen te veranderen. Voor Absalon zijn heksenprocessen in de eerste plaats werk. De heilige overtuiging dat hij op deze manier het kwaad bestrijdt, komt pas op de tweede plaats. Dit blijkt wel uit de holle frases die hij gebruikt tegenover de doodsbange Herlof's Marte, die smeekt voor haar leven en niet zit te wachten op het antwoord dat het niet gaat om haar leven maar om de reiniging van haar ziel. Helemaal bont maakt hij het als hij op de dag van de terechtstelling in zijn dagboek schrijft dat "... het een mooie dag was waarop Herlof's Marte, ter redding van haar eigen ziel, vrijwillig op de vuurstapel verbrand was". Dit blijkt ook uit het opportunisme waarmee hij een heks laat lopen op het moment dat haar dochter hem wel bevalt. Deze hypocrisie geldt niet alleen voor Absalon, maar ook voor de maatschappij als geheel. Er ontstaat een soort van verklikkersmaatschappij, waarin de beschuldiging van hekserij kan worden ingezet om geheel andersoortige rekeningen te vereffenen. Wat dat betreft lijkt de film eigenlijk veel meer op "Le corbeau" (Clouzot, 1943) dan op "Håxan" (Christensen, 1922), waar men bij heksenvervolging in eerste instantie aan denkt. Ook in "Le corbeau" gaat het immers om een verklikkers-maatschappij (in dit geval door middel van anonieme brieven), waarin mensen (althans voor de buitenwereld) zich zoveel mogelijk conformeren en zo weinig mogelijk proberen op te vallen. Beide films zijn gemaakt tijdens de Duitse bezetting, en vormen een vingerwijzing naar de onderdrukking door deze bezetter. 

In een dergelijke maatschappij mag het geen verwondering wekken dat geen van de hoofdpersonages onverdeeld sympathiek is. Dat klinkt misschien verrassend, want op het eerste gezicht is Absalon de "bad guy" (die trek heeft in een groen blaadje, zonder zich af te vragen wat het groene blaadje er zelf van vindt) en Anne de "good girl" (die ter wille van de overleving van haar moeder wordt opgeofferd aan een oude man). In de film blijkt het allemaal wat genuanceerder te liggen. Het is waar dat Absalon een man is die het in zijn macht heeft om te beslissen over leven en dood van andere mensen, en in minimaal 1 geval opportunistisch met deze macht is omgegaan. Het is ook waar dat hij, verblindt door zijn maatschappelijke positie, met een veel jongere vrouw is getrouwd zonder zich af te vragen of de aantrekkingskracht die hij voelt wel wederzijds is. Aan de andere kant wordt hij wel degelijk geplaagd door zijn geweten waar het om het proces tegen de moeder van Anne gaat. Ook valt hem echt wel op dat Anne stukken vrolijker is sinds Martin weer thuis is, wat (beter laat dan nooit) de vraag bij hem oproept of hij niet een beetje oud voor Anne is. De, toch redelijk voor de hand liggende, conclusie dat er misschien wel eens sprake zou kunnen zijn van een romance tussen deze twee trekt hij dan weer niet. Wat dat betreft zijn de mannen in deze film stukken naïever of arroganter (of misschien wel allebei) dan de vrouwen. Ze hebben een redelijk hoge dunk van zichzelf en het komt niet bij ze op dat de dunk van anderen wel eens een stukje lager kan liggen. In tegenstelling tot Absalon heeft moeder Mette bij het sluiten van het huwelijk al door dat Absalon door te trouwen met een vrouw die net zo oud is als zijn zoon het spek wel erg op de kat bindt.

Stappen we over op de figuur van Anne. In het begin van de film is ze inderdaad het verlegen slachtoffer (afbeelding 1). Door de relatie met Martin wordt ze echter steeds zelfbewuster (afbeelding 2). Dit zelfbewustzijn wordt in de film getoond door het steeds verder naar achteren schuiven van haar hoofdkapje. Dit klinkt misschien als een wel erg preutse manier om zelfbewustzijn te tonen, maar in sommige Islamitische landen is de mate waarin de hoofddoek naar achteren wordt geschoven nog steeds een statement. Hoe dan ook, dit is misschien wel het moment om iets te zeggen over de wonderschone zwart-wit fotografie van deze film. Fotografie die nog meer tot zijn recht komt door het feit dat de meeste personages ook in het zwart-wit gekleed gaan. Op een gegeven moment is het kapje geheel af (afbeelding 3) en is Anne, om een term te gebruiken die ze in 1623 vast nog niet kenden, geheel geëmancipeerd. In één van de meest overtuigende  scenes is te zien hoe ze Martin verleidt op een avond dat zijn grootmoeder naar bed is en zijn vader op huisbezoek. Deze scene is te vinden in de clip en duurt van min. 2:30 tot min. 4:00.

Dan komen ook de wat minder plezierige kanten van Anne aan het licht. Dat ze niet "valt" voor Absalon is vanzelfsprekend, dat ze een hekel aan hem heeft vanwege het feit dat hij zich nooit echt verdiept heeft in haar gevoelens kunnen we ook nog inkomen. De intensiteit van de haat die ze in deze fase van de film ten toon spreidt (haar echtgenoot doodwensen, opnieuw afbeelding 3) doet echter toch enigszins disproportioneel aan. Per slot van rekening heeft hij haar, afgezien van zijn onverschilligheid, nooit echt onrecht aangedaan of slecht behandeld. Uiteindelijk, en daarmee keer ik weer terug naar het begin van het commentaar, wordt haar zelfbewustheid haar fataal. Ze heeft teveel van zichzelf laten zien en naast haar schoonmoeder, die haar altijd al haatte, keert ook haar minnaar zich tegen haar (afbeelding 4, haar minnaar staat op dat moment nog aan haar kant).

De rol van Anne werd gespeeld door Lisbeth Movin (1917 - 2011).  Hoewel zij wat mij betreft in schoonheid weinig onderdoet voor bijv. een Ingrid Bergman zou deze rol niet het begin vormen voor een glanzende internationale carrière. Pas in 1987 (Babette's Feast, Gabriel Axel) komen we haar weer tegen in een (bij)rol in  een internationaal aansprekende film.

DATUM: 22 februari 2014

EIGEN WAARDERING: 9

De dag des oordeels (1943) on IMDb

Reacties

 

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Sergeij Eisenstein, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

In "Ivan de verschrikkelijke" schetst Eisenstein het leven van de gelijkname Prins van Moskou, die leefde van 1530 tot 1584. Onder zijn regering werd het Russische Rijk verenigd door de veroverering van achtereenvolgens de vorstendommen Kazan en Astrakhan alsmede Siberië. De bedoeling was dat de film zou bestaan uit drie delen. Door de dood van Eisenstein zijn er daar maar twee van voltooid.

Het eerste deel ligt in de lijn van "Alexander Nevsky" (1938) en is nationalistisch van toonzetting. Het onderwerp, de tsaar die Rusland verenigde, leent zich daar natuurlijk ook voor. Dit eerste deel kon dan ook de goedkeuring van Stalin, die op dat moment zelf was verwikkeld in een oorlog met de Duitsers, wegdragen. Het feit dat Ivan vanaf zijn kroning in het begin van de film erop uit is de macht van de bojaren (de  Russische adel) te breken zal hier mede aan hebben bijgedragen.

Het tweede deel kon echter op aanzienlijk minder krediet vanuit de communistische partijtop rekenen. In dit deel zien we dat Ivan zich ontwikkelt tot een wrede heerser. De bioscoopbezoeker zou eens op het idee kunnen komen dat hier, via de omweg van een historisch epos, indirecte kritiek op Stalin werd geuit. De film kwam dan ook pas in 1958 in de roulatie, 10 jaar na de dood van Eisenstein en 5 jaar na de dood van Stalin.

Qua inhoud had de revolutionair van "Staking" (1925) en "October" (1928) zich ontwikkeld tot een dissident. Maar ook qua filmstijl is "Ivan de verschrikkelijke" op geen enkele manier meer te vergelijken met de films uit zijn eerste periode. In de eerste plaats zijn er de invloeden van het Duits expressionisme, zoals het werken met licht en schaduw. Zie de gigantische projectie van het hoofd van Ivan op de muur in de afbeelding hiernaast. Dat hoofd van Ivan is trouwens wel een bijzonder hoofd. Naarmate hij in de film ouder wordt, gaat het steeds meer op Catweazle (een televisieserie uit mijn jeugd) lijken, en balanceert daarmee op de rand van de karikatuur. Ten tweede heeft de film Wagneriaanse trekjes. Dat wordt natuurlijk mede veroorzaakt door het feit dat de prachtige muziek van Prokofiev de films iets van een opera geeft. Ook de montage draagt hier echter aan bij. Was Eisenstein in het begin van zijn carrière de meester van de montage, met korte takes en veel montage, in "Ivan de verschrikkelijke"  zitten takes die minutenlang duren. Een goed voorbeeld is de scene, aan het eind van deel 1, waarin Ivan treurt bij het opgebaarde lijk van zijn vrouw Anastasia. Deze is door de bojaren vergiftigd, al weet Ivan dat op dat moment nog niet. De vraag of het verlies van zijn vrouw aan het eind van deel 1 wat te maken heeft met zijn steeds wredere optreden in deel 2, laat de film aan de kijker ter beantwoording.

 

DATUM: 13 september 2012

 

EIGEN WAARDERING 1944: 9

Ivan Groznyy (1945) on IMDb

EIGEN WAARDERING 1958: 9

Ivan Groznyy. Skaz vtoroy: Boyarskiy zagovor (1958) on IMDb 

Reacties

DE REGISSEUR

Wolfgang Staudte (1906 - 1984) beleefde de meest productieve periode van zijn carrière in de 10 jaren die volgden op het einde van WO II. Hij verbleef toen in Oost Duitsland. Vanaf 1956 werkte hij in West Duitsland. In het laatste deel van zijn carrière maakte hij de overstap van bioscoop naar televisiewerk. Hij hield zich bezig met crimi's als "Der Kommissar" en "Tatort".

HET VERHAAL

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog keert Susanne Wallner (Hildegard Knef), die het concentratiekamp overleeft heeft, terug naar huis (zie afbeelding 2). Zij vindt haar woning niet alleen in zeer vervallen toestand terug, maar bovendien bewoond door een ander. Omdat zijn eigen huis verloren is gegaan, is Dr Hans Mertens (Ernst Wilhelm Borchert) maar in een leegstaande woning gekropen. Gegeven de situatie wil Susanne hem niet op staande voet op straat zetten, en zo komt het dat Susanne en Dr Mertens (min of meer uit nood geboren) gaan samenwonen. Het lijkt een onmogelijke combinatie. Susanne wil de verschrikkingen van de oorlog zo spoedig mogelijk achter zich laten en een nieuw leven opbouwen. Zij pakt dit energiek aan. Dr Mertens is duidelijk nog niet zo ver. Hij wordt geplaagd door nachtmerries uit het verleden en zwalkt vaak s'nachts doelloos (en dronken) op straat rond. Ondanks de grote verschillen in karakter en mentale stabiliteit trekken Susanne en Dr. Mertens toch steeds meer naar elkaar toe, en er ontstaat iets van een relatie.

Deze relatie wordt ernstig op de proef gesteld als Dr Mertens zijn vroegere bevelhebber uit het Duitse leger, Ferdinand Bruckner (gespeeld door Arno Paulsen), weer tegen het lijf loopt. Deze heeft zich na de oorlog ontpopt als een succesvol industrieel. De ergste van al zijn nachtmerries, de executie van honderden onschuldige Polen vlak voor kerst 1942, komt weer boven bij Mertens. Het was namelijk de bewuste hoofdman die het bevel voor deze executie had gegeven. Dr. Mertens besluit dat deze oorlogsmisdaad niet ongestraft mag blijven en treft voorbereidingen voor een vergelding. Susanne, die in huis op zijn dagboekaantekeningen stuit, en hieruit kan destilleren waar hij mee bezig is, weet hem nog net op tijd van deze eigenrichting af te houden. Wel besluiten ze dat ze verplicht zijn een aanklacht tegen Bruckner in te dienen. Zo ontloopt Bruckner aan het eind van de film niet zijn gerechtvaardigde straf.

COMMENTAAR

Er zijn heel veel films over de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Je moet dus een beetje voorzichtig zijn om een film over deze oorlog van het predicaat "Uniek" te voorzien. Toch zou ik dat met "Die mörder sind unter uns" willen doen. Zo is de film:

- vlak na de oorlog gemaakt,
- door een Duitse regisseur,
- en speelt het verhaal zich af in Duitsland zelf.

Geen spannende film rondom de heroïsche daden van een buitenlandse verzetsgroep deze keer, maar een portret van het leven dat weer langzaam op gang komt in het totaal verwoeste Berlijn (zie afbeelding 1). Wat dat betreft doet de film wel een beetje denken aan "Germania, anno zero" (Roberto Rossellini, 1948). Dit decor van verwoesting bepaald in hoge mate de sfeer van de film. Door zijn authenticiteit is het indrukwekkender dan de desolate landschappen die regelmatig een rol spelen in SF films die zich afspelen in de nasleep van een kernoorlog / 3e Wereldoorlog. 

Wat techniek betreft is de film niet echt vernieuwend, maar grijpt grotendeels terug op het Duits expressionisme van de jaren '20. Zo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van schaduweffecten. Het meest bekend is wat dat betreft de scene aan het eind met de confrontatie tussen Mertens (alleen als schaduw zichtbaar, zie afbeelding 4) en Bruckner. Misschien nog wel typerender is de scene waarin twee bewoonsters van het appartementencomplex (allebei alleen zichtbaar als schaduw) roddelen over de relatie tussen Mertens en Susanne.

Er vallen een paar dingen op aan de prille naoorlogse Duitse maatschappij. Kijkt men op het niveau van de samenleving als geheel dan valt op dat degene die in de oorlog "fout" zijn geweest, er weinig moeite mee hebben om na de oorlog weer een leidinggevende positie in te nemen. Ik doel hierbij natuurlijk op Hoofdman Bruckner. Zie op afbeelding 3 hoe hij zijn rol als "familieman" weer opneemt, alsof er niets gebeurd is! In de film wordt dit nog eens extra geaccentueerd door zowel de flashback over zijn wandaden in de oorlog als de periode waarin de film zich daadwerkelijk afspeelt rondom kerst te situeren. Hierdoor ontstaat een extreme tegenstelling tussen Hoofdman Bruckner die rondom kerst 1942 een bevel tot massaexecutie geeft en fabrieksdirecteur Bruckner die vlak voor kerst 1945 zijn arbeiders een gelukkig kerstfeest toewenst.

De regisseur heeft hier natuurlijk een punt, want van de elite die leiding zou gaan geven aan de wederopbouw van West Duitsland had een niet onaanzienlijk deel een oorlogsverleden dat niet brandschoon was. Overigens is dat een probleem dat zich niet beperkt tot Nazi-Duitsland, maar zich voordoet bij elke ontmanteling van een dictatoriaal regime. De mensen die het land opnieuw kunnen opbouwen zijn vaak tevens de mensen aan wiens handen het bloed van het oude regime nog kleeft. Wat dat betreft stipt de film het probleem wel aan, maar is nog te optimistisch in de afloop (Mertens ziet af van eigenrichting, maar Bruckner ontloopt zijn straf niet). Mijn vermoeden is dat we dit einde niet helemaal los kunnen zien van de politieke situatie waarin Duitsland verkeerde op het moment dat de film gemaakt werd. De film is gemaakt in de Sovjet bezettingszone, maar er was op dat moment nog geen sprake van een Oost Duitse staat. Ik kan mij zo voorstellen dat als de film 5 jaar later was gemaakt, de kritiek op de West Duitse naoorlogse maatschappij heel wat scherper in beeld gebracht zou zijn.

Wel zo interessant is het om de film niet op het niveau van de samenleving als geheel, maar op het niveau van het individu te bekijken. De film kent twee hoofdpersonen en twee belangrijke bijrollen. Elk van deze rollen staat voor een bepaalde gemoedstoestand en/of levenshouding. Laten we ze eens stuk voor stuk nalopen.

- Hildegard Knef speelt als Susanne Wallner een dynamische maar naïve jonge vrouw. Zij wil de oorlog zo snel mogelijk achter zich laten en de draad van haar leven weer oppakken.
- Wilhelm Borchert speelt Hans Mertens. Een cynische en berustende arts met een oorlogstrauma. In het begin van de film laat hij zich in een dronken bui ontvallen dat het in het leven niet gaat om de keus tussen goed en kwaad maar om de keus tussen verschillende vormen van kwaad. Ondanks het feit dat hij diametraal verschilt van Susanne Wallner, voelen deze twee zich toch tot elkaar aangetrokken.
- Robert Forsch speelt de naïve en berustende Herr Mondschein (niet genoemd in de samenvatting van het verhaal). Zijn laatste wens is om voor zijn dood nog iets van zijn vermiste zoon te horen. Zijn wens gaat niet in vervulling, maar voor het eind van de film komt er wel een teken van leven van deze zoon. 
- Arno Paulsen tenslotte speelt Ferdinand Bruckner, de cynische en dynamische hoofdman allias industrieel. Halverwege de film vertrouwt hij Dr Mertens toe dat het hem niet veel uitmaakt of hij nou van pannen helmen moet maken of van helmen pannen.

De interactie tussen deze vier personages / karakters zorgt voor een fantastische film. Hierbij doen de (belangrijke) bijrollen zeker niet onder voor de hoofdrollen van Wilhelm Borchert  en Hildegard Knef. Voor laatstgenoemde zou de film het begin betekenen van haar internationale carrière.  

DATUM: 12 juni 2014

EIGEN WAARDERING: 9

Die Mörder sind unter uns (1946) on IMDb





Reacties

DE REGISSEUR

Frank Capra (1897 - 1991) werd geboren in Sicilië, maar emigreerde al op zijn 6e jaar naar Amerika. In de jaren 30 had hij veel succes met films over de gemiddelde goedbedoelende Amerikaan die het opneemt tegen de gevestigde orde. Titels die in dit verband kunnen worden genoemd zijn: "Mr Deeds goes to town" (1936), Mr Smith goes te Washington" (1939) en "Meet John Doe" (1941). John Doe wil in het Amerikaans zoiets zeggen als Jan Modaal in Nederland. Tijdens WO II maakte hij in opdracht van de Amerikaanse regering diverse oorlogsdocumentaires onder de titel "Why we fight". Hij kreeg hier na de oorlog een medaille voor.

Het lukte Frank Capra niet om na de oorlog zijn succes te continueren. Het simpele optimistische wereldbeeld, waar zijn films een uitdrukking van waren, was door de oorlog teveel geschokt. Weliswaar werden zijn films, te beginnen met "Arsenic and old lace" (1944) ook wel wat donkerder van toon, maar dit was niet genoeg.

HET VERHAAL

Het verhaal begint als het leven van George Bailey (James Stewart) zich op een dieptepunt bevindt. Vrienden en bekenden bidden voor zijn redding en deze gebeden bereiken de hemel. Daar wordt Clarence Odbody (Henrey Travers) op de klus "George" gezet. Clarence is een 2e rangs engel, en door deze klus tot een goed einde te brengen kan hij zijn vleugels verdienen. Clarence daalt af naar de wanhopige George, die op het punt staat van een brug te springen (afbeelding 1), en toont hem zijn leven.

Vanaf dat moment vertelt de film in flashback het leversverhaal van George. George die opgroeide in Bedford Falls en die altijd de wijde wereld in wilde trekken. Maar daar kwam nooit iets van. Eerst ging zijn broer studeren en had zijn vader hem nodig in de zaak, toen ging de gezondheid van zijn vader achteruit en tenslotte komt zijn broer terug naar huis met een vriendinnetje en een zeer aanlokkelijk aanbod van zijn aanstaande schoonvader om in zijn bedrijf te komen werken. George kan toch niet van broer verlangen dat hij dit aanbod afslaat omdat George zo graag een keer met vakantie wil?

En zo blijft George in Bedford Falls hangen en bestiert daar een "building and loans company" (wij zouden zeggen een woningbouwcorporatie). Bij hem kunnen mensen terecht voor een betaalbare woning en een betaalbare lening. Zo kunnen ze uit de klauwen blijven van Henry Potter (Lionel Barrymore), de plaatselijke huisjesmelker. Tot op een dag oom Billy een aanzienlijk bedrag verliest dat hij in opdracht van George bij de bank zou storten. Hierdoor dreigt de Building and Loans failliet te gaan en wordt George verdacht van fraude. Dit leidt bijna tot zijn wanhoopsdaad, en daarmee zijn we weer aan het begin van de film.

Engel Clarence laat George echter meer zien dan zijn leven in vogelvlucht. Hij laat hem ook zien wat er van Bedford Falls terecht zou zijn gekomen als hij er niet geweest was. En zo zien we dat George's broer zou zijn overleden, want George was er niet om hem te redden toen hij door het ijs zakte, George's vrouw Mary (Donna Reed) zou een oude vrijster zijn geworden en tenslotte zouden er een heleboel mensen overgeleverd zijn geweest aan Henry Potter. Zo is het in de stamkroeg een stuk ongezelliger geworden sinds Potter die overgenomen heeft (afbeelding 2)

Aan het eind constateert engel Clarence dan ook:

"Strange, isn't it? Each man's life touches so many other lives. When he isn't around he leaves an awful hole, doesn't he?"

George is het met hem eens, springt niet van de brug en gaat terug naar huis (afbeelding 3). Engel Clarence heeft uiteraard zijn vleugels verdient.

COMMENTAAR

Het einde van de film is typisch de ouderwets optimistische Capra, het middenstuk van de film is echter een stuk donkerder dan zijn films uit de jaren '30. Wat mij opvalt is de actualiteit die de film anno 2013 heeft in relatie tot de financiële crisis. In deze film wordt immers een lans gebroken voor kleinschalig bankieren. Verstrekken van leningen aan mensen die je kent, vertrouwt en die het geld nodig hebben. Opvallend is dat een vergelijkbare thematiek ook aan de orde komt in "The best years of our lives" (William Wyler) uit hetzelfde jaar.  In die film wilde Al Stephenson, eenmaal terug bij de bank, ook een lening verstrekken aan een veteraan uit WO II die een zaak wilde opzetten om zijn burgerlijk leven weer op te pakken. Hij komt daardoor in conflict met zijn superieuren die een dergelijke lening te risicovol vinden. Ten tijde van de verschijning van de film werd hier overigens heel anders over gedacht. Zie het volgende citaat uit een memo van de FBI:

"With regard to the picture "It's a Wonderful Life", [redacted] stated in substance that the film represented rather obvious attempts to discredit bankers by casting Lionel Barrymore as a 'scrooge-type' so that he would be the most hated man in the picture. This, according to these sources, is a common trick used by Communists. [In] addition, [redacted] stated that, in his opinion, this picture deliberately maligned the upper class, attempting to show the people who had money were mean and despicable characters."

De toon van dit memo geeft aan dat de hysterie van de McCarthy jaren niet ver weg meer is.

"It's a wonderful live" was een breekpunt in de carrière van hoofdrolspeler James Stewart. In de jaren '30 speelde hij in de meeste van zijn rollen de aardige "guy next door", maar hier zien we voor het eerst zijn meer donkere kanten. Hij toont zich als acteur meer all round en dat heeft de lengte van zijn carrière geen kwaad gedaan (je kan niet eeuwig "guys next door" blijven spelen). Tot eind jaren '50 / begin jaren '60 zien we hem verschijnen in toonaangevende films, veelal van Hitchcock ("Rear window" 1954 en "Vertigo" 1958) of John Ford ("The man who shot Liberty Valance" 1962). 

Op het moment van verschijnen was de film geen kassucces. Momenteel is de film een echte "kerstklassieker". Er gaat geen kerst voorbij of de film is wel ergens op televisie te zien. Frank Capra was verbaasd door deze link tussen zijn film en kerstmis, hij had nooit aan de film gedacht als een kerstfilm. Toch is de band met kerstmis zo gek nog niet. Je kan "It's a wonderful life" namelijk ook zien als een soort omgekeerde "Christmas Carol" van Dickens. In laatstgenoemd verhaal wordt een slecht personage (Ebenezer Scrooge) bezocht door geesten die hem laten zien hoe goed de wereld had kunnen zijn als hij een beetje beter leven had geleid. In de film van Capra wordt George bezocht door een engel die hem laat zien hoe slecht de wereld (of althans Bedford Falls) af was geweest als hij er niet geweest was. Overigens is er ook een wat meer simpele verklaring mogelijk voor het feit dat de film het met kerstmis zo goed doet. Kijk nog eens naar afbeelding 3 en de prominente rol die de kerstboom speelt in de slotscene valt  onmiddellijk in het oog.

DATUM: 13 april 2013

EIGEN WAARDERING: 9

It's a Wonderful Life (1946) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Joseph Mankiewicz (1909 - 1993) begon zijn filmcarrière als scenario-schrijver. Ook zijn broer Herman beoefende dit vak, en leek daarin aanvankelijk succesvoller. Zo schreef Herman het scenario voor "Citizen Kane" (Welles, 1941). Het was echter Joseph die de overstap naar het regisseursvak succesvol wist te maken. Daarbij bleef hij de scenario's voor zijn films vaak wel zelf schrijven. Zijn beste films, en "All about Eve" is er daar zeker één van, kenmerken zich door scherpe dialogen.

HET VERHAAL

Margo Channing (Bette Davis) staat vlak voor haar 40e verjaardag. Voor een Broadway actrice betekent dat dat ze in de nadagen van haar carrière zit. Haar stemming fleurt dan ook zeer op als na de voorstelling een fan (Eve Harrington, gespeeld door Anne Baxter) haar kleedkamer binnenkomt (zie afbeelding 1, Eve is degene links onderin met hoedje), die verteld hoe geweldig ze Margot vindt en dat ze nooit een voorstelling mist. Margo neemt Eve aan als personal assistent, en al snel maakt Eve zich door haar loyaliteit en vriendelijkheid zowel geliefd als onmisbaar. Te laat komt Margo erachter dat achter deze loyaliteit en vriendelijkheid een allesverterende ambitie schuilgaat. 

COMMENTAAR

Vergelijking met "Sunset Boulevard"

"All about Eve" geeft een kijkje achter de schermen van Broadway en gaat met name in op de positie van de ouder wordende actrice. Het toeval wilde dat in hetzelfde jaar ook een film verscheen die exact hetzelfde deed, echter nu achter de schermen van Hollywood. Deze film was "Sunset Boulevard". Veel is er geschreven over de overeenkomsten en verschillen tussen deze twee films. Een overeenkomst is in elk geval dat bij de twee actrices die de hoofdrollen in deze films speelden er een grote gelijkenis was tussen hun rol en de werkelijke fase waarin hun carrière verkeerde. Voor Gloria Swanson in "Sunset boulevard" bleek deze film echter werkelijk de laatste grote rol. Voor Bette Davis was "All about Eve" het begin van een come back die tot 1962 ("What ever happened to Baby Jane") zou duren. Naast de persoon van de twee actrices is ook hun rol heel verschillend. Gloria Swanson speelt een naïve Norma Desmond die op de rand van de waanzin verkeert en niet kan en wil aanvaarden dat haar carrière voorbij is. Bette Davis speelt een cynische Margo Channing die het systeem heel goed begrijpt en dondersgoed weet dat haar dagen bijna geteld zijn. In de film zegt ze op een gegeven moment over haar geliefde Bill: "Bill's thirty-two. He looks thirty-two. He looked it five years ago, he'll look it twenty years from now. I hate men.". Daarmee geeft ze indirect commentaar op haar eigen leeftijd.

Een laatste punt van verschil tussen de films is de stijl. "Sunset boulevard" is opgenomen met een knipoog naar de stomme film en het Duits expressionisme. "All about Eve" heeft een veel traditionelere filmstijl. De slagroom op de taart zit bij deze film in de scherpe dialogen. Bovenstaand heb ik al een voorbeeld gegeven. Laat ik er hier nog één aan toevoegen. Ergens halverwege de film heeft Margot een rothumeur en verpest daardoor de sfeer op een feestje. Haar partner probeert haar daar op te wijzen, en maakt een vergelijking met een begrafenis. De volgende dialoog ontspint zich:

Bill Sampson: Many of your guests have been wondering when they may be permitted to view the body. Where has it been laid out?
Margo Channing: It hasn't been laid out, we haven't finished with the embalming. As a matter of fact, you're looking at it - the remains of Margo Channing, sitting up. It is my last wish to be buried sitting up.   

Cyclische structuur

De film begint met de uitreiking van een soort Oscar  De winnaar is Eve Harrington (zie afbeelding 2). Tijdens haar speech, die één en al bescheidenheid uitstraalt, dwaalt de camera door de zaal met toehoorders. Daarbij krijgen we diverse kennissen van Eve in beeld, die zo het hunne van deze woorden denken. Na deze openingsscene wordt het verhaal van de film, waarin we leren hoe Eve aan deze Oscar is gekomen, verteld in een flash-back structuur.

Aan het eind van de film zijn we dan weer terug bij Eve die haar Oscar heeft gewonnen. Zij krijgt bezoek van haar fan Phoebe en onwillekeurig denken we terug aan de eerste ontmoeting tussen Margo en Eve. De historie herhaalt zich, zoals ook blijkt uit het volgende filmcitaat:

 

 

Addison DeWitt: And what's your name?
Phoebe: Phoebe.
Addison DeWitt: Phoebe?
Phoebe: I call myself Phoebe.
Addison DeWitt: And why not? Tell me, Phoebe, do you want someday to have an award like that of your own?
Phoebe: More than anything else in the world.
Addison DeWitt: Then you must ask Miss Harrington how to get one. Miss Harrington knows all about it.

En daarmee eindigt deze dialoog met de titel van de film. All about Miss Harrington, oftewel All about Eve.

Maar ook in de werkelijke wereld herhaalde de historie zich. Begin jaren 70 werd "All about Eve" onder de titel "Applause" als musical op Broadway gebracht. Oorspronkelijk werd de rol van Margo Channing hierbij gespeeld door Lauren Bacall, maar in 1973 werd zij opgevolgd door Anne Baxter. Daardoor ging Anne Baxter in de musical de rol spelen van haar tegenspeelster Bette Davis in de film.

In "All about Eve" speelt Anne Baxter de onervaren maar ambitieuze Eve Harrington. In werkelijkheid was Anne Baxter in 1950 niet meer zo onervaren, ze speelde al mee in "The magnificent Ambersons" (Welles, 1942). Er is wel een kort optreden van een actrice die daadwerkelijk onbekend, onervaren maar ambitieus was in 1950. Haar naam: Marilyn Monroe. In afbeelding 3 is ze te bewonderen, te midden van Bette Davis en George Sanders. 

DATUM: 22 februari 2013

EIGEN WAARDERING: 9

All About Eve (1950) on IMDb








Reacties

DE REGISSEUR

Zie voor een inleiding op het werk van Billy Wilder het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

 

 

 

 

 

 

OVER DE FILM, DEZE ALINEA VERTELT HET VERHAAL VAN DE FILM

Joe Gillis (William Holden), een niet zo succesvolle tekstschrijver,  is op de vlucht voor zijn schuldeisers. Deze willen zijn auto, die hij in onderpand heeft gegeven, inpikken. Tijdens deze vlucht komt hij terecht bij een (op het eerste gezicht verlaten) landhuis, waar hij zijn auto denkt te kunnen verstoppen. Het landhuis blijkt echter helemaal niet verlaten, maar bewoond door de oude filmster Norma Desmond (Gloria Swanson) en haar butler (Erich von Stroheim). Na kennismaking neemt Norma Joe in dienst om het scenario te schrijven voor haar come back film. Hoewel het hem volstrekt duidelijk is dat deze come back film er nooit zal komen, neemt hij het baantje aan. Het betaalt goed en hij hoeft weinig te doen. Voor het gemak betrekt hij een kamertje in het landhuis. Na een tijdje wordt het hem duidelijk dat Norma bovendien verliefd op hem is geworden. Hoewel hij in de loop van de film een vriendinnetje van zijn eigen leeftijd krijgt (afbeelding 1), laat hij zich ook dit aanleunen. Hij wil zijn luxe leventje niet in gevaar brengen en probeert van twee walletjes te eten (afbeelding 2). Uiteindelijk beseft Norma dat ze bedrogen wordt en pleegt ze een crime passionelle, ze schiet Joe neer. De roddelpers duikt hier bovenop, oude filmster schiet jonge minnaar neer. In de slotscene staat het oude landhuis vol met fotografen. Norma denkt dat ze eindelijk haar comeback beleeft en gedraagt zich als een filmster (afbeelding 4). De band met de werkelijkheid was ze al een tijdje kwijt, nu is ze totaal krankzinnig geworden.  

ANALYSE

Bij wijze van toeval verschenen in 1950 twee films die het thema van de oudere actrice centraal stelden. Naast "Sunset boulevard" doel ik op "Al about Eve". De overeenkomst tussen de films gaat nog verder, in die zin dat in beide films de rol van uitgerangeerde actrice werd gespeeld door een uitgerangeerde actrice. In "All about Eve" ging het om Bette Davis (destijds 42), voor wie de film overigens ook in het echte een come back was. In "Sunset boulevard" ging het om Gloria Swanson (destijds 51), voor wie het echt haar laatste rol was. Een fantastische rol trouwens, zoals ze in 1950 nog acteert met de overtrokken gebaren die in de periode van de stille film gebruikelijk waren. Denk aan de scene waarin ze in haar eigen huis, met haar eigen "minnaar" naar haar eigen film zit te kijken en theatraal roept: "I'am big. It's the pictures that got small" (afbeelding 3). In feite een hele trieste scene, zoals er zoveel trieste scenes in deze film zijn. Ik heb nog nooit een comedy gezien waarvan zoveel scenes bij nader inzien eigenlijk heel triest zjn. Wat te denken van de fanmail die Norma nog elke dag krijgt, en die geschreven blijkt te worden door haar eigen butler. Alles om de ilussie in stand te houden. Of, zoals Joe Gilles in de film opmerkt: "There's nothing tragic about being fifty. Not unless you're trying to be twenty-five". Tijdens het kijken naar deze film moest ik onwillekeurig denken aan Michael Jackson, zijn landgoed "Neverland" en zijn droom over een come back.

Naast de reeds genoemde overeenkomsten zijn er ook een paar verschillen tussen "Sunset boulevard" en "All about Eve". In "All about eve" is Bette Davis zich heel goed bewust van het feit dat haar carrière zijn einde nadert. Er is dan ook een zeker cynisme over haar heengekomen dat aanleiding geeft tot een aantal prachtige oneliners. In "All about eve" is de dialoog één van de sterkste punten van de film. In "Sunset boulevard" daarentegen heeft Gloria Swanson zich nog lang niet bij het einde van haar carrière neergelegd, ze blijft maar dromen van een come back. Hoewel de dialoog ook hier zeker niet slecht is (zie de geciteerde quotes), ontleent de film zijn klassierkerstatus toch in de eerste plaats aan de beeldtaal. Hetgeen opmerkelijk is bij Wilder (zie de opmerkingen over de regisseur).

 

 

 

DATUM: 13 oktober 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Sunset Blvd. (1950) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Zie voor een inleiding op het werk van Billy Wilder het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

De aan lager wal geraakte journalist Chuck Tatum (Kirk Douglas) komt terecht bij een saaie plaatselijke krant in Albuquerque (New Mexico). Hij wacht daar op een kans om zich via een sensationeel verhaal weer in de picture te spelen. Op weg naar de zoveelste plaatselijke festiviteit lijkt deze kans zich eindelijk voor te doen. De eigenaar van een afgelegen wegrestaurant (Leo Minosa gespeeld door Richard Benedict) is, op zoek naar archeologische vondsten uit de Indiaanse tijd, beklemd geraakt in een grot.

Onmiddellijk eigent Chuck zich dit verhaal toe, en zet een reddingsoperatie in gang. Daarbij sluit hij een verbond met de (corrupte) plaatselijke sheriff, die moeite heeft met zijn herverkiezing. De deal is dat de sheriff Chuck helpt met zijn verhaal, in ruil daarvoor helpt Chuck de sheriff met zijn campagne. Als de plaatselijke aannemer vertelt dat de reddingsoperatie (versterken van de wanden van de grot) ongeveer een etmaal in beslag neemt, grijpt het tweetal in. Er wordt besloten tot het boren van een opening van bovenaf de berg. Op deze manier kan de reddingsoperatie worden verlengd tot een week, met alle mediamogelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Chuck benut deze mediamogelijkheden optimaal en er ontstaat een ware kermis op het terrein voor de berg. Ook de omzet van het wegrestaurant vaart er wel bij. Nadeel is wel dat de gezondheid van Leo Minosa zienderogen (de grot is nog toegankelijk tot het deel dat ingestort is, en via een kleine opening  heeft men contact met de vastzittende Leo) achteruit gaat. Een weg terug is echter niet meer mogelijk, door het boren van bovenaf is het verstreken van de wanden geen optie meer.

Uiteindelijk overlijdt Leo voordat men hem heeft kunnen redden. De campers vertrekken één voor één van het terrein. Het feest is over.

COMMENTAAR

"Ace in the hole" kwam een jaar na "Sunset boulevard" (Wilder, 1950), maar wist het succes ervan niet te evenaren. Nadat het positieve kritieken had gehad in Europa werd de film daar onder de titel "The big carnival" op de markt gebracht, maar opnieuw zonder commercieel succes. Dit lag naar mijn mening minder aan de kwaliteit van de film dan aan de, ook voor het publiek, ongemakkelijke boodschap. Ik kom daar later op terug.

Enige tijd geleden schreef ik over een andere film waarin de relatie tussen de media aan de ene kant  en de werkelijkheid waarover deze media schrijft aan de andere kant belicht wordt. Ik doel hier op "Sweet smell of success" (1957. Mackendrick). Het is interessant de twee films met elkaar te vergelijken.  "Sweet smell of success" gaat vooral over de onderlinge afhankelijkheid tussen de journalist en zijn onderwerp. De journalist heeft een verhaal nodig, de artiest (of politicus) heeft publiciteit nodig. Het deel van "Ace in the hole" dat zich het beste met "Sweet smell of success" laat vergelijken is de relatie tussen journalist Chuck Tatum en de sheriff. Maar er is meer in "Ace in the hole". In deze film gaat het verhaal van de journalist niet zozeer over de sheriff (al hoopt deze, als leider van de reddingsoperatie, wel een publicitair graantje mee te pikken), maar over het slachtoffer Leo Minosa. Ook komt in "Ace in the hole" de doelgroep van het verhaal (het publiek) nadrukkelijk in beeld, waar de lezer van de column van J.J. Hunsecker in "Sweet smell of success" toch vooral buiten beeld bleef.

Het is duidelijk dat de relatie tussen Chuck Tatum en Leo Minosa een totaal andere is dan de relaties behandeld in "Sweet smell of success". Leo is niet zozeer "meewerkend voorwerp" maar meer "lijdend voorwerp". En aangezien hij alleen nieuws is zolang hij blijft lijden, schrikt de journalist er niet voor terug dit lijden zo lang mogelijk te verlengen. In plaats van alleen maar verslag te doen van de werkelijkheid, gaat Chuck Tatum zijn eigen nieuws maken. Hij wordt daarbij niet gehinderd door veel scrupules ten opzichte van de arme Leo. In het begin van de film geeft Chuck ons al een hint over zijn neiging tot manipulatie als hij, in zijn sollicitatiegesprek bij "Albuquerque post", opmerkt "Ik kan groot nieuws aan, ik kan klein nieuws aan, en als er geen nieuws is dan ga ik naar buiten en bijt een hond" (i.e. dan maak ik nieuws).

Ik had het in het voorgaande over weinig scrupules bij Chuck ten opzichte van Leo. Zoals de sheriff laat zien, kan het echter nog cynischer. Op het moment dat Leo achteruitgaat ontstaat er een duivels dilemma. Gaan we door op de ingeslagen weg (de langzame oplossing) of gaan we alsnog voor de snelle oplossing (deze blijkt technisch niet meer mogelijk, maar dat was op dat moment van het verhaal nog niet bekend). Dit duivels dilemma splijt bijna het verbond tussen Chuck en de sheriff. Chuck wil voor zijn verhaal coute que coute Leo levend uit de grot hebben. De sheriff is als de dood voor lastige vragen achteraf (waarom heb je niet meteen voor de snelle oplossing gekozen?) en heeft liever een dode Leo zonder lastige vragen dan een levende Leo met lastige vragen!

Terwijl Chuck buiten de boel manipuleert zit Leo vast in zijn grot. Onwillekeurig moest ik denken aan de "grot van Plato". Plato hanteert hierin de beeldspraak van mensen die vastzitten in een grot. Op de wand van de grot zien ze de schaduwen van de gebeurtenissen die zich buiten de grot afspelen. Aangezien ze nog nooit buiten de grot zijn geweest, zien ze deze schaduwen aan voor de echte werkelijkheid. Ze beseffen niet dat er nog een achterliggende werkelijkheid is. Ook Leo neemt alleen kennis van de reddingsoperatie door het geluid van de drilwerkzaamheden en de verhalen van Chuck die hem, door een nauwe opening, regelmatig een thermos koffie komt brengen alsmede andere eerste levensbehoeften. Leo beschouwt Chuck als een grote vriend en is erg verdrietig dat hij nu zijn 5e trouwdag niet kan vieren met zijn, door hem verafgode, vrouw Lorraine. Als kijker weten we dat zijn beeld van de werkelijkheid mijlenver afligt van wat zich daadwerkelijk buiten afspeelt.

Dan tenslotte de relatie met het publiek. Waar het publiek in "Sweet smell of success" grotendeels buiten beeld bleef, is dat in "Ace in the hole" zeker niet het geval. Het publiek komt nadrukkelijk in beeld, en niet op een heel flatteuze wijze. In de belangstelling van het publiek wint de sensatiezucht het duidelijk van het medeleven met Leo. Het duurt dan ook niet lang voordat de situatie op het terrein voor de grot zich ontwikkeld tot een echte kermis, compleet met reuzenrat en bands die "Leo-liedjes" spelen. Het publiek is kortom mede schuldig aan het hele mediaspektakel dat door Chuck gecreëerd wordt. Wellicht dat de negatieve manier waarop de film het publiek afschildert mede oorzaak is geweest van het geringe commerciële succes.

Al met al schetst de film een nogal somber beeld. De media creëert zijn eigen werkelijkheid en let daarbij meer op het eigen belang dan op de belangen van de personen waar ze over schrijven. De autoriteiten zijn maar al te graag bereid om het met de media op een akkoordje te gooien, in ruil voor publiciteit. Het publiek ten slotte wil vooral vermaakt worden en laat zich makkelijk zand in de ogen strooien. In 1951 werd dat beeld als nogal vergezocht ervaren. Onlangs las ik een afscheidsinterview in de krant met een persvoorlichter van een politieke partij. Deze was het oneens met de stelling dat  het in de politiek te weinig om de inhoud ging en dat politiek  "vooral beeldvorming" was. Volgens hem was politiek "alleen maar beeldvorming". Wat dat betreft valt er, ondanks al het cynisme, nog een moraal van het verhaal in "Ace in the hole" te bespeuren. Aan het begin van de film bekijkt Chuck Tatum het "missiestatement" van de Albuqueque post, dat in geborduurde vorm aan de wand hangt, met nauw verholen minachting (afbeelding 1). Aan het eind van de film, als de kermis compleet uit de hand is gelopen, ontkomt zelfs Chuck Tatum er niet aan. Hij zal de waarheid moeten vertellen: Leo is dood (afbeelding 2).

Tot nog toe is de rol van Lorraine, de vrouw van Leo (gespeeld door Jan Sterling), wat onderbelicht gebleven. Er is een opvallende overeenkomst met Cora uit "The postman always rings twice" (Tay Garnett, 1946). Beide vrouwen zijn via hun huwelijk vast komen te zitten in een wegrestaurant "in the middle of nowhere", en hadden zich meer van het leven voorgesteld. Lorraine heeft er alles voor over om weg te komen uit het gat waar ze verzeild is geraakt, en zet haar vrouwelijke charmes ongegeneerd in tegen Chuck Tatum. Ook zij heeft niet veel scrupules met haar (trouwe) echtgenoot en de situatie waarin hij zich bevindt. Wat dat betreft is het een echte femme fatale, en de film krijgt wat trekjes van een film noir. Tot meer dan wat trekjes komt het niet, want Chuck Tatum is er niet de persoon na om zich om wiens vinger dan ook te laten winden. Hij heeft zo zijn ideeën over de taakverdeling ("Ik verkoop het verhaal, jij verkoopt de hamburgers") en over de rol die Lorraine te spelen heeft. En dat is niet de rol van zijn minnares maar de rol van de treurende echtgenote. Als Lorraine deze rol weigert te spelen, ze wil niet naar een kerkdienst ten bate van Leo omdat knielen slecht is voor haar nylons, wordt ze hardhandig tot de orde geroepen.

DATUM: 22 mei 2015

EIGEN WAARDERING: 9

Ace in the Hole (1951) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Stanley Donen, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Don Lockwood (Gene Kelly) en Lina Lamont (Jean Hagen) zijn een gevierd film-duo, zowel op als buiten het witte doek. Althans dat laatste is de mening van Lina Lamont, die wat dit betreft is gaan geloven wat de roddelbladen schrijven. Don Lockwood heeft een geheel andere kijk op hun privérelatie.

We schrijven 1927 en de eerste geluidsfilm, "The Jazz singer" (Alan Crosland), is een overdonderend succes. Van de ene dag op de andere dag wordt besloten de film die Don en Lina aan het opnemen zijn te veranderen in een "talkie". Naast de kinderziektes van deze nieuwe techniek is het afschuwelijke schelle stemgeluid van Lina een groot probleem. De try out wordt dan ook een ramp. Met nog 6 weken te gaan tot de première is goede raad duur.

Samen met zijn vrienden Cosmo Brown (Donald O'Conner) en Kathy Selden (Debbie Reynolds) bedenkt Don een oplossing. Het kostuumdrama "The dueling Cavalier" zal worden omgevormd tot de musical "The dancing Cavalier" en alle dialogen en liedjes van Lina Lamont zullen worden nagesynchroniseerd door Kathy. Het laatstgenoemde gedeelte van het plan gebeurd in het diepste geheim, want Lina mag er niets van weten.

Het plan lukt wonderwel, maar na de première komen er toch een paar probleempjes uit de hoge hoed. In de eerste plaats zijn Don en Kathy tijdens het maken van de film verliefd op elkaar geworden. In de tweede plaats eist Lina, die natuurlijk toch achter de ware gang van zaken is gekomen, dat Kathy ook in de toekomst achter de schermen haar dialogen blijft inspreken. Dronken van overmoed zingt ze na afloop van de première live een nummer uit de film voor de bioscoopbezoekers. Dat wil zeggen Lina playbackt voor het doek, terwijl Kathy achter het doek staat te zingen. Om haar een lesje te leren haalt Don halverwege het doek op, zodat iedereen kan zien hoe de vork werkelijk in de steel zit (afbeelding 2). Lina vlucht gegeneerd het podium af, terwijl Don Kathy aan het publiek voorstelt. A star is born.

COMMENTAAR

"Singing in the rain" is een musical uit de tweede musical golf. De eerste golf was in de jaren '30, met als belangrijkste regisseur Busby Berkely. In de tweede golf staan de dansnummers wat meer in dienst van het verhaal. Gene Kelly volgde in deze golf Fred Astaire  op als mannelijke "lead". Waar Astaire toch vooral een podiumdanser is, weet Kelly de attributen van het decor magistraal in zijn dans in te passen. Denk aan de beroemde scene waarin Don Lockwood op weg gaat naar huis, nadat ze die avond met z'n drieën het reddingsplan van de film hebben bedacht en Don bij het afscheid een zoen van Kathy heeft gehad (afbeelding 1). Kelly weet een lantarenpaal, de stoeprand, zijn paraplu en de plassen op straat naadloos in zijn vreugdedans te integreren.

Overigens was het oorspronkelijk de bedoeling dat het nummer "Singing in the rain" door de drie vrienden gezamenlijk zou worden uitgevoerd. Zie ook de twee posters die bovenaan deze recensie zijn opgenomen. Door het nummer te verschuiven in het verhaal werd het uiteindelijk een solonummer voor Kelly. Hieruit blijkt wel dat bij "Singing in the rain" het verhaal is opgebouwd rondom bestaande nummers. Omdat het merendeel van deze bestaande nummers afkomstig was uit het eind van de jaren '20 ontstond het idee om de overgang van stomme film naar geluidsfilm als centraal thema van het verhaal te nemen. Dit thema is op een bijzonder originele wijze uitgewerkt. "Singing in the rain" doet op geen enkele wijze onder voor (of meer gedateerd aan dan) het veel recentere "The artist" (Hazanavicius, 2011).  

Een verhaal opbouwen rondom bestaande songs klinkt tocht niet erg als tweede golf, zoals bovenstaand gedefinieerd? Was in de tweede golf het verhaal niet belangrijker dan de nummers? Ter verdediging van "Singing in the rain" moet worden aangevoerd dat al het mogelijke is gedaan om de verhaallijn vloeiend te houden, en dat rare kronkels in het verhaal om een dansnummer er als het ware met de haren bij te slepen zoveel mogelijk voorkomen zijn. Dit is, op één uitzondering na, gelukt. Deze ene uitzondering wordt gevormd door het nummer "Broadway melody", waarin hoofdrolspeler Gene Kelly en gastdanseres Cyd Charisse in een soort van droomscene een broeierig dansnummer opvoeren. Hoewel dit nummer strikt genomen dus eigenlijk een uitglijder is, is het zo geweldig gedaan dat ik er een clip van heb opgenomen in deze recensie. Kijk hoe Gene Kelly gangsterliefje Cyd Charisse ophaalt aan het begin van het nummer (geheven been, litteken bij haar maffiavriendje), en hoe zij weer teruggehaald wordt aan het eind van het nummer (gooien met de muntjes opgenomen in het ritme van het nummer).

Stanley Donen was samen met Vincente Minnelli de vaandeldrager van de tweede musicalgolf. Een jaar na "Singing in the rain" kwam "The band wagon" van Minnelli uit. Beide films zijn musicals over het maken van een musical. In "Singing in the rain" staat de wereld van Hollywood centraal, in "The band wagon" de wereld van Broadway. Cyd Charisse, die in "Singing in the rain" nog een "gastoptreden" had verzorgd, is één van de hoofdrolspelers in "The band wagon". Samen met .... Fred Astaire, die weliswaar DE ster van de eerste musicalgolf was geweest, maar bij de tweede golf nog heel goed mee kon komen.

DATUM: 31 december 2014

EIGEN WAARDERING: 9

Singin' in the Rain (1952) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Voor een inleiding op het werk van Ingmar Bergman zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

"Summer with Monica" is een film uit de vroege periode van Bergman. Het is een echte "coming of age film" waarin twee tieners er met een bootje tussenuit trekken en een onbezorgde zomer doormaken op de eilanden rondom Stockholm. Het wegtrekken uit Stockholm wordt hierbij wel zeer "relaxed" in beeld gebracht. Wel vijf minuten zien we de twee door de Stockholmse wateren tuffen. In deze minder onthaaste tijd zou deze scene wellicht flink worden ingekort maar toen kon dat allemaal nog, en het levert een aantal schitterende plaatjes op.

Zoals de titel al doet vermoeden vormt de zomer de hoofdmoot van de film. Hierin beleven de geliefden hun romance en die werd, althans voor die tijd, pikkant in beeld gebracht (afbeelding 1). Het feit dat hoofdrolspeelster Harriet Andersson destijds de geliefde van Bergman was kan hier mede debet aan zijn. 

Het verhaal volgt de lijn van de seizoenen en tegen de herfst breken er andere tijden aan. Het eten is op, het weer wordt slechter en als klap op de vuurpijl blijkt Monica zwanger te zijn. De reactie van de twee hoofdpersonen op de harde realiteit van het leven is echter een totaal andere, en daar zit wat mij betreft het verrassende en moderne van de film in. Harry neemt zijn verantwoordelijkheid en probeert, ondanks zijn jonge leeftijd, zo goed en zo kwaad als het gaat voor kostwinner te spelen (afbeelding 3). Monica kan niet accepteren dat haar jeugd opeens voorbij is en gaat door met uitgaan. Aan het eind van de film zien we de jonge vader met de baby in zijn armen terwijl van Monica geen spoor meer te bekennen is. Geen echt stereotype rolverdeling, zeker niet voor de jaren 50.

Toch kan men in sommige recensies ook wel een andere interpretatie van het laatste deel van de film lezen. In deze lezing moet men Monica niet zien als onvolwassen maar als de rebel die zich niet klein laat krijgen. Uit de manier waarop ze in de bijgevoegde scene ons als bioscoopbezoeker recht aan kijkt (tegen alle filmregels in trouwens, iets wat Bergman zou herhalen in "Persona") blijkt dat er ook voor deze interpretatie wel iets te zeggen is.

DATUM: 13 juli 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Sommaren med Monika (1953) on IMDb

Reacties

DE REGISSEUR

Elia Kazan (1909 - 2003) was één van de grondleggers van de "method acting". Het is dan ook mede door zijn films dat acteurs van deze school als James Dean en Marlon Brando zijn doorgebroken. Denk aan films als "A streetcar named desire" (1951) en "On the waterfront" (1954) waarin Marlon Brando de hoofdrol speelt, of aan "East of Eden" met James Dean in de hoofdrol. Dat hij aan de basis stond van de carrière van deze twee iconen van de jaren 50 geeft wel aan dat Elia Kazan destijds een prominente regisseur was. Minder fraai is dat hij in de McCarthy periode (om precies te zijn in 1952) als "friendly witness" voor het Committee inzake On-Amerikaanse activiteiten heeft getuigd. Hij heeft, met andere woorden, sommige van zijn liberale vrienden verraden. Deze smet heeft de rest van zijn, nog lange, leven aan hem gekleefd.

HET VERHAAL

De film opent met Terry Malloy (Marlon Brando) die helpt om Joey Doyle in een hinderlaag te lokken. Joey wil namelijk een boekje open doen over de corruptie binnen de vakbond voor havenarbeiders. Wat Terry niet van tevoren verteld is, is dat Joey zijn hinderlaag niet levend zal verlaten. Hij wordt op het dak van zijn flat overmeesterd en naar beneden gegooid. Terry is geschokt, zeker als een hoge pief binnen de vakbond (die ook naar het tafereeltje heeft gekeken) droog opmerkt: "Hij kon misschien zingen als een kanarie, vliegen kon hij in elk geval niet".

Door deze gebeurtenis begint de twijfel binnen Terry te knagen aan zijn, tot dat moment, onvoorwaardelijke loyaliteit aan de vakbond. Een vakbond waarbinnen zijn oudere broer Charlie een hoge positie bekleedt. Deze twijfel wordt vervolgens gevoed door zijn omgang met de geëngageerde priester Father Barry (Karl Malden) en Edie (de zus van Joey), op wie hij verliefd wordt. Na nog een afrekening is de maat voor Terry vol. In een beroemd geworden scene op de achterbank van een taxi zegt hij de loyaliteit aan zijn broer (en dus de vakbond) op. Een opzegging die zijn broer fataal zal worden.

In de slotscene gaat Terry het gevecht aan met vakbondsbaas Johnny Friendly (Lee Cobb) en komt als morele winnaar uit het gevecht. De arbeiders in de haven laten zich niet meer de wet voorschrijven door de bond en volgen Terry als deze, met een door bloed besmeurd gezicht, naar de fabriekspoort wankelt.

COMMENTAAR

"On the Waterfront" is een in de filmgeschiedenis omstreden film. Zoals reeds opgemerkt in de inleiding op Elia Kazan heeft deze in 1952 geklikt bij het Committee inzake On-Amerikaanse activiteiten met betrekking tot diverse collega's met linkse sympathieën. Kazan heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij met "On the Waterfront" zijn eigen rol in de McCarthy jaren trachtte te rechtvaardigen. Inderdaad is Terry Malloy in deze film ook een verklikker. De corrupte vakbondsbazen die door Terry "verraden" worden laten zich naar mijn mening toch niet goed vergelijken met de slachtoffers van Kazan. Ik zal de motieven van Kazan voor het maken van de film dan ook verder buiten beschouwing laten, en mij richten op de verdiensten van de film zelf.

Het beeld van corruptie dat de film toont is schokkend. Bij de afrekening van Joey Doyle is het nog heel duidelijk een pop die van de flat naar beneden wordt gegooid, maar de tweede afrekening wordt sterk en spectaculair in beeld gebracht. Bij het lossen van een schip (afbeelding 3) en het optakelen van de lading uit het ruim gaat er zogenaamd iets mis met de takelinstallatie, zodat de 2e verklikker vermorzeld wordt onder de weer naar beneden stortende lading. Wat overigens te denken van de manier waarop de vakbond op de hoogte raakt van de naam van de 2e verklikker? De getuigenverklaring van deze man wordt rechtstreeks vanuit het politiebureau bij de vakbondsleiders op het bureau gelegd, de ogen en oren van de vakbond zijn blijkbaar overal.

Dat de corruptie optreedt bij een vakbond, een instituut dat de belangen van de arbeiders juist geacht wordt te verdedigen, maakt het allemaal extra wrang. Zeker  als je bedenkt dat de film (losjes) is gebaseerd op waar gebeurde feiten (een serie artikelen van Malcolm Johnson in de New York Sun uit 1949). De corruptie bestaat erin dat de vakbonden de dagloners volledig in hun macht hebben. Zij bepalen of er gewerkt wordt en welk schip gelost wordt. Deze macht misbruiken ze om steekpenningen los te krijgen van de havenbaronnen. Ronduit vernederend is de scene waarin de dagloners verzamelen op de kade en het de voorman van de vakbond is die door het uitdelen van muntjes bepaald wie die dag werkt, en wie niet. De laatste muntjes gooit hij "in de groep", waarop een gevecht ontstaat.

Even schokkend als het machtsmisbruik van de vakbond is het de manier waarop de arbeiders zich laten misbruiken. Zij hanteren hiervoor het principe van "d&d" zoals ze dat zelf noemen, deaf and dumb. Het is door dit principe dat Father Barry op een muur van stilzwijgen stuit. Een muur waarvan zelfs de vader van de net vermoorde Joey onderdeel uitmaakt (afbeelding 1). Dat de arbeiders zelf "d&d" zijn, is nog te begrijpen. Wie zijn mond open trekt krijgt geen muntje en dus geen werk. En wie niet werkt zal niet eten, zo werkt dat in deze harde maatschappij. Moeilijker te begrijpen is de woede die zich richt op degene die wel zijn mond open durft te trekken. Een woede waarmee Terry Malloy ook te maken krijgt in het laatste deel van de film. Blijkbaar is het niet zo erg dat er vuile was is, en wordt de naam van degene die de was vuil heeft gemaakt ook met de mantel der liefde bedekt, maar wee degene die de moed heeft de vuile was buiten te hangen! Is hier sprake van een wij / zij gevoel (de vakbondsleiders mogen weliswaar rotzakken zijn, ze behoren wel tot de "wij")  en een typisch Amerikaans wantrouwen tegen de overheid? Mogelijk, maar ik denk dat er meer aan de hand is. Degene die de moed heeft zijn mond open te trekken houdt al degenen die die moed niet hebben een spiegel voor, en dat wordt niet altijd op prijs gesteld. We zien dit fenomeen ook optreden bij de bejegening van tegenwoordige klokkenluiders.

Aanvankelijk is Terry Malloy ook een aanhanger van het "d&d-principe", niet beter dan de rest. In twee sleutelscènes (noot 1) zijn wij er getuigen van dat Terry van "d&d-er" tot klokkenluider wordt.


De eerste scene is zijn eerste uitstapje met Edie. Terry presenteert zich aan Edie als een man van de wereld, die zich geen knollen voor citroenen laat verkopen. "Do it to him before he does it to you" (de eerste klap is een daalder waard) is zijn cynische levensmotto. Als Edie haar meer idealistische denkbeelden hier tegenover stelt, is Terry in eerste instantie afwijzend ("geloof je echt in die onzin?) maar het is duidelijk dat een diepere snaar in hem geraakt is. Als Terry en Edie tijdens het verlaten van de kroeg per abuis in een bruiloft terecht komen, raken ze met elkaar aan het dansen. Opnieuw wordt een diepere snaar in Terry geraakt.

De tweede scene is de reeds gememoreerde taxirit met broer Charlie (afbeelding 4). De verhouding tussen Terry en Edie zint gangsterbaas Johnny Friendly niet. Per slot van rekening is Terry gebruikt als lokaas bij het uit de weg ruimen van Joey, en nu hij een relatie heeft met de zus van Joey zou hij wel eens een risico kunnen gaan worden. Charlie wordt er op uit gestuurd om zijn kleine broertje weer in het gareel te krijgen. Tijdens de taxirit komt de bokscarrière van Terry ter sprake. Op instigatie van Johnny en Charlie heeft Terry een gevecht verkocht en bewust verloren. Zij het geld, zijn carrière geknakt. Terry wordt zich er van bewust dat hij zich, zijn cynische wereldbeeld ten spijt, jarenlang knollen voor citroenen heeft laten verkopen en werpt dit zijn broer voor de voeten ("Ik had iemand kunnen worden Charlie, jij hebt dat voor mij verpest"). Charlie realiseert zich dat zijn kleine broertje zich niet meer goedschiks in het gareel laat brengen, en grijpt een revolver. Zonder een spoor van angst duwt Terry deze revolver weg. Beiden begrijpen dat Charlie toch niet de moed zal hebben om zijn eigen broer om te brengen, alleen Charlie begrijpt dat dit hem de kop gaat kosten.

De eigen verdiensten (los van de motieven van regisseur Kazan) van "On the Waterfront" zijn groot. Veelal wordt dit vooral gezien als de verdienste van hoofdrolspeler Marlon Brando, en zijn voor die tijd revolutionaire manier van acteren (zo natuurgetrouw mogelijk, zo min mogelijk "maniertjes"). Dit is niet helemaal terecht. De rest van de cast is ook ijzersterk. Dit geldt voor Karl Malden als Father Barry (verder o.a. bekend uit "Baby Doll" (Kazan, 1956)), voor Lee Cobb als Johnny Friendly (verder o.a. bekend uit "12 angry men" (Lumet, 1957)) en zeker ook voor Eva Marie Saint als Edie (verder o.a. bekend uit "North- by NorthWest" (Hitchcock, 1959)).  

Noot 1: De scene van de eerste ontmoeting tussen Terry en Edie (afbeelding 2) wordt in andere recensies veel genoemd (en geroemd), maar is wat mij betreft niet één van de sleutelscènes. Wel vermeldenswaard is het stukje improvisatie dat Marlon Brando hier ten beste geeft. Tijdens een wandeling in het park verliest Edie haar handschoen. Terry raapt hem op, maar geeft hem niet meteen terug. Gedurende het verdere gesprek trekt hij hem aan en geeft daarmee blijk van de toenemende verbondenheid die hij jegens Edie voelt.

DATUM: 22 februari 2015

EIGEN WAARDERING: 9

On the Waterfront (1954) on IMDb


Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Jules Dassin, zie het openingsartikel van de aan hem gewijde pagina.

HET VERHAAL

Na een langdurig verblijf in de gevangenis neemt Tony le Stéphanois zich voor om, samen met zijn maten, nog één keer een meesterkraak te plegen. Zoals altijd loopt dit uiteindelijk niet goed af.

COMMENTAAR

"Du Rififi chez les hommes" is de laatste film van de steden-trilogie van Dassin, waarvan de eerdere delen zijn: "The naked city" (1948, over New York) en "Night and the city" (1950, over Londen). Tijdens het maken van deze film stond Dassin in Amerika inmiddels op de zwarte lijst vanwege zijn links sympathiëen, en was hij uitgeweken naar Europa. Ook daar achtervolgde de lange arm van Hollywood hem echter. Veel acteurs achten het niet in het belang van hun carrière om met hem samen te werken.

Desondanks is hij er in geslaagd een uitstekende film te maken. De film is vooral bekend geworden vanwege de "heist scene" (afbeelding 1), die meer dan een kwartier duurt. Bij het begin van de scene stopt de muziek en zijn we getuigen van de uitvoering van een tot in de puntjes voorbereide en uitgevoerde kraak. Na het uitschakelen van de bewoners van het bovenhuis (de inbrekers kennen het beveiligingssysteem en betreden de juwelierszaak via een gat in het plafond) trekken de inbrekers bijvoorbeeld balletschoentjes aan om zo weinig mogelijk kabaal te maken. Je zou bijna hun vakkundigheid gaan bewonderen. De "heist-scene" doet sterk denken aan "Le trou" (1960, Jacques Becker), waarin ook zeer gedetailleerd de voorbereidingen (in dit geval van een uitbraak uit de gevangenis) in beeld worden gebracht.

De perfecte misdaad is één, de weelde dragen na de perfecte midaad is iets geheel anders. En hier gaat het mis. De overval op de juwelierszaak gaat natuurlijk niet geheel ongemerkt aan de onderwereld voorbij. Als niet lang daarna één van de handlangers in de nachtclub een peperdure ring aan zijn liefje geeft is één plus één twee. De onderwereld schat in wie het gedaan heeft en de zoon van de jongste compaan wordt ontvoerd. Het huishouden is in zak en as en de vrolijke ballon in de vorm van een clown detoneert wel heel erg in het algehele beeld.

"Du Rififi chez les hommes" laat zich goed bekijken als de tegenhanger van "Night and the city". In laatstgenoemde film is de jonge hoofdpersoon er van overtuigd dat hij het in zijn eentje kan maken, als hij maar hard genoeg zijn best doet. In Rififi is Tony le Stéphanois er van doordrongen dat samenwerking met en loyaliteit aan een stel maten essentieel is om in zijn milieu succes te kunnen boeken. Loyaliteit vs opportunisme is eigenlijk de centrale tegenstelling tussen de twee genoemde films.

Het is echter wel een vreemd soort loyaliteit dat in die kringen opgeld doet. Het is geen sentimele oude mannen loyaliteit, zoals je even denkt als de maten de begrafenisstoet  van hun voormalige collega (omgekomen tijdens een ondervraging door de rivaliserende bende) vanuit de verte bekijken en daarbij hun hoed afnemen. Dichterbij kunnen ze niet komen, want de politie heeft verdacht veel belangstelling voor de bezoekers van de plechtigheid. De loyaliteit is gebonden aan (beter gezegd wordt begrenst door) harde regels. Degene die met zijn vrijgevigheid het fatale balletje aan het rollen heeft gebracht, moet er aan geloven. De executie wordt door Tony zonder haat, maar ook zonder de geringste mate van twijfel uitgevoerd. "Ik heb geen hekel aan je, maar je kent de regels" zegt hij tegen zijn aanstaande slachtoffer, die daarop triest knikt.

Ook inzake de ontvoering van het kind van de jongste maat weer deze rare mix van loyaliteit en hardheid. Ik zet de reactie van Tony even op een rijtje:
- Als de vader met het koffertje met geld op pad wil om het losgeld te betalen, lijkt zijn reactie in eerste instantie hard. Wat je met jou deel van de buit doet is jou zaak, maar van mijn deel blijf je af.
- Vervolgens denkt hij met de vader mee. Je kan betalen, maar daar krijg je je zoon niet mee terug. Denk eens na wat die allemaal gezien heeft. Die laten ze nooit levend gaan.
- Tenslotte zet Tony zijn hele netwerk in en beweegt hij hemel en aarde om de jongen te bevrijden.

Het einde van de film is briljant. Als Tony de jongen bevrijd heeft, blijkt dat de vader zijn zenuwen niet in bedwang heeft kunnen houden en toch met zijn koffertje op pad is. Nu moet Tony achter de vader aan. In een "shoot out" verliest de vader het leven en raakt Tony ernstig gewond. Hoe langer hoe meer verzwakt door het bloedverlies brengt hij met zijn laatste krachten de jongen thuis (afbeelding 2) in een rit die steeds meer op joyriding gaat lijken (de jongen heeft de dag van zijn leven) en waarbij de camera wild zwenkend het afnemende bewustzijn van Tony visualiseert.

DATUM: 11 maart 2016

EIGEN WAARDERING: 9

Du rififi chez les hommes (1955) on IMDb




Reacties

DE REGISSEUR

Voor een overzicht van het werk van Henri Georges Clouzot, zie het inleidende artikel op de aan hem gewijde pagina.

VERHAAL EN ANALYSE

De overeenkomst met Hitchcock is nergens zo groot als bij "Les diaboliques", dat sterk aan "Vertigo"doet denken. Overigens ook niet zo raar als men bedenkt dat hetzelfde schrijversduo (Narcejac en Boileau) verantwoordelijk was voor het script.  Een script waarin pas op het eind van de film de aap echt uit de mouw komt en dat zelfs de tweede keer nog weet te verrassen. Toch adement de film ontegenzeggelijk de sfeer van Frankrijk in de jaren 50 als de hoofdpersonen zich met een lelijke eend over de kasseien verplaatsen. Ook hoofdrolspeelster Simone Signoret is 100% Frans en niet een Franse versie van Marilyn Monroe, zoals Roger Ebert haar in zijn bespreking van de film betiteld.  Daarvoor heeft ze in deze rol, maar ook bijv. in "Room at the top" (1959) teveel karakter en niet alleen maar looks.

 

 

DATUM: 4 juli 2012

EIGEN WAARDERING: 9

Demonen (1955) on IMDb

Reacties
Waardering